Het voorbije joodse dordrecht

Dorus Wolf, de Dordtenaar
die Auschwitz overleefde

het paspoort van Isidoor Wolf

Deze foto’s tonen enkele pagina’s uit het paspoort van Isidoor Wolf. Het document is onderdeel van de persoonlijke collectie van René Haustermans, proejctleider bij De Domé culturele instelling voor Sittard-Geleen. Haustermans kreeg het paspoort van ene heer Meerts, die het jaren geleden had gered uit het grofvuil. De collectie van Hausterman is opgenomen in het EHC, het Euroregionaal Historisch Centrum van Sittard-Geleen.
Foto’s René Haustermans

Voor wie weet wat zich in Auschwitz heeft afgespeeld, heeft Dordtenaar Dorus Wolf onuitsprekelijk geweldig geboft: hij overleefde het.
        Hem is nog een volwaardig leven gegund geweest, want Isidore George Wolf, zoals hij voluit heette, is pas overleden in 1985, op 81-jarige leeftijd.
        Voor de oorlog was Dorus Wolf ongehuwd en als hem in Auschwitz de gebruikelijke behandeling ten deel was gevallen, was hij een alleenstaande dode geworden. Maar op de een of andere manier vergezelde het geluk hem, en zo kon Dorus Wolf na de oorlog niet alleen verder leven, maar vond hij ook nog liefde?.
        Zijn echtgenote werd Sophie Wilhelmina Rosina Horn, roepnaam Phity, afkomstig uit dezelfde geboorteplaats als haar man, Sittard. Deze Sophie was ook al een mazzelaar. Zij was eveneens voorbestemd voor Auschwitz, maar wist het vernietigingskamp evenzeer te overleven.
        Op 25 oktober 1955 trouwden de beide ex-Auschwitzers. Hun leven was al enigszins gevorderd, hij was 52, zij al 45. Maar de bruiloft kon bijgewoond worden door zowel zijn vader als zijn zus. Ook zij hadden hun leven, ondanks de oorlog, weten voort te zetten, hoewel de Duitsers het bruusk hadden willen afbreken. Dorus’ vader slaagde er zelfs in om bijna 100 te worden, op drie maanden na.
        Soms lijkt geluk heel gewoon.

Los-vast
Dorus Wolf was geen geboren Dordtenaar en hij heeft zich ook niet werkelijk aan de stad gehecht. Zijn woningkaart in het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) laat zien dat hij er een los-vaste band mee had. Hij woonde er op en af, en ook binnen Dordrecht verkaste hij nogal eens. Zo op het oog leidde hij een rusteloos bestaan. Maar het is een feit: hij heeft al met al vòòr de oorlog jaren achtereen in Dordrecht gewoond. En na de oorlog keerde hij er zelfs, ondanks alle gruwelijkheden die hij in concentratiekampen had doorstaan, terug. Een flipperkastrelatie kun je dat toch niet noemen.
        Hoe verliep zijn Dordtse tijdperk? Op 8 mei 1931 meldde hij zich voor het eerst in de stad. Wolf, geboren in Sittard op 22 september 1903, was inmiddels afgestudeerd als scheikundig ingenieur en kwam te werken bij de Stikstofbindingsdustrie Nederland BV in Dordrecht. Komend uit Den Haag betrok hij een woning aan de Toulonselaan 3 (nu ook nog 3). Te oordelen naar het grote aantal mensen dat hier volgens de woningkaarten heeft gewoond, was dit een doorgangshuis. Wolf bleef er tot 28 februari 1936, en vertrok vervolgens opnieuw naar Den Haag. Drie jaar later, op 24 januari 1939, schreef hij zich weer in in Dordrecht, nu op het adres Boomstraat 27 (nu: 37).
        Dit was, voor de goede orde, een hotel, Hotel Bellevue namelijk. Per 17 februari 1940 verliet hij het, nu om zich te vestigen op het Steegoversloot, nummer 39-43 (nu: 59). Ook dát is weer een hotel, Hotel Nab (Nederlandse Aannemers Bond). Enkele maanden later, op 27 mei 1940, trekt Dorus Wolf naar de nabijgelegen Hallincqlaan, nummer 32 (nu: 32). Dit is nog steeds geen eigen woning, want nu woont hij in bij de joodse familie Kann, bestaande uit Jaap Kann, Dora Julietta Kann-Spanjaard en hun vier kinderen Judith, Otto, Jacob en Elise (zie de verhalen 5 en 24).
        Misschien lag het aan zijn baan, dat hij, de chemisch ingenieur, niet echt een vaste woonplek nodig had, misschien moest hij vaak reizen. Zoiets.

