Het voorbije joodse dordrecht

Jom Hasjoa wordt vanaf 2019 ook in
Dordrecht gehouden, dankzij Bne Dor
* Namenlijst Dordtse kinderen
* Eerste Dordtse Jom Hasjoa trok tientallen belangstellenden

oude stadhuis van Dordrecht

“Je moet het je kinderen vertellen”, staat op dit monument aan de buitenzijde van het oude stadhuis van Dordrecht. Die boodschap is nadrukkelijk bedoeld voor de kinderen van nu. Op 2 mei 2019 worden in het stadhuis de Dordtse kinderen van vroeger herdacht: de kinderen die in de oorlog zijn vernietigd omdat ze joods of een Sinti-kind waren – kinderen aan wie niets meer verteld kón worden.
Foto Redactie Website

Nooit eerder is ’t gebeurd in Dordrecht.
        Op 2 mei 2019 is in het Dordtse stadhuis voor de allereerste keer de Jom Hasjoa gehouden, de jaarlijkse herdenkingsdag voor de slachtoffers van de Holocaust, de Shoah. Deze joodse treurdag is in 1953 ingevoerd in Israël, inmiddels vindt de herdenking wereldwijd plaats. In Nederland had de Jom Hasjoa voor het eerst plaats in 1984, in de St. Laurenskerk in Rotterdam. Steeds meer gemeenten namen het initiatief nadien over, Dordrecht heeft zich nu bij hen gevoegd. Letterlijk betekent Jom Hasjoa: Dag van de Sjoa en ook: Dag van de Vernietiging.
        De herdenking in Dordrecht is georganiseerd door Bne Dor 2.0. Bne Dor betekent: kinderen van Dordrecht; 2.0 geeft aan dat deze groep, oorspronkelijk opgericht in 1995, een herstart heeft gemaakt. Mede-oprichtster Bertie Troost-Rodrigues licht toe dat Bne Dor niet inhoudt dat de leden letterlijk kinderen zijn, maar kinderen in symbolische zin. “Wij zijn joodse burgers van Dordrecht, niet per se hier geboren. Wij zetten ons ervoor in joods leven zichtbaar te maken.”
        Tijdens de eerste Jom Hasjoa in Dordrecht is nadruk gelegd op ándere kinderen van Dordrecht, namelijk de joodse kinderen die in de oorlog zijn vermoord. Als onderdeel van het programma voor de 2de mei brachten leerlingen van het gymnasium steentjes mee naar het stadhuis, met daarop geschreven de namen van jonge Holocaust-slachtoffers. Die steentjes legden zij neer, en ze spraken de namen erop uit, bij het herdenkingsmonument in de hal − een zuil met daarop een perkamenten kubus, waarin computergestuurd de 221 namen oplichten van de joodse slachtoffers uit Dordrecht en Zwijndrecht.
        De Dordtse werkgroep Stolpersteine heeft de lijst gemaakt van de namen van de omgebrachte Dordtse kinderen. In navolging van Guus Luijters − die in 2012 In Memoriam publiceerde, een vuistdik boek met de namen van alle (19.048) gedeporteerde joodse, Roma- en Sinti-kinderen − is gekozen voor achttien jaar als leeftijdsgrens.
        Deze grens hanterend, zijn er 42 Dordtse kinderen vermoord: 41 joodse en één Roma-meisje. Het zijn kinderen die in Dordrecht zijn geboren of er verbleven. De lijst bevat óók geboren Dordtse kinderen die elders in Nederland zijn opgepakt, tijdens de onderduik bijvoorbeeld of doordat ze met hun ouders waren verhuisd. Bne Dor heeft een andere leeftijdsgrens getrokken, voornamelijk om het programma kort te houden: 0-10 jaar.
        Bij het samenstellen van de lijst bleek dat er één Dordts kind is dat alleen bestond in Luijters’ boek, nergens anders. Er is uitgezocht hoe dat kon; het blijkt een computerfout. Ook is de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht speciaal voor dit artikel nageplozen op nog onbekende foto’s van Dordts-joodse kinderen. Er zijn er twee gevonden. Hun lot was eender: ze zijn vergast.
        Een verhaal over joodse kinderen van Dordrecht, de huidige en de vooroorlogse – met daaronder een kort (foto)verslag van de eerste Jom Hasjoa in Dordrecht.

