Het voorbije joodse dordrecht

Boek over spectaculaire treinreis van
Hongaarse joden noemt ook Dordtse

Boek over spectaculaire treinreis van Hongaarse joden noemt ook Dordtse

Foto Uitgeverij Nieuw Amsterdam

De historicus Aline Pennewaard uit Woerden heeft een nieuw hoofdstuk kunnen toevoegen aan de geschiedenis van de jodenvervolging in Nederland.
        In haar boek De Treinreis werkt zij een gegeven uit dat tot dan onontdekt was gebleven, en nogal ongelooflijk klinkt − dat in 1943 vanuit bezet Nederland 89 Hongaars-Nederlandse joden naar het nog vrije Boedapest zijn gebracht. In vijf treinreizen, “dwars door het hol van de leeuw, via nazi-Duitsland en bezet Oostenrijk”, werden zij gerepatrieerd, en nog wel met “met de goedkeuring en hulp van de nazi’s”.
Aan deze vondst heeft documentairemaker Willy Lindwer een documentaire gewijd die op 4 mei is uitgezonden op NPO2, maar die nog terug te zien is. Eén van de vijf overlevenden van de treinreis, dr. Vera Gyergyóiné Rudnai, is opgespoord kunnen worden door een verhaal op deze Dordtse website, nummer 113.

Zin
Eén zinnetje zette Aline Pennewaard (8.8.1978) op het spoor van de “miraculeuze ontsnapping van Hongaars-Nederlandse joden tijdens de bezetting”, zoals de ondertitel van haar boek (uitgeverij Nieuw Amsterdam, €19.99) is gaan luiden. Die zin kwam ze jaren geleden tegen tijdens promotieonderzoek dat zij nu aan het afronden is – naar de 102 jodentransporten die tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 vanuit Nederland vertrokken naar de vernietigingskampen.
        De zin staat in deel 1 van het tweedelige standaadwerk dat dr. J. Presser in 1965 publiceerde bij de Staatsuitgeverij, en schreef in opdracht van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsgeschiedenis (tegenwoordig NIOD). Ondergang heten beide boeken, en ze behandelen de vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom tussen 1940 en 1945.
        Op bladzijde 427 noteert Presser, schrijvend over groepen buitenlandse joden in Nederland: “Zo heet er bijv. op 20 augustus 1943 een transport naar Boedapest gegaan, voor de meesten daaruit waarschijnlijk een ietwat langere weg naar de gaskamer.” Het staat er in een bijzin waar menigeen zo overheen zou lezen. Maar Pennewaard raakte er juist op slag door geïntrigeerd. Ze ging op onderzoek uit, in het NIOD-archief, en uiteindelijk kreeg een boek vorm.
        Voorin dit boek, net voor de dodenherdenking in mei 2018 verschenen, wordt toegelicht wat er eigenlijk schuil bleek te gaan achter dat nonchalante zinnetje: een exceptionele operatie, een ontsnapping van 89 Hongaars-Nederlandse joden op een moment dat de Holocaust in Nederland “in volle gang was en er wekelijks treinen vanuit Westerbork naar de gaskamers in Polen reden”.

Ooggetuigen
Pennewaard heeft deze “uitzonderlijke en nog niet eerder vertelde geschiedenis” gereconstrueerd. Samen met documentairemaker Willy Lindwer, die al negentien films over de Tweede Wereldoorlog heeft voltooid, spoorde zij nog in leven zijnde ooggetuigen op, mensen die destijds kinderen en tieners waren. Vijf hebben zij er gevonden, of eigenlijk drie. Drie ooggetuigen hebben zelf hun verhaal voor de camera willen vertellen. Twee overlevenden, een echtpaar, waren niet meer in leven, maar met medewerking van hun zoon kon hun verhaal worden naverteld.
        Daarnaast kregen Lindwer en Pennewaard de beschikking over de memoires die een overlevende had geschreven in 1986. Haar verhaal werd “om historische redenen belangrijk gevonden”, schrijven zij in het voorwoord, en is om die reden aan het boek toegevoegd. “Het is geschreven vanuit het perspectief van een volwassen vrouw, die samen met haar man en kinderen deze dramatische episode beleefde.”
        Deze zesde ooggetuige heet Francine Jacqueline Kállai-Bekaert. De anderen overlevenden zijn: Anki Flores-Tauber, George David, Emmy Singer-Kórodi, Harry Kórodi en Vera Eva Gyergyóiné Rudnai.