vier panden waar ir. Isidoor Wolf in Dordrecht verbleef

Dit zijn de vier panden waar ir. Isidoor (Dorus) Wolf in Dordrecht verbleef,
kloksgewijs: links boven: Toulonselaan 3,
rechtsboven: Hotel Bellevue, Boomstraat 37,
linksonder: voormalig Hotel Nab, Steegoversloot 59 en
linksonder: Hallincqlaan 32, waar Wolf introk bij de familie Kann.
Foto’s Redactie Website

Moeder
In Sittard was intussen Dorus’ moeder overleden, op 31 januari 1939, 79 jaar oud. Deze Rosalie Souweine, geboren in Sittard op 4 september 1859, was eerder getrouwd geweest met Karel (‘Moshe’) Hertzdahl (Sittard, 11 mei 1859), een koopman in manufacturen die de grondlegger werd van het warenhuis Wolf & Hertzdahl. Nadat hij op jonge leeftijd was gestorven - op 14 november 1898, pas 39 jaar oud – hertrouwde zij met de beduidend jongere Adolf Wolf (Urmond, 25 augustus 1874), een man die zowel dienstknecht is geweest als winkelbediende.
        Met hem kreeg zij twee kinderen, eerst Sophia Augusta (‘Gusta’) Wolf (10 januari 1902), een jaar later Isidore George, de Dorus van dit artikel.
        Uit haar eerste huwelijk waren vijf kinderen voortgekomen: Salomon Victor (1887-1942), Sibylla Celine (1889-1926), Hayman Silvain (1890-1943), Emile (1891-1916) en Bernard (1895-1895). Dit waren de halfbroers en -zuster van Dorus en Gusta.
        Eén van die halfbroers, Victor Hertzdahl (Sittard, 3 augustus 1887), trouwde op 7 september 1920 in Heerlen met Mariélène Bloemgarten (Heerlen, 22 juni 1898). Victor was fabrikant en directeur van het Maastrichtse filiaal van de firma NV Kleedingmagazijnen van Wolf & Hertzdahl, een keten van drie winkels in Nederland (Sittard, Maastricht en Heerlen) Van het Sittardse filiaal is Adolf Wolf, de stiefvader dus van Victor en vader van Dorus, directeur geweest.
        Een andere halfbroer, Hayman Silvain (‘Sylvain’) Hertzdahl (Sittard, 2 september 1890), trouwde met de zus van Marie, Evelina Machtilda (‘Line’) Bloemgarten (Heerlen, 23 oktober 1892). Twee broers waren dus met twee zussen getrouwd. Textielhandelaar Sylvain was begrijpelijkerwijs ook een directeur van de zaak in jongens- en herenkleding Wolf & Hertzdahl, in Heerlen.
        Waarom worden Victor en Marie en Sylvain en Line, er hier uitgelicht? Dat heeft deze reden: omdat vooral Marie in het doodsoord Auschwitz haar zwager Dorus zal tegenkomen. Over wat hen er is overkomen, heeft ze een na-oorlogse brief kunnen schrijven die huiveringwekkend is. Daarover verderop meer.

transportlijst voor deportatie van Drancy naar Auschwitz

Op deze transportlijst voor deportatie van Drancy naar Auschwitz
staat Dorus Wolf vermeld als nummer 964.
Foto Mémorial de la Shoah

