Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse familie Braadbaart in
de oorlog het zwaarst getroffen

familie Braadbaart

Op de website van Joods Monument staat een enkele foto van leden van de familie Braadbaart. Ook in de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) zijn er enkele te vinden. De foto’s worden hier getoond, met bronvermelding.
Deze eerste foto laat al meteen enkele Braadbaarts tegelijk zien. De foto is gemaakt bij verfhandelaar Philip Jacob Braadbaart op de Voorstraat, in 1940 of 1941, tijdens een feestje, zo lijkt het.
Staande v.l.n.r. gaat het om Alie Piket, Roosje Braadbaart, mevrouw Kool, mevrouw Piket, mevrouw W. Gelissen,
de heer Kool (bedrijfsleider Albert Heijn) en de heer E. Gelissen (parapluwinkel Martinot).
Zittend: mevouw Piket sr., de heer Philip Jacob Braadbaart (huisschilder), dochter Betje (‘Beppie’) Braadbaart,
heer Piket en moeder Kaatje Braadbaart-Breemer.
Foto RAD (nummer 552_305165)

De uitgebreide joodse familie Braadbaart in Dordrecht is het hardst getroffen door de Holocaust. Onder hun afstammelingen richtten de Duitsers, op lokale schaal, de grootste slachting aan. Tientallen van hen verloren hun levens in de gaskamers.
        Dit achtergrondverhaal brengt het wijdvertakte geslacht Braadbaart in kaart, en daarmee de jodenvernietiging. De stamboom met de zijtakken, de directe en indirecte verwanten, de aangetrouwden met hun kinderen – ze worden allemaal genoemd. Althans, voorzover hun persoonsgegevens in openbare bronnen te vinden waren. Soms stopte een spoor door de privacywetgeving, soms ook bleken burgerlijke-standdetails domweg onvindbaar.
        Het accent ligt bovendien op hoe de familie in de aanloop naar, en kort na afloop van de Tweede Wereldoorlog was samengesteld. Er wordt niet uitgezoomd naar voriger eeuwen. De informatie is ingedeeld op de drie adressen in Dordrecht waar de Braadbaarts op het moment van de jodenjacht woonden: de Groenmarkt, de Blekersdijk en de Voorstraat. Ook worden de drie locaties vermeld van Braadbaarts die door huwelijk een andere achternaam kregen, zoals Den Hartog en Meijer: op de Reeweg, in de Bankastraat en nog eens op de Voorstraat. In totaal zes dus.
        Dit opdelen is noodzakelijk, want behalve omvangrijk is de familie Braadbaart voor buitenstaanders ook onoverzichtelijk - totdat je doorkrijgt hoe de stamboom zich vertakte. In het kort: joden mochten zich eeuwen terug alleen in Amsterdam ophouden, niet daarbuiten. Philip Nathan Braadbaart was de eerste die de hoofdstad verliet en zich in Dordrecht vestigde. Later haalde hij er zijn neef Nathan Hela Braadbaart erbij, een zoon van zijn broer.
        Deze twee Braadbaarts verankerden in feite het geslacht Braadbaart in Dordrecht, zij zijn de stamvaders. Zo - eenvoudig - zit het in elkaar.
        Philip en Nathan zorgden voor vertakkingen. Om die uit elkaar te houden, bleef concentratie vereist, want meerdere keren kwamen overeenkomende namen voor, zoals Saartje, Betje, Izaak en Philip. Wie hoorde nu bij wie? En soms was er een achternaam die verschillend geschreven werd: Witsteijn, Witstijn of Witstein. Dubbelchecken leerde dat het toch echt Witsteijn moest zijn.
        Los van dit artikel wordt ook een familie overzicht geboden. Daarin staan alle Braadbaarts, toegespitst op Dordrecht, met hun geboorte- en overlijdensdatum en het lot dat verreweg de meesten trof: de gasdood in Auschwitz. Het familie overzicht is met opzet gedetailleerd. De veelheid aan namen, data en aftakkingen laat zien hoe massaal de nazi’s de Braadbaarts wisten uit te moorden. In die details schuilt de duivel.
        In het familie overzicht worden de Braadbaarts slechts aangeduid met kale, zakelijke gegevens. Het is ondoenlijk om ze allen te profileren, zoals de gewoonte is op deze website. Daarvoor zijn het er te veel.
        Eén conclusie valt te trekken: de ontwrichting van de Braadbaarts was niet totaal. De schaarse overlevenden hebben gezinnen gesticht; de kinderen op hun beurt ook weer. Maar geen van hen kan nog Dordtenaar worden genoemd. De Braadbaarts zijn volledig verdwenen uit Dordrecht. En nog zoiets: er bestaat geen joodse Braadbaart meer.