Bertie Rodrigues

Bertie Rodrigues, mede-oprichtster van ‘Bne Dor’ én van het Ivrietkoort ‘Alharot’ (samen met haar man Jan Troost): “Ik kende niemand anders in Dordrecht die joods is.”
Foto Redactie Website

Vegetarisch
De oorsprong van Bne Dor ligt bij Bertha Elisabeth (‘Bertie) Rodrigues, een Dordtse geboren in Amsterdam (7 juli 1941), die in Dordrecht enige faam heeft: zij en haar man Jan Troost hebben in de vorige eeuw, van 1970 tot 1997, aan de Groenmarkt 4, Dordrechts allereerste en enige vegetarische restaurant gedreven. In het pand beschikten zij ook over een natuurvoedingswinkel en een cursuscentrum.
        Bertie is afkomstig uit een liberaal joods gezin, van wie alleen zij en haar broer Salomon (18.3.1938) de jodenvervolging hebben overleefd, via onderduik. Bertie kwam in de oorlog terecht in een christelijk gezin in Sneek. “Daar werd ik geïndoctrineerd”, zegt ze er achteraf over, “ik ging bij de gereformeerde groep horen.” Terwijl haar broer Salomon naar Israël vertrok, verzeilde Bertie in 1966 in Dordrecht; ze was beroepshalve betrokken bij tbc-onderzoek. Daar ontmoette ze Jan Troost, een geboren Dordtenaar (1942), gereformeerd van geloof.
        “Op een gegeven moment, begin jaren negentig”, vertelt ze, “gebeurde er iets in mijn leven. Daar wil ik niet over uitweiden. Maar ik werd wakker. Ik ging op zoek naar mijn eigen identiteit, mijn joodse afkomst.” Bertie dacht dat zij in Dordrecht de enige jodin was. “Ik kende niemand die joods is en kwam ook niemand tegen die joods was.” Ze wilde graag in contact komen met joodse mensen in Dordrecht en de regio, en plaatste daartoe een advertentie in het joodse tijdschrift Benjamin, van het Joods Maatschappelijk Werk. Zo leerde zij Simon den Hollander kennen, een Nederlands-Hervormde Dordtenaar die joods wilde worden (‘uitkomen’) en inmiddels rabbijn is in New York, zie verhaal 196 redding dijksynagoge.
        “Simon nodigde ons, mijn man en ik, uit om een keer bij hem thuis te komen praten. En toen is het idee opgevat om een groep op te richten: Bne Dor, kinderen van Dordrecht. Ons voornemen was om met elkaar te praten over het jodendom. En we wilden de joodse feestdagen vieren, de ijkpunten van het jaar.” In 1995 ontstond de groep metterdaad. De deelnemers kwamen bij elkaar in de woning van Bertie en Jan, in de wijk Sterrenburg. “Jan is weliswaar niet-joods, maar hij is altijd heel betrokken geweest, heeft mij altijd enorm ondersteund. Hij weet inmiddels meer van het jodendom dan ik.”
        De groep telde zo’n veertig mensen, wonend in Dordrecht en ommelanden. Bertie: “De groep was een vervangende familie. Dat is wat we missen, een familieband.”

Ivrietkoor
In 2001 viel Bne Dor uiteen. Jan Troost kreeg hartproblemen, de bijeenkomsten werden hem te druk. Ze werden geschrapt. “Toen stortte de groep in, ook al omdat niemand het overnam.”
        Jaren later, in 2008, werd Bertie Troost gevraagd bestuurslid te worden van de lokale stichting Bijzondere Concerten, die herdenkingsconcerten en koorfestivals organiseerde, voor soms wel zestig Dordtse koren. Als secretaris nam zij de organisatie ervan op zich. Dit leidde op een bepaald moment onverwachts tot een nieuw initiatief. Bertie: “Er kwam een Israëlische vrouw uit Dordrecht naar mij toe, die zei: ‘Ik droom ervan een Ivirietkoor te beginnen, wil je mij helpen?’ Dat heb ik gedaan, samen met Jan.” Ivriet is modern Hebreeuws.
        Het resultaat was het Ivrietkoor ‘Al Naharot’, dat in september 2012 is opgericht. Het koor, bedoeld om weer een joods geluid te laten klinken, heeft in de regio Drechtsteden een stevige naam opgebouwd, door de tientallen optredens die het al achter de rug heeft. ‘Al Naharot’ vertolkt de muziekcultuur van Israël, of tewel: “Al Naharot zingt prachtige melodieën die vanuit de hele wereld in de smeltkroes van Israël zijn samengekomen.” ‘Al Naharot’, dat niet religieus is en a-politiek, noemt zichzelf “een uniek koor”. Het repeteert op de dinsdagavonden.
        Bertie: “Iedereen is elke repetitieavond weer heel blij elkaar te ontmoeten. Langzaam maar zeker is er een soort familieband ontstaan, ook hier.” De koorleden komen ook uit de omliggende plaatsen, domweg omdat er in Dordrecht te weinig joden wonen. “In ons koor zitten drie verschillende groepen, te weten Israëlische joden, Nederlandse joden en mensen die bijzondere affiniteit hebben met Israël. ‘Al Naharot’ betekent: bij de grote rivier, en verwijst naar het joodse volk in Babylonische ballingschap aan de oevers van de Eufraat. In onze regio bevinden wij ons ook bij grote rivieren: de Noord, de Merwede en de Oude Maas.” De dirigent is joods en in Israël geboren.
        Om het af te ronden: vanuit dit koor ontstond op zekere dag de behoefte om Bne Dor her op te richten. In 2016 is dat ervan gekomen, vandaar de naam: Bne Dor 2.0. De 45 deelnemers komen nog altijd uit Dordrecht én de regio. “Een aantal mensen uit het koor zit in de groep”, licht Bertie toe. Bovenal wil de groep het joodse leven zichtbaar maken.

