Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse Dina Dasberg redde door
koppigheid leven Clara Asscher

Dina Dasberg in 1895

Dina Dasberg in 1905

Dina Dasberg op twee leeftijden.
Boven een foto uit 1895, toen haar man
al rabbijn van Dordrecht was.
Onder een portret van tien jaar later, in 1905.
Foto's RAD (nrs. 552_303496 en 552_305172)

Samuel en Dina Dasberg zijn 25 jaar getrouwd

Samuel en Dina Dasberg zijn 25 jaar getrouwd, een advertentie uit het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 30 juli 1920.
Foto Delpher

Dina Dasberg-de Vries, de echtgenote van de Dordtse rabbijn Samuel Dasberg, heeft door onverzettelijkheid het leven gered van Clara Asscher-Pinkhof – de schrijfster van Sterrekinderen, het ijselijke, bekroonde boek over de lijdensweg van joodse kinderen.
        Dat Clara Asscher op het allerlaatste moment in het concentratiekamp Bergen-Belsen nog werd toegevoegd aan een groep joden die in Palestina zouden worden uitgeruild tegen Duitse krijgsgevangenen, is bekend. Maar aan wie zij dat eigenlijk te danken had, kan hier nu worden ontraadseld: aan Dina Dasberg, de moeder van de zeven Dordtse kinderen Dasberg.
        Dina Dasberg weigerde koppig om mee te gaan met de gereedstaande, uitverkozen joden. Daardoor kwam er, enkele minuten voor vertrek, een plaats vrij voor Clara Asscher.
Deze levensreddende actie, dit belangwekkende feit, wordt beschreven worden in de biografie die de historica dr. Marion E.P. de Ras eind oktober 2016 heeft gepubliceerd, onder de titel Lea Dasberg, historica en pedagoog: hovenier in het hof der historie (uitgeverij AMB, Diemen).
        Clara Asscher-Pinkhof heeft als gevolg van Dina’s principiële houding niet alleen nog een lang, volwaardig leven kunnen leiden. Ook kon zij hierdoor, veilig aangekomen in ël, haar boek ‘Sterrekinderen’ voltooien – dat vervolgens een ontsteld, internationaal lezerspubliek bereikte.
        Ook Dina Dasberg overleefde de oorlog, in tegenstelling tot twee van haar zes overgebleven kinderen. Inmiddels zijn de beide betrokken vrouwen overleden, Dina in 1956, Clara in 1984.
        Dit verhaal brengt de redding-op-het-nippertje in kaart.

Opperrabbijn
        De voorgeschiedenis. Over Samuel en Dina Dasberg is elders op deze website een uitgebreid artikel geplaatst, zie verhaal 26. Daarom worden hier alleen de relevante gegevens nog even kort genoemd.
        Samuel Dasberg (Rotterdam, 1872) was al ver voor de oorlog overleden, in 1933, op 61-jarige leeftijd. Enkele dagen ervoor had hij in de Amsterdamse RAI mee gedemonstreerd tegen het opkomend nazisme. Misschien hebben de emoties zijn dood wel veroorzaakt. Dina bleef alleen achter in de ambtswoning van de joodse gemeenschap, die aan de Varkenmarkt tegenover de synagoge was gelegen.
        Zeven kinderen had het echtpaar gekregen in Dordrecht, waar Samuel op 31 augustus 1894 als rabbijn was aangesteld. De eerste, Jette Geertruida (1896) overleed al na enkele jaren, in 1900. De overigen leefden allen nog bij het overlijden van hun vader. Het betrof één dochter (Rosette, 1897) en vijf zonen: Manuel (1899), Isaac (1900), Simon (1902), Eliazar (1900) en Nathan (1907).
         Toen de oorlog uitbrak, hadden deze telgen Dasberg soms alweer eigen gezinnen gesticht. Zoals Isaac, de arts die op 18 augustus 1927 trouwde met Bertha Nijstadt (Lochem, 1894). Drie kinderen kregen zij, onder wie de voornoemde Lea. Of zoals Simon, die zich aan zijn vader had gespiegeld. Hij was de opperrabbijn van Groningen. Hij trad in 1929 in het huwelijk met Isabella Franck, en bracht samen met haar vier kinderen voort.