Drancy
De Duitsers rolden hun redeloze jodenhaat uit over Nederland. Een tijd van extreem lijden, van immense tragedies brak aan.
        Hoe bewoog Dorus Wolf zich door de oorlog? Met medewerking van verschillende onderzoekers viel dit enigszins te reconstrueren.
        Dorus is in ieder geval niet via kamp Westerbork in Auschwitz terechtgekomen. Dat staat onweerlegbaar vast. Dorus komt namelijk voor op een transportlijst bedoeld voor Auschwitz die is opgesteld in Drancy, het Franse doorgangskamp. Deze lijst, gedateerd 22 september 1943, is te zien op de website van het Mémorial de la Shoah, het Shoa-museum en -documentatiecentrum, dat op die besmette plek is ingewijd in september 2012: memorialdelashoah.org.
        Tussen maart 1942 en augustus 1944 zijn vanuit Drancy tussen de 63.000 en 76.000 joden gedeporteerd, onder wie de Nederlander Dorus Wolf. Maar hoe raakte hij daar verzeild? WOII-onderzoekster Aline Pennewaard “weet wel bijna zeker”, meldt ze, dat Dorus moet hebben geprobeerd naar het buitenland te ontkomen. “Dit kan eigenlijk echt de enige verklaring zijn waarom een Nederlander vanuit Drancy is gedeporteerd.”
        Wolf heeft een Joodse-Raadkaart, dus was hij in 1941 nog in Nederland: toen namelijk werd de cartotheek samengesteld. Pennewaard veronderstelt daarom dat hij na 1941 pogingen heeft ondernomen om te vluchten, wellicht naar Zwitserland. Maar onderweg is dat misgegaan. Zo belandde hij in Drancy, en vandaaruit, met konvooi nummer 46, in Auschwitz.

toegangspoort tot het vernietigingskamp Auschwitz

De toegangspoort tot het vernietigingskamp Auschwitz,
dat Dorus Wolf uiteindelijk wist te overleven.
Hier ontmoet hij, in september 1943, Marie Bloemgarten.
Foto Website Auschwitz

Vlektyphus
Marie Bloemgarten ontmoette Dorus daar, in Auschwitz, voor het eerst, in september 1943. Dat gebeurde na haar eerste wandeling over het terrein van Auschwitz: Marie had als gevolg van vlektyphus een poos op bed gelegen.
        Dorus, door haar ‘Do’ genoemd, was nog niet vergast, zij evenmin. Zij hadden al wel een nummer op hun arm getatoeëerd gekregen; ze waren al geanonimiseerd.
        Het voor- en na-oorlogse leven van deze Marie Bloemgarten, plus haar kampjaren, zijn in kaart gebracht door haar kleindochter, Marja Geradts-Pinckaers, in het boek De Cirkel (uitgeverij Lemmens, 2011). Deze hommage aan haar oma is ontstaan doordat Marja wilde weten wat er toch allemaal is gebeurd met haar familie, “de familie die er niet mocht zijn”. Haar oma had de oorlog afgesloten, dat onderwerp zat dicht. Ze wilde verder leven en er niet meer over praten. Marja opende de doofpot en zocht alles grondig uit.
        Zo ontstond ‘De Cirkel’, een indringend verhaal van de zoektocht van de schrijfster naar het oorlogsverleden van haar joodse grootouders.
        Het bleek dat de echtgenoot van Marie, Victor, al eind mei 1942 was opgepakt in Maastricht. Kinderen hadden het bordje ‘Verboden voor Joden’ kwaadwillig verwijderd bij de ingang van het Stadspark. Als vergelding arresteerden de Duitsers tien willekeurige lokale joden, onder wie Victor. Marie heeft nog geprobeerd, vertelde Marja Pinckaers in een interview met leerlingen van het Heerlense Sintermeertencollege, haar man vrij te krijgen. Het antwoord was dat ze mocht kiezen: of haar man moest achterblijven, of haar zoon.
        Victor heeft ze daarna nooit meer teruggezien. Hij is vermoord in Auschwitz, 55 jaar oud, op 30 september 1942.