oude stadhuis van Dordrecht

Het Ivrietkoor ‘Al Naharot’ tijdens een repetitie: sommige leden van het koor zijn ook lid van de groep ‘Bne Dor’.
Foto Ivrietkoor

Jom Hasjoa
Een eerste, naar buiten gerichte activiteit van Bne Dor 2.0 is het organiseren van de Jom Hasjoa geworden. Normaal worden op deze herdenkingsdag álle slachtoffers van de Holocaust herdacht. In Dordrecht valt deze eerste keer echter de nadruk op de vermoorde kinderen van Dordrecht. Om aan hun namen te komen, vroeg Bne Dor 2.0 de plaatselijke werkgroep Stolpersteine om een lijst. Die is overhandigd. Er staan 46 namen op, van kinderen in de leeftijd van nul tot en met achttien jaar.
        Joodse kinderen worden op hun 13de religieus meerderjarig, en bijgevolg volwassen. Jongens worden dan bar mitswa, meisjes bat mitswa. Maar Bertie Troost zegt dat Bne Dor ervoor heeft gekozen de leeftijdsgroep te beperken tot de nul- tot tien-jarigen. “Het werden anders te veel namen om in het stadhuis voor te lezen; dat ging te lang duren. Het is symbolisch bedoeld.”
        Behalve dat de namen worden genoemd, leggen de scholieren ook steentjes bij het monument in de hal. Bertie: “Het is een joods gebruik om steentjes, keitjes of brokstukjes bij graven te leggen. Wat de kinderen van het gymnasium gebruiken weet ik niet, maar dat maakt wat mij betreft niets uit.” Volgens Wikipedia, de digitale encyclopedie, heeft het achterlaten van steentjes een meervoudige, symbolische betekenis. “De bezoeker geeft aan verder te willen bouwen op de goede daden van de overleden persoon. En een onvergankelijke steen staat voor onvergankelijke liefde en eeuwig geloof.”

Onbekend
De lijst die de werkgroep Stolpersteine heeft samengesteld, is gebaseerd op data van de gezaghebbende website ‘Joods Monument’. En die zijn voor de zekerheid vergeleken met de namen die Guus Luijters noemt in zijn indrukwekkende boek ‘In Memoriam’.
        Het viel toen op dat Luijters één naam heeft genoteerd die elders nergens voorkomt: Jet Frankenhuis. Op pagina 810 staat dat Jet is geboren op 25 december 1940 in Dordrecht, daar woonde aan de Frans Lebretlaan 31, en al voor haar deportatie is overleden in kamp Westerbork, op 17 december 1942. Het kind is dus maar één jaar oud geworden.
        In andere officiële documentatie komt Jet Frankenhuis evenwel niet voor, bijvoorbeeld niet in het Dordtse bevolkingsregister. Dat is vreemd. Wie was zij dan wel en was het dan wel verantwoord op haar op de lijst voor Bne Dor 2.0 te zetten? Nader onderzoek was nodig.
        Al spoedig bleek dat op het adres Frans Lebretlaan 31 het joodse gezin Jacob heeft gewoond, een familie aan wie op deze website een verhaal is gewijd, zie verhaal Fedor Piroska Jacob.
        De persoonsgegevens van het gezin nalezend, doemde iets merkwaardigs op: vader Fedor Jacob en moeder Piroska Frajmovics hadden een dochter die op dezelfde dag in Dordrecht is geboren en op dezelfde dag in Westerbork is gestorven: Magdalena Jacob. Zoiets kan haast niet: twee verschillende kinderen die niet hun naam, maar wel hun geboorte- en overlijdensdatum delen. Zoveel overeenkomst is ongeloofwaardig.
        Bovendien: er heeft in de Frans Lebretlaan helemaal geen Jet Frankenhuis gewoond.
        Zekerheidshalve werd het Register van Overlijden geraadpleegd, dat de bewoners noemt van kamp Westerbork die zijn begraven op de joodse begraafplaats van Assen, aan de Oude Haarweg. Magdalena komt er in voor; zij ligt in kindergraf 19. Jet Frankenhuis ontbreekt volledig. Hoe kon Magdalena Jet zijn gaan heten?

