Het voorbije joodse dordrecht

Andries Lezer was niet eenzaam in
Dordt, maar omringd door familie

Advertenties uit het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW)

Advertenties uit het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW)
van 2 april 1915 en 5 mei 1916, waarin de verloving
en de ondertrouw van Levie Lezer en Betje de Vries
worden meegedeeld.
Foto’s Delpher

Zo op het oog lijkt Dordrecht voor Andries Lezer alleen maar de stad van de verlorenheid te zijn geweest. Hij zat in Dordrecht ondergedoken, maar hij komt van oorsprong uit Assen en woonde eigenlijk in Den Haag, in de Merkusstraat 152. Daar had hij een gezin, althans volgens ‘Joods Monument’, de doorgaans nauwkeurige website die alle omgekomen Nederlandse joden herdenkt. ‘Gezin Andries Lezer’ staat daar, en ook nog: “Een verwant heeft de oorlog overleefd.”
        In de nacht van 25 op 26 oktober 1943 werd deze Andries bij een inval op zijn onderduikadres aan de Voorstraat 400 triomfantelijk gesnapt door SD-agenten. Zij wisten op het nippertje te verijdelen dat hij in deze bovenwoning ontsnapte via een balkon achter de keukendeur. Ze voerden hem mee naar het politiebureau en daarmee was het lot van Andries Lezer bezegeld: hij zou zijn leven verliezen in de gaskamer.
        Zo bekeken was Dordrecht voor hem niet meer geweest dan een stad waarin hij zich eenzaam had kunnen verschuilen totdat de jodenjagers hem beetgrepen.
        Maar die schijn misleidt. Hij had helemaal geen gezin en in Dordrecht hoefde hij zich juist niet verlaten te voelen: Andries Lezer was er omringd door familieleden. De stad heeft tot aan zijn arrestatie een warm nest voor hem kunnen zijn, zoals Assen dat voorheen was.
        In dit verhaal: hoe de Drentse familie Lezer een web spon in Dordrecht.

gezinskaart van de familie Lezer in Assen

De gezinskaart van de familie Lezer in Assen, die laat zien dat Levie en Betje toch echt twee kinderen kregen:
Aaltje Saartje en Andries.
Foto Website AlleDrenten

Enige
Zelf weet hij het niet, maar het leven van Andries Lezer is omringd door onzorgvuldigheden.
        Avekoth is een Engelstalige, Nederlandse database (dutchjewry.org) met omvangrijke genealogische informatie over het Nederlandse jodendom. In een aparte, regionale afdeling van deze database, toegespitst op Assen, is Andries het enige kind van de koopman en winkelier Levie Lezer (Assen, 13 april 1872) en Betje de Vries (Leeuwarden, 26 mei 1880). Andries is geboren op 3 april 1919, nadat zijn ouders op 19 mei 1916 in Assen waren getrouwd, hij al 44 jaar oud, zij 35. Ze woonden aan de Marktstraat op nummer 20.
        Andries heeft volgens Avekoth geen broers of zusters.
        Dit klopt van geen kant. In AlleDrenten, de database van het Drents Archief, is vrij simpel de gezinskaart van de familie Lezer op te roepen, met scans van de originele kaart. En daar staat ze: Aaltje Saartje, de dochter van Levie en Betje, geboren op 22 mei 1917. Zij is nota bene twee jaar eerder dan haar broer Andries geboren, maar kennelijk in de genealogische krochten van Avekoth zoekgeraakt.
        Moeder Betje overlijdt jong, op 1 november 1928, op 48-jarige leeftijd. Haar kinderen zijn nog pas 11 en 9 jaar oud. Levie staat er als vader en weduwnaar alleen voor.

Asser gelegenheidselftal

Dit is een foto van een Asser gelegenheidselftal voor een toernooi in Groningen in 1937.
Andries Lezer komt erop voor, hij is de tweede van rechts met de zwarte, opstaande kuif.
De foto is afkomstig uit het boek van F.J. Hulst en H.M. Luning, getiteld De Joodse gemeente Assen.
Geschiedenis van een behoorlijke kille, 1740-1976 (2e druk; Assen 1993).