Aline Pennewaard

Aline Pennewaard: “Eén zinnetje leidde de vondst.”
Foto Privébezit

Dordrecht
Over de familie Rudnai is op deze website in 2016 een artikel geplaatst. Het vertelt hoe vader Guido (1902), moeder Wilma (1909) en dochter Vera (1931) in Dordrecht “vijf onbezorgde jaren” konden doorbrengen, voordat zij “opgesloten raakten in andermans jodenhaat”. Ingenieur Guido Rudnai werkte in Papendrecht bij de vliegtuigfabrikant Fokker. In 1943 werd het gezin, in Dordrecht uitgebreid met zoon Peter Thomas, uitgewezen. Na een “helletocht van drie dagen” dwars door bezet Europa dook het op in Boedapest. Dit nu blijkt die treinreis te zijn, die Pennewaard en Lindwer hebben uitgeplozen.
        Een jaar na publicatie meldde Vera Rudnai zich zelf bij de redactie van de website. Zij “doet niet aan internet”, maar kennissen hadden haar gewezen op het artikel. In een brief, geschreven in zo goed mogelijk Nederlands, kwam ze met enkele aanvullingen en verbeteringen. Deze zijn in een nieuwe versie van het verhaal opgenomen. Dit artikel stelde Aline Pennewaard in staat om “de Rudnai’s te achterhalen”, schrijft ze. “Zo kwam ik Vera op het spoor.”
        Het gezin Rudnai is niet meer teruggekeerd naar Nederland. Het is in Boedapest gebleven. Vader en moeder verhuisden op latere leeftijd naar Bremen, de stad waar Wilma is geboren en Guido heeft gewerkt.
        Over het lot van de andere gerepatrieerde Hongaars-Nederlandse joden meldt het boek: “In maart 1944, na de inval van de nazi’s in Hongarije, werden zij voor de tweede maal van hun vrijheid beroofd. De meesten van hen wisten mede dankzij de hulp van de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg opnieuw de dans te ontspringen. Het merendeel van de overlevenden keerde na de oorlog veilig terug naar Nederland.”

Steun
De documentaire van Willy Lindwer is al te zien geweest op tv. Via de website ‘Uitzending Gemist’ valt zij echter nog steeds te bekijken. Dit is de link: uitzendinggemist.net/aflevering/433987/2doc.html
        Lindwer en Pennewaard kregen bij hun project voluit steun van BNN/VARA. De omroep, en met name Sjoerd van den Broek, omarmde het idee voor de documentaire “vanaf het eerste moment met groot enthousiasme”, waardoor deze metterdaad tot stand kon komen. Lindwer, die internationale verwierf met De laatste zeven maanden van Anne Frank en die diverse prijzen heeft ontvangen voor zijn werk, was daar blij mee, vertelde hij de VARA-gids in mei.
        Twee jaar geleden kwam Aline Pennewaard naar hem. “Ze zei: ‘Goh, ik heb nou toch iets ontdekt… Dit weet nog niemand!’” Samen met haar is Lindwer toen naar de laatste overlevenden gaan speuren. Lindwer: “Die zijn we gaan interviewen, waarbij ik besefte wat voor een onwaarschijnlijk spectaculair verhaal dit was. Ik stapte ermee naar de BNN/VARA, die bij het horen meteen zeiden: ‘Maken, die film.’ Daar was ik erg blij mee, dat ook zij direct inzagen hoe spannend dit was. Dat we hiermee een nieuw aspect van de Holocaust in Nederland konden belichten.”