Simcha Barak, in Dordrecht Patrick Stolk geheten, staat op deze foto rechts, met naast hem zijn goede vriend Aryel Tsion

De omslag van ‘In Memoriam’, het boek dat Guus Luijters wijdde aan alle gedeporteerde Nederlandse kinderen tot 18 jaar. In de eerste druk van dit boek werd Jet Frankenhuis per abuis genoemd als een Dordts kind.
Foto Uitgeverij Nieuw Amsterdam

Pastei
Om het raadsel te kunnen oplossen, kreeg Guus Luijters de vraag voorgelegd of hij zich herinnert wat hier is gebeurd. Hij moest “diep nadenken” na al die jaren, schreef hij, maar hij kwam er uit.
        Het zit zo: Jet Frankenhuis staat in de eerste druk van ‘In Memoriam’. Daarin is de lijst van kinderen die zijn gestorven in doorgangskamp Westerbork of in concentratiekamp Vught “geheel in de pastei gevallen”. De namen zijn losgeraakt van de adressen, met als gevolg dat “geen enkele naam het juiste adres” heeft gekregen. Luijters: “In een stilzwijgend vervaardigde herdruk is deze lijst vervangen.” En vervolgens is de lijst opgenomen in Addendum, het aanvullende deel dat naderhand is uitgebracht.
        In Addendum zijn Magdalena en Jet netjes los van elkaar terechtgekomen. Jet Frankenhuis blijkt een meisje dat is geboren in Hilversum op 27 juli 1942, wonend in de Kapelstraat 26. Ook zij stierf vóór de deportatie, op 21 mei 1943 in Vught. Zij is negen maanden oud geworden. Vught wordt in Addendum ‘Vucht’ genoemd, zag Luijters. “Tja.”
        “Het raadsel lijkt me hiermee uit de wereld”, sloot hij af. Jet is hierna niet opgevoerd op de lijst voor Bne Dor.
        Die lijst staat hieronder en toont in totaal 46 namen, onder wie vier 18-jarigen, die zijn apart gerubriceerd.
        Dit ‘afzonderen’ is gebeurd omdat als leeftijdgrens 18 jaar is gebruikt, zoals ook Luijters deed. Hij motiveerde dit aldus: “Een kind heb ik gedefinieerd als iemand die nog geen achttien jaar was op het moment van deportatie. De Duitsers hanteerden zestien jaar als grens tussen kind en volwassene, en alleen daarom wilde ik die leeftijd niet gebruiken. Ik heb voor achttien jaar gekozen, omdat kinderen op die leeftijd nieuwe rechten en plichten kregen. Je mocht trouwen en werd oud genoeg geacht om in het leger te dienen. Officieel werd je volwassen op je eenentwintigste, maar wie achttien jaar werd was kind af.”
        De 18-jarigen vielen af bij Luijters, maar in zijn boek staat curieus genoeg toch een Dordtse jongen die achttien was toen hij stierf: Alfred Lodewijk Braadbaart, geboren 25 oktober 1925, omgekomen in Midden-Europa op 31 maart 1944. Maar hoe dit ook zij: de herdenkingswebsite ‘Joods Monument’ noemt alle Nederlandse Holocaustslachtoffers, ongeacht hun leeftijd, en zo konden de namen van Dordtse kinderen die bij overlijden 18 jaar waren worden gevonden. Volledigheidshalve worden zij op de lijst hieronder allen vermeld, zij het, nogmaals, apart.

Sinti
Onder de in totaal 46 namen bevindt zich één kind dat tot de Roma en Sinti behoort: Anna Windersthin. Dit meisje verdient afzonderlijk aandacht.
        Anna is namelijk het enige, door de nazi’s vermoorde Sinti-kind dat ‘Dordrecht’ kent. Op deze website is over haar geen biografische levensschets verschenen, om de eenvoudige reden dat nabestaanden van haar dat volstrekt niet op prijs stellen. “De Sinti-gemeenschap is een gesloten gemeenschap. Wij praten niet over overledenen; wij laten ze met rust. Wij hebben respect voor onze overleden mensen. En wij leven nog steeds met een trauma door wat er gebeurd is in ’40-’45”, werd ons streng meegedeeld.
        Waar joden geen moeite hebben om nader over de slachtoffers van de Shoah te vertellen, zwijgen de Sinti. Zo is de eigen cultuur.
        Zakelijke gegevens over Anna Windersthin zijn schaars. De website ‘Joods Monument’ meldt alleen dat haar moeder ook Anna heette en dat deze is geboren in Amsterdam, op 10 april 1915. Haar dochter is in Dordrecht geboren, op 19 oktober 1934. Moeder Anna heeft nog vier kinderen gebaard, volgens het Haags Gemeentearchief. Twee van hen stierven kort na de geboorte: Arnold, na drie maanden in Loosduinen, op 30 mei 1936 en Eduard na acht maanden op 28 februari 1942 in Den Haag. In beide overlijdensakten wordt de moeder genoemd, maar niet de vader.
        Op ‘Joods Monument’ staan nog twee broers van Anna: Robert (Den Haag, 30.1.1937) en Herman (Den Haag, 8.7.1933). Dezen zijn net als Anna om het leven gekomen in Auschwitz. ‘Joods Monument’ schrijft alleen niet op welke dag. Maar Guus Luijters heeft dit weten te achterhalen. Anna Windersthins leven eindigde op 3 augustus 1944, tegelijk met dat van haar broers. Zij is negen jaar oud geworden. Als hun laatste woonadres vóór deportatie noemt Luijters de Kemperstraat 61 in de Haagse wijk Schildersbuurt.

