NIEUWS

Ontsnapten uit Westerbork
na 76 jaar in kaart gebracht

Zeker 260 joodse gevangenen, mogelijk zelfs meer, hebben kans gezien te ontsnappen uit kamp Westerbork, onder wie twee Dordtenaren. De ontsnapten wisten zich hierdoor te onttrekken aan hun aanstaande deportatie naar vernietigingsoorden in Duitsland en Polen. Het aantal van 260 is afkomstig van de schrijver en journalist Erik Schaap, die onderzoek heeft gedaan naar de ontsnappingen. Maar wat hij meldt over de twee Dordtenaren klopt niet. Eén ontsnapping is intussen verwijderd, nadat Schaap op de onjuistheid was gewezen.

Website
Schaap heeft zijn bevindingen gepubliceerd op zijn Facebook-account en op zijn website Meitotmei.nl, waarop hij verhalen over de Tweede Wereldoorlog plaatst, soms toegesneden op de Zaanstreek. Schaap (1961) studeerde journalistiek in Utrecht en politicologie in Amsterdam. Hij werkte als verslaggever en publicist, en was − “soms tegelijkertijd” − verpleegkundige, gemeenteraadslid en PR-medewerker in de non-profitsector. Hij coördineert sinds 1995 het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland en is sinds 2015 lid van de werkgroep Struikelstenen Zaanstad.
        ‘Schaap schrijft’ heet zijn bureau, dat zich toelegt op “levensverhalen, oorlogsjournalistiek en historische boeken”, soms op bestelling. De ontsnapten van Westerbork is zo’n nieuw onderwerp waarin hij zich heeft verdiept.
        Hij is niet de eerste die deze kwestie heeft uitgezocht. In zijn verhaal somt Schaap zelf op wie hem op dit punt zijn voorgegaan. Jacques Presser bijvoorbeeld, de historicus die het tweedelige standaardwerk Ondergang schreef. Presser noemde daarin het aantal van 210 joodse gevangenen die wisten weg te komen uit Westerbork.
        Dr. Loe de Jong, de voormalige directeur van het Niod, nam dat getal over in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef: “Er zijn in totaal tweehonderdtien Joden uit Westerbork gevlucht: honderddrie-en-vijftig in de periode juli ’42-september ’43, zeven-en-vijftig nadien. Daarmee bedoelen wij dan Joden die het kamp binnengevoerd waren om gedeporteerd te worden.”
        In het boekje Een gat in het prikkeldraad, door Herinneringscentrum Kamp Westerbork in 2003 uitgegeven, wordt het aantal van 210 betwist: het zou “aan de te lage kant” zijn. Maar aan een ander getal “waagden de auteurs zich overigens niet”, signaleert Erik Schaap.
        Dat deed volgens hem wel Wils’t Hart in haar afstudeerscriptie Ik zou in mijn tranen willen wegzwemmen (2003). Zij kwam tot een aantal van meer dan driehonderd vluchters. Haar scriptie was tot voor kort ‘helaas onvindbaar”, waardoor het Schaap niet duidelijk was hoe zij tot dit cijfer is gekomen.
        (Laatste nieuws: inmiddels heeft hij de hand kunnen leggen op de scriptie. Schaap neemt haar door, en verandert zo nodig zijn inleidende tekst op de website.)
        En ten slotte is er nog de politieman en historicus dr. Frank van Riet. Die ging in zijn boek De bewakers van Westerbork tussen Wils ’t Hart en Loe de Jong/Jacques Presser in zitten, en hield het op 230 tot 300 ontsnappingen.

Westerbork ontsnapten

Joodse gevangenen arriveren in kamp Westerbork. De foto is er een uit een serie van 33, die de fotograaf Rudolf Werner Breslauer maakte tussen 1942 en 1944. 
Breslauer (Leipzig, 4 juli 1903 – Midden-Europa, 28 februari 1945) was een Duitse fotograaf van joodse afkomst, die in Nederland werkte bij drukkerijen in Leiden en Utrecht. Volgens Wikipedia werd hij in 1942 werd met zijn gezin gevangengenomen en gedeporteerd naar kamp Westerbork. “Van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker kreeg hij opdracht om pasfoto’s van de gevangenen te maken en het leven in het kamp op foto's en film vast te leggen.”
Dit leidde tot de bekende Westerborkfilm, waarin onder anderen het Roma-meisje Settela Steinbach is te zien, dat op 19 mei 1944 de trein in stapt om naar Auschwitz te worden gedeporteerd. Breslauer zelf werd in de herfst van 1944 met zijn gezin naar Auschwitz gedeporteerd. Daar aangekomen werden zijn vrouw en hun twee zonen Stefan en Mischa in de gaskamer door de nazi’s vermoord. Zelf overleed hij een paar maanden later in een onbekende plaats. Zijn dochter Ursula overleefde de oorlog.
Foto Collectie Joods Historisch Museum (nr. 303064)

