Het voorbije joodse dordrecht

De vergeefse zoektocht naar Bobby Zadoks

Bobby Zadoks

Joodse scholieren uit Dordrecht tijdens een schoolreisje naar Scheveningen, in 1931. Rechts onderaan zit Barend Zadoks. Is hij de zoekgeraakte Bobby? De overigen zijn: (staande v.l.n.r.) Karel Meijer, Tobie den Hartoch, Sophia de Liver, rabbijn Dasberg, Herman Hartog, Elie van Beugen en Meijer Levisson. Gehurkt v.l.n.r. Betty Meijer, Simon de Jong, Louis Leviticus, Jaap de Liver en Barend Zadoks.
Foto: Regionaal Archief Dordrecht (nr. 552-304724).

Een derde (en laatste) gedicht dat C. Buddingh’ schreef over een joodse stadsgenoot, te weten zijn klasgenoot Bobby Zadoks, veroorzaakt een raadsel. Een klein mysterie dat ondanks verwoed archiefonderzoek ook niet opgehelderd kan worden. Vooral geheimzinnig blijft tot dusverre alleen al de naam zelf: wie is toch in vredesnaam die Bobby Zadoks?

Harde slotzin
Toen Kees Buddingh’ eind jaren zeventig het autobiografische sonnet ‘Steegoversloot’ publiceerde, zullen de lezers de kale feiten in dat gedicht voor kennisgeving hebben aangenomen. Buddingh’ beschrijft hoe hij op een dag bij de ouders van zijn joodse klasgenootje Bobby Zadoks op bezoek was, in hun winkeltje aan het Steegoversloot. En in een ontregelende, harde slotzin veronderstelt hij: “Jullie zullen allemaal wel zijn vergast.”
         Waarom zou een lezer twijfelen aan deze gegevens, deels topografisch, deels persoonlijk van aard? Je gelooft Buddingh’ immers op zijn woord; per slot van rekening heeft hij Bobby gekend. En zo’n tragische dood verzin je toch niet?
         De redactie van deze website werd door het gedicht daarom voor een raadsel gesteld. Want op de lange lijsten met namen van Dordtse oorlogsslachtoffers viel nergens een Bobby Zadoks te traceren. Zelfs aangenomen dat Bobby een roepnaam is, werd geen Zadoks ontdekt die van dezelfde leeftijd als Buddingh’(1918-1985) was. En hoe dieper de redactie in stads- en genealogische archieven dook, hoe raadselachtiger het gedicht werd. Nergens ook viel namelijk aan het Steegoversloot een winkeltje van de familie Zadoks te vinden.

Kees Buddingh'

Kees Buddingh’ als jong jochie, samen met zijn oudere broer en zus, in 1937, op 19-jarige leeftijd.
Foto: RAD (nr. 309-27138).

         En dan is die zin, die Buddingh’ apart, helemaal onderaan het gedicht, had geplaatst, in een afwijkend lettertype: ‘Voor de bewoners van no. 58’. Wat voor boodschap zat daarin verborgen? Na het bestuderen van de woonkaarten van het Steegoversloot, kon alleen dit worden geconcludeerd: op dat adres heeft, of het nu no. 58 is van voor de omnummering in de jaren vijftig of erna, geen familie Zadoks gewoond. Er is dus, met andere woorden, geen verband vast te stellen tussen dit huisnummer en Bobby Zadoks.

Commissionair
Hetzelfde onderzoek leerde wel dat op nummer 8 vanaf 1921 een familie Zadoks gehuisvest is geweest, bestaande uit geboren Dordtenaar Abraham Zadoks (1868), zijn Tielse vrouw Cato Emanuel (1874) en hun Dordtse kinderen Philip (1901), Emanuel (1909) en Jenny (1905). Maar Abraham was van beroep commissionair in effecten, niet bepaald een beroep dat een winkeltje vereist. Bovendien zijn hun kinderen beduidend ouder dan de Bobby die bij Buddingh’ in de klas zat.
         Voor de oorlog, in mei 1938, verhuisden vader en moeder Zadoks trouwens al naar de Plantage Prinsenlaan 13 in Amsterdam; hun kroost zwierf uit over Leipzig, Groningen en Amsterdam. Tijdens de oorlog zijn alle gezinsleden vermoord: Abraham, Cato en kantoorbediende Jenny in 1943 in Sobibor, elektrotechnicus Philip in april 1945 in het Wüstegiersdorf. Alleen Emanuel heeft de oorlog overleefd.
         Aan deze Zadoks refereerde Buddingh’ kortom duidelijk niet. Hoe nu verder?

Voorstraat 128 in 1935

Rechts naast de fietser: de drogisterij van Henri Zadoks op de Voorstraat 128 in 1935. Verder op nummer 126 de sigarenzaakzaak van Langendoen en op nummer 124, met zonnekap, banketbakkerij De Graaf.
Foto: RAD (nr. 555-12609).

