Het voorbije joodse dordrecht

Duitsers haalden een streep door
de Monaschen van Dordrecht

Portret van de vader van Betsy Monasch, Mozes Monasch

In de beeldbank van het Dordtse archief zijn vier foto’s te vinden van de families Monasch. De bijschriften zijn summier, maar doordat een familieoverzicht kon worden samengesteld, zijn de foto’s exacter te duiden. Bij deze foto, gemaakt in 1935, staat: “Portret van de vader van Betsy Monasch, wonende aan de Voorstraat tegenover Pictura.” Dit moet dan Mozes Monasch zijn, die inderdaad aan de Voorstraat woonde, zij het verderop, op nummer 111 en later nummer 115 (nu respectievelijk 143 en 149). Mozes en zijn vrouw Sara Zwart kregen negen kinderen, onder wie Betsij.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 552_306353)

In het Rotterdamse Stadsarchief ligt een macabere lijst.
Die lijst is onderdeel van het archief van de Nederlands-Israëlitische Gemeente Dordrecht, en dat bestrijkt de jaren 1935 tot en met 1943. Dat laatste jaar is alleszins verklaarbaar: na 1943 hád Dordrecht simpelweg geen joodse gemeenschap meer, de stad was jodenvrij gemaakt.
         In het archief, dat wordt omschreven als zijnde “1 pak”, zit het jaarverslag over 1935, en een lijst, opgesteld door een zekere “T. d. H.” in Amsterdam, op 28 februari 1943. Wie dat is, is onbekend.
         Ook in 2017, 74 jaar later, en met kennis van de gruwelen die de nazi’s hebben aangericht, onthutst de lijst. Met grote precisie somt T. d. H. namelijk vier pagina’s lang op, welke joodse personen vanuit Dordrecht naar kamp Westerbork zijn “afgevoerd”. T. d. H. noemt in alfabetische volgorde hun namen, hun woonadressen, hun geboortedatum en dan, in de laatste kolom, op welke dag zij “naar Westerbork” zijn vervoerd. Bovenaan de lijst staat het dreigende woord ‘Duitsland’, alsof T.d. H. heus wel wist wat er op Westerbork volgde.
         Op deze onheilspellende lijst komen zeven mensen voor die de naam ‘Monasch’ dragen. In Dordrecht woonden zij op uiteenlopende adressen: op de Singel, in de Javastraat en op de Voorstraat. De vraag rees of zij misschien ook familie van elkaar waren. Een speurtocht wees uit dat zulks het geval is. De Monaschen vormden een Dordtse dynastie.
         ‘Vormden’, in de verleden tijd, staat hier met nadruk. Uit alle onderzoek bleek namelijk ook dat de Duitsers een streep hebben gehaald door het Dordtse geslacht Monasch. Slechts één van hen overleefde ternauwernood, de ongetrouwd gebleven verpleegster Rosetta. Zij is overleden in 1957. Toen waren de Monaschen voorgoed voorbij.
         De research bracht nog iets aan het licht, iets verheugends. In de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) bevinden zich verscheidene portretten van Monaschen, voorzien van een summier bijschrift. Maar doordat de samenstelling van alle families Monasch was uitgeplozen, konden meerdere foto’s exacter worden thuisgebracht. De foto’s vormen nu het fotografisch erfgoed van de Dordtse Monaschen, een verdwenen geslacht.

grondleggers van het geslacht Monasch, Isaac en diens vrouw Betje Hartog

De grondleggers van het geslacht Monasch zijn niet Mozes en Sara, maar Mozes’ vader Isaac en diens vrouw Betje Hartog. Uit deze bladzijde in de bevolkingsadministratie blijkt dat dit echtpaar, dat trouwde in 1852, bij de geboorte van Mozes (kind nummer 2 van de uiteindelijk acht) in de Mariënbornstraat woonde, op nummer 9 rood.
Foto RAD


Isaac en Betje liggen begraven op de joodse begraafplaats in Dorderecht

Isaac (ook wel: Izaak en Isac) en Betje liggen begraven op de joodse begraafplaats in Dorderecht. Zij hebben een gezamenlijke steen, waarschijnlijk omdat zij kort na elkaar overleden: hij op 1 oktober 1889, zij een dag later.
Foto Website ‘Het Stenen Graf’

