Het voorbije joodse dordrecht

Twee joodse Dordtse kinderen en
de toekomst die ze niet kregen

Corn. van Beverenstraat 19 rood

Van Sara Frank is geen persoonsfoto gevonden, noch van Bertram
of andere leden van de familie Frank. Deze foto toont het pand aan de
Corn. van Beverenstraat 19 rood (nu: 27), waarin Sara in haar Dordtse tijd woonde, van december 1935 tot september 1939. Sara’s kamer was op de bovenverdieping van het huis (links van de fietsen).
Foto Redactie Website

Toen Bertram en Sara Frank in Dordrecht aankwamen − hij als 13-jarige in 1933, zij als 13-jarige in 1935 −, konden ze nog zorgeloos vooruitblikken. Ze waren allebei jong. Er viel voor hen nog een hele toekomst te veroveren.
        Misschien droomden ze van een avontuurlijk leven, wie weet. Maar het heeft niet zo mogen zijn. De Duitsers sloegen hun verwachtingen aan diggelen. Groot, onzegbaar kwaad kwam ervoor in de plaats.
        Vader Frank stierf nog een natuurlijke dood, in maart 1940, net voordat Nederland zou worden ingelijfd. Maar moeder Frank, Sara zelf en ook haar andere broer, Maurits, ontkwamen niet aan de vernietigingsdrang van de bezetter − die redeneerde: joden detoneren, de joden moeten weg.
        Bertram bleek aan het eind van de oorlog als enige de Holocaust te hebben doorstaan. Hij was er nog. Hij kreeg en nam de kans om zijn leven nog decennialang te vervolgen. Maar op familie kon hij niet meer terugvallen. Zou voor hem de oorlog ooit werkelijk voorbijgegaan zijn?
        Dit verhaal gaat over twee kinderen die in de jaren dertig argeloos Dordrecht betraden. Het verhaal is kort, noodgedwongen: van de leden van het gezin Frank is aan biografische gegevens bitter weinig overgebleven − net als van hun levens.

Weeskinderendijk 37

Bertram woonde, gedurende twee periodes, in Dordrecht op vier verschillende adressen, van oktober 1933 tot september 1939. Zijn laatste adres was Weeskinderendijk 37 (nu: ook 37), op de foto de woning links.
Foto Redactie Website

Kantoorbediende
Simon raakte verliefd op Lena, of andersom, en zo begon het. Simon, geboren in Klundert op 28 augustus 1866, trouwde op 7 juli 1916 met Lena Hamme, geboren in Gouda, op 9 september 1879. Het gebeurde in Den Haag, waar kantoorbediende Simon al vanaf 2 januari 1906 woonde, en waar Lena zich op 10 mei 1916, komend uit Rotterdam, bij hem had gevoegd. Hun beider leven was al behoorlijk gevorderd. Simon naderde de 40; Lena, die zonder beroep was, had de 36 al overschreden.
        Nog op de dag van de bruiloft betrok het echtpaar een woning aan de Elandstraat 12. En in Den Haag werd ook hun eerste zoon geboren, een klein jaar later, op 9 mei 1917. Maurits noemden ze hem. Na twee jaar verhuisde het gezin naar Willemstad, op 16 augustus 1919. Het nieuwe adres werd de Landpoortstraat B 100. Simon was weer terug in Brabant.
        Een jaar later kondigde zich het tweede kind aan: Bertram. Hij kwam er ter wereld op 24 september 1920 − niet in Willemstad, maar in Breda, waarschijnlijk omdat zich daar het dichtstbijzijnde ziekenhuis bevond. Nog eens twee jaar later, maar nu in Willemstad, verscheen het derde kind van Simon en Lena: Sara Lena, op 8 januari 1922. Meer kinderen kwamen er niet.
        In het grote burgerlijke-standsboek van Willemstad, digitaal in te zien via de website van het Westbrabants Archief, komt bij alle gezinsleden in de kolom ‘Kerkgenootschap’ het woord ‘Isr.’ te staan. Ze zijn door en door joods, en kwamen daar gewoon voor uit, zoals ook katholieken en protestanten dat met hun geloof deden. Maar de Franks zullen niet hebben beseft, dat zij met dat woord ‘Isr.’ gebrandmerkt waren.

 samenstelling van het gezin Frank in 1919

De samenstelling van het gezin Frank in 1919, zoals genoteerd in het burgerlijke-standsboek van Willemstad:
vader, moeder, twee zonen, een dochter en een tijdelijk inwonende neef Louis.
Foto Westbrabants Archief

