Het voorbije joodse dordrecht

Legendarische bioscoop Astoria
initiatief van joodse Hagenaar

Elias Viskoper

Een schaarse foto van Elias Viskoper, aangetroffen in de ‘Haagsche Courant’ van 30.7.1926. Viskoper was raadslid geworden, reden voor de krant om een persoonsfoto van hem te plaatsen.
Foto Delpher

Geen Dordtenaar die het (nog) zal weten: de legendarische bioscoop Astoria, strategisch gelegen op de hoek van de drukke Voorstraat met de drukke Visstraat, is gesticht door een Haagse jood.
        Elias Viskoper Szn. heette hij, een voormalige leraar MO boekhouden en handelsrekenen, die accountant werd en als zodanig Astoria initieerde. Op vrijdagavond 7 maart 1919 ging de bioscoop, gelegen naast de Waalse Kerk, open. Dordrecht kreeg hiermee in korte tijd de beschikking over een tweede zaal voor filmvertoningen. In 1918 was, letterlijk om de hoek, aan de Vissstraat 8-10, Luxor al gebouwd.
        Een jood die een bioscoop begint in Dordrecht, is dat vermeldenswaard? Dat zou het niet moeten zijn. Joden maakten in die tijd, grotendeels althans, net zo normaal deel uit van de Nederlandse samenleving als andere religieuze groeperingen.
        Maar toen barstte de Tweede Wereldoorlog los, die bovenal voor joden het begin van een catastrofe werd. De Duitsers zagen hen juist niet als gewone burgers, ze sloten de joden buiten, ze ontrechtten ze en ten slotte volgde uitroeiing. Geen jood mocht overblijven.
        Precies dát is Elias Viskoper overkomen. Hij, zijn complete gezin, zijn schoonzonen en schoondochters, zijn kleinkinderen – zij zijn allemaal, stuk voor stuk, verwoest, twintig mensen in totaal, juist omdát ze joods waren.
        Vandaar dit verhaal, over een Haagse jood die Dordrecht een bioscoop schonk, die duizenden stad- en streekgenoten decennia achtereen uitbundig filmplezier heeft gegeven. Het gebouw bestaat niet meer; het is verworden tot een winkel. Maar aan dat Astoria, ja daar bewaren nog ontzaglijk veel mensen genoeglijke herinneringen aan.

bioscoop Astoria

De bioscoop Astoria, op een foto die volgens het Dordtse archief gemaakt is ergens tussen 1923 en 1931. Astoria is volgens de website ‘Cinema Context’ in 1923 vernieuwd, bekend is niet hoezeer het gebouw afweek van het originele ontwerp, dat dateert van 1919.
Foto RAD (nr. 556_1513)


Elias Viskoper is getrouwd met Eva Boas

Elias Viskoper is getrouwd met Eva Boas, meldt het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ (NIW) op 24.4.1903. Het echtpaar krijgt zeven kinderen, drie meisjes, vier zonen.
Foto Delpher

