Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse verzetsstrijdster zong op joodse huisconcerten

Diet Kloos-Barendregt

Diet Kloos op jonge leeftijd: ze vervoerde ondergrondse bladen,
maar ook wapens.
Foto: NOS Journaal

De voormalig Dordtse verzetsstrijdster Diet Kloos-Barendregt is in tweeërlei opzicht opzienbarend: zij is een van de weinige Dordtse verzetslieden, zo niet de enige, die nog in leven is. En haar verzetswerk, dat al op haar zestiende aanving, behelsde meer dan onderduikers bijstaan en illegale kranten en wapens verspreiden.
Diet Kloos zong ook als zangeres op concerten bij joodse Dordtenaren.

Liefdesrelatie
In november 2011 stond Diet Kloos nog in het volle licht van de publiciteit, met een tentoonstelling in het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek. De expositie was, behalve aan haar, gewijd aan dichter Paul Celan, een zoon van Duitssprekende joden uit Roemenië, met wie Diet Kloos een korte liefdesrelatie heeft gehad. Gastconservator van de tentoonstelling was onder anderen Pauline Broekema, bekend als verslaggeefster van het NOS Journaal.
         Tegenwoordig mijdt Diet Kloos de openbaarheid. De negentig naderend, woont Diet Kloos niet meer zelfstandig. Zij is opgenomen in een verpleeghuis in Oosterbeek. Naar het schijnt kan zij het volgens een kennis niet meer opbrengen om over de oorlog te praten. “Alles wat zij kwijt wil, heeft zij al doorgegeven.”

         Dat is correct: dankzij de Dordtse stichting Max van Pelt, aan welks documentatiegroep Diet Kloos haar naam had verbonden, kunnen hier behartigenswaardige details verteld worden over de speciale concerten bij en voor joden.

Diet Kloos-Barendregt

Jan Kloos, de doodgeschoten echtgenoot
op wie Diet voor altijd verliefd zou blijven.
Foto: NOS Journaal

Gymnasium
Een korte introductie eerst van Diet Kloos: geboren op 9 mei 1924 aan De la Reijstraat in Dordrecht, zit Dina Barendregt op het lokale gymnasium als de oorlog uitbreekt. Nog pas zestien jaar oud raakt zij betrokken bij het verzet. Zoals Pauline Broekema meldt in een achtergrondverhaal op NOS Nieuws: “De gymnasium-leerlinge gaat langs bij onbekenden, op zoek naar onderduikadressen. Daarna volgt meer hulp aan onderduikers en koerierswerk: vervoer van ondergrondse blaadjes, bonkaarten, blanco persoonsbewijzen.” Ook houdt ze zich bezig met wapentransporten.
         Haar moeder vindt het maar griezelig. “Mijn vader was denk ik wel trots.” Zelf is Diet Kloos nooit bang geweest. “Toen niet en later ook niet.” Het schoolmeisje, vervolgt Broekema, wordt snel volwassen, zoals veel jongeren in het verzet. Broekema illustreert dit met een voorbeeld, van die keer dat Diet in hartje Dordrecht tot haar verbijstering een joodse onderduikster ontdekt, middenin een drukke modezaak. De vrouw valt onmiddellijk op met haar spierwitte, gebleekte haar.
         Diet loopt geschrokken op de vrouw af en sist: “Wat doe jij hier?” De vrouw, die waarschijnlijk ‘gewoon’ eens uit wanhoop aan de vier muren heeft willen ontsnappen, dreigt haarzelf en haar helpers te verraden. “Diet gebiedt haar terug te keren naar het onderduikadres. Het schoolmeisje is een radeloze volwassene de baas en redt meerdere levens”, schrijft Broekema.

