Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse advocaat Emanuel Hamburger werd ijskoud gefusilleerd langs een rijksweg in Hoeksche Waard

Emanuel Hamburger

Op deze vrij zeldzame foto staat mr. Hamburger als volwassen man. De foto komt uit de collectie foto's die het NIOD in Amsterdam bezit van personen die op de Erelijst van Gevallenen staan. Foto NIOD - Erelijst van Gevallenen

Terwijl verreweg de meeste joodse Dordtenaren hun dood vonden in buitenlandse concentratiekampen, stierf mr. Emanuel Hamburger vlakbij zijn woonplaats, op een naargeestige plek: ter hoogte van Heinenoord, midden op de rijksweg die de wijde polders van de Hoeksche Waard doorklieft. Samen met negen lotgenoten werd hij daar, 43 jaar oud, in de vroege ochtend van 18 februari 1945, ijskoud gefusilleerd door een Duits vuurpeloton – als represaille voor een aanslag waaraan Hamburger en de anderen part noch deel hadden gehad.
         Emanuel Hamburger is niet de enige Dordtse jood die is geëxecuteerd. Fatale kogels troffen bijvoorbeeld ook Abraham Wijnberg, op 29 juli 1943, op de Leusderheide. Maar wat de dood van Hamburger, leraar aan de gemeentelijke hbs, dubbel zo wrang maakt, is dat deze werd ingeleid door een oud-leerling van hem. Die verried onverschillig zijn docent, terwijl Hamburger zich nu juist zo toegewijd en volledig in dienst had gesteld van “vooral de jeugd”, zoals hbs-directeur dr. J.J. Prins memoreerde bij Hamburgers herbegrafenis in Dordrecht.

Socialist
Emanuel Hamburger was meer dan een bezielde leraar. Bovenal was hij een volbloed socialist, links van voor tot achter, maatschappelijk betrokken van top tot teen. En hij was joods, en daar schaamde hij zich allerminst voor. Hij kwam daar unverfroren voor uit, gaf er zelfs lezingen over. Zoals op zondagochtend 13 december 1931, in het Asta-Theater van Gorinchem. Hij sprak daar, op een bijeenkomst van de lokale afdeling van het Instituut voor Arbeiders-Ontwikkeling, over ‘Het Joodsche vraagstuk en het anti-Semitisme’.
         Het Nieuwsblad voor Gorinchem en Omstreken plaatste op 18 december een verslag van Hamburgers lezing, dat digitaal is terug te lezen. En zo valt die ene uitspraak op, die achteraf, met de huidige kennis van de Tweede Wereldoorlog, zo ijselijk is.
         In Duitsland was de intense afkeer van joden al vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog aan het aanzwellen. Hamburger wees erop dat het “anti-semitisme” daar al zijn “hoogtepunt had bereikt, in de oprichting van de Nationaal Socialistische Arbeiders Partij”, de politieke beweging die er kwam tot heil van het nazisme. De joden kregen nu “in hoofdzaak de schuld van verschillende toestanden”, scheldliederen werden al over hen gezongen – waarvan Hamburger er “enkele voorlas”.
         Desondanks hield hij hoop. Desondanks zei spreker, aldus de krant, “dat spoedig de tijd zal komen dat joden niet meer zullen worden verdrukt”.
         De geschiedenis nam een andere loop. Emanuel Hamburger zou zelf lijfelijk ervaren hoe een “Joodschen afkomst” zich tegen je kan keren.

Emanuel Hamburger

Tal van maatschappelijke functies bekleedde mr. Hamburger in Dordrecht. Op deze foto is hij (staande derde van links) bestuurslid van de Dordtse afdeling van de SDAP. Foto RAD (nummer 552_305168)