afscheidsreceptie in het Dordtse hotel Ponsen�voor Samuel Dasberg

Dit is een uitsnede van een groepsfoto die is gemaakt in 1932, tijdens de afscheidsreceptie in
het Dordtse hotel Ponsen voor Samuel Dasberg, die om gezondheidsredenen vertrok als rabbijn.
Vooraan in het midden zitten Samuel en Dina. Een jaar later stierf hij.
Foto RAD (nr. 552_303494)

Tweeling
Clara Pinkhof werd op 25 oktober 1896 in Amsterdam geboren, als vierde van een gezin van acht kinderen. Nadat zij de kweekschool had afgemaakt, werkte ze een jaar als onderwijzeres in Deil in de Betuwe. Daarna ging ze in haar geboortestad lesgeven op een joodse school, aldus een biografie over haar op Wikipedia, de internetencyclopedie.
         Clara kreeg net als Dina de Vries verkering met een rabbijn: Abraham Asscher. Zij trouwden op 3 april 1919. Asscher werd in 1919 opperrabbijn van Groningen. Welbeschouwd was hij een voorganger van Simon Dasberg (1931-1943). Het echtpaar vormde in Groningen een gezin met zes kinderen: een tweeling (Elie en Menachem), twee zoons (Jitschak en Meier) en twee dochters (Roza en Fieke).
         Kort na de geboorte van Fieke moest Abraham Asscher, ernstig ziek geworden, in Zwitserland een operatie ondergaan. Hij overleed. Nu stond Clara stond er, net als Dina, alleen voor.
         Zij bleef in Groningen wonen. Ze verdiende volgens Wikipedia de kost door cursussen en lezingen te geven en door het publiceren van kinderverhalen en boeken. Haar bibliografie omvatte vòòr de Tweede Wereldoorlog al 17 publicaties, beginnend in 1918 met Joodsche Kinderliedjes, in hetzelfde jaar gevolgd door Van twee joodsche vragertjes.
         In 1939 emigreert haar oudste dochter Roza naar Palestina, om “er te gaan werken als verpleegster”. Dit zal nog een cruciale ontwikkeling blijken te zijn.

Clara Asscher poseert hier in kamp Westerbork met een kind

Een foto die werd aangetroffen in de collectie van het
Holocaust Museum in Washington. Clara Asscher poseert hier
in kamp Westerbork met een kind, in 1941 of 1942.
Foto USHMM

Terug
De oorlog overspoelt Nederland. Clara Asscher bevindt zich weer in thuisstad Amsterdam, samen met haar dochter Fieke. Zij gaat werken als lerares aan de Industrieschool voor Joodse meisjes. De tweeling woont ook in Amsterdam, als student. De zonen zijn achtergebleven in Groningen.
         Naarmate de joden steeds ferventer en zorgvuldiger in de hoek worden gedreven, duiken de kinderen onder, de een na de ander. Hun moeder blijft volgens Wikipedia echter ‘bovengronds’. Zij helpt in de schoolvakanties met “de opvang van kinderen die in de Hollandsche Schouwburg werden verzameld”, voordat ze via Westerbork op transport worden gesteld naar de vernietigingskampen.
         Op 26 mei 1943 wordt Clara Asscher opgepakt en belandt ze in Westerbork. Op de website van het United States Holocaust Museum is een zeldzame foto te zien van haar, in gezelschap van een anoniem gebleven kind.
         Op 11 januari 1944 volgt wat het slotstuk van haar leven had kunnen worden: deportatie naar Bergen-Belsen, een kamp bij Hannover, een van de grootste van Duitsland.