joods echtpaar Braadbaart

Ook onbekend zijn de personen op deze foto uit ongeveer 1900,
ook afkomstig uit de gemeentelijke prentenverzameling van het RAD.
Het bijschrift vermeldt alleen dat het om een “joods echtpaar Braadbaart” gaat.
Foto RAD (nummer 552_305187)

Schare
Philip Nathan Braadbaart moet als het begin worden aangemerkt. Hij is de stamvader van verreweg de meeste Braadbaarts in dit verhaal. Hij haalde zijn neef Nathan Hela van Zaandam naar Dordrecht. De voornaamste reden: vader en moeder Witsteijn beschikten over nogal wat huwbare dochters.
        Met deze twee Braadbaarts begon de dynastie Braadbaart zich in Dordrecht te ontwikkelen.
        Philip Nathan trouwde tweemaal, zorgde daardoor voor een ware schare aan nakomelingen, en die weer voor de vele zijtaken van de stamboom. Philip is geboren in Amsterdam, op 14 oktober 1819, en overleed tachtig jaar later in Dordrecht, op 17 december 1899. Hij, de zoon van Nathan Levij Meijer Braadbaart en Vrouwtje Philip Costima, groeide uit tot een koopman en winkelier. Op 1 mei 1844 trouwde hij in Dordrecht met Johanna Witsteijn (Dordrecht, 17 mei 1822), een dochter van de muzikant en broodbakker Izaac (‘Izak’) Witsteijn en Saartje Ezechiel Samuel Wijngaarden (Dordrecht, 17 mei 1822). Samen met Johanna krijgt Philip vier kinderen: Saartje, Francina, Rozetta en Kaatje. In het familie overzicht worden al hun persoonsgegevens opgesomd.
        Johanna overlijdt op 27 september 1852, op 30-jarige leeftijd. Een jaar later, op 3 augustus 1853, hertrouwt de 34-jarige Philip met de 19-jarige Saartje Witsteijn, een zus van Johanna. Met Saartje, geboren op 3 juni 1834, krijgt Philip nog eens tien kinderen, van wie hier alleen de namen worden genoemd: Johanna, Nathan, Izaak, Johanna, Jacob, Schoontje, Henriette, Rebecca, Carolina en Abraham.
        Dordrecht kent nog een tweede familie Braadbaart, de fameuze bakkersfamilie. De oorsprong van dit gezin vormt Nathan Hela Braadbaart (Zaandam, 23 februari 1846 -Dordrecht, 20 november 1918). Nathan is een zoon van Hela Nathan Braadbaart en Schoontje Eliazat Fruitman. Hij is die man die door Philip Nathan, zijn oom, werd uitgenodigd om naar Dordrecht te komen.
        Nathan trouwt er met Theodora Witsteijn (Dordrecht, 4 augustus 1844 - Dordrecht, 20 november 1918). Theodora is òòk een dochter van broodbakker Izak Witsteijn en Saartje Witsteijn, een zus dus van Saartje en Johanna.
        Nathan trad op 3 september 1868 in het huwelijk met Theodora. Vier maanden later wordt hun eerste kind geboren, Jenette, op 30 december 1869. In de jaren erna volgen er nog negen, achtereenvolgens: Izaak, Elia, Bension, Jenette, Setje, Mirjam, Rebecca, Maurits en Leendert. Ook over hen staan de bijzonderheden in het familie overzicht.
        Het zijn al deze kinderen, de 14 van Philip en de 10 van Nathan, die als volwassenen met hun gezinnen in het vizier komen van de bezetter. Waarna er voor de meesten van hen geen leven meer overbleef.

huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart

De huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden, bestaan alle nog.
Blekersdijk (was 12, is nu 18-20) en Groenmarkt (was 26, is nu 36).
Foto’s Redactie Website


joodse bakkersvrouw

In de deurpost van de bakkerszaak aan de Groenmarkt staat hier volgens het RAD een “joodse bakkersvrouw”. Haar identiteit is vooralsnog onbekend. Is het de echtgenote van de bakker, of een dochter? De foto is gemaakt in circa 1926.
Foto RAD (nummer 552_305188)