Diet Kloos-Barendregt

Diet Kloos op huidige leeftijd: nooit langer slapen dan
1 tot 2 uur per nacht.
Foto: Pauline Broekema

Concertadressen
Als onderdeel van haar verzetswerk treedt Diet Kloos ook op bij concerten in huizen van Dordtse Joden, tenminste: toen dat kennelijk nog veilig was. Zij doet dit “op verzoek van de huisarts Oscar Cahen”, is alles wat het Erfgoedcentrum Diep in Dordrecht, het vroegere stadsarchief, hierover meedeelde in een persbericht over de tentoonstelling in Groesbeek. Pauline Broekema is iets minder summier: “Ze zingt op huisconcerten voor joodse families. Die zitten door de eerste anti-joodse maatregelen al snel zonder werk en geld. De concerten geven hen steun en afleiding.”
         Maar waar en bij wie werden die concerten zoal gehouden? Is daarover nog documentatie beschikbaar?
         De stichting Max van Pelt brengt uitkomst. Zij beschikt over uitgewerkte notities van Diet Kloos zelf, die de concerten enigszins inkleuren. Dat zij daar zong, was nauwelijks verbazingwekkend. Ze was muzikaal, noteert Broekema, en droomde van een toekomst als klassiek zangeres. Wijlen haar man Jan Kloos, met wie ze (tot aan zijn gevangenneming) welgeteld zestien dagen getrouwd is geweest en op wie ze “tot op de dag vandaag verliefd is”, zegt bij de laatste ontmoeting dat hij verwacht dat ze een “heel goede zangeres” probeert te worden.
         Na de oorlog vervult ze zijn wens. In 1946 hervat zij haar zangstudie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, een opleiding die ze al in 1944 was begonnen. Broekema: “Een glanzende zangcarrière volgt na een conservatoriumopleiding.”
                                             
Rehabilitatie
De stichting Max van Pelt, dit ter verduidelijking, heeft als doel te publiceren over verzetsmensen en -groepen in de regio Dordrecht, zowel tijdens als na de Tweede Wereldoorlog. Zij doet daartoe onderzoek en geeft voorlichting. Ook ijvert de stichting voor het rehabiliteren van gemarginaliseerde verzetsmensen, in het bijzonder oorlogsheld Max van Pelt. Ten slotte pleit de stichting voor een breed, onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de gang van zaken in het verzet. Op haar website valt het na te lezen: http://www.verzetinenomdordrecht.nl.
         Bestuurslid Maarten-Jan Leentvaar stelt, op gezag van Diet Kloos, dat de concerten zich voornamelijk afspeelden in de periode maart 1941-begin 1942, “in de grote huizen van welgestelde muzikale joden die over een vleugel beschikten”, en plaats konden bieden aan zo’n dertig betalende luisteraars. De concertbezoekers werd gevraagd een bijdrage te geven voor bijvoorbeeld Bram van Zanten, de solocellist van het Residentie Orkest, die zonder gage ontslagen was. Of voor de violist Roger Spalter, ook om zijn jood-zijn ontslagen, uit de Antwerpse Symphonie. Alle revenuen waren, kortom, voor joodse musici.
         Als concertadres fungeerde de woning van Oscar Cahen (1874), een huisarts en narcotiseur. Hij woonde op Singel 196 (nu: 274), en is in maart 1943 vermoord in Sobibor. Ook werd er gemusiceerd bij de familie Stad, aan de Burgemeester de Raadtsingel 23 (31). Vader en moeder Stad hebben de oorlog overleefd, hun dochter Mathilda (1916) is, evenals haar man Abraham Sons (1912) gedood, in Auschwitz en Seibersdorf.
         Bij de familie Cohen, aan de Toulonselaan 7 (nu nog: 7), konden ook concerten worden beluisterd. Van dit gezin hebben alle leden, de ouders zowel als hun twee kinderen, de oorlog overleefd. Nog een concertadres was op de Oranjelaan, bij de autohandelaar Van den Berg. Over hem en de zijnen is verder niets bekend. Zo nu en dan werd er verder geconcerteerd bij de familie Benedictus (Wijnstraat) en mevrouw Jo Schaafsma, die aan de Singel, vlakbij de Noordendijk, woonde.

