Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse kleuterjuf C.S. Fonteijn
blijkt verhuisd naar Amsterdam

vader en moeder Joseph en Esther en Corry Fonteijn

In het Dordtse gemeentearchief bevinden zich op de naam van Fonteijn aan de Cornelis van Beverenstraat twee foto's, gemaakt op 29 november 1935 door de Dordtse fotograaf H.G. Beerman. Bij de ene staat als toelichting slechts; Ouders.
Dat zijn vanzelfsprekend de vader en moeder van Corry Fonteijn, Joseph en Esther.
Bij de andere foto, ook van Beerman, maar gemaakt op 19 juli 1939, staat niets.
Maar dit is onloochenbaar mejuffrouw Corry Fonteijn. In 1939 was haar zus Rosa al uit het ouderlijk huis vertrokken.
Het gezicht op de foto komt ook overeen met de foto verderop in dit verhaal, van Corry Fonteijn op latere leeftijd.
Foto's RAD (nrs. 309_29953 en 309_25669).

Als Cor Prins in zijn boek Terugblik op Dordrecht in de jaren dertig tot vijftig geen kleine anekdote aan haar had gewijd, zou mejuffrouw C.S. Fonteijn volkomen vergeten zijn geraakt – als bezinksel weggezakt.
        Mr. Cornelis Prins (Dordrecht, 6 januari 1933), nog altijd werkzaam als belastingadviseur, schreef in 2013 veertien regels over zijn voormalige kleuterjuffrouw. Daarin rakelt hij 9 mei 1945 op, de dag dat Dordrechts burgemeester J. Bleeker feestelijk in zijn functie werd hersteld. Twee jaar eerder was hij tijdens de bezetting uit zijn ambt ontzet door de nazi’s.
        Toen Bleeker na de plechtigheid op het Stadhuisplein een toespraak hield, tegenover massaal toegestroomde Dordtenaren, was de 12-jarige Cor Prins erbij, samen met zijn moeder.
        En dan beschrijft hij dit voorval: “Opeens zag ik voor mij mijn kleuterjuf Fonteijn staan. Ze was Jodin en had de oorlog overleefd. Ik zei het tegen mijn moeder en tikte mijn vroegere juf op haar schouder. Ze draaide zich om en zonder aarzelen zei ze: ‘Dag Cor’. Ongelooflijk dat zij mij na zes jaar nog herkende! Ze vertelde dat ze vier jaar ondergedoken was geweest.”
        Met deze anekdote haalde Cor Prins mejuffrouw Fonteijn terug in de herinnering. Door haar naam te noemen, bracht hij haar bestaan weer aan het licht.
        Maar wat was haar en haar familie nu precies overkomen in de oorlog? Bij wie had zij ondergedoken gezeten? En waar is ze eigenlijk gebleven? Want twee jaar na de ontmoeting met Cor Prins op dat overvolle plein, was Dordrecht haar kwijt, stond al snel vast. Maar waar ging ze heen?
        Op zoek naar de verdwenen juf, een verslag.

geboorteregister van de gemeente Breda

Een pagina uit het geboorteregister van de gemeente Breda, met de correcte spelling van haar naam:
Corry Sellina Fonteijn.
Foto Redactie Website


Corry Fonteijn is geslaagd voor de akte voorbereidend onderwijs

Corry Fonteijn is geslaagd voor de akte voorbereidend onderwijs,
een bericht uit De Telegraaf van 27 juni 1935.

Naam
Haar achternaam wordt dikwijls als Fonteyn geschreven, met een ygrek, en haar voornaam als Corine. Maar in het bevolkingsregister van de gemeente Breda staat toch echt dat zij Fonteijn heet, en dat de letter C.S. staan voor: Corry Sellina. Het is in deze Brabantse stad dat zij is geboren, op 28 december 1913, ‘des voormiddags ten acht ure’. Twee dagen later liet haar vader, de 45-jarige Joseph Fonteijn (Middelburg, 23 november 1868), haar registreren, vermeldend dat zijne echtgenoote Esther Stranders is. Zij is aanmerkelijk jonger, 28 jaar, want geboren op 16 december 1884, in Charlois bij Rotterdam.
        Corry was niet hun eerste kind. Aan haar ging Rosa vooraf. Zij kwam een jaar eerder ter wereld, ook in Breda, op 12 september 1912. Het jaar dáárvoor waren Esther en Joseph, die van oorsprong onderwijzer was, getrouwd, in Breda, alhoewel de echtelieden elkaar in Rotterdam hadden leren kennen. Zijn nieuwe beroep zal hem naar Breda geleid hebben: handelsreiziger, koopman.
        Moeder Esther is zonder beroep. Volgens het levensverhaal dat Corry in 2005 zal vertellen, was ze zeer kunstzinnig en intelligent. Ze had volgens haar dochter vele studiecapaciteiten, maar de kosten van een studie konden niet worden opgebracht: ze kwam uit een gezin van zes kinderen.