Boterhandelaar
Elias Viskoper was niet eenkennig. Toen hij, geboren in Den Haag op 4 maart 1878 als zoon van Jacob Viskoper en Marianne de Jong, eenmaal de volwassenheid had bereikt, bekwaamde hij zich in het ene na het andere beroep. De herdenkingswebsite ‘Joods Monument’ meldt dat Elias eerst in de boek- en steendrukkerij van zijn vader werkte, aan de Casuariestraat 2. Daarna volgde een korte loopbaan als leraar boekhouden en handelsrekenen, alvorens hij accountant werd. Volgens de joods-genealogische website van Max van Dam is Elias ook nog werkzaam geweest als boterhandelaar en kantoorbediende.
        Als 25-jarige trouwde Elias Viskoper in Den Haag, op 22 april 1903, met de Amsterdamse, al even joodse, een jaar oudere Eva Boas (5.9.1876), dochter van kruidenier Juda Boas en Grietje Cohen. Zeven kinderen kreeg het echtpaar, in gestage opeenvolging, en allen in Den Haag. Marianne was hun eersteling, zij werd geboren op 4 mei 1904. Daarna kwamen: Jacob (9.7.1905), Grietje (19.10.1907), Juda Elias (14.9.1909), Louis (4.2.1913), Clara (29.4.1915) en, als nakomeling, Abraham (29.12.1922).
        Intussen had Elias als accountant zijn definitieve bestemming gevonden: het bioscoopwezen. Al in 1913, meldt ‘Joods Monument’, raakte hij betrokken bij de exploitatie van het bioscooptheater Apollo, aan de Spuistraat 29 in Den Haag. In eerste instantie fungeerde hij nog slechts als “mede-vennoot achter de schermen”,
        maar in 1920 werd hij eigenaar-directeur van deze onderneming. In die jaren twintig begon hij zich ook “actief als filmverhuurder” op te werpen en bekleedde hij verschillende functies in de Nederlandse Bioscoopbond te Amsterdam.
        Honderd jaar nadat Elias Viskooper zich voor het eerste koppelde aan Apollo, dook zijn naam op in het proefschrift van dr. Fransje Emma de Jong. Zij verdedigde op 29 augustus 2013 aan de Universiteit Utrecht het proefschrift ‘Joodse ondernemers in het Nederlandse film- en bioscoopbedrijf tot 1940’, en op pagina 271 valt het te lezen: dat Elias Viskooper tussen 1913 en 1933 velerlei bemoeienis had met, en zich roerde in, de Nederlandse bioscoopwereld.

Astoria

Nog een foto van Astoria, nu uit de periode 1930-1939. Uit het Handelsregister valt niet op te maken hoe lang Viskoper directeur van Astoria is gebleven. Historische gegevens verzameld door ‘Cinema Context’, doen vermoeden dat het directeurschap in ieder geval in 1923 ophield. Toen namelijk trad ene H. Groenewegen aan.
Foto RAD (nr. 555_30414)


Verklaring van Voltooiing. De bouw van Astoria, een initiatief van Elias Viskoper, is afgerond.

Op 4 maart 1919 geven B&W een ‘Verklaring van Voltooiing’ af. De bouw van Astoria, een initiatief van Elias Viskoper, is afgerond. De bioscoop gaat op 7 maart open.
Foto RAD 