Bakkerij
Verspreid over Dordrecht woonde en werkte er aan het begin van de oorlog een groot aantal Braadbaarts. Hier wordt geschetst welke locaties dat waren en wie er in de desbetreffende panden woonden.
        Op de Groenmarkt, op nummer 26 (nu: 36), bevond zich de bakkerszaak van Leendert Braadbaart. Hij, de laatstgeboren zoon van Nathan Hela en Theodora, was weduwnaar toen de nazi’s joden gingen inrekenen. Zijn vrouw Bertha Cohen (Amsterdam, 11 september, 1884) was al op 3 november 1935 overleden. Leendert bleef achter met zijn zonen Nico (Den Haag, 30 mei 1922) en Alfred Lodewijk (Den Haag, 26 oktober 1925). Hij had vanaf augustus 1920 in Den Haag gewoond, maar verhuisde in juli 1931 met zijn gezin naar Dordrecht, om er de zaak van zijn vader Nathan over te nemen.
        Leendert en zijn zonen zijn alledrie vermoord - hij in Auschwitz op 19 december 1942, Nico en Alfred ergens in Midden-Europa, beiden op 31 maart 1944. Ze waren in Dordrecht tegelijk gearresteerd, volgens de politiedagrapporten op woensdag 11 november 1942. Nico was overigens in ondertrouw met Ester Sera Meijer. Maar het huwelijk kon niet doorgaan, omdat een van hen vòòr de huwelijksdatum werd gedeporteerd, aldus de website Joods Monument.
        Op de Blekersdijk 12 (nu: 18-20) huisde Maurits Braadbaart, samen met zijn zussen Jenette, Setje en Mirjam. Deze kinderen van de al eerder genoemde Nathan Hela en Theodora waren al enigszins op leeftijd: respectievelijk 57, 65, 63 en 61 jaar. Ze woonden samen, kennelijk ongetrouwd, want van hen zijn geen huwelijken bekend.
        Maurits is in de oorlog, op 23 november 1942, in Rotterdam overleden. Uit de begraafboeken van de joodse begraafplaats in Rotterdam is gebleken dat hij aldaar is begraven. Zijn zussen vonden allen een onvoltooid einde in Auschwitz, Jenette en Setje op 19 november 1942, Mirjam op 19 december 1942. Ook zij werden buitgemaakt bij die razzia op de 11de november in Dordrecht.
        Van de tien kinderen van Nathan Hela en Theodra was nu alleen Izaak nog over. Jenette, Elia, Bension en Rebecca waren ver voor de oorlog al gestorven. Izaak woonde in Oisterwijk, als een verstotene. Zijn ouders wilden niets meer met hem te maken hebben. Daarover straks.

huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden

De huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden, bestaan alle nog.
Bankastraat (was 9, is nu 13) en Voorstraat (was 213, is nu 271). Nu het pand van The Mod.
Foto’s Redactie Website

Spoorloos
In de Bankastraat, op nummer 9 (nu: 13), viel normaal gesproken ook een Braadbaart aan te treffen: Carolina, een dochter uit het tweede huwelijk van stamvader Philip Nathan. Zij had Benjamin den Hartog (Heerjansdam, 28 maart 1869) getrouwd en met hem vier kinderen gekregen: Philip Nathan, Saartje, Stijntje Elisabeth en Simon. Maar het gezin was niet thuis; het was spoorloos.
        Dit bleek toen de fiere jodenjagers van de Dordtse politie, Evers en Den Breejen, op 17 juni 1943, de familie eindelijk vingen tijdens hun rooftochten door Dordrecht, althans vader, moeder en zoon Philip Nathan. Volgens het politierapport verklaarden de Braadbaarts dat zij zich al die tijd in de Breitnerstraat 57 hadden opgehouden.
        Het gezin is deels intact gebleven. Benjamin, Carolina en Philip Nathan zijn omgebracht: de ouders in Sobibor, tegelijk op 9 juli 1943, de zoon op 31 maart 1944, ergens in Midden-Europa. Voor hun zoon Simon, die in Oss woonde met zijn echtgenote Margaretha Hes (Veghel, 29 maart 1909), was het einde eender: de gasdood in Auschwitz, op 6 maart.
        Fortuinlijker was het lot voor de twee andere kinderen van Benjamin en Carolina: Saartje en Stijntje Elisabeth.
        Saartje haalde de bevrijding en emigreerde vervolgens naar Israël. Zij was in de oorlog nog getrouwd met de Dordtse huisarts Oscar Cahen (Leiden, 25 september 1874), die zelf is omgebracht in Sobibor, op 13 maart 1943. Stijntje Elisabeth kwam ook heelhuids de oorlog uit, zij had zich verborgen gehouden in het pand van de familie Burger aan de Wijnstraat (zie verhaal 90 op deze site). Zij emigreerde eveneens naar Israël, op 31 december 1951.