Geëngageerd
Geboren in Nijkerk op 8 augustus 1901 geraakte Emanuel Hamburger eind jaren twintig in Dordrecht. Hij zette zich neer in de Chr. de Wetstraat 18. Langzaam, maar volhardend liet hij Dordrecht kennismaken met zijn politieke en sociale engagement. Hij was links en verborg dat niet. Hij sloot zich aan bij de Arbeiders Jeugd Centrale, bij het Instituut voor Arbeiders-Ontwikkeling, bij de SDAP. Maar ook niet-politieke instellingen, kringen van sociaal en geestelijk leven, verwelkomden hem: de Keuringsdienst voor Waren, de Dordtse Kunstkring, het gezelschap Diversa Sed Una, de Dordtse openbare leeszaal en bibliotheek, het Historisch Genootschap in Utrecht.
In zijn dagelijks leven was Hamburger leraar economie, geschiedenis en staatsinrichting, aan de gemeentelijke hbs. Directeur Prins haalde bij Hamburger’s herbegrafenis op 4 oktober 1945 herinneringen op aan zijn sollicitatie. “Toen reeds”, zei Prins volgens een nieuwsartikel in Het Vrije Volk, “viel zijn buitengewone begaafdheid op, die hem zo hoog deed uitsteken boven de gemiddelde leraren. Hij was een zelfmade-man, die in korte tijd verschillende examens had afgelegd.”
         Collega W. Meijers sprak ook bij die gelegenheid. Hij roemde de “schier ongelooflijke kennis” van Hamburger, “alsook zijn prikkelende, geestige conversatie, die een gesprek met hem boven het alledaagse peil verhief”. Zijn werkkracht was groot, vervolgde Meijers. “Bijna geheel alleen verzorgde hij het herinneringsboek voor de 75-jarige herdenking van de hbs”.
         Hij had ook zijn fouten. In debat was hij vaak te scherp geweest, had Hamburger wel eens tegen zijn vriend Meijers gezegd, en “daarvan had hij spijt.” Maar hij was verder “zeer verdraagzaam”, zij het niet jegens onverdraagzamen.

Emanuel Hamburger

In dit pand op het Vlak in Dordrecht hield Emanuel Hamburger kantoor als advocaat, totdat anti-joodse maatregelen hem dat beletten. Foto Redactie Website

Statenlid
In de jaren dertig betoonde Hamburger zich in toenemende mate een strijdbaar sociaal-democraat. Hij werd voorzitter van de Dordtse SDAP-afdeling. Hij gaf lezingen, ook buiten de stad. Zoals in maart 1931 in Gorkum, in het verenigingsgebouw ‘Palvu’. Hamburger nam er met de toehoorders het onderwerp ‘Wat leert ons het Russische Vijfjarenplan?’ door. Of in maart 1939, in Schelluinen. Daar benadrukte hij in café De Bruijn “de groote betekenis van de aanstaande Statenverkiezing”.
         Hamburger had een persoonlijke reden voor dit thema. Hij had zich namens de SDAP kandidaat gesteld voor de Provinciale Staten, zoals hij zich in april 1937 als kandidaat aanmeldde voor de Tweede Kamer. Tot Kamerlid is hij overigens niet gekozen, tot Statenlid wel. Intussen studeerde hij ook nog rechten. Hij wist “zeer vlug” (dr. Prins) zijn Staatsexamen te behalen. Op Vlak 2 in Dordrecht, in een nog altijd bestaand reusachtig gebouw, opende Hamburger een kantoor.
         In de omgang was Hamburger “timide”, zo schreef J.P. van Praag naderhand in Het Parool in een In Memoriam. “Hij was geneigd zijn eigen weg te gaan”. Maar beschroomd was hij allerminst in zijn overtuigingen en zijn vele functies. Van Praag: “Zeker, hij was een harde werker: als leeraar, op organisatorisch gebied, en niet minder op wetenschappelijk terrein. Als hij een historisch onderzoek aanpakte, dan deed hij het grondig. Maar voor alles was hij een strijder. Als hij een zaak voorstond, dan lette hij niet op persoonlijke gevoeligheden, dan streed hij zonder aanziens des persoons.”