Bronnen
Afgelopen april 2021 presenteerde Erik Schaap zijn onderzoeksresultaten, in een overzicht met 260 ontsnappingen. Hij noemt daarin al die personen die tussen 1 juli 1942 en 12 april 1945 uit Westerbork wisten te ontsnappen, en van wie hij de personalia op meerdere plekken kon terugvinden. Zijn belangrijkste bronnen waren de dag- en nachtrapporten van de politie in Assen en een (incomplete) Niod-lijst met ‘vermiste personen’ (archiefnummer 250i, inventarisnummer 1024).
        Ook vond hij relevante gegevens in andere archieven, in een aantal boeken en dankzij “het nijvere speurwerk” van Frieda Voorhorst. Bij zijn inventarisatie heeft hij met opzet de honderden vluchtelingen buiten beschouwing gelaten die tussen Westerbork en de concentratie- en vernietigingskampen uit de deportatietreinen wisten te ontkomen. Maar wel heeft hij weer de mensen meegeteld, “die het kamp af en toe mochten verlaten om elders werkzaamheden te verrichten en vervolgens niet meer terugkeerden naar Westerbork. Ook zij sloegen in mijn optiek op de vlucht voor een erger lot”.
        Van niet alle 260 ontsnappingen heeft hij de bijbehorende identiteit kunnen achterhalen. Wel de datum, maar niet de naam, of soms alleen maar (niet thuis te brengen) initialen. In zijn overzicht, dat chronologisch is opgebouwd, staat dan: ‘onbekende man’, ‘onbekend echtpaar’, ‘twee onbekende vrouwen’, ‘twee onbekende meisjes’ ‘onbekend persoon’ en zelfs “elf onbekende personen’. Dat hij toch de data van hun vermissingen in het kamp kan noemen, komt doordat de ontsnappingen zijn geregistreerd.
        Hoe de 260 mensen de buitenwereld, hun vrijheid wisten te bereiken, beschrijft Schaap. “Zij kropen voorbij de prikkeldraadversperring van het kamp. Werden met hulp van buitenaf naar buiten gesmokkeld, in de kamptrein of per auto. Wandelden met een brutale smoes voorbij de bewaking. Slaagden er in om dankzij vervalste papieren deels ‘ontjoodst’ te worden en zo ontslag uit het kamp te bewerkstelligen. Of wisten een bed te verwerven in een ziekenhuis buiten het Durchgangslager, van waaruit ontsnappen relatief makkelijk was.”

Dordrecht
Uit zijn overzicht is niet direct op te maken of zich joodse Dordtenaren onder de ontsnapten hebben bevonden. Schaap noemt van de betrokkenen meestal alleen de geboortedatum, en − als hij die tenminste heeft weten te vinden − de overlijdensdatum. En waar mensen de oorlog niet overleefden, bijvoorbeeld omdat ze na hun ontsnapping toch weer werden opgepakt, is naast hun sterfdatum ook de overlijdenslocatie vermeld.
        De redactie van deze Stolpersteinesite heeft hem daarom gevraagd of ook Dordtse joden uit Westerbork zijn ontsnapt. Schaap antwoordde dat die vraag “lastig” te beantwoorden is. En wel om deze reden: “Ik heb namelijk wel de (meeste) geboorteplaatsen genoteerd van de mensen die ontsnapten, maar in de meeste gevallen niet de plaats waar ze woonden tot ze werden gedeporteerd.”
        Maar na een blik op de Dordtse Stolpersteine-site liet hij weten twee namen te ‘herkennen’: die van Otto Kann en Trudel van Reemst-de Vries. Over hen zijn op de site verhaal 5 en verhaal 147 geplaatst. Beide personen kunnen echter niet doorgaan voor ontsnapten.
        Otto Kann is met zijn vader Jacob Hendrik (‘Jaap’) Kann uit de trein naar Westerbork gesprongen, kort voor aankomst. Ze bleven een tijdje langs de spoorbaan liggen. Om zijn zoon te redden, liep Jaap Kann op een bewaker toe, viel hem aan, de bewaker schoot hem in de schouder, een auto met twee SS’ers kwam uit het kamp en Kann belandde daar gewond in de ziekenboeg. Otto ontkwam, maar dit speelde zich allemaal buiten het kamp af.
        Schaap geeft dit toe. “Otto telt dus eigenlijk niet, maar komt wel in de buurt.” Bij het NIOD in Amsterdam heeft hij ondertussen het boek De bewakers van kamp Westerbork ingezien, waarin “helder wordt beschreven hoe de ontsnapping van Otto (net) buiten het kamp plaatsvond”. Nu hij het in dat boek andermaal bevestigd zag, heeft Schaap Otto Kann van de lijst gehaald.

Verdwijntruc
Blijft over: Trudel van Reemst-de Vries. Ook zij een Dordtse, zij het dat zij slechts twee jaar in de stad heeft gewoond, van 27 juli 1926 tot 13 juni 1928. Zij heet eigenlijk Gertrud, en is geboren in Frankfurt am Mainz, op 22 november 1914.
        Trudel is een legendarische vrouw geworden. Zij heeft zich in de Spaanse Burgeroorlog als communiste en verpleegster tegen het regime van dictator Franco geweerd, en was in de Tweede Wereldoorlog een verzetsstrijdster.
        Maar ook Trudel is geen ontsnapte uit Westerbork. Zij is in juni 1943 vrijgelaten uit het kamp, na een verblijf van zes maanden waarin ze als kraamverpleegster werkte. De reden: zij was gemengd gehuwd. De joodse Trudel was de echtgenote van de niet-joodse arts Theo van Reemst, die zij in Spanje had leren kennen.
        Schaap beaamt desgevraagd dat Trudel is vrijgelaten. Toch laat hij haar op zijn lijst staan. Zijn motief: “Aan de vrijlating kwamen volgens het boek Joods verzet in Nederland 1940-1945 vervalste papieren en een ‘verdwijntruc’ te pas. Zonder die werkwijze was zij hoogstwaarschijnlijk gedeporteerd, zoals ook sommige andere gemengd gehuwde joden is overkomen.”

Welkom
Erik Schaap hoopt dat zijn overzicht nog wordt aangevuld. “Het is uiteraard niet volledig.” Correcties zijn eveneens welkom, net zoals relevante opmerkingen. Schaap: “De site is een werk-in-uitvoering.” Zijn e-mailadres is: info@schaapschrijft.nl.