Marja Pinckaers, de kleindochter van Marie Bloemgarten

Dit is Marja Pinckaers, de kleindochter van Marie Bloemgarten,
die over het oorlogsverleden van haar joodse grootouders het boek ‘De Cirkel’ heeft geschreven.
Foto’s Marja Pinckaers

Brussel
Marie en haar twee kinderen kregen de oproep zich eind augustus 1942 in Westerbork te melden. Ruim daarvoor dook ze echter onder, samen met het gezin van haar zus Evelien. “In het diepste geheim” slopen ze Limburg uit. Marie beschikte over valse persoonsbewijzen. Een tijdje was ze Marguerite Dénis, geboren in Luik; iets later Jacqueline Melotte, uit Bergen op Zoom. Zoals Marja schrijft, probeerde ze via Frankrijk het vrije Zwitserland te bereiken, de route die ook Dorus heeft waarschijnlijk gevolgd. Toen dat mislukte, dook ze onder in Brussel, bij vrienden van familie.
        In februari 1943 werden Marie en Sylvain, de man van Evelien, verraden en opgepakt. Ze werden opgesloten in het Westerbork van België, de Dossinkazerne in Mechelen (zie verhaal 84). Met 1600 anderen werden Marie en Sylvain op 19 april 1943 in veewagens vervoerd naar Auschwitz. Op die trein (Transport XX) is, meldt Marja, een aanslag gepleegd, de enige ooit op een trein naar de vernietigingskampen. “Sylvain is toen niet gevlucht, omdat hij Marie niet alleen achter wilde laten.”
        Sylvain werd in Auschwitz meteen na aankomst vergast, op 22 april 1943.
        Zijn vrouw Evelien, met twee eigen dochters, en de twee kinderen van Marie en Victor achtergebleven in Brussel, zochten een andere onderduikplek. Bijna twee jaar lang hebben ze zich samen met nog acht anderen kunnen verschuilen op de zolder van een hotel, vlakbij het Belgische Lanaken. Beneden in de gelagkamer zaten dikwijls Duitse soldaten “of foute gasten”, maar het is ze allen gelukt om in leven te blijven. Ook Marja’s moeder, een dochter van Marie, redde het. Door haar “mooie zwarte haar en donkere ogen” zag deze 23-jarige er zo joods uit dat ze elders moest worden ondergebracht, diep in de bossen van Neerharen.
        Doordat derden hun nek uitstaken, hebben zij hun levens weer kunnen oppakken.

vier panden waar ir. Isidoor Wolf in Dordrecht verbleef

Een vooroorlogse ansichtkaart van het warenhuis Wolf & Hertzdahl in Heerlen, aan de Geleenstraat.
Dorus Wolf had niet zo’n behoefte om in de zaak te werken.
Foto Stichting Lodewijk Foijer