School
Grote stap voorwaarts, naar 1933.
        Bertram, het middelste kind, belt op 30 oktober 1933 aan bij een woning aan het Steegoversloot 55 (later 69, en gesloopt), midden in de Dordtse binnenstad. Hij is nog een kind, 13 jaar oud pas. Wat hij op deze jonge leeftijd zo ver van Willemstad verwijderd in Dordrecht kwam doen, is niet bekend. Maar de reden zal een vanzelfsprekende zijn: middelbaar onderwijs. En op dat adres bevond zich zijn huurkamer of er woonden kennissen van zijn ouders.
        Bertram blijft in Dordrecht tot 5 maart 1937. Hij verhuist een keer, op 5 september 1935 naar Paul Krugerstraat 12 (nu nog: 12), maar vertrekt in 1937 naar Willemstad, terug naar Landpoortstraat B 100. Hij is nu bijna 17. In 1938 verlaat hij het ouderlijk huis alweer en vestigt zich opnieuw in Dordrecht, op 21 mei 1938, in de Amerstraat op nummer 11 (11). Volgens de persoonskaart in het Dordtse archief is hij inmiddels winkelbediende geworden.
        Later dat jaar, op 7 december 1938, verkiest Bertram een andere woning in Dordrecht, nu aan de Weeskinderendijk 37 (37), direct achter het rangeerterrein van de spoorwegen. Op zijn kaart wordt zijn oorspronkelijke beroep doorgestreept en vervangen door: incasseerder bij de NV De Vereenigde Goederenhandel. Bertram Frank houdt het tot 30 september 1939 in Dordrecht uit. Hierna verkast hij opnieuw, naar Vlissingen, naar de Beursstraat 35.
        Bij elkaar is hij vier jaar en zeven maanden import-Dordtenaar geweest.

woonkaart van Bertram

De woonkaart van Bertram, met al zijn verhuisbewegingen.
Foto RAD


Bertram gaan naar Dordrecht, in oktober 1933

Bertram gaan naar Dordrecht, in oktober 1933. Zijn eerste adres is Steegoversloot 44 (nu: 69, inmiddels gesloopt). Op 6 maart 1937 bericht deDordrechtsche Courant dat hij van zijn nieuwe adres aan de Paul Krugerstraat naar Willemstad gaat, naar zijn ouders. In mei 1938 is Bertram weer terug in Dordrecht en blijft daar tot eind september 1939.
Foto Regionaal Archief Dorderecht (RAD)

Secretaresse
Zijn zusje Sara vergaat het net zo. Ook zij arriveert erg jong in Dordrecht, op 11 december 1935, als 13-jarige. Mogelijk geldt ook voor haar dat zij alleen in Dordrecht een middelbare school kon volgen. Sara gaat aan de rand van de binnenstad wonen, aan de Cornelis van Beverenstraat 19 rood (nu: 27), op de bovenverdieping. Van dit adres staat vast dat er regelmatig kamers worden verhuurd aan joodse vrouwen, zie verhaal 82 en verhaal 109.
        In het Dordtse adresboek van 1938 komt mejuffrouw S. Frank voor. Ze blijkt secretaresse te zijn van de Joodsche Jeugdvereniging ‘Tseïré-Jehoedah’.
        Bijna vier jaar na aankomst gaat Sara weg uit Dordrecht, op 6 september 1939, als 17-jarige. Ook zij zoekt, net als Bertram destijds, het ouderlijk huis in Willemstad weer op.
        Het huis lijkt wel een duiventil; de kinderen vliegen uit en keren weer. Maurits bijvoorbeeld, de oudste zoon, is landbouwknecht geworden en vertrekt op zeker moment naar het Gelderse Brummen. Maar op 20 april 1937 trekt hij weer bij zijn ouders in, zij het voor slechts enkele maanden. Op 20 december 1937 gaat hij terug naar Gelderland, naar Voorst.
        Uiteindelijk blijft de familie Frank Willemstad niet trouw. Vader Simon komt er nog te overlijden, op 4 maart 1940, op de gezegende leeftijd van 73 jaar. Maar de overgebleven familieleden zwermen daarna uit.
        Sara gaat naar Amsterdam. Haar moeder en broer Maurits gaan naar Vlissingen, naar de stad waar Bertram zich al bevindt. Ze gaan er bij elkaar wonen, vanaf 20 juli 1940, op het adres Arbeidstraat 24. Bertram, die, even daarvoor, op 18 april was verhuisd van de Beursstraat naar Dam 3, voegt zich die dag bij hen.
        Ondertussen was in Nederland de oorlog uitgebroken. De jodenhaat stak de grens over. Zonder dat te weten zou voor twee van de drie Franks Arbeidstraat 24 het laatste woonadres worden.