Cornelis van Beverenstraat 19 rood

Dit is het pand (met de oplopende stoep) waarin de familie Fonteijn
in haar Dordtse tijd woonde, aan de Cornelis van Beverenstraat 19
rood (nu 27). Zij bewoonde het bovenhuis.
Foto Redactie Website

Dordrecht
In 1925, Corry is twaalf, verhuist het gezin naar Dordrecht, eerst naar de Levensverzekeringstraat 30, de tegenwoordige Rozenhof. Tien jaar later, op 30 april 1935, betrekken de Fonteijns een woning dichter bij de binnenstad, aan de Cornelis van Beverenstraat 19 rood
(nu: 27).
        Bij Corry Fonteijn gaat zich al vrij jong aftekenen wat haar leven zal kenmerken: lesgeven. Heel haar leven lang zal zij zich exclusief toeleggen op onderwijs, bovenal aan kinderen op de kleuterschool.
        Wonend in Dordrecht reist Corry volhardend zeven jaar achtereen, zes dagen per week, heen en weer naar de kweekschool in Rotterdam, om daar haar studie te volgen. Ze maakte ontzettend lange uren en gunde zichzelf geen dag vakantie. Door dat harde werken en studeren slaagde ze, zoals blijkt uit een bericht in De Telegraaf van 27 juni 1935. In Den Haag, waar ze de studie afsloot met een staatsexamen, behaalde ze het diploma voorbereidend onderwijs, de A-akte (vijf jaar) en de Hoofdakte (twee jaar).
        Haar stage speelde zich af in Dordrecht. Deze was behoorlijk zwaar en onbezoldigd, meldt ze in haar levensverhaal, maar ook uiterst leerzaam. Al dit voorwerk kneedde haar voor het leven, vond ze.
        Haar zus Rosa sloeg een andere richting in. Ze werd gediplomeerd verpleegster. Ze verhuisde in december 1938 naar Rotterdam om er in een joods ziekenhuis te werken.

brief van burgemeester Bleeker

Corry Fonteijn wordt ontslagen, per 1 maart 1941.
Zij kreeg deze brief van burgemeester Bleeker.
Foto Redactie Website

Ontslag
Hoe lang Corry Fonteijn de joodse kleuters nog heeft kunnen begeleiden, is niet te achterhalen. Maar vaststaat dat zij samen met haar moeder Esther op enig moment onderdook. Esther was inmiddels weduwe. Haar man Joseph overleed op 4 april 1942 thuis, door ziekte, 73 jaar oud.
        Corry’s zus Rosa had in Rotterdam Fritz Jakob Weil (Emmendingen, 5 juni 1909) ontmoet, en trouwde hem. Het echtpaar woonde aan de Cleyburchstraat 1b. Corry heeft deze zwager nooit ontmoet, eenvoudigweg omdat zij toen noodgedwongen ondergedoken zat.
        Rosa en Fritz troffen een afschuwelijk lot. Rosa was enkele maanden zwanger toen zij met haar echtgenoot werd gedeporteerd. Onderweg, in Kamp Westerbork, werd een dochtertje geboren, Edith, op 17 augustus 1943. Deze baby, nog geen zeven maanden oud, werd op 6 maart 1944, samen met haar moeder, vergast in Auschwitz. Fritz werd doodgemarteld in het Extern Kommando Gusen, een bij- en werkkamp van het concentratiekamp Mauthausen, hij overleed op 3 maart 1945.
        Waar Corry en haar moeder zich verstopten, bleef lang onopgehelderd. Maar half 2015 bracht Rudy Polak uit Amstelveen klaarheid. Polak is een oud-leerling van Corry Fonteijn; hij wordt verderop nader geïntroduceerd.
        Zij verbleven, weet Polak, bij de familie van L.J.M. Klaus aan de Riedijk 5 (nu: 7) in Dordrecht. Dit gezin bestond uit drie zonen en twee dochters. Klaus beoefende vele beroepen, zo blijkt uit de woonkaart. Hij exploiteerde een wasserij, was timmerman en metselaar en dreef een handel in bouwmaterialen, misschien wel samen met zijn zoons.
        Corry en Esther zaten volgens Polak twee jaar en zeven maanden bij hen ondergedoken, wat terugrekenend impliceert dat de onderduik ongeveer is begonnen in oktober 1942. Zelf heeft Corry niets over deze periode geschreven. In haar levensverhaal springt ze in één zin over van voor naar na de oorlog.
        Met haar moeder vond ze na de oorlog een nieuw onderkomen, op de Viottakade 73 in Dordrecht. Ze bleven er van 23 mei 1945 tot 22 november 1945. Hierna verhuisden ze naar de Krispijnseweg 191 zwart (nu: 237), eveneens in Dordrecht.

