Het voorbije joodse dordrecht

Na de oorlog bestond de Dordtse
familie Cohen gewoon niet meer
* Hun vier kinderen zijn gered, maar dat hebben de ouders niet geweten

Het is een tragedie, onbevattelijk.
        Het gezin van Machiel Joseph Cohen en Helena van Stratum telde uiteindelijk negen kinderen. Eén van hen, eersteling Joseph, leefde uiterst kort, zeven jaar. Twee anderen, Alida en Meijer, overleden voor de oorlog, in respectievelijk 1929 en 1936. Nu waren er nog zes, die het geslacht Cohen voortzetten en uitbreidden − maar nu vooral in Rotterdam, hun nieuwe woon- en werkstad. Niets leek er aan de hand. Ze leefden het leven dat kwam, met voorspoed en tegenslagen.
        Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Toen kwamen de nazi’s, die widerlich huishielden in Nederland en overal elders in Europa, vooral onder de joodse bevolking. Alle overgebleven Dordtse Cohens, niet één uitgezonderd, werden rücksichtslos afgevoerd, allen naar één bepaald vernietigingskamp: Auschwitz. En allen gingen er dood.
        Na de oorlog bestond het oorspronkelijke gezin niet meer. De weinige nazaten van hen die nog leefden, zullen in bedremmelde stilte kennis hebben genomen van de tragedie die de Cohens was overkomen.
        In dit verhaal: de opgeheven familie Cohen − lief en leed in kaart gebracht.

Mariënbornstraat 1968

Zes van de negen kinderen van Machiel en Helena Cohen werden geboren in de Mariënbornstraat, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw in oorspronkelijke vorm is afgebroken. Deze foto toont onbewoonbaar verklaarde woningen in die straat, in 1968.
Foto Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 554_31995)

Ongelukkig
De keuze was een willekeurige. Op Lijst 2 op deze website, van joodse Dordtenaren die de stad hadden verlaten om elders een bestaan op te bouwen, staat ene Adolf Cohen, achteraf gezien een besmette voornaam. De gegevens over hem zijn summier, drie zinnen. Al wat er staat is: “Adolf Cohen, Dordrecht, 7 september 1872 - Auschwitz, 21 januari 1943. Echtgenoot van Rosalina Koppens. Woonadres: Naaldwijkschestraat 5, Den Haag. Adolf Cohen was een zoon van Machiel Joseph Cohen en Helena van Stratum.”
        Op deze website worden regelmatig ook verhalen gewijd aan ex-Dordtenaren die een onopvallend, sluimerend leven leidden. Wie waren zij? Van wie stammen zij af? Wie hebben zij op hun beurt voortgebracht? Het zoeklicht werd dit keer gericht op deze Adolf. In allerhande archieven werd gegrasduind op veelbetekenende snippers informatie over hem, en allen die hem omringden in zijn Dordtse en na-Dordtse tijd.
        De schrik kwam al spoedig: de familie Cohen − vóór Adolf en zelfs vóór diens vader Machiel Joseph Cohen al decennia stevig geworteld in Dordrecht − bleek na de oorlog uitgewist.

perceel nummer 433 op (de uitsnede van) deze oudste kadastrale kaart van Dordrecht

Op preciezer te zijn: de zes kwamen er ter wereld op huisnummer C 858. Dat is perceel nummer 433 op (de uitsnede van) deze oudste kadastrale kaart van Dordrecht, van circa 1811-1832.
Foto Collectie-Van Dooremalen

Perceel
Adolf, de aanleiding voor de queeste, is het tweede kind dat koopman Machiel Joseph Cohen (Dordrecht, 14 maart 1848) kreeg met Helena van Stratum (Breda, 18 november 1839). Het echtpaar woonde midden in de binnenstad, op diverse adressen, maar verreweg de meeste van hun negen kinderen, zes namelijk, hadden een en hetzelfde geboortehuis: C 858. Omgezet naar een kadastraal perceel (G00433) blijkt C 858 halverwege de Mariënbornstraat te staan, die in de huidige vorm onherkenbaar is, want de huizen zijn gesloopt.
        Aan Adolf ging Joseph vooraf. Hij, de eersteling, werd geboren op 9 juli 1871, op het adres D 96. Dit is het kadastrale perceel H00478 en dat bevond zich in de eveneens grondige veranderde Sisarijs- of Sarisgang, tegenwoordig een brede winkelstraat. Joseph heeft niet lang geleefd, hij stierf op 20 mei 1878, na bijna zeven jaar. Na hem kwam dus Adolf, op C 1645. Dat was enkele huizen verderop, op perceel H00731.
        Alle navolgende kinderen kwamen daarna ter wereld op dat adres C 858, op één na, merkwaardigerwijs. Meijer Cohen, geboren op 19 november 1876, is volgens de geboorteakte op C 358 van het Torenstraatje gebaard, “des namiddags ten drie ure”. Was zijn moeder daar toevallig toen hij zich aankondigde? Waren ze tussentijds even verhuisd? Verstond de ambtenaar Machiel niet goed, verschreef hij zich? Hoe dan ook: twee kinderen vóór Meijer, en vier kinderen ná hem, hadden C 858 als geboortegrond.