Marmer
Het is via dit proefschrift dat bekend wordt dat Viskoper de initiatiefnemer is van de befaamde Dordtse bioscoop Astoria. Aanvullend onderzoek van de archievenonderzoekster Erica van Dooremalen in het Handelsregister en in de krantenbank van het Regionaal Archief Dordrecht leverde belangwekkende details hierover op.
        Speciaal voor Astoria blijkt Viskoper een firma te hebben opgericht, de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Bioscoop Theaters in Nederland Astoria, kantoor houdende in Den Haag, aan de Charlotte de Bourbonstraat 28. Hij is er de accountant en directeur van en heeft de architect Jos. Duynstee uit Den Haag opdracht gegeven een ontwerp te maken voor een bioscoop aan de Voorstraat, op de (oude) nummers 266-268, tussen de Waalse Kerk en een kapperswinkel. De bouwvergunning is hem verstrekt op 19 juli 1918, op vrijdag 7 maart 1919 gaat het theater open.
        De Dordrechtsche Courant wijdt die dag een reportage aan Astoria, die een minutieuze beschrijving is van het exterieur en het interieur. Het ochtendblad is complimenteus, de dienstdoende verslaggever was klaarblijkelijk verrukt over wat hij aantrof, nu “de geheime schuttingen zijn verdwenen”.
        Twee traphuisgevels flankeren de hoofdingang, waarin een aantal ramen met glas in lood is geplaatst. In die ramen heeft de architect de verbondenheid tussen Den Haag en Dordrecht tot uitdrukking gebracht: de ramen bevatten de wapens en de kleuren van beide steden.
        Rechts en links van de hoofdingang bevinden zich de kassa’s. De vloer is van marmer, evenals de trap, en aan weerszijden daarvan zijn twee hoofdbalusters met bronzen lantarens aangebracht. Vier gebronsde deuren geven toegang tot de hal, waarin aan beide zijden “hygiënische toiletten” zijn ingericht. Hierna passeert men vier gewatteerde tochtdeuren, en dan is daar de “fraaie, ruime theaterzaal”. “Deze maakt een bijzonder aangenamen indruk en het belooft hier zeker een aangenaam zitje te worden, als straks de beelden hun spel gaan vertoonen.”
        De loges bieden ruime zitplaatsen in losse fauteuils, de vloer ervan is gestoffeerd met “een zwaar tapijt”. “Wie daar niet op zijn gemak zit, is nergens tevreden.” De foyer ziet er volgens hem “bijzonder knus” uit, met “mollige tapijten”. De buffetten die hier genuttigd kunnen worden, komen van de nabijgelegen lunchroom ‘Americain’.
        De projector staat in een “absoluut brandvrije cabine”, “waar de operateur met zijn nieuwe Ernemann-machine, een technisch meesterlijk apparaat, de heerser is”. Door automatische afsluitingen kan bij brand de vlam “onmogelijk naar de zaal overslaan”. Het gebouw is verder nog geheel centraal verwarmd, en staat, meent de krant, ook nog eens op “een mooi punt” in dit “drukke stadsgedeelte”.
        Hoe lang Elias Viskooper directeur is gebleven van Astoria valt noch uit het Handelsregister noch uit het proefschrift op te maken.

mag er bij een bioscoopvoorstelling muziek worden gemaakt?

Apollo, de Haagse bioscoop die Viskoper ook beheerde, wordt proefkonijn, bericht ‘Het Vaderland’ op 7.4.1928. De politie verbaliseert Viskoper om een proefproces uit te lokken bij de rechter: mag er bij een bioscoopvoorstelling muziek worden gemaakt?
 Viskoper krijgt gelijk, maar er volgt hoger beroep (Provinciale Drentsche en Asser Courant, 1.9.1928).
 De rechtbank beslist in hoger beroep dat muziek inderdaad is toegestaan, aldus ‘De Tribune’ op 22.10.1928.
Foto's Delpher

financiële ondergang van Viskoper

Begin jaren dertig tekent zich de (financiële) ondergang van Viskoper af, diverse krantenberichten getuigen ervan. Een week voordat zowel hij als zijn bioscoop Apollo failliet wordt verklaard, treedt Viskoper af als kerkeraadslid (NIW, 6.1.1933). ‘Het Vaderland’ meldt (20.10.1933) dat veertig crediteuren in totaal fl. 764.984,62 te goed hebben van Viskoper. Het faillissement bereikt ook het ‘Nieuwsblad van het Noorden’ (13.1.1933). Op gezag van het persbureau Aneta maakt ‘De Indische Courant’ bekend (29.12.1932) dat Viskoper wordt verdacht van verduistdering. Op ‘Apollo’ rustte een schuld van vier ton (Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 13.1.1933). Viskoper, de succesvolle bioscoopeigenaar, is alle glans kwijtgeraakt.
Foto’s Delpher


In juli 1926 volgt Viskoper het raadslid Willy Mullens op

In juli 1926 volgt Viskoper het raadslid Willy Mullens op, die aftreedt omdat hij aan een Indische reis begint.
Foto Delpher

