Het voorbije joodse dordrecht

Boek in zes talen over onderduik
joods meisje bij een Dordts gezin

Begin september verschijnt in zes talen tegelijk een boek over een joods meisje, Hesseline (‘Lien’) de Jong, dat in de oorlog ondergedoken heeft gezeten bij het gezin van het Dordtse SDAP-raadslid Hendrik van Es. Het boek, in het Engels The Cut Out Girl getiteld en in het Nederland Vergeet-mij-niet, is geschreven door Bart van Es, een kleinzoon van deze Henk van Es. De familie Van Es woonde indertijd in de Bilderdijkstraat 10, in een huis dat inmiddels is gesloopt.
        Op deze website staat een verhaal (nummer 34) over hoe ene Eduard Spiero na de oorlog een wanhopige zoektocht ondernam naar Lientje, zijn enig overgebleven familielid.

Het elftal van DFC voor de tribune op het voetbalveld aan de Markettenweg, in 1939. Árpád Weisz staat achteraan, als eerste van rechts

Professor
Bart van Es is in Nederland geboren, in Ede op 7 juni 1972, maar woont al langere tijd in Engeland, in Oxford, waar hij professor Engelse literatuur is, aan St Catherine’s College. Altijd is hem van jongsafaan Lien de Jong blijven intrigeren: wat is er tijdens de onderduik, én na de oorlog gebeurd, toen de familie Van Es en zij met elkaar braken? Wat is haar kant van het verhaal?
        Van Es wist Lien de Jong op te sporen in Amsterdam. Enigszins aarzelend stemde zij, tachtiger inmiddels, erin toe hem te ontvangen. Uiteindelijk ontstond er vriendschap, en zelfs samenwerking − die tot het boek leidde. In Nederland geeft uitgeverij De Bezige Bij het uit, met de ondertitel ‘Over het verborgen leven van een Joods meisje’. In Groot-Brittannië publiceert Penguin Random House het met de ondertitel ‘A story of war and family, lost and found’.

Bankwerker
Hesseline de Jong, geboren in Den Haag op 7 september 1933, werd in augustus 1942 door haar ouders, Charles de Jong en Catharina Spiero, overhandigd aan een mevrouw, die het meisje naar een veilig onderduikadres in Dordrecht zou brengen. Die vrouw was Took Heroma-Meilink, de echtgenote van de Dordtse huisarts Jan Frederik Heroma. Lientje kwam in de wijk Krispijn terecht bij Henk van Es, een bankwerker die na de oorlog uitgroeide tot wethouder in Dordrecht, burgemeester van Brielle en Eerste Kamerlid. De echtgenote van Van Es was Jannigje de Jong (geen familie van Lien).
        Meer dan een jaar is Lien de Jong nog ondergedoken geweest in Bennekom bij Ede, maar zij keerde toch weer terug naar de Van Essen, waar ze tot 1951 is gebleven. Veel later, zo valt te lezen in een persbericht over het boek, was er ineens “a falling out, and they were no longer in touch”. Er was onmin gekomen met de pleegouders, die Lien met gevaar voor eigen leven door de oorlog hadden geloodst en hadden opgevoed als een eigen kind.
        In het boek, dat ook in Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Italië wordt uitgebracht, vertelt Lien de Jong háár versie van de gebeurtenissen. De Engelse schrijver Penelope Lively noemt het een “deeply moving” verhaal, waarin ook aan de orde komt dat Nederland zich tegenover de nazi’s, van alle Europese landen, het meest coöperatief heeft betoond bij het verwijderen van de joden. Als joods kind is Lientje de Jong niet altijd even netjes behandeld, “and sometimes, Bart learned, she was very badly treated indeed”, meldt Penguin Random House over de inhoud van het boek.