Twee leden van een andere Braadbaart-tak

Twee leden van een andere Braadbaart-tak (die van de Bankastraat):
Carolina den Hartog-Braadbaart met haar zoon Philip Nathan, poserend bij een etalage op de Voorstraat, in juli 1931.
Foto Joods Monument


huisschilder Braadbaart en zijn echtgenote Kaatje

Op deze trouwfoto, daterend van 1915, staan
huisschilder Braadbaart en zijn echtgenote Kaatje.
Foto RAD (nummer 552_305170)

Verfhandel
Een vierde hoofdadres van de Dordtse Braadbaarts is de Voorstraat 213 (nu: 271).
        Hier was de verfhandel van Philip Jacob Braadbaart gevestigd. Hij is een zoon van Jacob, die zelf weer een zoon is uit het tweede huwelijk van stamvader Philip Nathan. Philip Jacob trouwde Kaatje Breemer (Dordrecht, 23 september 1892) en kreeg twee kinderen: Betje en Rozetta. Bij dit gezin woonde Schoontje Braadbaart in, de ongetrouwde tante van Philip Jacob (zie verhaal 9).
        Vader, moeder en Kaatje waren ondergedoken, maar de Duitsers en hun handlangers van de politie wisten ze te vinden, op 16 juni 1943. Ze zeiden dat ze al die tijd in de Dwarsgang 1 rood hadden gezeten. De verblijfplaats van Schoontje is niet achterhaald, net zomin als die van Betje, die al getrouwd was, met Alouis (‘Loe’) Herman Son (Breda, 3 september 1906).
        De nazi’s haalden een streep door al deze levens. Philip, zijn vrouw en Rozetta werden vermoord in Sobibor, tegelijk op 9 juli 1943. Betje was daar een week eerder al geëindigd, op 2 juli, samen met haar man Alouis, Schoontje nog eerder, op 5 maart 1943. Sindsdien schijnt Schoontje als spook voort te leven op de Voorstraat.
        Op de Reeweg woonden vlak naast elkaar ook twee gezinnen met een Braadbaart in hun midden. Op nummer 82 (nu: 154-156) was Johanna (‘Anna’) Braadbaart (Dordrecht, 6 oktober 1883) neergestreken, samen met haar man Samuel Herman Meijer (Zwijndrecht, 14 augustus 1891). Bij hen in woonde Izaak Braadbaart (Dordrecht, 14 maart 1860), de weduwnaar van Esther Monasch en Johanna’s vader, een zoon uit het tweede huwelijk van Philip Nathan. Ook verbleef hier Sophia Meijer (Dordrecht, 22 juni 1885), een dochter van Herman Abraham Meijer, en zus van Samuel Herman.
        Deze vier bewoners zijn allen vergast. Samuel Herman op 15 december in Auschwitz, Sophia ook, op 26 februari en Johanna en haar vader in Sobibor op 5 maart 1943. Samuel en zijn zus Sophia waren opgepakt op 10 november 1943, de anderen later. Op de website Joods Monument is over de oude, 82-jarige Izaak toegevoegd dat hij slecht ter been was, en daarom maar in een kruiwagen naar het station is gebracht om op transport gesteld te worden.

huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden

De huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden, bestaan alle nog.
Reeweg (was 82, is nu 154-156) en Reeweg (was 92, is nu 192-194).
Foto’s Redactie Website


huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden

De huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden, bestaan alle nog.
Voorstraat (was 27, is nu 35).
Foto’s Redactie Website