Raadslid
In Den Haag neemt Viskoper er nog een functie bij. Hij wordt opvolger van Willy Mullens, die zich door een Indische reis en drukke werkzaamheden gedwongen ziet het raadslidmaatschap neer te leggen. Vijf jaar, tot 1931, zal Viskoper raadslid blijven. Volgens Corien Glaudemans, die een overzicht samenstelde van joods-Haagse gemeenteraadsleden tussen 1924 en 1940 voor de website van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag, vertegenwoordigde Viskoper er de partij Bond van Handels- en Bedrijfsbelangen, de Amusementspartij en de Vrijheidsbond.
        In zijn hoedanigheid als raadslid had Viskoper in augustus 1927 ineens te maken met een anti-semitisch incident in Scheveningen. De NRC berichtte op 17 augustus dat Israëlische bezoekers “onheus” waren bejegend in strandtent ‘De Bijenkorf’. Viskoper “verleende ten deze zijn tusschenkomst”, vermoedelijk wordt hiermee bedoeld dat hij in de kwestie bemiddelde. De eigenaar tekende een verklaring dat “alle onaangenaamheden den Joodschen bezoekers aangedaan, buiten zijn wil en medeweten” zijn geschied. Hij betreurt “het voorgevallene ten zeerste” en “neemt uitgebreide maatregelen om herhalingen, van welken aard ook, te voorkomen”.
        Dertien jaar later kost anti-semitisme Viskoper het leven.
        Van andere, onschuldiger aard is het incident dat zich en jaar later voordeed. Nu betrof het een principiële zaak, namelijk: hoort muziek bij een bioscoopvoorstelling?
        Op 7 april 1928 legde Het Vaderland uit wat er speelde. De directeuren van bioscopen hebben overeenkomstig de Bioscoopwet vergunning om tijdens en bij het geven van bioscoopvoorstellingen muziek te spelen. Maar het Haagse college van B&W bepaalde plots dat in de zogenoemde Stille Week (de week vanaf Palmpasen tot Stille Zaterdag) geen muziek mocht worden gemaakt. Dat weigerden de directeuren. De zaak werd in den minne geschikt, maar tegen Viskoper werd op donderdagavond door de politie proces-verbaal opgemaakt, “om den rechter de gelegenheid te geven in deze zaak uitspraak te doen”. Hij was proefkonijn.
        Viskoper kreeg gelijk, hij werd ontslagen van rechtsvervolging. Maar er werd hoger geroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter. Op 18 oktober 1928, zo staat in het sociaal-democratische weekblad De Tribune van de 22ste, krijgt Viskoper ook in tweede instantie gelijk. Als je een bioscoopvergunning hebt, redeneerde de rechtbank, heb je vergunning tot alles “wat er practisch bij behoort, bijvoorbeeld het geven van muziek als begeleiding, tusschenspel, opening en slot”.

Twee foto’s uit de oorlogsjaren van Astoria

Twee foto’s uit de oorlogsjaren van Astoria. Op de eerste is duidelijk te zien dat het uiterlijk van de bioscoop ingrijpend is veranderd, versoberd eigenlijk. De tweede foto is gemaakt op 20 juli 1941. Pal voor de deuren van Astoria en de naaststaande Waalse Kerk laat de bezetter op een spandoek weten dat Duitsland zal winnen, op alle fronten.
Foto’s RAD (nrs. 555_12572 en 555-12658)


In 1941 overlijdt Elias Viskoper, op 23 oktober

In 1941 overlijdt Elias Viskoper, op 23 oktober. Zijn dood wordt alleen gemeld in een opsommend bericht van overledenen in ‘De Residentiebode’(24.10.1941). Zijn gezin wordt compleet uitgeroeid.