woonkaart van Sara

De woonkaart van Sara, die Dordrecht voor het eerst betrad op 11 december 1935, ook als 13-jarige.
Foto RAD


advertentie voor een net meisje

Terwijl Sara in september 1939 naar Amsterdam vertrekt om de verpleegstersopleiding te volgen, vestigt Bertram zich die maand in Vlissingen. In 1940 komt ook zijn moeder Lena naar deze stad, bericht de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) op 9 augustus, en ten slotte ook broer Maurits. Ze gaan ze bij elkaar wonen in de Arbeidstraat op nummer 24. In de PZC van 6 mei 1941 plaatst het gezin Frank een advertentie voor een net meisje. Blijkbaar voelen ze zich als joden nog onbedreigd.
Foto Zeeuws Archief

Bertram gaat naar Amsterdam

Bertram gaat naar Amsterdam, meldt de PZC op 24.9.1942. Alle Zeeuwse joden zijn gemaand naar deze stad te gaan. Vandaar worden ze vervoerd naar kamp Westerbork en de vernietigingskampen. Bertram weet evenwel de oorlog te overleven, niet bekend is hoe en waar.
Foto Zeeuws Archief

Net meisje
Aanvankelijk vermoedde de familie nog niet hoe wreed de Duitsers zich tegen de joden zouden keren.
         In de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) van 6 mei 1941 plaatsten de Franks nog in alle onschuld een kleine advertentie, waarin ze om een net meisje vroegen “voor dag en nacht, in klein gezin, netjes kunnende werken”.
        Maar dan nadert 24 maart 1942, die fatale dag waarop alle Zeeuwse joden in één haal uit hun provincie worden verdreven, eerst naar Amsterdam, de centrale distributiestad, en vandaar naar Westerbork en de vernietigingskampen.
        Maurits negeert de oproep. Hij vertrekt de dag ervoor, de 23ste, met onbekende bestemming. De Commissaris van Politie plaatst verontwaardigd een bericht in het Algemeen Politieblad, nr. 13, van april 1942. Hij verzoekt om dringende opsporing van Maurits Frank, van wie het signalement luidt: “Lengte ong. 1,70 m, normaal postuur, bleeke gelaatskleur, enigszins krullend, donkerblond achterovergekamd haar; vermoedelijk gekleed met bruine overjas en dito vilten hoed.”
        Ze hebben hem gevonden. Wie, hoe, waar en na hoeveel tijd; het is niet geboekstaafd. Maar op 31 maart 1944 doofde het leven van Maurits in Auschwitz, in de gaskamer, op 26-jarige leeftijd.
        Lena, zijn moeder, was een jaar eerder al vermoord. Zij eindigde in Sobibor, op 9 april 1943, 63 jaar oud.
        Sara, de enige dochter, had zich gaandeweg ontwikkeld tot leerling-verpleegster. Zij woonde in Amsterdam, in de Valeriusstraat 24 II, maar zij trad op 1 januari 1942 in dienst van de joodse psychiatrische inrichting ‘Het Apeldoornsche Bos’. Haar was een net zo ontluisterend lot beschoren.

Vrachtwagen
In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werd dit gesticht volledig ontruimd door de nazi’s, die de honderden patiënten en tientallen personeelsleden in vrachtwagens en veewagons linea recta naar Auschwitz afvoerden. Sara’s leven werd er op 5 februari gesmoord. Ze was pas 21 jaar. Acht jaar nadat zij ongetwijfeld hoopvol gestemd Dordrecht was ingelopen, werd deze jonge vrouw in de verbrandingsoven tot as teruggebracht.
        Bertram bleef in leven. Hoe hem dat is gelukt, en waar hij zich heeft schuilgehouden, is nergens terug te vinden.
        Op zijn naoorlogse persoonskaart, opgevraagd bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag, staat alleen dat hij op 21 juli 1942 in Amsterdam opdook, en er onderdak vond aan de Plantage Badlaan op nummer 8 I. Zijn vertrek uit Vlissingen, uit de woning aan de Arbeidstraat, werd pas in de PZC van 24 september 1942 opgemerkt. In een lang bericht, getiteld ‘Loop der bevolking’, staat hij tussen tientallen namen van “vertrokken personen”.
        Hoogstwaarschijnlijk heeft Bertram zich verstopt gehouden in Zeeland. Want de CBK-kaart vermeldt dat hij op 31 januari 1945 in het huwelijk trad met Aartje Davidse, roepnaam Saar, in Oost- en West-Souburg. Op dat tijdstip was zuidelijk Nederland al bevrijd, namelijk in het najaar van 1944. Bertram moet zijn onderduikplek dus in ieder geval in Zuid-Nederland hebben gehad, anders had hij niet in het openbaar kunnen trouwen.
        Met zijn vrouw Aartje, geboren in O&W Souburg op 28 november 1921, betrok Bertram op 11 juli 1945 een pand aan de Nieuwstraat 56 in Vlissingen. Met andere woorden: Bertram bleef in Zeeland, blijkbaar zijn houvast. Als Brabander verzeeuwste hij.