Mishandeld
Iets verderop op de Reeweg, op nummer 92 (nu: 192-194), woonde een andere dochter van de bejaarde Izaak: Sara (‘Sera’; Dordrecht, 10 april 1881). [Izaak, die in zijn werkzame jaren vanuit Dordrecht schepen op de rivier bevoorraadde, had een groot gezin met op één na allemaal dochters.]
        Sara vormde een echtpaar met Izaak Herman Meijer (Zwijndrecht, 29 mei 1876), aan wie op deze site verhaal 59 is gewijd. In het kort daarom alleen nog de tragische afloop: Izaak Herman kwam om het leven in Westerbork, op 28 januari 1943, na ernstig mishandeld te zijn. Sara werd het leven ontnomen in Auschwitz op 11 oktober 1944, haar dochter Esther Kaatje (Dordrecht, 8 september 1912) in hetzelfde vernietigingskamp op 17 september 1943.
        Ten slotte wordt nog Betje Braadbaart genoemd, ook een dochter van Izaak de oude. Betje (Dordrecht, 30 juni 1882) woonde op de Voorstraat 27 rood (nu: 35), met haar man Salomo Herman Meijer (Zwijndrecht, 17 oktober 1883) en hun kinderen Izaak Philip (Dordrecht, 5 juni 1915), Karel (13 mei 1917) en Esther Sera (Dordrecht, 7 februari 1923).
        De Meijers zijn nogal vervlochten geraakt met de Braadbaarts, doordat drie zussen Braadbaart (Sara, Betje en Johanna) trouwden met drie broers Meijer (Izaäk Herman, Salomo Herman en Samuel Herman), in respectievelijk 1906, 1910 en 1927.
        Geen van deze gezinsleden wist aan de Duitsers te ontsnappen. Ze zijn allen vermoord, op verschillende data. Salomo in Auschwitz op 12 februari 1943, Betje in Sobibor op 5 maart 1943, Izaak Philip in Auschwitz op 30 september 1942, Karel in Blechhammer op 13 februari 1943 en Esther Sera in Auschwitz, op 19 november 1942.
        In het familie overzicht, blijkt dat het nog veel erger was. Talrijke Braadbaarts die tot nog toe niet zijn vermeld, komen daar aan de orde, en voor het grootste deel trof deze mensen hetzelfde noodlot. Het geslacht Braadbaart is uiteengerukt. Duitsers doen alles grondig, ook uitroeien.

huizen waarin de verschillende gezinnen Braadbaart woonden

Deze foto toont Leo Meijer, een kleinzoon van Izaak Herman Meijer en Sara Braadbaart.
Hij staat op de Reeweg, bij een draaiorgel. Hij moet hier dus op bezoek zijn bij zijn grootouders (Reeweg 92 - nieuw 190),
al staat hij voor de woning van zijn oud-oom en oud-tante Samuel Herman Meijer en Johanna Braadbaart
(Reeweg 82 - nieuw 154). Leo Meijer is ‘wereldberoemd’ geworden, sinds er een kinderboek is gewijd aan zijn tijd
in Kamp Westerbork. Leo Meijer, zie verhaal 59, is vergast in Auschwitz, op 6 oktober 1944.
Foto Familiebezit


***

Zeven decennia later, een huiskamer in Heemstede. Aan tafel zit de 80-jarige ir. dr. Freek Braadbaart. Tot aan zijn pensionering was hij werkzaam als ingenieur, tot in India toe, daarna promoveerde hij nog als archeoloog. Hij is een nazaat van de Dordtse Nathan Hela, maar wijkt in twee opzichten van zijn verre voorvader af: Freek Braadbaart is noch Dordts, noch joods.
        Het is al aangestipt, en het wordt hier toegelicht. Izaak Braadbaart, de opa van Freek, kwam in Oisterwijk terecht. Hij trouwde er, joods zijnd, met een meisje uit een streng rooms-katholiek gezin, Magdalena Maria Marneef (geboren 1882). Dit had grote consequenties: beide families wilden niets meer met hun kind te maken hebben. Freek: “In Brabant, een katholiek bastion, waren de joden natuurlijk heidenen. En omgekeerd deugde het ook niet.”
        Izaak en Magdalena werden verstoten. Freek: “Zijn vader Nathan Hela heeft nooit meer contact gehad met zijn zoon.” Die muur is tussen de beide families blijven staan, tot op de dag van heden.
        Uit het huwelijk kwam Nico voort. Hij en Maria Versnel kregen op hun beurt twee kinderen: Freek (1935) en Hans (1938). Deze beide broers, die zelf volstrekt a-religieus zijn, hebben inmiddels zelf kinderen voortgebracht, Freek samen zijn vrouw Mieke Verheem (1937) drie (Wendy, Okke en Marijn) en Hans met Lia Kelder twee (Jeroen en Maarten). Vier van deze vijf kinderen hebben intussen voor in totaal elf kleinkinderen gezorgd.
        Van de Dordtse Braadbaarts bleef na de oorlog alleen Izaak over, de opa van Freek. “Hij is gespaard gebleven, doordat hij met een katholieke vrouw was getrouwd. Bij een gemengd huwelijk werd je niet gedeporteerd.” Izaak Braadbaart is in 1952 overleden.