Certificaat
In datzelfde kamp, waar uiteindelijk meer dan 70.000 mensen omkwamen en werden omgebracht, was ook de Dordtse weduwe Dina Dasberg terechtgekomen. Zij en Clara kenden elkaar vermoedelijk niet. Er zijn althans geen aanwijzingen voor.
        Wat Clara Asscher te wachten stond, wist ze uiteraard niet. Misschien zou ze nog verder weg worden vervoerd, misschien zou ze in koelen bloede worden gedood.
         Clara Asscher hield zich in Bergen-Belsen zolang bezig met het begeleiden van kinderen. Volgens Coen Peppelenbos, hoofdredacteur van het literaire weblog Tzum, gaf zij “er stiekem les”. Zulks had ze ook in Westerbork gedaan, in een barak met weeskinderen. Verder was ze al begonnen aan de eerste twee delen van wat na de oorlog het boek ‘Sterrekinderen’ zou worden. Maar ineens, op een dag, gebeurde er iets wat haar vooruitzichten ingrijpend veranderde: een uitruil. Er daagde weer toekomst.

Clara Asscher 1941

Clara Asscher op oudere leeftijd

Twee portretten van Clara Asscher. Boven de foto die het NIW plaatste op 31 oktober 1941 bij een 'onderhoud' met haar als joodsche schrijfster. Onder een foto van Clara Asscher op oudere leeftijd, die bij vele publicaties over haar is gebruikt.
Foto's Delpher en de joodsebibliotheek.nl)

Geluk
Het voorval wordt in documentatie over leven en werk van Clara Asscher beschreven in licht uiteenlopende versies – in het Nederlands zowel als in het Duits.
        Wikipedia bijvoorbeeld meldt dat zij “het geluk had te behoren tot een groep joden die werd uitgewisseld met een groep Duitse krijgsgevangen”.
        In een toelichting op de Duitse hervertaling van ‘Sterrekinderen’ (‘Sternkinder’) van Mirjam Pressler in 2011 staan wat meer details: “Im Mai 1943 begleitete sie ihre Schüler auf den Weg in das Vernichtingslager Bergen-Belsen, wo sie im Juli 1944 in letzter Minute einer Gruppe von 250 Lagerinsassen zugeteilt wurde, die in einer einmaligen Aktion gegen die gleiche Zahl Gefangener in Palästine ausgetauscht wurde.”
        Een eenmalige actie, in de laatste minuten.
        Op de website Tzum heet het: “Bij een ruil met Duitse krijgsgevangenen mogen 281 joden op transport naar Palestina, mits ze in bezit zijn van een certificaat. Vijf minuten voor vertrek van het transport wordt haar naam (Clara) op de lijst gezet.”
        De cursivering stipt een essentieel gegeven aan. Clara Asscher had jaren eerder al een zogenoemd Palestina-certificaat aangevraagd. “Zij kon dat doen omdat haar dochter daar zat. Als je geen familiebanden had met Palestina, werd je verzoek afgewezen,” vermeldt Peppelenbos op zijn weblog (overigens naar aanleiding van een expositie over de schrijfster in de synagoge van Groningen in mei 2012).

Interessant
Maar hoe kwam Clara op die uitruillijst?
        Dat is bekend geraakt dankzij dr. Marion de Ras. Zij schreef op de site van Tzum naderhand een reactie op Peppelenbos’ recensie, een reactie die nòg weer later werd ontdekt door de redactie van deze Dordtse Stolpersteine-website.
        De Ras deelt Tzum mee dat zij bezig is met de biografie van Lea Dasberg. En, oppert ze, misschien is het “interessant” om dit te weten:
        Aanvankelijk was het Dina Dasberg (‘oma Das’) die op de lijst van om te ruilen gevangenen stond. Maar zij “weigerde” om naar Palestina te gaan, “zonder haar zonen met hun familie”. Daardoor kwam er een plaats vrij, onthult De Ras in de reactie, een plaats die “vijf minuten voor vertrek” aan Clara Asscher werd gegeven. Hiermee was haar leven gered. Maar dit was niet uitsluitend aan Dina’s eigenzinnigheid te danken, ook aan het feit dat zij over dat Palestina-certificaat beschikte.
        Marion de Ras is door ons gevraagd om nadere bijzonderheden. Maar dat hield ze af. Ze schreef dat daartoe de biografie over Lea Dasberg maar moest worden afgewacht. Het boek komt in 2017 uit.