Geen kaart
In het Dordtse archief is geen persoonskaart van Anna te vinden, hoewel ze in de stad geboren is. Een woordvoerster van het RAD zei desgevraagd dat dit eenvoudig te verklaren is: Anna Windersthin is niet als Dordtenaar geregistreerd. Een rol zal spelen, legde zij uit, dat “het niet in de cultuur van Sinti en Roma ligt om alles vast te leggen. Het is een orale cultuur.”
        De Sinti en Roma die in de oorlog in Nederland verbleven, zijn op 16 mei 1944 opgepakt tijdens razzia’s die overal plaatsvonden. Twee dagen eerder, op 14 mei, had de bezetter, zo zet Luijters uiteen in zijn boek ‘In Memoriam’, in een telegram aan verschillende Nederlandse politiekorpsen de opdracht gegeven tot “[…] eener centrale aanhouding van alle in Nederland verblijvende personen die het kenmerk der zigeuners bezitten”. Alle Sinti- en Roma-families moesten naar kamp Westerbork worden gebracht.
        In totaal werden er 578 Sinti en Roma gearresteerd en weggevoerd. De term ‘zigeuner’ bleek echter te breed te zijn opgevat. Daarom werden in Westerbork ongeveer 200 personen kort na aankomst vrijgelaten. Zij waren geen Sinti of Roma, maar woonwagenbewoners. Daarnaast hadden ruim 50 Sinti en Roma een paspoort van een neutraal geallieerd land. “Ook zij mochten het kamp verlaten.” De overigen kwamen in het strafgedeelte van Westerbork terecht, waar ze drie dagen werden bewaakt door de Joodse Ordedienst.
        Op 19 mei werden 245 Sinto en Roma naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau getransporteerd, die er op 21 mei aankwamen. Luijters: “Ze werden ondergebracht in een speciaal ‘Zigeunerlager’, een gedeelte van Birkenau waarin in die periode ruim 22.000 Sinti en Roma gevangen zaten. Eind juli werd dit lager ontruimd. De Sinti en Roma die nog konden werken, werden overgebracht naar andere kampen. De achterblijvers werden vermoord” − zoals Anna en haar broers. Van de uit Westerbork weggevoerde Sinti en Roma hebben dertig de oorlog overleefd, onder wie achttien kinderen.

Simon Kleinkramer (1923)

In de beeldbank van het Dordtse archief werden twee foto’s gevonden, die elders op deze Stolpersteine-site nog niet zijn geplaatst. Dit verlegen ogen jongetje is hoogstwaarschijnlijk Simon Kleinkramer (1923), gefotografeerd in december 1927. Simon is als 19-jarige omgebracht in Auschwitz, waar ook zijn broer, vader en moeder het leven lieten.
Foto RAD (nr. 309_9509)

Foto’s
Her en der staan op deze Stolpersteine-website foto’s van Dordts-joodse kinderen. Verreweg de meeste zijn gemaakt door vader en zoon Beerman, meestal in hun studio aan het Vrieseplein, of anders bij klanten thuis. De collectie-Beerman, nu in handen van het Dordtse archief, is fotohistorisch een goudmijn, zeker als het gaat om de joodse bevolking van Dordrecht. Tientallen joodse plaatsgenoten hebben zich voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog laten portretteren door Beerman en zoon.
        Aangezien dit artikel gaat over joodse kinderen van Dordrecht, is nagegaan of de beeldbank van het archief nog foto’s bevat van omgebrachte kinderen die tot nog toe onontdekt of ongebruikt zijn gebleven. Er zijn er twee aangetroffen, die hiernaast staan afgedrukt en waarvan hierna wordt toegelicht wie het zijn.
        De eerste foto toont een verlegen jongetje dat onzeker in de camera kijkt en leunt op een bankje. De foto is gemaakt op 17 december 1927, het archief vermeldt slechts dat het gaat om een Kleinkramer van de Voorstraat. Er is geen voornaam beschikbaar.
        Twee families Kleinkramer hebben destijds blijkens gezinskaarten op de Voorstraat gewoond, op nummer 262b en 281. De ene familie, van Ruben Salomon Kleinkramer en Eva Breemer, heeft twee kinderen: Hendrik, geboren 27 mei 1925 en Simon, geboren 30 augustus 1928. Geen van deze kinderen is qua leeftijd het jongetje op de foto. Het jongetje oogt ouder dan Hendrik als 2-jarige kan zijn.
        Dan blijft over het gezin van Abraham Simon Kleinkramer en Henriëtte Sophia Roos. Dit telde ook twee kinderen: Simon (27.3.1923) en Albert (20.7.1928). Het meest waarschijnlijk is dat het jongetje Simon is, gefotografeerd als 4-jarige. Simon Kleinkramer staat niet op de lijst met namen voor Bne Dor: hij was 19 jaar en van beroep goudsmid, toen hij op 30 november 1942 in Auschwitz werd vermoord, tegelijk met zijn vader. Zijn moeder en broer Albert werden daar op 3 september 1942 tegelijk vernietigd.
        De tweede foto toont achter hun poppenwagen de meisjes Annette (links) en Cato Leviticus. Zij zijn dochters van Isidor Leviticus en Martha Paërl. Het gezin woonde aan de Vest 179 rood (nu: 265). Annette en Cato zijn beiden tegelijk met hun moeder omgebracht in Auschwitz, op 23 november 1942, ze zijn 13 en 10 jaar geworden. Vader Isidor stierf daar op 7 december van dat jaar.