moeder Lena verlaat Vlissingen

Ook moeder Lena verlaat Vlissingen, aldus de PZC op 5.8.1942. Zij wordt vergast in Auschwitz.

Kind
Schaars als de informatie over de familie Frank al is over hun wederwaardigheden vóór en tíjdens de oorlog, nog magerder valt zij uit over de naoorlogse tijd.
        De CBG-kaart laat zien dat het echtpaar Frank op 25 mei 1947 een kind kreeg, het eerste en het enige: Johanna. En dat het op 13 oktober van datzelfde jaar in Vlissingen verhuisde van de Nieuwstraat naar de Nijverheidstraat 27 (nu: 55). Bertram kreeg een andere baan; hij werd filiaalchef. Bij welke firma wordt op de kaart niet vermeld, maar enige indicatie is misschien dat een B. Frank uit Vlissingen, volgens de PZC van 15.11.1952, in Utrecht is geslaagd voor het vakexamen detailhandel in meubel.
        Krantenbanken afspeurend komt er niet bijster veel aanvullende documentatie tevoorschijn. In het Zeeuwsch Dagblad van 25 juli 1945 biedt Frank, nog vanuit de Nieuwstraat 56, ter ruiling rijglaarzen (maat 40-41) en werkschoenen (maat 41-42) aan. En in de PZC van 28 januari 1955 is tijdens een propaganda-avond van het instituut ‘Steun Wettig Gezag’ in het Vlissingse gebouw Scheldekwartier sprake van “conferences van de heer B. Frank”.
        De bijeenkomst wordt bijgewoond door honderden vrijwilligers van SWG, reservisten. Behalve als conferencier trad Frank er ook op als acteur. Hij vertolkte op de planken een middeleeuws liefdesdrama, en de krant meldt dat “in het bijzonder de heren Frank en Kikkert, die met assistentie van de dames Frank en Kuiper, een goede beurt maakten”. Ook de Scheldebode doet op 11 februari 1955 verslag van deze propaganda-avond, en noemt eveneens conferencier B. Frank, die “het publiek vermaakte met enkele geestige verhaaltjes”.
        Maar is dit wel de bewuste Bertram Frank? Het valt niet te checken.

Op het monument in Middelburg dat de omgebrachte joden van Zeeland herdenkt, staan vier leden van het gezin Frank: Lena, Maurits, Bertram en Sara Lena

Op het monument in Middelburg dat de omgebrachte joden van Zeeland herdenkt,
staan vier leden van het gezin Frank: Lena, Maurits, Bertram en Sara Lena.
Maar de vermelding van Bertram is een vergissing: hij heeft de Holocaust overleefd.
Foto’s Redactie Website

Op het monument in Middelburg dat de omgebrachte joden van Zeeland herdenkt, staan vier leden van het gezin Frank: Lena, Maurits, Bertram en Sara Lena Bertram Frank overlijdt op 14 december 1989 in Goes

Bertram Frank overlijdt op 14 december 1989 in Goes. Dit is de overlijdensadvertentie uit de PZC van 19 december. Zijn vrouw Aartje (‘Saar’) woont in Vlissingen, zijn dochter Johanna (‘Hannie’) blijkt verhuisd naar Engeland.
Foto Zeeuws Archief


verslag in de PZC van 28.1.1955 van een propaganda-avond in Vlissingen

Een verslag in de PZC van 28.1.1955 van een propaganda-avond in Vlissingen van ‘Steun Wettig Gezag’. Is conferencier B. Frank de overlevende Bertram Frank?
Foto Zeeuws Archief