Akte
Rosetta Monasch is de hoofdpersoon van dit verhaal, om droefstemmende reden: zij doorstond de oorlog. Maar daarmee wil niet gesuggereerd zijn dat haar niets is overkomen. In tegendeel, zoals nog zal worden beschreven.
         Rosetta’s voornaam wordt in sommige gedigitaliseerde bestanden ook wel als “Rozetta” gespeld, bijvoorbeeld op die lijst van T. d. H.. Maar op de geboorteakte is zij als ‘Rosetta’ aangemeld, en die naam wordt hier dan ook gehandhaafd. Zij werd geboren op 6 juni 1887, “namiddags ten vier uren, in het huis geteekend 118 aan de Voorstraat”. Haar moeder is Sara Zwart, afkomstig uit Alblasserdam (27.8.1856); haar vader is Mozes Monasch, een heuse Dordtenaar, geboren op 1 september 1856.
         Aan Rosetta waren al vijf kinderen voorafgegaan, na haar kwamen er nog drie: Sara en Moses brachten in totaal tien kinderen voort. Welke dat zijn, staat in een gedetailleerd genealogisch overzicht, dat via deze link te lezen is. Daaruit valt ook op te maken dat Mozes niet de stamvader is van het Dordtse geslacht Monasch; het begon bij zijn vader, Isaac Monasch, geboren in Gouda op 3 september 1828.
         Isaac trouwde op 26 augustus 1852 in Dordrecht met Betje Hartog, zelf geboren in het Duitse Kleef, op 12.10.1827. Met dit echtpaar begon in feite de Dordtse dynastie Monasch, een zijtak van de Goudse. Isaac en Betje kregen acht kinderen, onder wie dus Mozes. Ook al deze nakomelingen, plus de gezinnen die zij zelf weer stichtten, worden genoemd in het familieoverzicht.

grafstenen van de families Monasch op de Dordtse begraafplaats

Nog meer grafstenen van de families Monasch op de Dordtse begraafplaats: Sara Monasch, de vrouw van Mozes, stierf op 9 juni 1911, op 54-jarige leeftijd; hun dochter Leentje een jaar later, op 28 mei 1912, 28 jaar oud. In 1917, op 8 december, stierf in Brussel Anna Lion-Monasch, een dochter van Louis Monasch, het eerste kind van Isaac en Betje, een kleinkind dus van hen. Anna was getrouwd met Isadore Lion.
Foto’s Website ‘Het Stenen Graf’ en de website ‘Bremermisjpoge’

Voorstraat, in de jaren dertig op nummer 115

Mozes Monasch woonde na het overlijden van zijn vrouw Sara met drie van hun negen kinderen (Catharina, Gabriël en Betsy) nog altijd op de Voorstraat, in de jaren dertig op nummer 115, zoals de gezinskaart (voor- en achterzijde) laat zien. Mozes dreef in dit pand zijn winkel in heren- en kinderkleding.


winkel van Mozes Monasch

Dit is in huidige staat het (blauwkeurige) voormalige woonhuis met winkel van Mozes Monasch, op nummer 149.
Foto Redactie Website.

Begraafplaats
Twee van de negen kinderen van Mozes en Sara stierven na korte tijd (Betje na 63 dagen op 16.1.1882, Gabriël nr. 1 na 137 dagen op 25.4.1883). Op 9 juni 1911 overleed moeder Sara zelf, 54 jaar oud. Zij werd begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht. Een jaar later verloor het gezin Monasch nóg een kind, dochter Leentje, op 28 mei 1912. Ze was al getrouwd, en pas 28 jaar.
         In de navolgende jaren trouwden ook andere kinderen. Jacob Mozes, de eerstgeborene van 24.6.1879. Hij huwde op 6.9.1917 in Sneek Roosje Pino, en kreeg met haar in Boxmeer Helena Mechgelina, op 8.9.1919. Helena was en bleef enig kind. Naderhand zou dit gezin zich in Dordrecht vestigen. Izaak, geboren na Jacob Mozes, op 18.7.1880, trouwde in Amsterdam met Elisabeth Duits (Amsterdam, 21.5.1896). Zij kregen drie kinderen en bleven in Amsterdam. En Louis, kind nummer 5 (15.11.1885) koos op 30 november 1917 in Keulen Golda Löwenstein (Stolzenau, 8.11.1882) tot zijn vrouw, en zij baarde hem op 24.12.1920 in Keulen zoon Herbert.
         Begin de jaren dertig woonde vader Mozes, winkelier in manufacturen van beroep, nog met drie van zijn oorspronkelijke negen kinderen in Dordrecht, nog altijd op de Voorstraat, eerst op nummer 111, vervolgens op nummer 115 (nu: 149). Die kinderen waren: Catharina (18.4.1890), Gabriël nr. 2 (11.10.1891) en Betsij (23.12.1888). Andere kinderen woonden met hun echtgenotes elders, en Rosetta bevond zich in Banka, in Nederlands Oost-Indië. Daar werkte zij als verpleegster.
         In 1932 doorbrak de dood van vader Mozes alle familaire vertrouwdheden. Mozes stierf op 9 januari 1932 en kwam vlakbij zijn vrouw Sara te liggen.
         Zoon Gabriël werd nu het hoofd van het gezin. Hij en zijn zussen Betsij en Catharina bleven op de Voorstraat wonen, op nummer 115. Gabriël zette de winkel voort. Betsij werd kantoorbediende, Catharina bleef zonder beroep.