Faillissement
De jaren dertig breken aan, en ze vallen ronduit onfortuinlijk uit voor Elias Viskoper. Hij gaat failliet.
        Op vrijdag 13 januari 1933 verklaarde de rechtbank de Apollo-bioscoop “in staat van faillissement”. Bovendien wordt ook Viskoper persoonlijk, als directeur, “failliet verklaard”. Het bericht staat in verschillende kranten dwars door heel Nederland. Een week daarvoor heeft Viskoper ontslag genomen als lid van de kerkeraad der Nederlandsch-Israëlitisch Gemeente. Voorvoelde hij de smadelijke gang van zaken, of werd hij gedwongen tot aftreden?
        Later dat jaar, op 27 december, publiceert De Sumatra Post in de kolom met nieuws uit het ‘Moederland’ dat “de accountant bioscoop-exploitant E. Viskoper is gearresteerd”. Elias wordt ervan verdacht “een verduistering te hebben gepleegd van fl. 110.000, “ten nadeele van het Nederlandsch Israëlitisch Weeshuis in Leiden”. Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië voegt hier nog aan toe: “Het déficit van het Apollo-theater bedraagt vier ton.”
        ‘Het Vaderland’ maakt daarnaast bekend dat de lijst van crediteuren veertig namen telt, waaronder het weekblad Handelsbelangen, “met een totaal passief van fl. 764.984,62, waarvan preferent fl. 84.438,09.” “De baten zijn nog niet volledig bekend.”
        Rond Viskoper is een geur van smoezeligheid komen te hangen, zo stijgt op uit de nieuwsgaring, zijn ondergang heeft zich ingezet.
        Acht jaar later is het leven van de gevierde bioscoopeigenaar voorgoed voorbij. Hij overlijdt in Den Haag, 63 jaar oud, op 23 oktober 1941. In de krantenbank Delpher van de Koninklijke Bibliotheek is slechts één summier bericht over zijn dood te vinden, geen overlijdensadvertenties, waarschijnlijk als gevolg van de oorlog. De Residentiebode van 24 oktober somt zijn naam op in een Burgerlijke-Standsbericht. Er staat slechts: “E.Viskoper, man van E. Boas, 63 j.”. Of Viskoper door ziekte of een andere oorzaak is gestorven, is hierdoor niet duidelijk. Maar ‘Joods Monument’ noemt zijn naam, en dat betekent dat hij als slachtoffer van de Holocaust wordt erkend.
        Eva Boas, de echtgenote, kreeg volop te maken met de onvoorstelbare verschrikkingen van de oorlog. Zij is vergast in Auschwitz, op 22 oktober 1942, 66 jaar oud. Datzelfde lot trof op diezelfde dag haar dochter Grietje, 35 jaar oud. Op andere dagen, in andere vernietigingsoorden, werden ook de andere leden van het gezin Viskoper omgebracht, inclusief de partners en hun kinderen. In een apart overzicht, hier aan te klikken, staat van alle (aangetrouwde) gezinsleden waar en wanneer de dood hen trof. In dit ene gezin ging het om twintig mensen.
        Niemand van de bioscoopfamilie Viskoper heeft de oorlog overleefd. Niets herinnert meer aan ze, dan behalve de levensverzekeringspolis van Eva Boas. Deze verzekering is “mogelijk nog uitkeerbaar”, deelt de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa mee op ‘Joods Monument’. Mogelijk zal niemand nog ooit de verzekeringsgelden opeisen.

***

een brand, uitgebroken bij de meubelzaak Buytink, vernielt ook Astoria

30 maart 1982, een dramatische dag voor Dordrecht: een brand, uitgebroken bij de meubelzaak Buytink, vernielt ook Astoria. De bioscoop is voorbij. De schade wordt nog hersteld, maar in 1984 wordt van het pand een supermarkt gemaakt.
Foto RAD (nr. 552_328450)

Zoals het gezin Viskoper is verdwenen, is ook de bioscoop Astoria gewist. Op 30 maart 1982 brak een roemruchte brand uit in het achterliggende Buytink-complex, die de bioscoop en deze meubelzaak in de as legde. De schade in Astoria werd in 1983 hersteld, maar het was vergeefs. In 1984 is het pand gesloopt en vervangen door een winkel. Luxor, de concurrerende bioscoop vlakbij met 502 zitplaatsen in 1980, bestaat ook niet meer. In 1985 werd ook deze onderneming opgeheven. Alles gaat eens voorbij.

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'