Het voorbije joodse dordrecht

Op één vrouw na bleef er niets over van de
Dordtse gezinnen van Salomon en Barend

Tolbrugstraatje

In dit Tolbrugstraatje L.Z. (landzijde) werden de drie eerste kinderen van Salomon en Mietje geboren, in de jaren zestig van de eervorige eeuw. Deze prentbriefkaart dateert van 1912.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (nr. 552_404075)

Behalve dat ze broers waren en beiden geboren in ’s-Gravendeel, hadden Salomon en Barend van der Meusen nóg iets gemeen: allebei stichtten ze hun gezin aan de overkant, in Dordrecht.
        Barend liet het bij Dordrecht, en stierf uiteindelijk in deze stad. Salomon trok verder, naar Rotterdam, waar hij en zijn echtgenote nóg meer kinderen kregen, en waar hij ten slotte overleed.
Salomon en Barend waren gezinshoofden zoals er zoveel waren: gewone mensen die nijver arbeidend probeerden er het beste van te maken voor hun gezin. Doorsneeburgers die zich onopvallend door het leven voortbewogen en misschien af en toe momenten hadden dat ze baldadig gelukkig waren. Doodnormale mensen.
        Slechts in één opzicht verschilden ze van hun stadgenoten: ze waren joods.
        En dat hebben ze geweten, toen de Duitsers met hun alles verwoestende jodenhaat Nederland binnendrongen. Hun perspectief kantelde. Van alle kinderen van Salomon en Barend die nog leefden vóórdat de afschuwelijkheden aanbraken, bleef er in de Tweede Wereldoorlog zegge en schrijve één over. Bij twintig van hen kwam de tijd voortijdig stil te staan, ze waren voorbij.
        In dit verhaal: hoe het kroost van Salomon en Barend werd vermorzeld.

 Salomon en Mietje

In 1863, kort na de geboorte van Jacob, vertrok het gezin van Salomon en Mietje naar Rotterdam. Dit zijn hun gezinskaarten. De eerste toont nog de Dordtse kinderen en de eerste Rotterdamse, de tweede kaart laat alleen de Rotterdamse kinderen zien. In totaal kwamen er negen.
Foto’s Gemeentearchief Rotterdam 


Hans Middendorp

Hans Middendorp, de stamboomsamensteller.
Foto Privébezit

Limburg
Salomon is genoemd naar zijn vader: Salomon Barent van der Meusen, geboren rond 1783 in Grevenbicht, ginds ook wel Seligman Baroch van der Meuse geheten. Deze Salomon Barent trouwde in zijn woonplaats ’s-Gravendeel en Leerambacht met dorpsgenote Sara Salomon Cohen (’s-Gravendeel, 1791). Het ‘Salomon’ in Sara’s naam wil zeggen: dochter van Salomon – nóg een Salomon. Elf kinderen brachten zij en haar eega voort. Wie dit allemaal zijn en hoe ze zich in grote lijnen ontwikkelden, staat in een handzaam familieoverzicht dat via deze link is op te roepen.
        Salomon is het achtste kind dat Salomon Barent en Sara kregen, op 12 november 1826. Barend, zijn broer, verscheen als het op één na laatste kind, als het tiende, op 3 oktober 1831. Getweeën zijn zij de hoofdpersonages van dit verhaal, dat kon worden geschreven met enige hulp van dr.ir. Hans A.J. Middendorp (Den Haag, 1958). Hij is een gewezen bioloog, ex-expat, een business consultant strategie, water en ruimte en onder veel meer ook nog een waterpoliticus – hij is fractievoorzitter van de Algemene Waterschapspartij Delfland. In die laatste functie betoont hij zich een voorvechter van “een sober en doelmatig waterschapsbeleid” − zie zijn boek over wat waterschappen allemaal doen, getiteld Niet bang voor water?
        Middendorp heeft minutieus de stamboom samengesteld van de families Van der Meusen en De Levita uit Dordrecht, samengevat te vinden op de website Genealogieonline.nl. In zijn databank, die niet openbaar is, heeft hij tot nog toe 2326 namen weten te verzamelen. Zijn research leverde op dat de naam Van der Meusen geenszins, zoals de familie zelf lang veronderstelde, verwees naar de rivier de Meuse (de Maas), en ook niet dat de Van der Meusens mogelijk afstammen van de Hugenoten. Nee, de familie is ontsproten aan Limburgse joden in het dorp Grevenbicht bij Sittard. “Het waren vooral slagers.”
        Wat het verband is met Middendorp? Salomon van der Meusen en Mietje de Levita zijn rechtstreekse voorouders van hem: overgrootvader en -moeder van moeders kant. Om preciezer te zijn: Middendorp is de oudste achter-achterkleinzoon van Salomon en Mietje’s zoon Salomon junior (1861), de Salomon die iets verderop wordt toegelicht.