Bevolkingsregister Dordtse familie Cohen

Op de pagina’s over de familie Cohen in het Dordtse bevolkingsregister is te zien dat het gezin ten slotte op nummer 48 (eerst nog 17) van de Mariënbornstraat heeft gewoond. Al hun negen kinderen zijn geboren Dordtenaren.
Foto RAD


Grafstenen Machiel Joseph Cohen en Helena van Stratum

Terwijl hun kinderen uitzwierven naar Rotterdam en Den Haag, bleven vader Machiel Joseph Cohen en moeder Helena van Stratum achter in Dordrecht.
Zij zijn er begraven op de joodse begraafplaats aan de Achterweg. Machiel stierf op 5 januari 1900, Helena op 26 juni 1903.
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’

Voorvader
De kinderen Cohen waren niet zo gehecht aan Dordrecht. De meesten verhuisden op enig moment naar Rotterdam, feitelijk de stad van hun voorvader: Joseph Meijer Cohen, de grootvader van Adolf en al zijn andere broers en zussen, waren daar geboren, Joseph in 1816, op 1 augustus. Hij was op 4 maart 1840 in Dordrecht als 22-jarige in het huwelijk getreden met Bloemetje Machielse Polak, 24 en een geboren Dordtse. En aldus waren de Rotterdamse Cohens in Dordrecht beland.
        Hun ouders zijn in de nieuwe eeuw overleden. Zij zijn in Dordrecht gebleven en begraven, op de joodse begraafplaats aan de Nieuweweg. Vader Machiel stierf enkele dagen nadat de 20ste eeuw was begonnen, op 5 januari 1900, 51 jaar oud. Moeder Helena leefde tot 26 juni 1903. Zij is 63 geworden.
        Adolf is een uitzondering op de terugkeer van de Cohens naar Rotterdam. Hij trok verder, naar Den Haag. Op 24 augustus 1915 arriveerde hij er, zich vestigend op de Paviljoensgracht 42. Twee maanden later, op 27 oktober 1915, was er al uitbundig feest: Adolf, inmiddels 43, trouwde met de 46-jarige Rosalina Koppens (Den Bosch, 10 mei 1869). Zij was een weduwe, tevens een moeder.

gezinskaart Den Haag van Adolf en Helena

De gezinskaart van Adolf en Helena: in september 1938 verhuisden zij, beiden al ver in de zestig, naar de Naaldwijkschestraat 5.
Foto Gemeentearchief Den Haag


Adolf Cohen en Rosalina Koppens leesbibliotheek annex boekhandel

Adolf Cohen was degene die naar Den Haag verhuisde. Hij begon er met zijn vrouw Rosalina Koppens een leesbibliotheek annex boekhandel, aan de Paviljoensgracht 42,
zoals blijkt uit deze advertentie in het
‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ (NIW) van
7 september 1934.
Foto Delpher

Geboorte Samuel

Rosalina was eerder getrouwd geweest van Barend Spiero, met wie zij zoon Samuel kreeg.
Foto Delpher