Corry Fonteijn en de joodse Fröbelschool in Dordrecht en overlijden Joseph Fonteijn

Tijdelijk kan Corry Fonteijn nog even de joodse Fröbelschool in Dordrecht leiden,
vanaf 16 januari 1942, een bericht uit
Het Joodsche Weekblad van 27 februari 1942.

 

Op 4 april 1942 overlijdt Joseph Fonteijn,
73 jaar oud, een bericht uit
Het Joodsche Weekblad van 10 april 1942.


Hier zaten Corry samen met haar moeder ondergedoken aan de Riedijk 5

Dit is het pand waarin Corry zich samen met haar moeder
2 jaar en zeven maanden ondergedoken zaten,
aan de Riedijk 5 (nu: 7), bij de familie Klaus.
Foto Redactie Website

Weer in genade
Na die oorlog werd Corry Fonteijn weer in genade genomen door hetzelfde gemeentebestuur dat haar indertijd ontsloeg. De aanstellingsbrief is te vinden in het Regionaal Archief Dordrecht. Op 7 december 1945 schrijven B&W haar dat zij “den datum van Uwe infunctietreding”, als hoofd der Gemeentebewaarschool nr. 4, hebben bepaald op 1 januari 1946. Deze school staat aan het Kromhout 104, in de binnenstad.
        Zij was trots op deze baan. In haar levensbeschrijving meldt ze dat zij uit heel veel sollicitaties was uitverkozen. En al snel zat zij in allerlei commissies voor het kleuter-, lager en hoger onderwijs. Daar vloeide een belangrijke opdracht uit voort: haar werd gevraagd om 22 scholen aan te sturen en er een nieuwe vorm van onderwijs te introduceren: het moderne, zogeheten vrije-arbeidssysteem in plaats van het klassikaal onderwijs. Wekelijks overlegde ze met de wethouder van onderwijs.
        Volgens haarzelf is het aan “deze boeiende en succesvolle tijd” te danken dat Corry Fonteijn vervolgens werd gevraagd om voor het Joods Bijzonder Onderwijs in Amsterdam te komen werken. Ze stemde van harte toe. Op 35-jarige leeftijd verliet zij Dordrecht. Haar moeder zou haar jaren later volgen. Esther trok op 19 februari 1952 weg uit Dordrecht om zich te vestigen in Amsterdam, op de Amstelveenseweg 852 huis. Zij overlijdt op 1 februari 1980, 95 jaar oud.


Na de oorlog wordt Corry Fonteijn weer in genade en indienst genomen

Na de oorlog wordt Corry Fonteijn weer in genade en indienst genomen door de gemeente, getuige deze brief.
Foto Redactie Website


Corry Fonteijn als kleuterjuffrouw bij de joodse kleuterschool Rosj Pina

In februari 1952 verlaat Corry Fonteijn Dordrecht, om in Amsterdam, om bij de joodse kleuterschool Rosj Pina als kleuterjuffrouw te gaan werken, gedurende 27 jaar. Dit krantenbericht uit het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 14 november 1969 noemt haar als hoofdleidster.
Foto Delpher

Een niet al te scherpe foto uit het jubileumboek van Rosj Pina,
van een kleuterklas in de jaren vijftig.
De juffrouw achteraan in lichte jurk is Corry Fonteijn.
Foto Rosj Pina


brief van burgemeester Bleeker

Mejuffrouw Fonteijn op latere leeftijd, in haar Amsterdamse woning.
Foto Collectie Rudy Polak