gezinskaart familie Monasch

Behalve op de Voorstraat woonde elders in Dordrecht inmiddels ook nog familie Monasch. Op de Singel bijvoorbeeld, op nummer 106 rood (nu: 160), had Jacob Mozes zich gevestigd, de eerstgeborene van Mozes en Sara, samen met zijn vrouw Roosje Pino en hun dochter Helena. Aanvankelijk woonden zij op het Steegoversloot, later in de Javastraat, ten slotte op de Singel, zoals de gezinskaart aantoont.

Helena samen met haar vader Jacob Mozes en moeder Roosje

Van het gezin van Jacob Mozes Monasch zijn twee foto’s aangetroffen in de Dordtse beeldbank. Op de ene foto, gemaakt op 21 mei 1929 in de Javastraat, staat Helena op 9-jarige leeftijd. De andere foto toont haar opnieuw, nu op 31 augustus 1935, als 15-jarige, samen met haar vader Jacob Mozes en moeder Roosje.
Foto’s RAD (nrs. 309_12901 en 309_25341)


Op de vlucht
Er veranderde nog meer. Louis Monasch arriveerde op 2 mei 1933 met Golda en Herbert in Dordrecht, vers uit Keulen. Wellicht waren zij op de vlucht geslagen voor de oprukkende nazi’s. Zij verbleven iets meer dan een maand bij Gabriël, tot 13 juni. Daarna trok het gezin door naar Den Haag, naar de Berkenboschblokstraat 18.
         Rosetta keerde op 6 september 1934 terug uit Indonesië en trok tijdelijk in bij haar broer en zussen. Ongeveer een jaar later, op 13 augustus 1935, betrok zij een eigen woning aan de Javastraat, op nummer 21 zwart (nu: 31).
         Behalve in de Javastraat en op de Voorstraat waren op de Singel ook Monaschen aan te treffen, op nummer 106 rood (nu: 160). Hier was eerstgeborene Jacob Mozes neergestreken, op 30 juni 1936. Hij en zijn echtgenote Roosje Pino en dochter Helena hadden Dordrecht overigens al jaren eerder betreden, komend uit Boxmeer, op 1 mei 1925. Eerst verbleef het gezin van boekhouder Jacob Mozes enkele maanden op het Steegoversloot, op nummer 77, vervolgens van 1 september tot juni 1936 in de Javastraat, op nummer 11 rood, en ten slotte verhuisden ze naar de Singel.
         Zijn hiermee nu alle Monaschen in het Dordrecht van de jaren dertig opgesomd? Nee, er was verder nog een Roosje Monasch, de vrouw van voorzanger en godsdienstonderwijzer Hartog van Beugen. Maar Roosje is afkomstig uit Gouda (15.1.1870), en staat niet in direct verband tot de overige Dordtse Monaschen. Meer gegevens over wat haar, haar man en hun zeven kinderen Van Beugen is overkomen, staat deels in het overzicht, en uitgebreider in verhaal 112.

Javastraat en Singel

Dit zijn de panden waarin Jacob Mozes met vrouw en dochter Helena woonde, aan de Javastraat 3 (was: 31, bruine deur) en aan de Singel (rechts naast het hek).
Foto Redactie Website

Mozes Monasch overleed in januari 1932. Op 12 juni 1930, was een zus van hem gestorven, Esther

Mozes Monasch overleed in januari 1932. Twee jaar eerder, op 12 juni 1930, was een zus van hem gestorven, Esther, de echtgenote van Izaak Braadbaart. Deze twee Monaschen hebben niet geweten wat er in de jaren veertig met hun familieleden zou gebeuren: uitroeiing.
Foto’s Website ‘Het Stenen Graf’