Weeshuis
Rosalina was eerder getrouwd geweest − vanaf 14 juni 1905 in Rotterdam met Hagenaar Barend Spiero, een koopman in schrijfbehoeften. Maar hij was, nog pas 35 jaar oud, gestorven op 3 mei 1912. Met Adolf begon zij een tweede huwelijk, op 27 oktober 1915. Zij bracht haar kind Samuel (Den Haag, 12 januari 1907) daarin mee, zij het pas vanaf 22 februari 1919. Samuel was op 3 december 1914 in het Israëlitisch weeshuis aan de Raamstraat 45 geplaatst en bleef daar zolang. Vermoedelijk kon zijn moeder de zorg voor hem alleen niet aan.
        Adolf had in zijn woning aan de Paviljoensgracht intussen een eigen nering opgebouwd, een leesbibliotheek annex boekhandel. Rosalina ging daar ook werken, zij werd de houdster ervan. Op zaterdag 17 januari 1920 vierde Samuel zijn “barmitswa-feest”, zo stond in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 16.1.1920 aangekondigd. Hij had de leeftijd van dertien jaar bereikt. In 1938, op 20 juli, stopten Adolf en Rosalina blijkbaar met werken. Ze waren al eindzestigers. Ze verhuisden naar de Naaldwijkschestraat, nummer 5. Dit zou hun allerlaatste woonadres worden.
        In het jaar ervoor, op 20 januari 1937, was Samuel, de zogenoemde behuwdzoon, in Den Haag getrouwd met de Duitse jodin Sara Vogel (Dortmund, 18 juni 1912). Zij was op 30 december 1936 in Nederland terechtgekomen, zeer waarschijnlijk op de vlucht geslagen voor het nazistisch bewind van Hitler. Samen met Samuel ging ze eerst nog aan de Paviljoensgracht wonen, maar per 14 september 1938 in een eigen huis aan de Amstelstraat 4.
        Hun huwelijksgeluk zou nog geen vijf jaar duren.

Gezinskaart Den Haag Samuel en Sara Vogel

Op 20 januari 1937 trouwde Samuel met de eveneens joodse Sara Vogel, afkomstig uit Dortmund. Zij was in het jaar ervoor, op 30 december 1936 in Den Haag aangekomen. Waarschijnlijk was zij op de vlucht geslagen voor het heersende nazibewind in Duitsland. Vijf jaar later was het huwelijksgeluk van Samuel en Sara voorbij: de Duitsers doodden hen in Auschwitz, in september 1942.
Foto’s Gemeentearchief Den Haag

Alida Cohen stierf op 26 februari 1929, 49 jaar oud, in Den Haag

Twee kinderen Cohen, inmiddels volwassenen, overleden voor de Tweede Wereldoorlog. De eerste was Alida Cohen, getrouwd met Jules Joel. Zij stierf op 26 februari 1929, 49 jaar oud, in Den Haag. In de advertentie in het NIW, 1.3.1929 wordt hij abusievelijk Joels genoemd. Maar volgens de overlijdensakte heet hij Joel. Alida ging heen om 10 uur ’s ochtends.
Foto’s Delpher en Gemeentearchief Den Haag.

De anderen
Hoe was het ondertussen de andere familieleden Cohen vergaan?
        Twee van de broers en zussen van Adolf waren er al niet meer toen Adolf zich met zijn Rosalina vestigde in de Naaldwijkschestraat.
        Alida (1879), kind nummer zeven, was onderwijzeres geworden op de Gemeenteschool nr. 4 in Dordrecht. De Dordrechtsche Courant noemt haar aanstelling in de editie van 22 maart 1901. In 1918 bevindt zij zich in Den Haag, nog zo’n uitzondering op de trek van de Cohens naar Rotterdam. Zij trouwt op 2 januari 1918 in de Hofstad, zonder beroep zijnde en 38 jaar oud, met de 41-jarige handelaar in herenklediing Jules Joels (Den Haag, 10 juli 1876).
        Voor haar is het de eerste echtverbintenis, voor hem al de derde. Zijn vorige echtgenotes waren allebei overleden. De eerste was Rosa van Emden (1879-1908), de tweede Ester van Emden (1881-1916). Alida zelf is elf jaar met Jules getrouwd gebleven, maar ook dit huwelijk eindigde met een voortijdige dood − de hare, op 26 februari 1929. Jules hertrouwde opnieuw, nu op 9 april 1930, een jaar later, met Sophia Sara van Witsen (Rotterdam, 7 september 1879).
        Ter afronding: Jules is in de oorlog, 66 jaar oud, gestorven in Rotterdam, wonend aan de Pretorialaan 21b. Hij is in dit stad ook begraven. Zijn vrouw Sophia eindigde in Sobibor, op 7 mei 1943, 63 jaar oud.