Brief
Op 8 mei 1945 stuurde Marie Bloemgarten vanuit Malmö een lange, hartverscheurende brief aan haar familieleden, aan “lieve allen”. Een wonder was geschied, berichtte ze verrukt: “Ik ben gered en beleef sedert 1 Mei ’n sprookje uit 1001 Nacht.”
        De brief, opgedoken door Marja, beschrijft gedetailleerd wat haar en Dorus Wolf na aankomst in Auschwitz is overkomen. Het is een uniek, historisch belangwekkend document. Van geen Dordtenaar is een zo nauwlettend ‘verslag’ van kampjaren bekend. Van geen Dordtenaar is bovendien tot dusverre gebleken dat hij levend Auschwitz heeft kunnen verlaten. Dit maakt het relaas van Marie bijzonder. Daarom wordt er hier genereus uit geciteerd.
        Dat zij niet direct de gaskamer was ingeleid, had Marie hieraan te danken: zij “stapte toevallig bij de eerste 150 getrouwde vrouwen uit, die voor experimenten werden gebruikt” – eerst als verpleegster, later zelf als proefkonijn. Marja, toelichtend: “Zij moest de mensen op wie Mengele (Joseph, de sadistische legerarts, red.) of één van zijn collega’s zijn experimenten uitvoerde, verplegen. Mengele is een arts die het leuk vond om te kijken hoe hij mensen kon verminken en hoe het lichaam zichzelf zou herstellen.”
Later deed hij ook experiment op de verpleegsters zoals Marie. Marie schrijft er slechts dit over in de brief: “Hopelijk heeft het geen nadeelige gevolgen.”
        Marie was overigens geen verpleegster. Ze deed zich in Auschwitz voor als verpleegster.
        Naast het experimenteerblok was het strafblok. Marie over wat daar gebeurde: “Toen we voor ’t eerst zagen fusilleeren, was ’t vreselijk. Ook daaraan went men, ook al zijn ’t kinderen van één jaar. Altijd nog beter als onze kinderen, zieken en kl. (kleuters? − red.) Voor kinderen was ’t gas nog te goed voor. Die gingen maar levend ’t vuur in. Dag en nacht zagen en roken we de crematoriums branden. Als de toevoer te groot was, levend de kuil in en dan kalk erover. Zo zijn miljoenen J. om ’t leven gekomen.”

Dorus Wolf

Een foto van Dorus Wolf, afkomstig uit een brochure
over de eerste steenlegging van het Sittardse filiaal
van het kledingmagaijn Wolf en Hertzdahl, in 1935.
In het centrum van Sittard wordt Ligne aangelegd,
een multifunctioneel gebied bestaande uit twee gebouwencomplexen en een plein, met een museum,
bibliotheek, filmhuis en hogeschool.
Er komen daar drie nieuwe straten en een pad.
Eén straat gaat vernoemd worden naar Wolf en Hertzdahl.
Foto Privébezit Marja Pinckaers

Fabriek
Dorus kon ook aan de gaskamer ontkomen. Marie: “Hij was in een steengroeve geweest en zoo geslagen dat hij ziek werd en daarna werkte hij als scheik. ing in een elitecommando, en zagen we elkaar vaak.” Dorus Wolf was volgens Marja tewerkgesteld in Buna, ook wel Auschwitz III of Monowitz genoemd, waar een grote fabriek voor synthetisch rubber stond.
        Do deelde wat hij kreeg uit Dordrecht “trouw met mij”, vervolgt Marie, zonder te preciseren van wie hij wat kreeg. Op haar beurt kon zij hem helpen: “De prof. die experimenten uitvoerde, was tenminste zo behoorlijk dat we van heel veel nare dingen bij ons geen last hadden en hij voor z’n patiënten die ’t nodig hadden, witbrood en later havermouth met melk gekookt betaalde. Na mijn ziekte kreeg ik dit ook en zoo gaf ik Do vaak van m’n pap.”
        De laatste vijf maanden van Auschwitz – het kamp werd begin januari 1944 geëvacueerd – hebben Marie en Do “elkaar maar één keer vanuit de verte gezien, maar vaak geschreven”. “Als zo’n briefje gevonden werd, kreeg men 25 vreeselijk stokslagen op het aasch, gelukkig heeft men ons nooit gesnapt.”
        Marie Bloemgarten werd naar Ravensbrück overgebracht, het vrouwenkamp boven Berlijn. Daarna ging ze door naar Hamburg, naar lagers in Wansbeck en Sasel. Hier ging het genoeglijker toe, “al was de honger erg en de luizen ook”. Marie moest er stenen sjouwen en verstopte riolen opgraven. Op 1 mei nam het Zweedse Rode Kruis het bewind over in Sasel. Via Denemarken worden de joodse gevangenen naar Zweden vervoerd, naar Malmö. “Wij zijn hier met plusminus 500 vrouwen.”
        Ze beleeft de bevrijding als een sprookje: wuivende, lachende mensen, nieuwe kleren, 10 kronen van het Hollandse Rode Kruis, taartjes, 1 fleschje limonade en een sneedje wittebrood. Het was net “een triomphtocht van een koningin”, schrijft ze.
        Hoewel de moeheid nu pas loskomt, is ze verrukt over de ontvangst. “Wat hier de mensen aan liefde en goedheid geven, is wonderbaarlijk en ’t verflauwd niet. Eigenlijk is geen pen of potlood in staat al deze liefde te beschrijven.”
        Zittend op haar bedje in Malmö schrijft ze op 8 mei haar brief. Ze sluit af met de mededeling dat ze “20 pd magerder” is geworden en met deze oproep: “Alle lieve mensen in m’n Vaderland, willen jelui ter kerke gaan en danken voor mij, dat ik dit alles nóg mocht beleven.” Ze hoopt snel iets te horen van haar kinderen en andere familieleden – “al is ’t ook nog zo treurig. Eerlijke waarheid!”