Niemand
Van alle overige Braadbaarts is niemand overgebleven. Freek: “Niemand van onze tak, afstammend van Nathan Hela dus, heeft kunnen onderduiken. Ze zijn allemaal opgepakt. Ze zijn allemaal weg, allemaal omgekomen. Alleen van de andere tak, de Meijers en de Den Hartogs, hebben enkelen de oorlog overleefd.”
        In 2004 heeft Freek Braadbaart twee nazaten van die families ontmoet: Benno den Hartog en Hans Alter. Ze waren bijeengebracht door Dordtenaar Ruben Kooman, die bezig was met onderzoek voor zijn Groot Dordtse Verhalenboek (zie verhaal 9 op deze site). De herinnering eraan doet Freek glimlachen: “Die andere twee waren nog joods. En daar zat ik dan: de enige die nog Braadbaart heet, maar niet joods is.”
        De kennismaking heeft geen vervolg gekregen. “Benno den Hartog, een aardige man, overleed enkele weken later. Van Alter heb ik niets meer gehoord.”
        Zijn vader Nico overleed in 1989. “Hij heeft me nooit iets verteld over de familie; dat heb ik allemaal zelf moeten uitvissen.” Samen met zijn broer Hans, en hun kinderen en kleinkinderen, zet Freek Braadbaart nu de familienaam voort. Trots: “Er komen er steeds meer.” Verder zijn er bij zijn weten nergens in Nederland nog Braadbaarts. “Buiten onze familie ben ik er nooit ergens een tegengekomen.”
        Dordrecht is een afgesloten hoofdstuk. “In 2010 woonde er nog één in Dordrecht, tijdelijk, een neef van me. Maar dat was eigenlijk toeval, zijn ouders woonden in Hoeven. Nu is er geen een meer. Dordrecht is voorgoed voorbij.”

Freek Braadbaart in Heemstede, met voor zich een foto van zijn kleinkinderen

Freek Braadbaart in Heemstede, met voor zich een foto van zijn kleinkinderen: noch Dordts noch joods.
Foto Redactie Website



In de collectie het Joods Historisch Museum (JHM) bevinden zich talrijke foto’s van leden van de familie Braadbaart. Voor zover ze betrekking hebben op Dordtse Braadbaarts, heeft de redactie van deze website er enkele opgevraagd, om als illustratie bij dit dossier te kunnen worden geplaatst. Het Joods Historisch Museum heeft ze per kerende post beschikbaar gesteld. De foto’s krijgen hier grotendeels hetzelfde bijschrift als het Joods Historisch Museum hanteert.

Philip Nathan Braadbaart Bets Braadbaart en Salomo (Sally) Meijer Izaak Braadbaart en zijn kleinkinderen Herman Meijer en Roosje Allemans

Portretfoto van Philip Nathan Braadbaart, circa 1914.
Foto Joods Historisch Museum

Trouwfoto van Bets Braadbaart en Salomo (‘Sally’) Meijer, 1910.
Foto Joods Historisch Museum

Familiefoto met grootvader Izaak Braadbaart en zijn kleinkinderen Herman Meijer en Roosje Allemans, circa 1916.
Foto Joods Historisch Museum

zeven dochters van Izaak Braadbaart en Esther Monasch

Familiefoto met de (zeven) dochters van Izaak Braadbaart en Esther Monasch, circa 1889.
Foto Joods Historisch Museum


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'