Emanuel Hamburger

Een uitsnede van de brief waarin Dordrechts burgemeester Bleeker de autoriteiten meedeelt dat (de joodse) leraar E. Hamburger is ontslagen. Foto Redactie Website

Vampyr
De oorlog naderde, in de vorm van “een teutoonse vampyr” zoals een Dordtse krant nadien schreef, en het leven van mr. Emanuel Hamburger kantelde. De Duitse bezettingsmacht begon mensen van Joodschen bloede stelselmatig te dwarsbomen, als voorbode van de vernietiging die op handen was. Hamburger verloor zijn baan als leraar , op 1 maart 1941. Hij werd ook gedwongen op te stappen als Statenlid, in hetzelfde jaar. Joden, zo was nu eenmaal de regel, mochten geen openbare en vertegenwoordigde functies meer bekleden.
         “Een tragische en schandelijke geschiedenis”, noteerde mr. Jaap Burger, de Dordtse advocaat en latere minister in het oorlogskabinet-Gerbrandy, in zijn dagboek. Hij vermeldt het ontslag van Hamburger expliciet. Hamburger had net als Jaap Burger als advocaat en procureur willen werken, maar de anti-joodse maatregelen verhinderden dat.
         In het boek Smalle marges: de Nederlandse advocatuur in de Tweede Wereldoorlog, in 2010 gepubliceerd door NIOD-onderzoeker Joggli Meihuizen, wordt de vernedering die Hamburger onderging, kort geschetst. “In de zomer van 1942 wendde hij zich tot de president van de Dordtse rechtbank, mr. H. Heuvelink, met het verzoek te mogen worden beëdigd als advocaat en procureur, uitsluitend om op te treden voor Joodse cliënten. Heuvelink speelde de bal door aan de secretaris-generaal van Justitie. Die beperkte zich ertoe te verwijzen naar de door zijn voorganger ook aan de rechtbank in Dordrecht verzonden circulaire van 24 mei 1941, waarin de benoeming van nieuwe joodse advocaten werd verboden.”
         De anti-joodse directieven blokkeerden de instroom van joodse advocaten totaal.
         Hamburger ging in het verzet, hij gaf niet op. “Hij was er de man niet naar om zijn levensplan te laten bepalen door den willekeur der bezetters”, zou Van Praag later schrijven. Hamburger had zijn kantoor op het Vlak al opgeheven en woonde vanaf 30 april 1940 in bij zijn moeder, Jeanette Mendels, de weduwe van Bernard Hamburger, op de Singel 42 (nu: 58).

         Hij werd actief bij de onderduikerhulp, zoals de website Joods Monument meldt en hielp bij het samenstellen, drukken en verspreiden van illegale lectuur.
        

Emanuel Hamburger

Het monument langs de autoweg bij Heinenoord, vlakbij de plek waar Hamburger is geëxecuteerd. Foto Redactie Website

Geheim
Tot nog toe is onbelicht gebleven dat Hamburger ook deel uitmaakte van het verborgen genootschap van vooraanstaande plaatselijke en landelijke SDAP’ers. Deze zogenoemde Dordtse Kring vergaderde in het geheim regelmatig, onder andere ook in het huis van zijn moeder. Rob Hamburger (1931), een neef van Emanuel Hamburger, verbleef van oktober 1941 tot 1942 bij zijn grootmoeder op de Singel, om bij te komen van de aanhoudende bombardementen op het ouderlijk huis in Rotterdam.
         “Ik schat dat ik zeker tien keer heb meegemaakt dat mannen op visite kwamen, en in de werkkamer van mijn oom gingen zitten”, aldus Rob Hamburger, een neerlandicus die in Dordrecht raadslid voor de PvdA is geweest. De Dordtse huisarts Jan F. Heroma en de latere wethouder Henk van Es waren er aanwezig, maar ook bijvoorbeeld zwaargewichten als Sicco Mansholt, Jaap Burger, Hein Vos en pater Stokman. “Waar die bijeenkomsten over gingen, weet ik niet. Ik werd daar buiten gehouden, net als mijn grootmoeder.”
         Vastgesteld is inmiddels dat deze ondergrondse gesprekken bedoeld waren om vooruit te blikken op het na-oorlogs bestel van Nederland.