Na de oorlog woonde Dorus Wolf drie jaar op de Spuiweg 146 in Dordrecht

Na de oorlog woonde Dorus Wolf drie jaar op de Spuiweg 146 in Dordrecht, voordat hij terugkeerde naar zijn geboortestad Sittard.
Foto Redactie Website

Dachau
Hoe verging het Dorus Wolf nadat Auschwitz was leeggehaald?
        Dat kon achterhaald worden via het Verzetsmuseum in Amsterdam. Dorus wordt genoemd op de website van dit museum, zij het in verband met het concentratiekamp Dachau. Hoezo Dachau?
        Medewerkster Anne-Lise Bobeldijk verduidelijkt dat Wolf vóórkomt in het interactieve monument dat er is gekomen ter nagedachtenis van de ruim tweeduizend Nederlanders die gevangen hebben gezeten in Dachau. Dat waren vooral politieke gevangenen, en over hen had het museum in 2015 een wisseltentoonstelling, ‘Geen nummers maar Namen’ geheten.
        Dorus Wolf blijkt enkele maanden in Dachau te zijn geweest, vandaar dat zijn naam op de website opduikt. Volgens de overgebleven kampregistratie van Dachau is hij er binnengekomen op 28 januari 1945. Bobeldijk: “Dit betekent dat hij hoogstwaarschijnlijk met één van de laatste transporten uit Auschwitz is aangekomen, vlak voor de bevrijding van dit kamp op 27 januari.” Doordat hij op zo’n laat tijdstip in Dachau arriveerde, bestaat volgens Bobeldijk de kans dat hij niet in Dachau zat omdat hij verzet had gepleegd, zoals bij de meeste Nederlanders gevangenen het geval was, maar omdat hij joods was.
        Op 29 april 1945 werd de gevangenen van Dachau bevrijd, door de Amerikaanse troepen.

familiefoto staat zowel Dorus Wolf (achter, links) als zijn vrouw Phity (vooraan, midden)

Op deze familiefoto staat zowel Dorus Wolf (achter, links) als zijn vrouw Phity (vooraan, midden).
De foto is gemaakt in hun huis aan het Minervaplein in Amsterdam, in 1980.

Wonder
Dorus Wolf had behalve Dachau ook het afgrijselijke Auschwitz overleefd, net als Marie. Zij mochten hun leven afleven.
        Marja Pinckaers looft haar “dappere, sterke” oma. “Zij mocht er niet zijn. Het is een wonder dat zij het heeft gered. Het is een wonder dat zij het er levend heeft afgebracht, hoewel ze niet een van de jongsten was; ze was bij aankomst al 48 jaar, en ondanks het verschrikkelijke lijden.”
        Niet alleen Marie ‘trof’ het, ook haar gezin. Afgezien van haar echtgenoot Salomon Victor, hebben haar twee kinderen het overleefd. En ook van de rest van de familie zijn ‘slechts’ twee mensen omgekomen in de kampen.
        Dit betekent nog niet dat Marie probleemloos kon voortleven. Marja vertelde in het interview met de leerlingen dat haar oma enkele operaties heeft moeten ondergaan, om te herstellen wat Mengele en zijn collega’s haar hadden aangedaan. Verder durfde ze niet meer alleen in het donker te zijn en wilde altijd iemand bij zich hebben. En over de oorlog zweeg ze; dat boek bleef dicht. Ze wilde niet meer nadenken over Auschwitz.
        Ze is weer in hetzelfde Maastrichtse huis gaan wonen dat ze had moeten achterlaten. En de familie heeft het eigen kledingmagazijn Wolf & Hertzdahl, weer teruggekregen.