Vruchteloos
Stug werd doorgezocht. Buddingh’ is te zeer een achtenswaardige dichter en schrijver om het droeve lot van Bobby bij elkaar gefantaseerd te hebben. Dit raadsel móet oplosbaar zijn, redeneerde de redactie.
         Verschillende Buddingh’-kenners werden benaderd; dat was vruchteloos. Buddingh’-biograaf Wim Huijser reageerde verbaasd over de bevindingen van de redactie. “Ik heb het sonnet ‘Steegoversloot’ meermalen op die plek voorgelezen tijdens Buddingh’-wandelingen,” mailde hij. Nu Bobby Zadoks niet op het Steegoversloot gelokaliseerd kon worden, was er voor Huijser een ‘biografisch gegeven’ “onderuit gegaan”.
         Gezocht werd hierna in het schoolarchief. Kees Buddingh’ heeft eerst een jaar op de Openbare Lagere School (Gemeenteschool) aan het Kasperspad gezeten, hielp Huijser, daarna ging hij naar de bijzondere Lagere School (School Stek). Het Dordtse archief beschikt alleen over de paperassen van School Stek, maar helaas: noch Buddingh’ noch Zadoks komt erin voor.
         Een kleine noodgreep werd nu toegepast: een oproep in het Nieuw Israëlitisch Weekblad, voor joodse kwesties het meest geëigende orgaan. Wie was Bobby Zadoks in werkelijkheid, van welke familie stamt hij af? luidden de vragen.

Drogist
Hierop kwam een handjevol reacties, die alle in dezelfde richting wezen, zij het een andere dan kon worden vermoed.
         José Martin, collectie-medewerkster van Kamp Westerbork, suggereerde bijvoorbeeld voorzichtig dat Bobby “waarschijnlijk” Barend Zadoks is, de zoon van drogist Henri Zadoks en Sara Zadoks-Paërl. Hetzelfde meende Judith Marseille, dochter van de bejaarde Dordtse Paula Marseille-Hofman. “Volgens mij is Bobby dezelfde persoon als Barend Zadoks”, schreef ze.
         Voor de zekerheid zou zij het haar 85-jarige moeder, opgegroeid en weer woonachtig in Dordt, en dier oudere zus, Miep Mensen-Hofman, nog vragen. De uitkomst: “Zij kunnen zich de broers Zadoks nog van gezicht herinneren, maar kunnen helaas geen opheldering verschaffen over de precieze voornaam van Bobby of Barend.”
         En hier stokt de zoektocht.

Kees Buddingh'

Kees Buddingh’ met poes, omstreeks 1980: Verruilde hij misschien de Voorstraat voor het Steegoversloot?
Foto: Collectie Wim Huijser

Om de hoek
Weliswaar is Barend Zadoks als Bobby een goede kanshebber. Ook hij is namelijk in 1918 geboren, hij mag dus als een leeftijdgenoot van Buddingh’ worden beschouwd. Die broer die de zusters Marseille noemden, is overigens Philip Izak Zadoks, geboren in 1923. Wat ook overeenkomt, is dat de hele familie is vermoord: vader Henri (Dordrecht 1877), zijn echtgenote Sara (Amsterdam, 1889) en hun twee zonen op verschillende data, in Auschwitz en Blechhammer.
         Maar wat behoorlijk afwijkt van Buddingh’s gedicht is de straat: de drogisterij van deze familie Zadoks bevond zich op de Voorstraat 128 (thans: 164). Nu is dat, ruim genomen, op de hoek met het Steegoversloot, maar dit maakt het gedicht niet verklaarbaar. Buddingh’ was een oer-Dordtenaar, die de Voorstraat heus niet verwart met het Steegoversloot. Hij heeft daarnaast jaren in het Teekengenootschap Pictura, aan de Voorstraat 190-192, een atelier gehad. In de straten zal hij zich heus niet hebben vergist.
         Heeft hij dan misschien de plaats van het winkeltje, kind als hij was ten tijde van zijn vriendschap met Bobby, slecht onthouden? Of heeft hij zich een dichterlijke vrijheid veroorloofd, in die zin dat Steegoversloot beter ‘klinkt’ dan Voorstraat? En is Bobby de roepnaam van Barend?
         De redactie komt er niet uit. Niemand heeft een sluitend bewijs kunnen leveren. Maar wellicht komen er via deze website nieuwe reacties, die de kwestie overtuigend afronden. Tot slot is hier het bewuste gedicht:

 

Steegoversloot
Kindertijd, rijk van grotten en spelonken.
’k Zat met jou, Bobby Zadoks, in de klas.
Jij was een jood. Maar wist ik wat een jood was?
Jij zat toch naast mij in dezelfde klas?

Een keer ben ’k bij je thuis geweest. Ik was
tien toen, of elf. Ik werd er vreemd bekeken.
Ik vond het er ook raar. De lucht vooral.
Alsof de ramen er altijd dicht bleven.

’t Was maar een korte vriendschap. Jong zijn is
vooral aftasten. En jij bleef toen ook
zitten, geloof ik. Laatst liep ’k weer een keer

over ’t Steegoversloot en dacht: ‘Hé, hier
was ’t winkeltje waar Bobby Zadoks woonde.’
Jullie zullen allemaal wel zijn vergast.

Voor de bewoners van no. 58

Het raadsel is ontsluierd. In het Dordtse archief is een brief uit december 1988 aangetroffen van de Rotterdamse F. Snieder-de Liver. Zij somt daarin de juiste namen op van personen op een foto die staat op pagina 92 van het boek 'De verdwenen Mediene van Dordrecht'. Mevrouw Snieder, van oorsprong een Dordtse (zie verhaal nummer 29), schrijft dat Barend Zadoks als bijnaam 'Bobbie' had. De veronderstelling dat Kees Buddingh' met Barend Bobby bedoelde, is dus een correcte. Blijft de vraag waarom hij Barend op het Steegoversloot situeert, terwijl Barend met zijn familie op de Voorstraat woonde. Maar dit nevenraadseltje zal waarschijnlijk wel onopgelost blijven.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'