Brutaal
Twee keer voert Jaap Burger zijn stadgenoot nog op in het Oorlogsdagboek, dat is bezorgd door Chris van Esterik en in 1995 verscheen. Op 17 mei 1940 schrijft hij dat de Duitsers het gemeentehuis “nogal met rust laten”, na “aanvankelijke belangstelling”. Dan gaat hij verder met: “Hamburger schijnt met een brutaal gezicht in en uit te lopen, met de wethouders te confereren et cetera. Die heeft zich als Jood wel afgeschreven, zoals velen van ons trouwens min of meer. We zullen leven zolang we kunnen en hopelijk niet laf zijn als het einde daar is.”
         Op vrijdag 7 juni 1940 volgt nog dit: “Volgens Hamburger die ik vandaag sprak, was het volkomen logisch dat de Koningin en de regering weggegaan waren, al zou het wellicht jaren duren voor de massa dit in zou zien.”
         Blijkbaar is Hamburger nog zelfverzekerd en weet hij zich redelijk te redden in vijandig Dordrecht.
         Maar dan slaat een oud-leerling van hem toe. Deze ex-hbs-scholier is werkzaam voor de Sicherheitsdienst en verraadt zijn ondergedoken docent. Van Praag stelt in zijn In Memoriam dat mr. Hamburger in de jaren dat hij ondergedoken was, weliswaar “niet voorzichtig” is geweest, maar er was “nimmer sprake van een driestheid die het noodlot tartte”.
         Het verraad van de oud-leerling was de genadeslag. Hamburger werd in december 1944 gearresteerd en via het politiebureau aan het Haagsche Veer in Rotterdam overgebracht naar de strafgevangenis van Scheveningen. Van Praag: “Al spoedig moest voor hem het ergste gevreesd worden.”
        

Emanuel Hamburger

Op de zijkant staat de namen van de gefusilleerden.
Foto Redactie Website

Zonder proces
Op 18 februari 1945 eindigde Hamburgers leven. Vier leden van de Knokploeg Zinkweg hadden de NSB-burgemeester M.A. Simonis van Nieuw-Beijerland en Piershil geliquideerd. De daders bleven onvindbaar, en als represaille sleepten de Duitsers tien willekeurige mensen uit hun Scheveningse cellen en vervoerden ze naar de Hoeksche Waard. En daar, op de rijksweg Blaaksedijk-Krooswijk bij Heinenoord, werden ze die zondagochtend om 9 uur zonder enige vorm van proces stuk voor stuk neergeschoten – midden tussen de braakliggende polders, “op een plaats die zij tevoren wellicht nimmer gekend hadden”, zoals het Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJsselmonde en Putten berichtte, op 28 februari 1946, bij de onthulling van het monument voor deze gevallenen.
          Dit monument, een voetstuk met daarop een levensgrote man die zijn wanhoop lijkt uit te schreeuwen, staat nog op dezelfde plek, langs de weg. Op de voorzijde is de kreet “Moeder” te lezen, daaronder de tekst: ‘Voor hen die vielen voor en door het verzet 1940-1945’, plus deze regels: Hoe kon de mens de wens/ tot leven ooit teniet doen?/ Hier klonk de kreet van één/ die voor tien makkers sprak. Beeldhouwer Huberth van Lith vervaardigde het monument, dat in 1946 zijn voorlopige vorm en in 1950 zijn definitieve aanzien kreeg.
         Aan de zijkant worden die makkers genoemd, althans diegenen die tot dan waren geïdentificeerd: Wouter Wilhelmus Cornelis Verkerk, wachtmeester der marechaussee, Rockanje; Etienne de Bouter, kantoorbediende, Rotterdam; Albert Jappe Alberts, tandarts, Rotterdam; Machiel Wilhelm Prohn, bankbeambte, Rotterdam; Hendrik du Valoois, conciërge, Rotterdam; ir. Pieter van der Wallen, directeur Kalk- en Zandsteenfabriek, Brielle; Cornelis Pieter Nonner, elektromonteur, Rotterdam en Emanuel Hamburger, leraar, Dordrecht.
         Jaren later konden de laatste twee worden toegevoegd: Carel August Filipson en Teunis Kooij, beiden uit Amsterdam, beiden leerlingen van de Kweekschool voor de Zeevaart.