Kleinkinderen
Vier kleinkinderen heeft Marie gekregen. Van hen heeft ze tot haar dood, in 1978, “enorm genoten”, aldus Marja, één van hen. Marie is 83 jaar geworden. Eigen lijk ouder, want “de kampjaren tellen dubbel”, zei ze altijd.
        En Dorus Wolf, de aangewaaide Dordtenaar? Aanvankelijk dook hij na de oorlog op in Maastricht, in de Stiperstraat 31. Toch trok Dordt, kennelijk. Op 31 oktober 1946 kwam hij er weer wonen, op de Spuiweg, nummer 94 rood (nu: 146), weer als een inwonende. Drie jaar later verhuisde hij terug naar Sittard, zijn geboortestad. Jaren later, op 25 oktober 1955, trouwde hij in Amsterdam met een plaatsgenote, Sophie Wilhelmina Rosina Horn (21 april 1910), genoemd Phity. Zij gaan wonen op het Minervaplein.
        Phity was weduwe. Haar man, Leo Koster (Zaandam, 30 september 1905), was vermoord in Monowitz, op 4 januari 1944. Ze waren getrouwd op 29 augustus 1934 en hadden twee zonen gekregen, Marcel Leo en Paul Bertil. Met Dorus, haar nieuwe echtgenoot, kreeg zij geen kinderen meer.
        Is Dorus Wolf daarna nog eens teruggekeerd naar Dordrecht, de stad waar zijn loopbaan een aanvang had genomen? “Ik weet het niet”, reageert Marja Pinckaers. “Ik weet wel dat hij geen behoefte had om ‘in de zaak’ te werken. Ik mocht hem erg graag. Hij kon uitstekend goochelen. Het was een hele leuke, charmante oudoom. Ik logeerde regelmatig in Amsterdam bij hem en tante Phity.”

***

overlijdensadvertenties: Dorus Wolf overlijdt in 1985, zijn echtgenote Phity Wolf-Horn in 1999

De overlijdensadvertenties: Dorus Wolf overlijdt in 1985,
zijn echtgenote Phity Wolf-Horn in 1999.
Foto Delpher

Dorus Wolf is al lang overleden, op 25 juni 1985 in Amsterdam, 81 jaar oud. Zijn vrouw Phity stierf in 1999, op 21 augustus, ook in Amsterdam, 89 jaar oud. Evelien (‘Line’), de weduwe van Sylvain, leefde tot 1956, op het Tempsplein 27 in Heerlen. Het alleroudst van allen werd ‘oude opa’ Adolf Wolf. Die was bij zijn overlijden op 30 mei 1974 in Sittard 99 jaar.
        De ene generatie heeft inmiddels de andere opgevolgd, de volgende staat alweer klaar. Met elkaar hebben ze bewezen, zoals Marja Pinckaers het uitdrukt, dat ze “er gelukkig weer mogen zijn”.

familiefoto staat zowel Dorus Wolf (achter, links) als zijn vrouw Phity (vooraan, midden)

Op dit monument in de Heerlense Akerstraat, ter nagedachtenis van weggevoerde en niet-teruggekeerde joodse Heerlenaren, staat Silvain Hertzdahl vermeld. Hij werkte wel in het warenhuis en was getrouwd
met een zus van Marie Bloemgarten, Line. Toen op de trein van Mechelen naar Auschwitz een aanslag werd gepleegd, vluchtte Silvain niet. Hij wilde zijn schoonzus Marie niet achterlaten.
Foto Stichting Lodewijk Foijer


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'