Gezinskaart Rdam Meijer Cohen en Neeltje Schotel

Ook voor de oorlog overleed Meijer Cohen, op 10 april 1936 in Rotterdam. Zijn vrouw Neeltje Schotel, een Dordtse die niet joods was, ging eerder heen, in januari 1931. Het gezin woonde op verschillende adressen, beginnend op de Sophiakade.
Foto Stadsarchief Rotterdam

Kellner
Het andere familielid Cohen dat voor de oorlog het leven liet, is Meijer Cohen (1876), kind nummer vijf. Meijer heeft wel drie beroepen beoefend: kellner, colporteur en caféhouder. Nog in Dordrecht trouwde hij op 9 juni 1909 met plaatsgenote Neeltje Schotel (Dordrecht, 4 oktober 1882). Zij was Nederlands Hervormd, en dat werd ook het geloof van de twee kinderen die zij met Meijer kreeg in Rotterdam, hun nieuwe woonplaats: Michel Joseph Cohen (geboren 13 april 1910), later chauffeur van beroep, en Neeltje (geboren 31 januari 1912), een verkoopster.
        Niet alleen Meijer stierf in de jaren dertig − hij in Rotterdam op 10 april 1936 (59) −, ook zijn vrouw Neeltje: op 28 januari 1931, 48 jaar oud. Zij heeft hierdoor niet meegemaakt dat zoon Michel trouwde, op 25 april 1934 met Margaretha Geertruida Harms (Rotterdam, 10 april 1913). Zij was rooms-katholiek, hijzelf liet noteren op de gezinskaart: “Geen geloof”. Margaretha was al zwanger, want op 4 september in datzelfde jaar beviel ze van zoon Max Michel. Het gezin kwam nog verder af te staan van het joodse geloof van de originele Cohens.

Nog zes
Zes kinderen Cohen leefden nog bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog, in mei 1940. Na die oorlog waren ze allemaal, inclusief voor het allergrootste deel hun aanhang, ausradiert, uitgegumd, zoals exact de bedoeling was van de bezetter.
        In het navolgende, droefstemmende overzicht wordt per broer of zus geschetst wat hun is overkomen. Welke partners ze trouwden, welke kinderen ze kregen, waar hun levens eindigden; het wordt gedetailleerd weergegeven. Ze zijn tot as verworden en verwaaid in Auschwitz, maar hier, op papier, worden hun levens gereconstrueerd. De chronologie is die van hun geboorte.

Arolsen Kaarten Adolf Cohen en Rosaline Koppens

De eerste foto die hier wordt getoond, markeert meteen het einde van Adolf Cohens leven: op 18 januari 1943 wordt hij op transport gesteld, naar Auschwitz, waar hij drie dagen later de dood vindt in de gaskamer. Daarnaast: de kaart van zijn vrouw, Rosalina Koppens. Zij is op dezelfde dag op de trein gezet en op dezelfde dag omgebracht. De kaarten zijn afkomstig uit de carthotheek van de Joodsche Raad.
Foto Arolsen Archief, Bad Arolsen


1. Adolf Cohen (1872), de persoon op wie in dit artikel is ingezoomd, is vermoord in Auschwitz, op 21 januari 1943, 70 jaar oud. Zijn vrouw Rosalina werd tegelijk met hem omgebracht, zij is 73 geworden.
  Samuel Spiero, de (pleeg)zoon, vond zijn einde ook in Auschwitz, net als zijn echtgenote Sara, op 30 september 1942. Hij is 35 geworden, zij dertig. Vier Holocaustdoden.

Gezinskaart Rdam Hendrik Eijl en Berta Cohen

Berta Cohen wordt de tweede vrouw van Hendrik Eijl. Zij gaan wonen aan de Schietbaanlaan 22a. Zij worden beiden vermoord in Auschwitz, in oktber 1942.
Foto’s Stadsarchief Rotterdam


2. Berta Eijl-Cohen (Dordrecht, 8.1.1874): zij trouwde op 2 januari 1919 in Rotterdam met Hendrik Eijl (Rotterdam, 3.9.1870), een magazijnbediende die eerder getrouwd was geweest met Catharina Hartman (Rotterdam, 10.1.1870 – Rotterdam, 9.12.1917). Woonadres: Schietbaan 22, Rotterdam. Berta en Hendrik werden tegelijk vermoord in Auschwitz, op 15 oktober 1942, zij 68 jaar oud, hij 72. Twee Holocaustdoden.
        Hendrik had met zijn eerste vrouw Catharina in Rotterdam vier kinderen gekregen, van hen hebben er twee de oorlog doorstaan, mogelijk drie:
 
Catharina Lea Brücker met haar zoon Clarence

Dit is een van de weinige persoonsfoto’s van de (naasten van de) omvangrijke familie Cohen. De foto toont Rossetta Eijl, dochter van Hendrik en diens eerste vrouw Catharina Herman. Rossetta, zie ook het kader onderaan, trouwde met Mozes Brücker, en kreeg met hem vier kinderen. Eén van hen staat ook op deze foto, samen met Mozes.
Foto Website ‘Joods Monument’