Emanuel Hamburger

Mr. Hamburger werd in oktober 1945, in aanwezigheid van vele genodigden, herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Dordrecht. Dit is zijn graf. Foto Redactie Website

Verloofd
Volgens Joods Monument.nl was Hamburger ongehuwd. Strikt genomen klopt dat. Maar Rob Hamburger vertelt dat zijn oom wel al verloofd was, met Nelly Haverkamp-Begeman, een kinderarts die met haar zus Pien op de Rozenhof woonde. In de overlijdensadvertentie – die pas op 29 september 1945 in de Dordtse editie van Het Parool werd geplaatst omdat er toen pas “droevige zekerheid” was over Hamburgers lot – staat zij onderaan.
         Bijna acht maanden nadat de kogels hem velden, worden Hamburgers stoffelijke resten “door toegewijde handen” opgegraven en krijgt hij, zoals Het Vrije Volk op 5 oktober 1945 doorgaf, op de Algemene Begraafplaats in Dordrecht alsnog “een menswaardig graf”. Honderden belangstellenden wonen de “aangrijpende plechtigheid” bij. Meerderen uit allerlei kringen die op hem bij leven konden bogen, spreken.
         Hbs-directeur Prins verklaart: “Zijn grote kennis stelde hij in dienst van de gemeenschap; hij wilde zijn medeburgers, maar vooral de jeugd dienen.” Jaap Burger, zegt, als lid van het hoofdbestuur van de PvdA, dat Hamburger “een intellectueel was, die niet als anderen terzijde bleef staan, maar die van mening was dat juist de begaafden zich in plaats van een bespiegelend leven te leiden, moeten geven voor recht en vooruitgang”. En Henk van Es, lid van het afdelingsbestuur van de PvdA besluit met: “Geen werk voor de Partij was voor hem te groot of te klein.”

Kernleider
Twee jaar later, in 1947, neemt de president van het Tribunaal Gorinchem, mr. W.O. de Kat Angelino uit Dordrecht, het in onbewimpelde taal op voor Emanuel Hamburger.
         Voor hem zit, drie uur lang, ir. Harm Höltke, een NSB’er afkomstig uit Dordrecht, die van 15 oktober 1943 tot 15 oktober 1944 burgemeester van Gorinchem is geweest. Höltke, die in Dordrecht aan het Oranjepark 30 (nu: 22) woonde, moest zich verantwoorden voor verschillende tenlasteleggingen.
         In Dordrecht was hij kernleider van de Germaanse SS geweest, ook werd hij in 1935 lid van de NSB en schopte het er tot kring- en districtsleider. Hij was feitelijk “de hoogste functionaris” in Dordrecht. Maar begin 1942 had hij, toch “buitengewoon verrast” door de Duitse inval, uit de NSB willen treden. Dat had hij niet gedaan, maar hij was “zich niet bewust”, zei hij volgens een groot nieuwsverhaal in het Nieuwsblad van Gorinchem op 31 oktober, dat hij “verkeerde dingen had gedaan”.
         Daarop haalde de president van het tribunaal diverse bezwarende brieven uit het dossier te voorschijn, brieven die Höltke had gericht aan het Hoofdkwartier van de NSB, afdeling Afweerdienst.
         In één van die brieven noemde hij mr. Hamburger “een zeer geraffineerde en gevaarlijke jood”, het zou “een weldaad zijn hem zo spoedig mogelijk op te sluiten, omdat hij de schooljeugd ophitst”.
         De president viel scherp uit. “U moest U schamen over een dergelijke edele man als mr. Hamburger zo iets te durven schrijven. Wat een “weldaad” nietwaar, maar kan het U voldoening schenken dat mr. Hamburger voor het executiepeloton de dood gevonden heeft? Hoe kunt u dergelijke walgelijke brieven schrijven?”
         Het Nieuwsblad beschreef Höltkes verweer: “Zwakjes merkte de beschuldigde op: ‘Het was niet juist.’”


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'