Rosetta (ook wel: Rozetta) staat ook op de lijst

Rosetta (ook wel: Rozetta) staat ook op de lijst, en is naar Theresienstadt getransporteerd. Zij wist echter in leven te blijven. Nadat de Russen het kamp hadden bevrijd, in mei 1945, keerde zij terug naar Nederland. Haar naam kwam nu op een andere lijst terecht; die van teruggekeerden. De lijst is zowel in ‘Het Parool’ als door ‘De Nieuwe Amsterdammer’ gepubliceerd.
Foto Delpher

Vernederd
Mei 1940: de Duitsers bezetten Nederland, en net als in Duitsland staat de joden veel narigheid te wachten. Ze zullen worden vernederd, beroofd, beschimpt, ontmenselijkt.
         Ook de Monaschen ontkomen er niet aan. Op 11 november 1942, precies zoals de lijst van T. d. H. vermeldt, is het hun beurt om opgepakt en verdreven te worden. Op die ene dag veegt de politie 39 Dordtse joden bij elkaar, zet ze gevangen in het hoofdbureau en later die dag op transport naar Amsterdam. Aan het eind van die dag staat in het politierapport droog: “te 23.55 uur: Wordt door den Hoofdagent Witberg gemeld dat hij met de maj. G. v.d. Giessen en de agtn. Kulk, Durieux en Hoogesteger terug is van het transport joden naar Amsterdam en geen bijzonders heeft.”
         Een dag eerder is Roosje Monasch al gearresteerd, samen met haar man Hartog van Beugen. Ook Gabriël Monasch wordt beetgenomen, al staat zijn naam niet in het politierapport. Hij staat wel genoemd op de lijst van T. d. H., maar op een apart vel met als enige aanduiding ‘Ziekenhuis’. Tien mensen worden er op genoemd, onder wie Gabriël. Welk ziekenhuis het betreft, wordt nergens duidelijk gemaakt. De veronderstelling is daarom dat deze Dordtse mensen in het ziekenhuis verbleven en daarvandaan zijn afgevoerd naar Westerbork.
         Hoe dan ook: alle Monaschen van Dordt waren nu verwijderd uit Dordrecht. En hetzelfde geldt voor de Dordtse Monaschen die inmiddels elders woonden: ook zij verdwenen uit hun gemeente.

Roosje Monasch

Een laatste foto uit de beeldbank. De foto laat vijf verschillende mensen zien, van wie de middelste boven te herkennen is als Roosje Monasch. Wie de overigen zijn, is (nog) niet achterhaald. De foto is gemaakt in het oorlogsjaar 1940, op 29 september.
Foto RAD (nr. 309_31608)\

uitsnedes van lijsten

Slechts één van de vele Monaschen uit Dordrecht wist de Holocaust te overleven, Rosetta, een dochter van Mozes en Sara. Dit zijn uitsnedes van de lijst die een zekere ‘T. d. H.” in februari 1943 opstelde, een lijst die vier pagina’s lang alle Dordtse joden opsomt die naar kamp Westerbork zijn vervoerd. De ene uitsnede noemt vier Monaschen en Roosje, de vrouw van Jacob Mozes; de andere noemt Gabriël, die blijkbaar in een ziekenhuis lag.
Foto Archief NIG


Huize Dina in Santpoort

Henny Monasch was een dochter van Izaak Monasch, die weer een zoon was van Mozes en Sara. Het meisje verbleef in de oorlog in ‘Huize Dina’ in Santpoort, een tehuis voor kinderen die niet meer door hun ouders verzorgd konden worden, meestal als gevolg van armoede. Henny en de andere bewoners werden in 1942 opgepakt en naar Sobibor gedeporteerd.
Foto Historische Kring Velsen