Rosj Pina
Op 1 mei 1948 trad Corry Fonteijn in Amsterdamse dienst, als hoofd van de kleuterschool ‘Gan Simcha’, onderdeel van de joodse basisschool Rosj Pina, indertijd zetelend in de Van Ostadestraat. Ze blijft er liefst 27 jaar; het dienstverband eindigde op 1 februari 1976.
        In 1949, een jaar na haar aanstelling, kwam Rudy Polak bij haar op school, als 4-jarige peuter. “Ik zat niet bij haar in de klas, maar haar aanwezigheid was voor alle leerlingen merkbaar.” In 2005, 56 jaar later, is het diezelfde Rudy Polak die voor leerlingen van Rosj Pina uit de 5de en 6de klas uit het schooljaar 1956/1957 een grootse reünie organiseert. Corine, zoals hij haar noemt, is er bij aanwezig. Deelnemers uit tien landen weet Polak naar Amsterdam te lokken, en bij deze indrukwekkende inzet blijft het niet.
        Uit de reünie ontstond zijn boek Vier je 60e verjaardag met Rosj Pina. Daarin zijn van alle betrokkenen bij de reünie de levensverhalen opgenomen. Dit zijn in totaal 84 verhalen geworden, 68 van leerlingen en 16 van leraren, onder wie Corry Fonteijn. Al die personen, allen in 1944/’45 of net na de oorlog geboren, heeft Rudy Polak zelf “over de hele wereld opgespoord en geïnterviewd”, een stil makende prestatie.
        Maar met dit boek, dat bij hem te bestellen is, is zijn omgang met mejuffrouw Fonteijn nog niet beëindigd. Rudy Polak fungeert na de reünie als haar bewindvoerder. Zijn kleuterjuf was Alzheimer-patiënte geworden. Ze sterft op hoge leeftijd, op 29 april 2013, 99 jaar oud, in het joodse verzorgingshuis Beth Shalom te Amstelveen. “Ze toonde daar haar zachte karakter, iedereen was ‘een lieverd’ of ‘een schat’.”

Corry Fonteijn overlijdt op 29 april 2013, 99 jaar oud

Corry Fonteijn, door oud-leerlingen Corine genoemd,
overlijdt op 29 april 2013, 99 jaar oud. Deze advertentie
stond in het schoolblad van Rosj Pina.
Foto Redactie Website

Schat
Haar dood grijpt een oud-leerlinge hevig aan.
        Op haar website, Fenny’s Blog, noemt ene Fenny haar kleuterjuf een “geweldige vrouw, een absolute schat die door alle kinderen op handen werd gedragen en voor de rest van het leven in de harten werd opgenomen”.
        Zij haalt een herinnering op aan die reünie, toen de 92-jarige mejuffrouw Fonteijn, “een frêle oude vrouw van hooguit 45 kg en 1.50 meter groot”, een gedicht voordroeg uit haar eigen dichtbundel, ‘Aanzoek’ getiteld. Het ging over een kleine, ondeugende jongen die zijn juf toevertrouwt dat hij met haar wil gaan trouwen.
        Zij stond daar in een haag van oud-leerlingen, nu zestigers van gemiddeld 90 kg en 1.80 groot, en zij genoot intens van “haar kinderen”, weet Fenny nog. Ze was gekleed in haar sjieke outfit die dateerde uit de jaren dertig van de vorige eeuw. De rest van de pakweg zestig mannen en vrouwen die om haar heen stonden, keken geëmotioneerd naar de grond of stonden zachtjes te huilen.
        Rudy Polak kan het alleen maar beamen: Corry Fonteijn was als een moeder voor alle kinderen. Haar schetsend zegt hij: “Corine was een persoon die zeer intelligent was, bijzonder kunstzinnig: schilderen, borduren en poëzie, ze had een uitgesproken liefde voor alles wat met kinderen, dieren en natuur te maken had. Zij kon niet tegen onrecht en jaloezie. Als ze dat bij iemand waarnam, werd ze gelijk opstandig. Ze was zeer prettig en onderhoudend in de omgang, en zat altijd vol verhalen. Never a dull moment.”

Heel haar leven was ze kleuterjuf, heel haar leven is ze mejuffrouw gebleven, een ongetrouwde vrouw. Niet dat ze geen liefde heeft gekend, integendeel. Tegen Polak vertelde ze dat ze vaak verliefd is geweest, en zelfs 25 jaar met een joodse journalist een bevriende relatie heeft gehad. Maar ze heeft nooit willen trouwen. Ze wijdde zich aan de kinderen die ze zelf niet had.

        Voor die kinderen heeft ze zeker niet voor niets geleefd.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'