 Barend van der Meusen trouwde driemaal. Met zijn eerste vrouw, Hendrica, kreeg hij twee kinderen, met zijn derde vrouw, Rachel Blok, zeven

Barend van der Meusen, de andere hoofdpersoon, is in Dordrecht blijven wonen. Hij trouwde driemaal. Met zijn eerste vrouw, Hendrica, kreeg hij twee kinderen, met zijn derde vrouw, Rachel Blok, zeven.
Deze pagina uit het boek van de burgerlijke stand laat de samenstelling van het gezin zien.


Marienbornstraat

Het gezin heeft in de Marienbornstraat gewoond en op de Riedijk. Deze foto toont de Marienbornstraat in 1961, in deerlijk vervallen staat.
Foto RAD (nr. 554_31987)

Dordrecht
Koopman in manufacturen Salomon, de ene hoofdpersoon, trouwde in Dordrecht op 8 december 1858 met de Rotterdamse Mietje de Levita (18.10.1836). Zij was nog pas 22, hij al 32. In Dordrecht werden hun eerste drie kinderen geboren: Klaartje (11.4.1860), Salomon (9.11.1861 – en voor de overzichtelijkheid vanaf nu junior geheten) en Jacob (8.10.1863). Dit gebeurd in woning C 1616 in de Tolbrugstraat (landzijde), aan de kant van waar nu het voormalige V&D-gebouw staat. Kort na de geboorte van Jacob verruilde het gezin Dordrecht voor Rotterdam, op 21 december 1863. Salomon senior werd er ingeschreven als kleermaker, Mietje als baker.
        Terwijl zij als kraamverzorgster werkte, beviel ze zelf zo om de twee jaar van nieuwe kinderen. In totaal kwamen er in Rotterdam nog vijf bij, mogelijk zes. Van één kind, Barend, is geen officieel document aangetroffen, alleen een vermelding op een genealogische website, vandaar de voorzichtigheid.
        Achtereenvolgens baarde Mietje: Barend (23.5.1866 – 2.9.1867), Saartje (14.9.1868 – 27.3.1891), Engelina (1.7.1871), Rosetta (3.6.1873 – 7.11.1873), Isaac (1.11.1874) en Levie (14.3.1877). Uit deze opsomming valt af te leiden dat drie kinderen nog in de 19de eeuw overleden. Hetzelfde geldt voor de Dordtse Jacob, die in Rotterdam stierf op 13 maart 1895. Resumerend: aan het begin van de 20ste eeuw waren van de negen kinderen er nog vijf in leven.

 Koopman Barend van der Meusen voerde als bijbaan besnijdenissen uit. In 1927 overlijden kort na elkaar Sara, een dochter van Barend uit zijn eerste huwelijk met Hendrica Gans, en Barend zelf

Koopman Barend van der Meusen voerde als bijbaan besnijdenissen uit. In het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 12.97.1901 wordt gemeld dat hij dit ambt binnenkort 40 jaar heeft uitgeoefend. In 1914 stopt hij ermee, na 52 jaar. Het NIW bericht erover, en schrijft ook dat Barend’s zus Adriana na 25 jaar stopt als badvrouw.
Foto’s Delpher