[Bertie Rodrigues heeft vrijdag 26 april 2019 in de Dordtse schouwburg Kunstmin een koninklijke onderscheiding gekregen voor haar inzet voor ‘Bne Dor’, de stichting Bijzondere Concerten en het Ivrietkoor ‘Al Naharot’. Zij is lid in de Orde van Oranje Nassau geworden.]

Annette en Cato Leviticus

Dit zijn de zusjes Annette (links) en Cato Leviticus begin jaren dertig.
Zij zijn beiden vermoord in Auschwitz op 23 november 1942.
Foto RAD (nr. 552_32834


Geboren of opgepakt in Dordrecht:
1. Anna Bannet, Rotterdam 8-7-1929, Auschwitz 26-6-1943, 13 jaar
2. Rika Brandon, Amsterdam, 3 oktober 1926 - Auschwitz, 27 augustus 1943, 16 jaar
3. Henriette Louise Breemer, Dordrecht, 9 februari 1926 - Sobibor, 9 juli 1943, 17 jaar
4. Sara Ina van Dijk, Dordrecht, 2-11-1934, Auschwitz, 11-2-1944, 9 jaar
5. Aaron Frenk, Rotterdam, 22-5-1928, Auschwitz, 12-2-1943, 14 jaar
6. Mietje Frenk, Rotterdam, 22-5-1937, Auschwitz, 12-2-1943, 5 jaar
7. Samuel Frenkel, Dordrecht, 11 januari 1928 - Auschwitz, 19 november 1942, 14 jaar
8. Hanna Yehudith van Gelderen, Rotterdam, 12 juni 1941 - Auschwitz, 19 november 1943, 2 jaar
9. Moshé Elchanan Italie van Gelderen, Rotterdam, 13 november 1942 - Auschwitz, 19 november 1943, 1 jaar
10. Herman George Haagman, Den Haag, 11 januari 1927 - Auschwitz, 28 februari 1943, 16 jaar
11. Arthur Leopold Haagman, Den Haag, 1 mei 1933 - Auschwitz, 7 december 1942, 9 jaar
12. Ernst Jakob Hesdörffer, Kreuznach, 18-4-1926, inwonend pleegkind, Auschwitz, 28-2-1943, 16 jaar
13. Magdalena Jacob, Dordrecht, 25-12-1940, Westerbork, 17-12-1942, 1 jaar
14. Grietje de Jong, Dordrecht, 20-12-1935, Auschwitz, 19-11-1942, 6 jaar
15. Lena de Jong, Dordrecht 26-7-1925, Auschwitz 26-10-1942, 17 jaar
16. Joseph Katan, Dordrecht, 6-3-1938, Auschwitz, 23-11-1942, 4 jaar
17. Milkah Katan, Dordrecht, 6-5-1940, Auschwitz, 23-11-1942, 2 jaar
18. Samuel Katan, Dordrecht, 24-12-1936, Auschwitz, 23-11-1942, 5 jaar
19. Albert Kleinkramer, Dordrecht, 20 juli 1928 - Auschwitz, 3 september 1942, 14 jaar
20. Esther Roselina Kleinkramer, Dordrecht, 26 november 1928 - Auschwitz, 19 november 1942, 13 jaar
21. Roselina Kleinkramer, Dordrecht, 17 september 1932 - Auschwitz, 19 november 1942, 10 jaar
22. Simon Kleinkramer, Dordrecht, 30 augustus 1928 - Sobibor, 9 juli 1943, 14 jaar
23. Annette Leviticus, Dordrecht, 9 september 1929 - Auschwitz, 23 november 1942, 13 jaar
24. Cato Leviticus, Dordrecht, 7 januari 1932 - Auschwitz, 23 november 1942, 10 jaar
25. Rudolf Moses, Krefeld, 19 juni 1927 - Auschwitz, 31 januari 1944, 16 jaar
26. Hannelore Thal, Dortmund, 4 december 1927, Sobibor, 9 juli 1943, 15 jaar
27. Nollus Heiman Overweg, Dordrecht, 18 januari 1935 - Auschwitz, 25 oktober 1944, 9 jaar
28. Emma Overweg, Dordrecht, 29 oktober 1937 - Auschwitz, 25 oktober 1944, 6 jaar
29. Cisca Beli van Tijn, Dordrecht, 2 november 1935 - Auschwitz, 23 november 1942, 7 jaar
30. Mozes Izaäk van Tijn, Dordrecht, 31 mei 1937 - Auschwitz, 23 november 1942, 5 jaar
31. Mietje Viskoper, Amsterdam, 2 november 1936 - Auschwitz, 11 februari 1944, 7 jaar
32. Robert Weisz, Milaan, 12-7-1930, Auschwitz, 5-10-1942, 12 jaar
33. Klara Weisz, Milaan, 2-10-1934, Auschwitz, 5-10-1942, 8 jaar