Trots
Eenmaal volwassen vertrekt Aaltje Saartje Lezer naar Dordrecht. Zij huwt er op 31 juli 1942 Max van Huiden (3 januari 1912), één van de twee kinderen van Isidor van Huiden en Cornelia Cohen. Hun andere kind is Johanna Rachel (‘Annie’), geboren op 11 juli 1925. Isidor van Huiden is in Dordrecht bekend komen te staan als een standvastige wethouder, die, óók tegenover de jodenhatende Duitse bezetter, trots uitkwam voor zijn joodse afkomst, zie verhaal 32 op deze site.
        Behalve politicus was Isidor van Huiden ook ondernemer. Hij dreef op de Voorstraat 180 het Kledingmagazijn Van Huiden, een winkel voor confectie, modeartikelen, hoeden en petten. Zijn gezin woonde boven de winkel. Verderop, op nummer 112, zou zijn zoon Max zich zelfstandig vestigen nadat hij eenmaal met Aaltje was getrouwd.
        De oorlog was uitgebroken en de galm van de Holocaust begon ook in Nederland indringender hoorbaar te worden. Op 9 november 1942 slaagde de Sicherheitspolizei uit Rotterdam erin, geholpen door de vlijtige jodenjagers van de Dordtse politie, om bij een razzia tien joden tegelijk in te rekenen. Onder hen bevonden zich alle Van Huidens: Isidor, Cornelia, Johanna, Max en de aangetrouwde Aaltje.
        Maar elders in Dordrecht zaten nóg twee verwanten, en dat wordt hier voor het eerst geopenbaard: Levie Lezer, de vader van Aaltje, bleek Assen te hebben verruild voor Dordrecht, en Andries, de broer van Aaltje, eveneens. Op zich was al in bescheiden mate bekend dat Andries in Dordrecht is gearresteerd, maar niet dat deze Lezer in direct verband staat tot Aaltje van Huiden. En geenszins was duidelijk geworden dat hun beider vader zich in Dordrecht ophield.

hoekwoning aan het begin van de Voorstraat

Dit is de hoekwoning aan het begin van de Voorstraat,
waar Andries Lezer tijdens de vlucht werd betrapt door SD-agenten.
Foto Redactie Website

Sperre
De gezinsleden Van Huiden hebben zich allen uit de concentratiekampen weten te houden. Volgens Johanna Bezemer-van Huiden, die nog altijd leeft, was dat deels te danken aan de Sperre, de vrijstelling voor deportatie die haar vader kreeg. Maar een Sperre garandeerde je allerminst een zorgeloos bestaan, alle Van Huidens moesten nog altijd onderduiken, daarover straks.
        Andries Lezer was het geluk niet beschoren om het einde van de oorlog te halen, integendeel. Hij hield zich verstopt, zoals in het voorgaande verhaal wordt geschetst, bij de familie Van der Wagt op de Voorstraat 400 rood (nu 454). Hij werd in de nacht van 25 op 26 oktober 1943 bij een nachtelijke inval ontdekt, opgepakt en vervolgens afgevoerd, en zo in feite de aanstaande dood ingedreven. Deze volgde op 31 maart 1944 in Auschwitz.
        Vele decennia later kwam de gasdood van Andries Lezer geregistreerd te staan op de herdenkingswebsite Joods Monument. Op een persoonspagina aan hem gewijd staat die vermelding: dat hij een gezin had gesticht en dat een verwant de oorlog heeft overleefd.

woning aan de Camphuijzenstraat 12

In deze woning aan de Camphuijzenstraat 12 (nu: 20)
zat Levie Lezer ondergedoken in de oorlog.
Foto Redactie Website

        Er staat daar inmiddels nog wat meer, toegevoegd door bezoekers. Dat Andries in zijn jeugd speelde bij de voetbalvereniging Achilles in Assen. Zijn naam wordt daarom, samen met die van zeven andere omgebrachte joodse clubleden, genoemd op een monument dat is geplaatst op het sportcomplex van deze vereniging aan de Marsdijk. [Curieus is alleen dat Andries op de plaquette op de zwerfkei vermeld staat als ‘A. Lezer sr.’ – vanwaar dat senior?*]
        Minder raadselachtig is zijn vermelding op het gedenkteken, een rechthoekige plaquette van zwarte natuursteen, dat de voormalige Rijks HBS aan de Beilerstraat in Assen heeft laten maken. Op deze plaat staan de namen van 44 oorlogsslachtoffers, onder de tekst: ‘Voor onze doden uit de oorlogsjaren 1940 – 1945’. Het gedenkteken bevond zich aanvankelijk in de vestibule van deze school. Sinds december 2013 hangt het in de entree van het gebouw Quintus van het Dr. Nassau College, gevestigd aan de Mr. Groen van Prinstererlaan in Assen.
        Hier staat Andries Lezer met de correcte persoonsgegevens op: 3 april 1919. Maar vóór hem staat die andere Andries Lezer die, zo bleek bij research, soms voor verwarring zorgde: dezelfde naam, dezelfde geboorteplaats, maar een afwijkende geboortedatum, namelijk 5 juli 1919. Ook deze Andries werd in Auschwitz vergast, zij het eerder, op 30 september 1942.