In 1927 overlijden kort na elkaar Sara, een dochter van Barend uit zijn eerste huwelijk met Hendrica Gans, en Barend zelf, op respectievelijk 3 april en 26 mei 1927. Deze overlijdensadvertenties stonden in het NIW.
Foto’s Delpher


Barend van der Meusen viert zijn 90ste verjaardag in 1921

Barend van der Meusen viert zijn 90ste verjaardag in 1921. Hij werd stokoud: 95 en overleed te Dordrecht op 26 mei 1927.
Foto Delpher

Bertina van Egmond overleed op 7 maart 1910

Bertina van Egmond overleed op 7 maart 1910, kort nadat zij twee kinderen had gekregen. De advertentie stond in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 10.3.1910.
Foto Delpher

Salomon junior had enkele jaren een winkel in fournituren in Groningen

Salomon junior had enkele jaren een winkel in fournituren in Groningen. Deze is in 1896 failliet gegaan, zoals uit deze advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden van 1.7.1896 blijkt. In zijn Groningse periode bezocht Salomon bijeenkomsten van de Radicale Bond, die veel later zou opgaan in de PvdA.
Foto Delpher

Drie echtgenotes
Barend van der Meusen, de andere hoofdpersoon, kende een onrustig huwelijksleven. Hij heeft drie echtgenotes gekend.
Hendrica Gans (Doorn, 1.12.1833) werd op 15 oktober 1863 in Dordrecht zijn eerste vrouw. Zij was 29, hij 31. Zij schonk hem twee kinderen in hun woonplaats Wijk bij Duurstede: Sara (11.10.1864 – 3.4.1927) en Rosetta (26.3.1866 – 12.7.1866). Een dag na het overlijden van Rosetta stierf ook Hendrica, op 13.7.1866.
        Barend hertrouwde op 22.3.1871, als 39-jarige, in Amsterdam met de 37-jarige Mietje Wolf, geboren in Zaltbommel, op 9.9.1833. Een jaar later was dit huwelijk alweer voorbij: Mietje overleed op 25.1.1872, nog pas 38 jaar oud. Nu hertrouwde tweevoudig weduwnaar Barend op 8 mei 1872 in Den Haag met Rachel Blok (Den Haag, 1.12.1839).
        Het was met haar dat Barend, broodbakker van beroep, in Dordrecht zeven kinderen kreeg, van wie er enkelen na korte tijd stierven. Deze zeven zijn, in chronologische volgorde: Aaltje (28.1.1873 – 10.3.1873), Salomon Barend (27.12.1873), Rosetta (14.11.1874), Klaartje (5.2.1876 – 9.5.1876), Hendrika (31.3.1877 – 8.4.1878), Esther (21.2.1879) en Jacob (30.4.1881). De opsomming laat zien dat Barend en Rachel met vier kinderen de nieuwe eeuw ingingen.
        Barend van der Meusen had een belangrijke bijbaan: besnijdenissen. In het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 12 juli 1901 wordt bericht dat het op 17 juli veertig jaar geleden zal zijn dat Van der Meusen moheel werd, kerkelijk besnijder. Bij “vele honderden kinderen in alle deelen van het land” is in dit tijdperk door hem dit joodse ritueel uitgevoerd. “En het is nog steeds een genoegen, te zien, op welk een vlugge, waardige wijze, de nu reeds grijze moheel de besnijdenis verricht,” aldus het NIW.
        In 1914 stopte hij ermee. Bij die gelegenheid meldde het NIW op 24 juli dat Van de Meusen het ambt 52 jaar had uitgeoefend. Het aantal kinderen dat hij had besneden, “is niet ver van duizend verwijderd”