De 18-jarigen zijn:

34. Alfred Lodewijk Braadbaart, Den Haag, 25-10-1925, Midden-Europa, 31-3-1944, 18 jaar
35. Hendrik Kleinkramer, Dordrecht, 27 mei 1925 - Sobibor, 9 juli 1943, 18 jaar
36. Rosette de Liver, Dordrecht, 14 mei 1924 - Auschwitz, 11 december 1942, 18 jaar

Geboren in Dordrecht, elders in Nederland opgepakt:
37. Esther Achtsteribbe, Dordrecht, 12 februari 1928 - Auschwitz, 21 september 1942, 14 jaar
38. Hermanus Mozes van Brakel, Dordrecht, 5 oktober 1930 - Auschwitz, 25 januari 1943, 12 jaar
39. Felicia de Jongh, Dordrecht, 4 oktober 1933 - Auschwitz, 12 oktober 1942, 9 jaar
40. Anna Levie, Dordrecht, 26 maart 1930 - Sobibor, 11 juni 1943, 13 jaar
41. Johanna Meijer, Dordrecht, 21 februari 1941 - Auschwitz, 26 februari 1943, 2 jaar
42. Rosaline Betty Meijer, Dordrecht, 10 april 1939 - Auschwitz, 26 februari 1943, 3 jaar
43. Jaap de Vries, Dordrecht, 29 november 1927 - Auschwitz, 31 augustus 1942, 14 jaar
44. Joost Weening, Dordrecht, 26 april 1939 - Sobibor, 28 mei 1943, 4 jaar
45. Anna Windersthin, Dordrecht, 19 oktober 1934 - Auschwitz, 3 augustus 1944, 9 jaar

De 18-jarige is:

46. Lea Kleinhaus, Dordrecht, 14 april 1924 - Auschwitz, 29 september 1942, 18 jaar


Eerste Dordtse Jom Hashoa trok tientallen belangstellenden

Afgeladen was de hal van het oude Dordtse stadhuis toen daar op donderdagavond 2 mei 2019 voor het eerst Jom Hasjoa werd gehouden, de beladen gedenkdag voor de slachtoffers van de Shoah. Tientallen mensen hadden zich er verzameld voor deze herdenking, die was georganiseerd door de Joods-culturele groep Bne Dor 2.0 uit Dordrecht. De eerste Dordtse Jom Hasjoa stond volledig in het teken van de herinnering aan de vermoorde Dordtse kinderen. Dat waren er, inclusief 18-jarigen, zesenveertig.
Bertie Rodrigues, sprekend namens Bne Dor (wat betekent: Kinderen van Dordrecht), haakte in haar openingswoord aan bij dit getal. “Zes miljoen omgekomen joden”, zei ze, “is een onbegrijpelijke en onvoorstelbare grote massa mensen, Als je het aantal kleiner maakt, kun je het veel dichter bij je laten komen. Vanavond kijken we daarom naar achttien Dordtse kinderen tot 10 jaar, die er niet mochten zijn.”
        De namen van die jonge kinderen werden voorgelezen door Peter Barendregt, docent aan het Johan de Witt-gymnasium in Dordrecht. Leerlingen van deze school liepen daarna om beurten om het publiek heen, met steeds een steentje in de hand, dat zij neerlegden bij het herdenkingsmonument in de hoek van de hal. Steentjes, die volgens Rodrigues, “de onvergankelijkheid en de opbouw van de mens symboliseren”.
        Het noemen van de namen is van groot belang, benadrukte ze. “Zolang we de namen uitspreken, worden deze jonge slachtoffers niet vergeten.

Een leerling van het Johan de Wittgymnasium loopt met een steentje

Een leerling van het Johan de Wittgymnasium loopt met een steentje in de hand langs het talrijke publiek om dit steentje bij het monument in de hoek van de hal te leggen.


Bertie Rodrigues, mede-organisator van de Jom Hasjoa

Bertie Rodrigues, mede-organisator van de Jom Hasjoa: zes miljoen doden is een onvoorstelbare grote massa.

Burgemeester Wouter Kolff

Burgemeester Wouter Kolff:
kinderen een naam en gezicht geven.

Rabbijn Sjimon den Hollander

Rabbijn Sjimon den Hollander:
niet steeds het verleden herkauwen.