gedenkplaat voor de leerlingen en docenten die tijdens de oorlogsjaren waren omgekomen

Na de oorlog liet de Rijks HBS in Assen een gedenkplaat maken voor de leerlingen en docenten die tijdens de oorlogsjaren waren omgekomen. De plaquette vermeldt tweemaal Andries Lezer, de ene geboren in juli 1919, de andere in mei 1919.
Foto Nationaal Comité 4 en 5 mei

Max van Huiden

Deze foto toont deze foto Max van Huiden, de echtgenoot van Levie Lezer’s dochter Aaltje.
Levie heeft na de oorlog lang bij het gezin van Max ingewoond.
Op de foto houdt Max van Huiden, directeur van Kledingmagazijn Van Huiden, in de hal van station Dordrecht
een bordje omhoog met de naam Dvora Meiri, een meisje dat deel uitmaakt van een groep scholieren uit Tel Aviv,
die de 4-daagse van Nijmegen heeft gelopen. Dvora Meiri zou bij de familie Van Huiden logeren.
Foto RAD (nr. 552_323186)

Woonkaart
En dan was er in Dordrecht nog Levie Lezer. Bij alle zoekwerk kwam plotseling zijn naam bovendrijven, via de website Dordtenazoeker. Deze site geeft onder veel meer, inzicht in de woonkaarten van Dordtse ingezetenen. Levie duikt op 6 juni 1946 op op het adres Dubbeldamseweg 33 rood (nu: 43). Bij zijn vorige adres staat ‘VOW’, wat betekent Vertrokken Onbekend Waarheen. Dit duidt doorgaans op onderduiken. Maar waar hield Levie Lezer zich schuil? In Dordrecht of een andere gemeente in Nederland? Zou dit nog te achterhalen zijn?
        Nu treedt Doris van Huiden naar voren. Hij is de zoon van Max van Huiden en Aaltje Lezer, geboren 23 december 1951. Hij had een zus, Elly, maar deze is overleden. Doris, woonachtig te Amstelveen, beaamt dat, ja inderdaad, zijn opa Levie tijdens de oorlog in Dordrecht ondergedoken heeft gezeten. Om precies te zijn bij de familie Eichhorn aan de Camphuijzenstraat 12 (nu: 20). Bankwerker Teunis Eichhorn woonde hier, al vanaf augustus 1935, met zijn vrouw Pietje Bouman.
        Na de oorlog, zo valt via de Dordtenazoeker te traceren, verbleef Levie op diverse adressen in Dordrecht. Eerst dus tot 1 oktober 1946 op de Dubbeldamseweg 33 rood. Hier woonde de al genoemde Annie van Huiden, met haar ouders Isidor en Cornelia (‘Cor’). Daarna verbleef Levie, tot 9 juni 1948, in de Lange Breestraat 2a, en vervolgens, tot 30 september 1957, in de Lodewijkstraat 26. Hier, zo vertelt Doris, woonde hij weer in bij het inmiddels verhuisde gezin Van Huiden. Toen dit gezin naar de Van Baerlestraat 102 (nu: 106) vertrok, ging Levie mee.
        Op 17 maart 1959 stopte het inwonen, kennelijk was de oude Levie Lezer te behoeftig geworden. Hij werd opgenomen in het Gemeentelijke Verpleeghuis aan de Vest 72, een opgeheven inrichting voor gebrekkige bejaarden. Levie Lezer overleed op 4 april 1959, 86 jaar oud. Hij is begraven op de joodse begraafplaats van Assen.
        In zijn laatste levensjaren heeft hij, met andere woorden, zich omringd geweten door familieleden. Maar gold dat ook voor Andries, zijn zoon? Heeft hij in de korte tijd dat hij in Dordrecht ondergedoken zat, zijn zus Aaltje of zijn vader kunnen opzoeken?