1. Rossetta (11.12.1896).
Rossetta Eijl huwde op 5 juli 1917 in Rotterdam de Oostenrijkse onderdaan Mozes Brücker (Putna, 15.2.1892). Woonadres: Plein Eendragt 27a, Schiedam. Rossetta en Mozes zijn eveneens op dezelfde dag omgebracht, in Auschwitz, op 6 maart 1944, zij 47, hij 52. Volgens de website ‘Joods Monument’ hebben vier kinderen van Rossetta en Mozes de oorlog overleefd. In een kader onderaan dit verhaal wordt daar op ingegaan. Twee Holocaustdoden.
  2. Hermanus (19.11.1901)
Hermanus is overleden in Den Haag, op 2 juli 1972 (69). Hij trouwde op 27 juni 1928 in Dordrecht met Elisabeth (‘Bep’) Bremer (Dordrecht, 24.4.1902), die op 8 juli 1993 in Den Haag is overleden, 91 jaar oud. Op deze website staat in verhaal 68 een kader over Elisabeth.Twee overlevenden.
  3. Johanna (23.12.1911).
Johanna Eijl is getrouwd geweest, op 6.7.1938, met winkelier in babyartikelen Alexander Jacobus Frank (Rotterdam, 8.10.1913 – Rotterdam, 31.8.1980; 66). Zij kreeg met hem vijf kinderen en scheidde van hem op 12 februari 1949. Twee overlevenden.
    1. Herman,
    2. Annemarie Rose,
    3. Hendrik Willem,
    4. Bertha Esther Catharina en
    5. Jonas
  Johanna emigreerde vervolgens naar Israël als echtgenote van Maurits Frankenhuis (Amersfoort, 15 april 1907), terwijl haar ex-man Alexander trouwde met Hanna van Dantzig (Rotterdam, 23.8.1919 – Rotterdam, 16 mei 1989; 69), die de eerste vrouw was geweest van Maurits Frankenhuis. Maurits Frankenhuis stierf op 1 juli 1961 in Israël in Kfar Jedidja op 54-jarige leeftijd, Johanna op 20 december 2004 (92). Zij kregen samen een kind:
    1. Anita Henriette Selma Frank.
  4. Philip Barend (6.11.1898).
Philip Barend is namelijk tot nog toe nergens een overlijdensdatum gevonden.

GezinsKaart Rdam Anna Cohen en Abraham Hartog

Anna Cohen trouwde in maart 1904 met Dordtenaar Abraham Hartog en ging met hem in Rotterdam wonen. Daarna trokken ze voor ruim een jaar naar Eindhoven, om vervolgens naar Rottterdam terug te gaan. Zij kregen er drie dochters.
Foto’s Stadsarchief Rotterdam


3. Anna Hartog-Cohen (1875): zij trouwde op 23 maart 1904 in Dordrecht met Dordtenaar Abraham Hartog (geboren 31 maart 1877). Van 1905 tot 1907 woonde het echtpaar in Eindhoven, daarna trok ook voor hen Rotterdam, ze betrokken op 1 februari 1907 een woning aan het G.W. Burgerplein 9. Anna en Abraham zijn tegelijk vermoord, in Auschwitz, op 9 november 1942, zij 67, hij 65.
Drie kinderen kregen Anna en Abraham in Rotterdam:
  1. Helena (13.8.1909).
Helena Hartog trouwde op 10 juli 1930 in Rotterdam met koopman en filiaalhouder Leo Koster (Rotterdam, 11.6.1907), 20 en 23 jaar oud. Woonadres: Groene Hilledijk 234b. Leo werd vermoord in Mauthausen, op 14 oktober 1942 (35 jaar). Zijn vrouw en kinderen overleefden de oorlog. Eén Holocaustdode, drie overlevenden.
Elders op deze website staat een verhaal 230 over Elisabeth Hartog, van wie Helena een stiefnicht was. Daarin is te lezen dat van Helena en haar dochters elk naoorlogs spoor ontbreekt. Mist is neergedaald over hun bestaan.
Helena en Leo kregen twee dochters:
    1. Anna Paulina (‘Annie’, 23.8.1931).
    2. Bertha Eveline (‘Bep’,17.6.1933).
  2. Eveline (11.1.1912).
De ongetrouwde Eveline is samen met haar ouders vermoord in Auschwitz, op 9 november 1942, 30 jaar. Eén Holocaustdode.
  3. Bertha (26.5.1913).
Bertha, op 29 maart 1939 getrouwd met koopman en winkelier Alexander Frederik van Dam (Amsterdam, 6.4.1900), woonde daarna in Amsterdam, aan de Amstellaan 21. Volgens ‘Joods Monument’ is Alexander vanuit het Franse doorgangskamp Drancy naar Auschwitz overgebracht, op 11 februari 1943 met Transport 47. Dit betekent waarschijnlijk dat hij en Bertha hebben geprobeerd “te vluchten naar veiliger oorden”. Dit is mislukt. Ze zijn allebei in Auschwitz vergast, op 14 februari 1943, hij 42, zij 29. Twee Holocaustdoden.