Diet Kloos-Barendregt

Het huis waar Diet in haar Dordtse tijd woonde:
De La Reijstraat 6 (huidig nummer), met witte deur.

Verhoren
Diet Kloos heeft ook vastgelegd welke joodse onderduikers zij in Dordrecht heeft kunnen onderbrengen. Ter wille van de lokale geschiedschrijving worden zij hier vermeld. Georges en Lotte Spalter-Wolf krijgt zij ‘verstopt’ bij het “niet meer zo jonge echtpaar” Venverloo, aan de Oranjelaan 44 (nu: 292). Drie lange jaren duurde deze onderduik, die succesvol was: de Spalters wisten de oorlog te overleven, ondanks “de strenge verhoren” die Diet Kloos moest ondergaan in haar gevangenistijd, van begin december 1944 tot eind januari 1945.
         Het echtpaar Del Canho-van Beugen wist zij te huisvesten bij mevrouw P. de Visser-van den Nieuwenhuizen, aan de Reeweg, “tegenover de toenmalige drogisterij van de dames Vermaat en Gort”, weet Diet nog. “In de buurt” van de Reeweg zaten ten slotte nog twee oude dames ondergedoken, oma Seelig en oma Löwenstein. Een van hen is daar overleden en ’s nachts “door de ondergrondse” in een tuin nabij begraven.
         Diet Kloos leerde haar Jan in 1944 kennen. Hij was actief in een knok- en spionageploeg in Dordrecht. Ze werden hopeloos verliefd en trouwden op 22 november van dat jaar. In de nacht van 8 op 9 december worden ze gearresteerd door de politie. Ze worden overgebracht naar de gevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht, en zes weken lang verhoord. Haar man wordt in haar aanwezigheid gemarteld. Kort voordat hij wordt afgevoerd naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam, zien ze elkaar nog even. Broekema: “De aanblik van Jan is smartelijk. Zijn schedel kaal, zijn gezicht ongeschoren en helemaal blauw geslagen.”
         Diet Kloos wordt vrijgelaten in Utrecht. Ze rijdt naar Amsterdam om bij de gevangenis hun herkenningsmelodietje te fluiten, rond de tijd dat de gevangenen worden gelucht. “Er komt geen reactie.” Op 30 januari 1945 wordt Jan Kloos geëxecuteerd aan de Amsteldijk. Zijn vrouw ontvangt nog een laatste brief. Daarin spoort hij haar liefdevol aan om alles uit het leven te halen en vooral: om te zingen. En de herinnering aan hem mag zeker geen belemmering zijn voor een andere man, meent hij.
        
Zelfmoord       
Ernstig ondervoed en sterk vermagerd haalt de weduwe Diet Kloos ondergedoken de oorlog. Op vakantie in Parijs leert ze in 1949 de dichter Paul Celan kennen, wiens ouders door de nazi’s zijn vermoord. Hijzelf heeft in een werkkamp ternauwernood aan de dood kunnen ontsnappen.
         Hun oorlogservaringen binden hen. Er ontstaat een liefdesrelatie, die onder meer tot uitdrukking komt, zo meldt het erfgoedcentrum, in twaalf handgeschreven brieven – die bewaard zijn gebleven. Celan, die wordt beschouwd als een van de grootste dichters van de tweede helft van de 20ste eeuw, maakt in april 1970 een eind aan zijn leven. Diet Kloos groeit uit tot een gevierd oratoriumzangeres.
         Maar in diepe slaap vallen of uitgerust wakker worden is er sinds 1945 niet meer bij. Tot op heden kan ze per nacht hooguit een tot twee uur slapen.

(Diet Kloos-Barendregt is vrijdag 3 april 2015 overleden in Elden, op 90-jarige leeftijd.)


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'