 Levie Lezer overleed in april 1959 in Dordrecht, maar hij is begraven op de joodse begraafplaats in zijn voormalige woonplaats Assen, bij zijn echtgenote Betje de Vries

Levie Lezer overleed in april 1959 in Dordrecht, maar hij is begraven op de joodse begraafplaats in zijn voormalige woonplaats Assen, bij zijn echtgenote Betje de Vries.
Foto Het Stenen Graf

Terug naar Assen
Doris van Huiden veronderstelt voorzichtig van wel. Hij denkt dat Andries, de oom die hij nooit heeft gekend, “naar Dordrecht is getrokken toen zijn zus naar de stad kwam om er met Max te trouwen. Maar ik ben er niet zeker van.” Stelliger is hij over de huwelijksstatus van Andries Lezer, ook wel André genoemd, zelf: die was er niet. “Andries was niet getrouwd.”
        Annie van Huiden, de 90 gepasseerd in het Dubbeldamse bejaardencentrum ‘Dubbelmonde’, kan iets meer details verschaffen. Zowel Levie als Andries kwam pas in de oorlog naar Dordrecht, niet ervoor. Zijn zus Aaltje trouwde in juli 1942; het kan zijn dat Andries haar daarvoor en daarna heeft ontmoet. Hij woonde in Den Haag, waar hij, denkt Annie, als ambtenaar werkte. “Ik heb hem niet gekend. Ik was vijftien aan het begin van de oorlog.”
        Maar veel kan de omgang niet hebben voorgesteld, want steeds dwingender werd de noodzaak om onder te duiken. En dat hebben de betrokkenen allemaal op verschillende adressen moeten doen.
        Annie somt ze op: zijzelf zat in Den Haag, Utrecht, Driebergen (“Bij een stokoude mejuffrouw Van der Meij, samen met mijn ouders”) en ten slotte in een klein huisje in Zeist, óók weer met haar ouders, tot de bevrijding.
        Levie kon zich verstoppen, zoals haar neef Doris al had verteld, bij de Eichhorns. “Na de oorlog gingen wij veel met hem om.”

Aaltje ('Ali') van Huiden, de dochter van Levie Lezer, met haar man Max en dochter Elly

Aaltje ('Ali') van Huiden, de dochter van Levie Lezer, met haar man Max en dochter Elly.
Foto Familiebezit

        En Aaltje, Andries’ zus, verborg zich in Assen, is Annie’s verrassende mededeling. Aaltje was teruggekeerd naar haar geboortestad, in gezelschap van haar man Max. Andries was, met andere woorden, voor zijn zus naar Dordrecht gekomen, zij dook onder in Assen, waar zij beiden vandaan kwamen. Veel omgang zal er in Dordrecht daarom niet zijn geweest, andere zorgen waren groter.
        En Andries zelf, zegt zowel Annie als Doris, zat in de onderduiktijd op de Blekersdijk. Maar dat klopt dus niet. Tot hun verbazing vernemen zij van de redactie van deze website dat Andries in werkelijkheid elders in Dordrecht, op de Voorstraat, is gearresteerd. De Blekersdijk was blijkbaar zijn voorgaande onderduikplek.
        Hoe dit ook allemaal zij, Andries was in Dordrecht niet zo eenzaam als de persoonspagina op Joods Monument suggereert. Hij heeft zich op z’n minst in de nabijheid van zijn familie geweten. Het valt te hopen dat dit hem een beetje troostte toen hij in Auschwitz de gaskamer binnenliep.

Driemaal opa Levie Lezer, na de oorlog

Driemaal opa Levie Lezer, na de oorlog. Op de ene foto zit hij met zijn kleinzoon Isidore (‘Doris’) op schoot, begin jaren vijftig. Op een andere zit hij ergens op een stoel, waar is onbekend. En op de derde is hij op het huwelijksfeest van Annie Bezemer-van Huiden. Naast hem zit ene Fietje Aalte.
Foto’s uit het familiealbum

* Dat senior heeft te met “een van de meest ingewikkelde Asser raadsels”, legt de lokale historicus Jan Ridderbos uit, en dat is het bestaan van twee Andries-sen Lezer. Zoals hiervoor al is aangeduid, zijn beiden in hetzelfde jaar geboren: 1919. “Om hen te onderscheiden”, vertelt Ridderbos, “krijgt de eerstgeborene, hoe jong hij ook is, de aanduiding senior, en de andere de aanduiding junior.” Het gaat in dit geval dus niet om een vader en een zoon die dezelfde naam hebben. De Andries Lezer over wie dit artikel gaat, is de eerstgeborene, vandaar dat senior achter zijn naam op het gedenkteken.

[De Redactie Community van het Digitaal Monument tekent bij dit verhaal aan dat zij met de woorden 'Gezin Andries Lezer' niet aangeeft dat Andries "een gezin heeft gesticht, maar dat hij onderdeel uitmaakt van een huishouden dat op dat adres woonachtig was". De redactie vindt ook niet dat de pagina over Andries suggereert dat hij in Dordrecht eenzaam was. Dat klopt, maar die bepaalde suggestie wil het artikel ook helemaal niet wekken. ]


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'