Gezinskaart George Simon en Veronika Cohen

De gezinskaart van Veronica Cohen en haar man George Simon, voor- en achterzijde,
laat zien dat Sophia, een zus van Veronica, is komen inwonen.


4. Veronica Frank-Cohen (1878): trouwde op 23 maart 1910 in Dordrecht met George Simon Frank (Tubbergen, 18.3.1873), een depothouder in sigaren. In Rotterdam, wonend aan de Claes de Vrieselaan 115a, kreeg dit echtpaar een zoon. Vader Georg stierf in 1935, op 2 december, 62 jaar oud. Moeder Veronica en zoon Machiel, winkeleigenaar geworden en wonend aan de Mathenesserlaan 445b, werden allebei omgebracht in Auschwitz, zij op 15 oktober 1942 (64), hij op 15 augustus 1942 al (31).
  Machiel (9 november 1911).

5. Sophia Cohen (1880): zij is ongehuwd gebleven. Zij heeft zowel bij haar zus Veronica ingewoond als later bij haar zus Cato op de Nieuwe Binnenweg 210 b. Sophia is omgebracht in Auschwitz, op 15 oktober 1942, 61 jaar oud. Eén Holocaustdode.

Gezinskaart Emanuel Mol en Cato Cohen

Cato Cohen werd op 30 november 1922 de echtgenote van Emanuel Mol. Het echtpaar, dat woonde aan de Nieuwe Binnenweg 210b, bleef kinderloos.


Overlijdensadvertentie Cato Mol-Cohen 1942

Cato stierf in Rotterdam in de oorlog, op 21 mei 1942. Haar man stelde de overlijdensadvertentie in het ‘Joodsche Weekblad’ van 29 mei. Vier maanden later werd Emanuel vermoord in Auschwitz. Toen was er niemand meer om voor hem een advertentie op te stellen.
Foto Delpher

6. Cato Mol-Cohen (1882): met Cato wordt deze trieste rij van overleden Cohens afgesloten. Cato is niet in een vernietigingskamp gedood, maar overleed in haar woonplaats Rotterdam, op 21 mei 1942, op 59-jarige leeftijd. Haar naam wordt genoemd op ‘Joods Monument’, en daarmee is zij erkend Holocaustslachtoffer. Wat haar overlijden des te triester maakt, is haar man, de handelagent Emanuel Mol (Rotterdam, 1.1.1883) − met wie zij op 30 november 1922 trouwde in Rotterdam, hij 39, zij 40, de overlijdensadvertentie voor haar heeft opgesteld.
        In het Joodsche Weekblad van 29 mei 1942 liet hij weten dat “tot onze diepdroefheid, onze lieve zorgzame vrouw, zuster, behuwdzuster en tante” was overleden. Vier maanden later vergasten de Duitsers hem in Auschwitz, op 30 september. Emanuel is even oud als Cato geworden, 59. Cato is begraven op de joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam, Emanuel is in rook opgegaan. Er waren geen kinderen. Twee Holocaustdoden.

***

En met Cato, de laatstgeborene van Machiel en Helena, was het Dordtse gezin Cohen voorgoed voorbij, opgeheven. Er zijn afdoende documenten die ervan getuigen dat de familie in Dordrecht heeft bestaan, op papier. Maar in de stad zelf is niets meer dat aan hen herinnert, geen foto’s en ook geen woonhuis, Want het pand, waarin ze zo talrijk opgroeiden, is met de grond gelijkgemaakt. Ze zijn geschiedenis geworden.