Herenigd
Hoe is het Clara Asscher en Dina Dasberg verder vergaan?
        Clara bereikte volgens Wikipedia “na een lange reis” via Wenen, Bulgarije en Turkije uiteindelijk Palestina, op 10 juli 1944. Daar kon ze worden herenigd met Roza. Zo ze dat wilde, mocht Asscher zich permanent in het land vestigen. Dat heeft ze ook gedaan.
        Ze maakte haar boek ‘Sterrekinderen’ af, dat verscheen in 1946. Volgens een recensie van Biblion, de bibliotheekbespreekdienst, beschrijft zij daarin op “huiveringwekkende” wijze de oorlogsomstandigheden, gezien door de ogen van joodse kinderen. Ze vertelt hoe dezen, voorzien van jodenster, verbaasd en niet-begrijpend ondergaan wat haat mensen kan aandoen.
        Asscher wilde “hun mond” zijn, zijzelf konden niet meer spreken. De meeste van de Sterrekinderen hebben immers de verschrikkingen niet overleefd. Ze stierven een gewelddadige dood.
        In 1962 ontving Clara Asscher de Jugendbuchpreis voor het boek, dat feitelijk een van de vroegste voorbeelden was van jeugdliteratuur over het wrede lot van joodse kinderen. Erich Kästner, de fameuze Duitse auteur (Emil und die Detective), beval de eerste uitgave krachtig aan in het voorwoord. Zijn oordeel luidde: “So wichtig wie das Tagebuch der Anne Frank.”

Vier omslagen van het boek Sterrekinderen van Clara Asscher

Vier omslagen van het boek 'Sterrekinderen', dat Clara Asscher kon voltooien nadat zij veilig in Palestina was aangekomen.
Foto's Redactie Website

Hertrouwd
Na de oorlog kreeg Asscher in flarden te horen wat haar familie was aangedaan. Vijf van haar broers waren vermoord, zo ook haar zonen Menachem (Auschwitz, 23 juli 1942) en Jitschak (Midden-Europa, 28 februari 1945).
        Haar dochter Fieke had de oorlog overleefd en was intussen ook naar Israë1 gekomen. Clara zette zich aan het schrijven van artikelen en sfeerschetsen voor kranten en tijdschriften– werk dat door Fieke werd geïllustreerd.
         In 1947 reisde Asscher naar Nederland, om de mensen te bedanken die haar kinderen en familieleden hadden helpen onderduiken. Weer terug in Israël begon ze kinderverhalen in het Hebreeuws te schrijven. Ze volgde een taalcursus om haar kennis van deze taal te vergroten. Daarna volgde ze een opleiding tot lerares Hebreeuws. In 1966 publiceerde ze haar autobiografie, getiteld Danseres zonder Benen.
         Ze hertrouwde in 1958, met Asher Czaczes, meldt Wikipedia, een huwelijk dat slechts kort duurde, tot 1967. Toen stierf hij. Zij verhuisde hierna naar het bejaardenhuis Beth Joles in Haifa, bedoeld voor mensen van Nederlandse en Duitse afkomst. Tot op hoge leeftijd is ze blijven schrijven en lesgeven. Ze overleed op 25 november 1984, 88 jaar oud.

overlijdensadvertentie voor Dina de Vries

De overlijdensadvertentie voor Dina de Vries, in het NIW van 9 november 1956.
Foto Delpher

Voorgoed
Over het verdere leven van Dina Dasberg zijn weinig openbare gegevens beschikbaar, noch over hoe zij zich in Bergen-Belsen heeft weten te redden. Vaststaat dat zij op 4 november 1956 in Amsterdam is gestorven, op 81-jarige leeftijd.
        Haar twee kinderen Manuel en Simon werden gedood door de Duitsers. Manuel in Auschwitz op 19 november 1943, Simon in hetzelfde Bergen-Belsen, op 24 februari 1945.
        Op haar dochter Rozette na, die in Nederland, in Amsterdam overleed op 6 december 1976, zijn de resterende zonen allen naar Israël getrokken en er voorgoed gebleven. Zij zijn ondertussen allemaal overleden: Isaac in Jeruzalem (1997), Eliazar in Holon (1989) en Nathan in Beerot Yitschak (2010).
        Maar via hun kinderen en kleinkinderen leven de Dasbergen standvastig voort. In Israël alleen al zijn er meer dan honderd nakomelingen van het echtpaar Dasberg.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'