Tehuis
Het laat zich raden wat er met al deze Monaschen is gebeurd: er is niets van hen heel gebleven. Ze zijn stuk voor stuk vergast, op verschillende tijdstippen in verschillende oorden.
         Catharina en Betsij: tegelijk vermoord in Sobibor, op 23.7.1943.
         Gabriël: Sobibor, 20.3.1943.
         Jacob Mozes en zijn dochter Helena: Auschwitz, 18.11.1942.
         Zijn vrouw Roosje Pino: een dag later, Auschwitz, 19.11.1942.
         Weduwnaar Louis, inmiddels wonend aan de Middelburgschestraat 53 in Scheveningen: Auschwitz, 8.10.1944.
         Zijn zoon Herbert: Dachau, 4.1.1945.
         Izaak Monasch, de ‘Amsterdammer’, samen met dochter Sonja: Sobibor, 26.3.1943.
         Zijn vrouw Elisabeth Duits, samen met zoon Max: Sobibor, 18.9.1943.
         Hun dochter Henny, Sobibor, 9.7.1943.
         [Henny Monasch wordt hier apart beschreven. Dit meisje, geboren in Amsterdam op 23 november 1923, verbleef ten tijde van de oorlog in Huize Dina aan de Duinlustparkweg 60 in Santpoort. In dit tehuis, opgericht door en genoemd naar Dina Sanson, werden joodse, werkende meisjes opgenomen, die “door omstandigheden, meestal armoede, niet meer door de ouders verzorgd konden worden”, aldus de Historische Kring Velsen in het weekblad De Kanaalgraver. “De meisjes hadden, zo jong als ze waren, vaak al een zwaar leven achter de rug.”
         Alle bewoonsters worden in 1942 gedeporteerd: twaalf uiteindelijk naar Sobibor, twee naar Auschwitz. Henny is één van hen.
         Huize Dina bestaat niet meer; er is een appartementen-complex verrezen. De Historische Kring Velsen wil er een gedenkteken plaatsen, “ter herinnering aan het afschuwelijke dat zich daar heeft voltrokken”.]

Rosetta Monasch is 70 jaar geworden

Rosetta Monasch is 70 jaar geworden. Zij overleed “na een lang lijden” in Dordrecht op 19 juli in 1957, zo bericht het ‘Nieuw Israelitisch Weekblad’ op de 26ste. Ook zij is begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht. Met haar verdween het geslacht Monasch defitinitief uit Dordrecht.
Foto Delpher en website ‘Het Stenen Graf’


Rosetta
Eén Monasch ontbreekt op de slachtofferwebsite ‘Joods Monument’: Rosetta. Klaarblijkelijk heeft zij zich het lijf kunnen redden. Maar waar is zij na Westerbork dan gebleven?
         Rosetta is, blijkt na enig zoeken, ten slotte in het Tsjechische Theresienstadt (‘Terezin’) terecht te zijn gekomen, het concentratiekamp dat ertoe diende om joden door te sluizen naar Auschwitz en andere vernietigingskampen. Wanneer Rosetta er aankwam, en vanwaar, is niet te achterhalen, alleen dat zij er opgesloten heeft gezeten.
         Theresienstadt is op 8 mei 1945 door de Russen bevrijd. Er bleven daar toen nog zo’n 850 Nederlanders. Verzetskrant Paraat publiceerde al op 6 mei 1945 een lijst met een kleine 800 Nederlanders (alleen de gezinshoofden werden met naam genoemd). Op 15 juli verscheen in De Nieuwe Amsterdammer een lijst met 430 namen, afkomstig van de Nederlandse regering.
         Tussen de namen van “de gelukkigen die aan het nazi-inferno zijn ontsnapt” staat Rosetta. De geboortedatum klopt: 6.6.1887. Velen van de “vrijgelatenen uit Theresienstadt” bevonden zich inmiddels in Zwitserland en zouden spoedig huiswaarts keren.
         Uit Dordtse woonkaarten, gedigitaliseerd te raadplegen op de website ‘Dordtenazoeker’, is vervolgens op te maken dat Rosetta op 9 augustus 1945 terug in Dordrecht was, en zich tijdelijk huisvestte in de Noorderstraat, op nummer 11. Op 30 januari 1946, een halfjaar later, trok ze in de woning die ze zo goed kende, op de Singel, op nummer 106 rood – het voormalige woonhuis van Jakob Mozes, Roosje en Helena, drie familieleden van haar.
         Gaandeweg zal het Rosetta zijn gaan dagen dat al haar broers, zussen, neven, nichten, ooms en tantes niet meer zouden weerkeren. De familie Monasch was op haar na volledig gedemonteerd door de Duitsers. Het zal Rosette Monasch ongetwijfeld hevig verdriet hebben, en eenzaam hebben doen voelen.
         Ongetrouwd is ze aldoor gebleven, en op 19 juli 1957 overleed ze, 70 jaar oud. Haar dood werd aangegeven door Meijer Michiel Cohen, ook zo’n zeldzame overgebleven joodse Dordtenaar (zie verhaal 47). De Dordtse Monaschen waren nu voorgoed uitgestorven.
         Meijer Michiel zelf stierf zeven maanden na Rosetta, op 21 februari 1958, op 57-jarige leeftijd. Jodenrijk Dordrecht veranderde nog verder in een jodenloos Dordrecht.

 

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'