Ongetrouwd
Salomon en Mietje van der Meusen kwamen vlak na het begin van de 20ste eeuw te overlijden, beiden in Rotterdam − hij op 2 oktober 1903, 76 jaar oud; zij op 11 mei 1904, 67 jaar oud. Meerdere jaren later, op 17 maart 1917 stierf in Dordrecht Rachel, de derde echtgenote van Barend. Ook zij bereikte een fraaie leeftijd: 77. Barend zelf werd stokoud: 95. Hij overleed te Dordrecht op 26 mei 1927. Meteen een dag later, op de 27ste mei, betrokken de drie ongetrouwd gebleven kinderen van Barend en Rachel − borstelkoopman Salomon Barend, de beroepsloze Rosetta en naaister Esther − gezamenlijk het huis van hun overleden vader, aan de Martinus Steijnstraat, op nummer 11 rood (nu: 21), zij het niet voor lang. Op 9 juni dat jaar verhuisden ze naar de nabijgelegen Toulonselaan, naar nummer 78 (116). Op 5 november 1931 schoven ze gedrieën op naar nummer 98 (136), om ten slotte op 5 november 1936 nog éénmaal te verkassen, nu naar de Houttuinen 13a (17).
        Feitelijk hadden ze al die tijd in een driehoekje geleefd, dat ze nu verlieten voor de Houttuinen, een kromme straat die midden de binnenstad ligt.
        Salomon Barend en zijn twee zussen zouden altijd bij elkaar blijven wonen, als vrijgezellen. Alleen hun broer Jacob, de laatstgeborene van 1881, trouwde, als enige en op tamelijke late leeftijd: 46 jaar. Hij huwde op 26 januari 1928 in Rotterdam de 42-jarige Belia Rosenbach (Rotterdam, 12.2.1885) en ging met haar aan de Nieuwe Binnenweg wonen, op nummer 64. Dit huwelijk bleef kinderloos.

        [Ter zijde wijst Hans Middendorp er op dat Belia en Jacob familie van elkaar waren. Zijn uitleg: “Ze stammen allebei af van Salomon Barent van der Meusen (omstreeks 1781) en Sara Cohen (omstreeks 1791). Jacob van der Meusen is een kleinzoon, Belia een achterkleindochter. De moeder van Belia Rosenbach is Jaantje Cohen en zij is een nicht van Jacob van der Meusen.”]

De drie overgebleven kinderen van Barend en Rachel gaan bij elkaar wonen, op drie verschillende adressen die vlakbij elkaar liggen: de Martinus Steijnstraat 11 rood (nu 21), daarna de Toulonselaan 78 (116) en 98 (136). De foto’s tonen deze woningen in huidige staat.

De drie overgebleven kinderen van Barend en Rachel gaan bij elkaar wonen, op drie verschillende adressen
die vlakbij elkaar liggen: de Martinus Steijnstraat 11 rood (nu 21), daarna de Toulonselaan 78 (116) en 98 (136).
De foto’s tonen deze woningen in huidige staat.
Foto Redactie Website


Houttuinen

In november 1936 trekken de drie kinderen de binnenstad in,
naar de Houttuinen 13a (nu: 17).
Foto’s Redactie Website

Engelina’s
Qua aantal huwelijken lag het anders bij de vijf overgebleven kinderen van Salomon senior en Mietje. Daar deden zich drie huwelijken voor.
        Klaartje en Isaac bleven alleenstaand, maar Salomon junior (van 1861) trouwde op 2 november 1903 in Amsterdam met Bertina Cortina van Egmond (Dordrecht, 5.3.1877): nummer één. Voordat Bertina zeven jaar later overleed, op 7.3.1910 in Dordrecht, schonk zij haar man twee kinderen: Albert Louis (23.4.1905, die na vijf maanden stierf op 27.9.1905) en Bertha Engelina (12.6.1907). Deze Bertha Engelina is een naam om te onthouden. Haar vader, Salomon junior, kwam op 12.6.1925 te overlijden, in Dordrecht, prercies op Bertha’s achttiende verjaardag.
        Er was nog een Engelina, als zus van Klaartje en Isaac, de Engelina van 1871. Zij werd als 35-jarige op 27.6.1907 in Weesp de echtgenote van de 36-jarige handelsreiziger Andries Stodel (Amsterdam, 29.8.1871), een echtverbintenis die volgens stamboomsamensteller Hans Middendorp tot één kind leidde, op 8.12.1915 in Arnhem: Siegfried Charles Bertus Stodel. Nummer twee.
        Nummer drie die trouwde, was Levie (van 1877). Hij huwde op 8 juni 1909 in Nijmegen Eva Kamp (Rhenen, 24.2.1878). Op 6 oktober 1911 werd hun eerste en enige kind geboren, in Amsterdam: Charles. Deze op zijn beurt trouwde op 8 juni 1938 in Amsterdam met Sara Liena Levie (Amsterdam, 28.3.1915) en kreeg met haar op 18 oktober 1939 dochter Eva.