Dichter Edja Frank

Dichter Edja Frank: een treinrit zonder afscheid.
Foto’s en stills RTV Dordrecht en Redactie Website

 
 
 
 

Kracht
Ook de burgemeester van Dordrecht, A.W. (Wouter) Kolff, ging in zijn toespraak in op het belang van namen uitspreken. Sprekend over wat de Shoah, “deze verschrikkelijke periode”, voor Dordrecht heeft betekend, zei hij: “Ook in Dordrecht was een bloeiende joodse gemeenschap, met een eigen synagoge, een eigen rabbijn. In de Tweede Wereldoorlog werden 285 van onze 350 joodse medeburgers gedood, de meesten in de vernietigingskampen. Onder hen waren 46 kinderen van 18 jaar of jonger.”
        Hij refereerde aan het “indrukwekkende boek” In Memoriam, dat de Amsterdamse schrijver Guus Luijters in 2012 heeft gepubliceerd. Daarin worden de 19.000 joodse kinderen uit Nederland genoemd die zijn vermoord. Luijters wilde met het boek deze kinderen “een naam en waar mogelijk een gezicht geven”.
        Kolff: “6 miljoen joodse slachtoffers, 105.000 Nederlandse, 285 Dordtse, 46 kinderen… het zijn getallen, hoe afschrikwekkend ook. Maar we kunnen het pas echt tot ons laten doordringen als we er namen, gezichten, verhalen bij hebben. Dat is de kracht van het werk van Guus Luijters. Dat is de kracht van het joodse monument hier in de hal van het Stadhuis. En dat is de kracht van de Stolpersteine, die ons nu herinneren aan de Joodse gezinnen die in Dordrecht hebben gewoond.”<
        Door deze avond kinderen “bij hun diepste naam te noemen”, vervolgde Kolff, “bevestigen wij ook nu nog hun bestaan. Het zijn allemaal kinderen van Dordrecht. Bne Dor, in het Hebreeuws.”

Herkauwen
Na Kolff sprak Sjimon den Hollander, de oud-Dordtenaar die tegenwoordig rabbijn is in New York. Bertie Rodrigues, die lang dacht dat zij de enige joodse vrouw in Dordt was, kwam hem tegen en zette met hem in 1995 “de eerste stappen” om Bne Dor op te richten. Hij zei dat het “zeker goed is” om stil te staan bij de Shoah, maar hij vindt ook dat het “eerst en vooral niet om het steeds herkauwen van het verleden” moet gaan, “maar om het voortgaan, het op weg zijn.”
        Den Hollander: “De centrale vraag die het Jodendom stelt na een grote tragedie is niet “Waarom?”. De essentiële vraag die gesteld dient te worden is: “Waartoe?” Nu dit tragische is gebeurd: wJom Hasjoaat kunnen we hiervan leren, hoe kunnen we hiervan groeien, en bijdragen aan een betere toekomst? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. En wellicht is het antwoord op die vraag voor ieder van ons anders. Maar wij allemaal dienen hem wel aan onszelf, indringend en herhaaldelijk, te stellen.”

Gedicht
Het programma voor de Jom Hasjoa omvatte veel meer: koorzang, solozang, een gebed, twee minuten stilte en samenzang bijvoorbeeld, maar in dit verslag wordt alleen nog de Dordts-joodse dichter Edjo Frank eruit gelicht. Hij las een nieuw gedicht voor dat hij speciaal had geschreven voor deze gelegenheid. De titel ervan zegt alles: ‘Noem de namen’. Regel na regel noemt Frank namen van kinderen (en volwassenen) die hun leven plotsklaps gekortwiekt zagen. Dit is het:

Noem de namen

Esther Achsteribbe, 14 jaar
Anna Levie, 13 jaar
Setje Braadbaart, 63 jaar

Stad geworteld in historie
Huizen met een geweten
Namen op een zuil
Gedenksteen aan de gevel

Henri Leviticus, 30 jaar Auschwitz
Rosette de Liver, 18 jaar Auschwitz
Leentje Meijer, 47 jaar Sobibor
Herman van Brakel, 13 jaar Auschwitz

Havens en een Grote Kerk
Monumenten van verhalen
Van strijd en bloei en pijn
En het weggerukte leven

Machiel Frank, Auschwitz 15 augustus 1942
Grietje Cohen-De Heer, Auschwitz 19 november 1942
Juda Vleeschhouwer, Sobibor 9 juli 1943
Esther Kaatje Meijer, Auschwitz 17 september 1943

Park Merwestein “Verboden te betreden”
Regenjas zomerjurk babytruitje
Met de gehate gele ster
Brandmerk der verdoemden

Jenny Dasberg-Zadoks, 26 jaar Sobibor
Felicia de Jongh, 9 jaar Auschwitz
Mourits Levisson, 24 jaar Auschwitz
Roselina Kleinkamer, 10 jaar Auschwitz

Koffers tassen zakken sjouwen
Naar de Groenmarkt dicht bij elkaar
Terneergeslagen over het ongewisse
Een treinrit zonder afscheid nemen

Anna Bannet, 14 jaar Auschwitz
Mozes Izaäk van Tijn, 5 jaar Auschwitz
Grietje de Jong, 7 jaar Auschwitz
Klara Weisz, 8 jaar Auschwitz

Stad op dit eiland
Te midden trotse rivieren
Houdt open je ziel en hart
Koester het kwetsbare
Het telbare dat overbleef
Dat nog is en durft te leven
En noem de namen
Steeds opnieuw de namen



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'