(Met medewerking van Erica van Dooremalen)

Hun vier kinderen zijn gered, maar
dat hebben de ouders niet geweten

Rossetta Eijl, de pleegdochter van de Dordtse Berta Eijl-Cohen, heeft exceptioneel geluk gehad: alle vier kinderen die zij kreeg met haar echtgenoot Mozes, hebben de oorlog overleefd. Alleen hebben zij dat als ouders nooit geweten: zij zijn voordien gelijktijdig omgebracht, in Auschwitz op 6 maart 1944.

gezinskaart van Rossetta Eijl en Mozes Brücker

Kaderfoto 01 en 02:
De gezinskaart van Rossetta Eijl en Mozes Brücker, voor- en achterzijde. Zonder dat zij het wisten, zagen hun vier kinderen kans de oorlog levend door te komen.
Foto’s Stadsarchief Rotterdam

Schaduwen
Over het echtpaar Brücker is meer dan gemiddeld bekend. Op de website ‘Joods Erfgoed Rotterdam’ zijn twee korte artikeltjes over hen te vinden, en op de pagina gewijd aan Mozes (soms ‘Moses’ of ‘Morit’) staat ook nog een toelichtend kader. Dat is deels gebaseerd op informatie van een bezoeker van de website, deels op wat de redactie van ‘Joods Monument’ samenvatte naar aanleiding van het boek Schaduwen over Schiedam, gebeurtenissen en belevenissen tijdens de bezettingsjaren 1940-’45 (Fonds Historische Publikaties Schiedam, 1995). Dit is geschreven door Bas van Bochhove, Ser Louis en Herman Noordegraaf.
        Uit al die informatie wordt hier dankbaar geciteerd.
        Kleermaker Moses Brücker is op 15 februari 1892 geboren in Putna, dat tegenwoordig Roemeens is, maar destijds Oostenrijks was. Hij vestigde zich in 1914 in Rotterdam, komend uit Parijs, en trouwde op 5 juli 1917 met Rossetta Eijl, dochter van Hendrik Eijl, pleegdochter van Berta Cohen. Op 17 maart 1923 werd Mozes genaturaliseerd. In de bevolkingsadministratie werd hij omschreven als fabrikant van dames- en kinderkleding.
        Het echtpaar woonde eerst aan de Heerenstraat 3b en begon op dat adres een modemagazijn. Vier kinderen kregen Rossetta en Mozes in Rotterdam. Hierna volgt een biografische schets van hen – voor zover er gegevens beschikbaar waren.

Catharina Lea Brücker met haar zoon Clarence

Dit Catharina Lea Brücker met haar zoon Clarence. Zij is een van die vier kinderen Brücker. Zij heeft kunnen leven tot in 2001.
Foto Website ‘Genealogieonline.nl’

1. Catharina Lea Brücker (‘Dinnie’, 19 december 1917). Zij werd verpleegster in het joodse ziekenhuis aan de Schietbaanlaan. In de oorlog, op 4 december 1941, trouwde zij in Schiedam met Jacques Frank (Amsterdam, 11 april 1912). Zij doken onder in Amsterdam, maar werden volgens Joods Erfgoed Rotterdam (JER) ontdekt en naar kamp Westerbork gebracht. Daar beviel de zwangere Catharina op 3 mei 1943 van zoon:
    Clarence (soms ‘Clairence’). JER: “Zijn vader heeft zijn zoon één keer gezien, voordat hij getransporteerd werd naar Sobibor” − waar hij op 28 mei 1943 werd vermoord.
 
Kaart Jacques Frank

De echtgenoot van Catharina, Jacques Frank, was zo gelukkig niet. Hij werd op 25 mei 1942 afgevoerd naar Sobibor, en daar vermoord op 28 mei. Naar verluidt heeft hij zijn zoon maar één keer gezien in kamp Westerbork.
Foto Arolsen Archief