Eva Kamp, dochter van Charles van der Meusen en Sara Liena Levie. De foto ernaast is mogelijk haar moeder Sara Liena

Dit meisje is Eva Kamp, dochter van Charles van der Meusen (zoon van Levie, die weer een zoon is Salomon en Mietje)
en Sara Liena Levie. Eva, geboren in 1939, is vermoord in Sobibor, in 1943.
De foto ernaast is mogelijk haar moeder Sara Liena. Op de website Joods Monument staat dat het portretmedaillon
van Sara is of van haar zus Jutha Stad-Levie (1912-1943).


overlijdensadvertentie, uit Het Joodsche Weekblad van 13.3.1942, noemt Klara van der Meusen

In de Tweede Wereldoorlog worden de gezinnen van Salomon en Barend uitgemoord. Deze overlijdensadvertentie, uit Het Joodsche Weekblad van 13.3.1942, noemt Klara van der Meusen. Zij stierf op 4 maart een natuurlijke dood, op 81-jarige leeftijd, maar zij wordt op de website Joods Monument niettemin als een slachtoffer van de Holocaust beschouwd.
Foto Delpher

Oorlog
En toen spoelde het nazisme over de Nederlandse grens. De twee gezinnen Van der Meusen die in dit artikel worden belicht, zouden in die Tweede Wereldoorlog nagenoeg volledig worden uitgemoord.
         Van het gezin van Salomon junior waren bij het uitbreken van de oorlog nog drie kinderen in leven: Klaartje, Isaac en Levie; hun zus Engelina was al op 4 oktober 1938 in Haarlem overleden. Deze drie kinderen zijn allen omgekomen.
        Klaartje, de eerstgeborene uit Dordrecht, is op 4 maart 1942 in Den Haag overleden, op 81-jarige leeftijd. De overlijdensadvertentie wijst op een natuurlijke dood, nochtans wordt zij op de website Joods Monument als een slachtoffer van de Holocaust beschouwd. Eén dode.
        Isaac werd vergast in Auschwitz, op 30 september 1942. Zijn Belgische, niet-joodse vrouw Margot heeft de oorlog overleefd. Isaac en Margot waren op 24.01.1914 getrouwd in Borgerhout, zij woonden tijdens de oorlog Deurne. Ze hadden geen kinderen. Eén dode, één overlevende.
        Levie eindigde, samen met zijn vrouw Eva, in Sobibor, op 23.7.1944. Hun zoon Charles, schoondochter Sara Liena en enig kleinkind Eva werden daar al even nonchalant als routinematig vermoord, op 2 juli 1943. Vijf doden.
        Andries Stodel, de weduwnaar van Engelina, staat ook op Joods Monument, als zijnde overleden op 15 mei 1940 in Haarlem. Volgens Hans Middendorp pleegde hij zelfmoord. Siegfried, Andries’ zoon, is in augustus 1943 om het leven gebracht in Lublin, de Oost-Poolse stad waar zich het vernietigingskamp Majdanek bevond. Hij, 27 jaar oud, was keukenbediende geworden in het krankzinnigengesticht ‘Het Apeldoornsche Bos’. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 is dit instituut leeggehaald door de Duitsers.
        Siegfried staat op een lijst van 49 Nederlanders, die in Majdanek door de Duitsers zijn geëxecuteerd, zie: Nederlanders geëxecuteerd door Duitsers tijdens WO2 in het buitenland
        In Heemstede wordt hij op de Vrijheidsdreef herdacht, op een nieuw monument dat is onthuld in mei 2015 en dat de vorm heeft van een opengeslagen boek: het zogenoemde monument ‘Boek van de Namen – Sefer HaSjemot’. In het beeldhouwwerk staan de namen gegraveerd van 162 vermoorde, joodse inwoners van Heemstede. Twee doden.
        Bij elkaar heeft de Sjoa in deze tak van de familie Van der Meusen negen doden geëist. Er was welgeteld één overlevende, over wie straks meer.