Monument
In Middelburg worden de omgebrachte familieleden van Bertram herdacht op een gedenkteken. Dit monument − een betonnen zuil met davidster, geflankeerd door twee grote plaquettes − staat op de joodse begraafplaats aan de Walensingel.
        Op de platen staat in het Nederlands en Hebreeuws deze tekst: “Ter nagedachtenis aan hen, wier namen hier zijn vermeld, de joden van Zeeland, kinderen van ons volk, die in de jaren 1940 – 1945 door de vijand meedogenloos weggerukt en omgebracht werden, omdat zij waren van joodse stam. Mogen hun zielen rusten in des almachtigen schaduw.”
        72 slachtoffers worden genoemd, onder wie vier Franks: L. Frank, M. Frank, B. Frank en S.L. Frank. Deze voorletters komen overeen met Lena, Maurits, Bertram en Sara Lena Frank. Maar Bertram is niet om het leven gebracht; hij overleefde juist. Een fout?
        Marianne Gossije, secretaris van de Zeeuwse werkgroep Stolpersteine en deswege een ingewijde in Zeeuws-joods Holocaust-leed, sluit onzorgvuldigheid niet uit. “Van het monument klopt weinig”, zegt ze desgevraagd. “Het is vlak na de oorlog opgericht. Men wist toen nog nauwelijks iets. Er ontbreken heel veel mensen.”
        De werkgroep is doende een secuur overzicht te maken van alle joden die uit Zeeland zijn gedeporteerd en niet meer terugkeerden, om ze, in de stoep bij hun voormalige woning, met een herdenkingssteentje te kunnen eren. Op die manier komen hun namen terug waar ze thuishoren.

Engeland
Bertram Frank, de spaarzame overlevende, is op 14 december 1989 in Goes overleden, aldus de CBG-kaart. Hij is 69 jaar geworden en begraven op de Noorder Begraafplaats in zijn woonplaats Vlissingen, in graf 11, nummer 150. In de PZC van 19 december stond de overlijdensadvertentie. “Heden hebben wij afscheid genomen van onze lieve man, zorgzame papa en opa.” De advertentie was ondertekend door Saar uit Vlissingen; dit is zijn vrouw Aartje. En verder door Hannie en Michael, plus Michael en Simon, wonend in het Engelse Nunthorpe. Dit is dochter Johanna, met haar man en twee kinderen.
        Johanna is dus de Noordzee overgestoken. En haar moeder, Aartje, is meegegaan, zo blijkt. Gevraagd aan de gemeente Vlissingen, aan de afdeling Beheer Leefomgeving (die gaat over de begraafplaatsen), of zij ons in contact brengen met nabestaanden, laat medewerkster Naomie Westerbeke dit weten: “De weduwe van de heer Frank is in het verleden geëmigreerd naar Groot-Brittannië. Om die reden kunnen wij geen gegevens meer achterhalen van eventuele nabestaanden.”

bruiloft van Johanna Frank en Michael Coates

De aankondiging, in de PZC van 15.9.1971, van de bruiloft van Johanna Frank en Michael Coates.
Foto Krantenbank Zeeland

De Vergetelheid
Andermaal speurend in de Zeeuwse krantenbank en in Britse databanken, komen echter enkele aanvullende publieke persoonsgegevens tevoorschijn.
        Het blijkt dat dochter Johanna (‘Hannie’) op 24 september 1971 in het stadhuis van Vlissingen is getrouwd met Michael Ernest Coates (juni 1945), afkomstig uit Norton on Tees, aldus een advertentie in de PZC. Als toekomstig adres werd daarin genoemd: 17 Cunningham Drive, Thornaby. Daar zijn ook hun twee kinderen geboren: Michael Bertam (juli 1972) en Simon (september 1973). Zeker tweemaal is het gezin Coates daarna verhuisd, in 1980 naar Levenside, Stokesley, Middlesbrough, vervolgens naar 95 Chestnut Drive, Marton, Middlesbrough. Maar de basis was en bleef aldoor: Noord-Yorkshire.
        Verder valt uit de databanken af te leiden dat Aartje metterdaad is meegegaan naar Noord-Engeland, en zelfs inwoonde bij haar dochter. Johanna en haar echtgenoot hebben, in elk geval tot mei 2007, als secretaresse en directeur hebben gewerkt bij The Tailor & Co UK Ltd, een in 2010 opgeheven firma in Darlington. De zonen Michael en Simon zijn directeuren geweest van de in 2005 beëindigde onderneming Coates Couture Limited in Northallerton. Michael junior is nu, sinds augustus 2015, directeur van een naaimachinebedrijf in Nunthorpe. Hannie Frank en Michael Coates zijn ondertussen zestigers.
        Aartje Davidse is op 28 augustus 2012 overleden, zo deelt het CBG desgevraagd mee. Zij is 90 jaar oud geworden. Haar dochter en kleinkinderen, de Coateses, leven voort in Noord-Engeland. De Franks uit Nederland raken langzaam maar zeker omarmd door de vertegelheid.

(M.m.v. Erica van Dooremalen)

 

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'