        Catharina, die als tiener dans had gestudeerd, ging met anderen het entertainment in het kamp verzorgen. Een van de voorstellingen werd bijgewoond door Adolf Eichmann, als SS-kopstuk één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden. Hij was in Westerbork aanwezig om een selectie te maken. Hij beloofde Catharina dat zij en Clarence naar Theresienstadt gezonden zouden worden en daar mochten blijven tot het einde van de oorlog”. Dit is ook zo gebeurd, zie: last_flamenco.asp
        Na de oorlog hertrouwde Catharina met Berthold (‘Bert’, ‘Bertie’) van den Berg, die Clarence Frank bij die gelegenheid als zijn zoon adopteerde en hem zijn achternaam gaf. Dit was overigens Catharina’s derde huwelijk. Voor de oorlog, op 6 september 1939, was zij als 21-jarige in Rotterdam getrouwd met de 33-jarige inspecteur van het Nederlandsch Beheersinstituut Alouis Herman (‘Loe’) Son (Breda, 3.9.1906).
        Zij scheidden klaarblijkelijk. Want op 22 maart 1942 verloofde Alouis zich met Betje (‘Bep’) Braadbaart (Dordrecht, 29 mei 1918), althans zo was het aangekondigd in het Joodsche Weekblad van de 20ste. Alouis en Betje zijn tegelijk vermoord in Sobibor, op 2 juli 1943, hij 36 jaar oud, zij 25 jaar.
        Catharina is overleden in het Spaanse Murcia op 28 oktober 2001, op 83-jarige leeftijd. Volgens de website ‘Generalogieonline.nl’ kreeg Clarence twee dochters:
    Clair en
    Belinda.
2. Izaac Brücker (Rotterdam, 14 november 1919 – 11 maart 2003). Hij trouwde volgens ‘Genealogieonline.nl’ in Wenen met Alice Weiss (1920), en kreeg met haar twee kinderen:
    Robert (1947) en
    Elisabet Rosetta (Ellen-Roos).
3. Hendrika Brücker (‘Henny’, Rotterdam, 13 december 1921 – overlijden onbekend). Zij trouwde op 4 augustus 1945 in Schiedam met Richard Waller van Dam, Rotterddam, 16.4.1919). Volgens ‘Genealogieonline.nl’ overleefden zij beiden Auschwitz. Richard overleed op 10 maart 1994 in Amstelveen, 74 jaar oud. Het echtpaar kreeg twee kinderen:
    Dick Camille en
    Hugo van Dam.
4. Berta Brücker (‘Bep’, Rotterdam, 2 maart 1925 – overlijden onbekend). Zij trouwde op 13 mei 1946 in Schiedam met de 20-jarige Canadese soldaat-machinist Robert (‘Bob’) Romain Heaslip (Dunville, Ontario). Zij vertrokken naar Canada, waar zij volgens ‘Genealogieonline.nl’ twee dochters kregen:
    Anita en
    Gail Heaslip.

Herman David Spier

Bombardement
Waarom duikt Schiedam af en toe op? Dit was het laatste woonadres van Mozes en Rossetta.
        Behalve aan de Heerenstraat beschikte Mozes Brücker vanaf mei 1931 in Rotterdam over een tweede mantelmagazijn, aan de Weste Wagenstraat. Beide winkels gingen echter verloren bij het bombardement van 14 mei 1940. Het gezin verhuisde daarop naar Schiedam, waar aan de Hoogstraat 130 een nieuwe zaak kon worden geopend. Zelf woonden Mozes en Rossetta aan Plein Eendragt 27a. De winkel moest evenwel al aan het begin van de oorlog dicht, omdat Mozes als joods stond geregistreerd.
        Volgens de website Joods Erfgoed Rotterdam schreef hij op 27 april 1942 een brief aan Reichskommissar Seyss-Inquart. Hij was in Putna geboren uit niet-joodse ouders, betoogde hij. Hij veronderstelde dat de meldingsplicht voor joden ook op hem als Roemeen van toepassing was en dat hij daarom “vanwege dat misverstand als joods werd aangemerkt”.
        De Roemeense consul-generaal bevestigde de brief van Mozes. Maar dit heeft hem en Rossetta niet kunnen redden. Op de website van JER wordt uitgebreid beschreven wat er zoal gebeurde bij en met hen. Hier volstaat dat beiden uiteindelijk via kamp Westerbork in Auschwitz terechtkwamen, en daar de dood vonden.
        Merkwaardig is dat JER meldt dat Rosseta “meteen bij aankomst” is vergast. En dat Mozes, die in Auschwitz “nog heeft gewerkt als kleermaker”, in januari 1945 zou zijn “omgekomen tijdens een dodenmars in de buurt van Oranienburg”. Maar ‘Joods Monument’ stelt dat beide echtelieden op dezelfde dag zijn omgebracht, 6 maart 1943, zoals trouwens aan het begin van het artikel op JER ook staat.

Moeder Dina overleed in Rotterdam op 7 januari 1904

Mozes en Rossetta hebben op verschillende adressen in Rotterdam een mantelmagazijn gedreven. Zij begonnen in de Heerestraat 3-5 (‘Voorwaarts’, 4.6.1927). Na het bombardement op Rotterdam, in mei 1940, weken zij uit naar de Hoogstraat in Schiedam (‘Rotterdamsch Nieuwsblad’, 5.9.1940).
Foto’s Delpher






< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'