Dit is de overlijdensakte, pas opgemaakt in 1949, van Siegfried Charles Bertus Stodel

Engelina van der Meusen, ook een (Rotterdams) kind van Salomon en Mietje, trouwde met Andries Stodel. Zij overleed voor de oorlog, in 1938 in Haarlem. Haar man pleegde volgens stamboomsamensteller Middendorp zelfmoord, op 15 mei 1940, in Haarlem. Hun enige kind, Siegfried Charles Bertus Stodel, is omgebracht in Lublin, in kamp Majdanek. Dit is de overlijdensakte voor Siegfried, pas opgemaakt in 1949.
Foto Noord-Hollands Archief

Siegfried wordt herdacht op een monument in de vorm van een opengeslagen boek, in Heemstede

Siegfried Stodel wordt herdacht op een monument in de vorm van een opengeslagen boek, in Heemstede.
Foto Redactie Website

Ravage
Het gezin van Barend kende geen enkele overlevende; iedereen is uitgeroeid.
        Salomon Barend, Rosetta en Esther, de ongetrouwden die bij elkaar woonden aan de Houttuinen, eindigden in Auschwitz − de zussen op een en dezelfde dag (23.11.1942), hun broer twee weken later, op 7 december 1942.
        Broer Jacob vond ook de dood in Auschwitz, op 15 oktober 1942. Zijn vrouw Belia stierf in Sobibor, op 5 maart 1943.
        Dit zijn al vijf doden.
        Maar er is nóg een gezin Van der Meusen, dat tot dusverre niet ter sprake kwam – het gezin dat Veronika stichtte, de zus van de hoofdpersonen Salomon en Barend: zie vooral ook het familie-overzicht.
        Een korte duiding: Veronika (van 1829) trouwde op 26 oktober 1859 in Dordrecht met Abraham de Goeije (Amsterdam, 11.3.1831). De drie kinderen die zij kregen – Mozes (26.10.1860), Betje (5.10.1862) en Saartje (26.10.1868) − zijn in de oorlog allen vermoord: Mozes in Auschwitz (op 1.2.1943), Betje eveneens in Auschwitz (27.8.1943) en Saartje in Sobibor (13.3.1943). Drie doden.
        Bij dit aantal blijft het niet: Sara Lydia van Buren (Amsterdam, 10.1.1854), de echtgenote van Mozes, stierf in Amsterdam op 13 juni 1941, en wordt door Joods Monument erkend als Holocaust-slachtoffer. Eén dode.
        Betje was getrouwd met Jacob Braadbaart (1865), die al in 1935 was overleden.
        Saartje, de echtgenote van diamantslijper Mozes de Jong (1871-1937), had met hem twee zonen gekregen. De ene, Abraham (Amsterdam, 12.6.1899), was getrouwd met Hanna Pesaro (Amsterdam, 12.6.1899). Beiden werden vergast in Sobibor, op 2 juli 1943. De andere zoon, Salomon (Amsterdam, 24.2.1902), trof de dood in Auschwitz, op 30 september 1942. Drie doden.
        Aldus ontstaat er een dodental van nog eens zeven. Hierbij opgeteld de eerdere aantallen van vijf en tien, komt het geslacht Van der Meusen zoals dat ooit in ’s-Gravendeel ontstond, op een totaal van 21 doden. Dat is niet minder dan een ravage, een slachting.

De enige die wist te overleven was Bertha Engelina van der Meusen

De enige die wist te overleven was Bertha Engelina van der Meusen, dochtert van Salomon junior (1861), die weer een zoon was van Salomon senior en Mietje de Levita.
Zij, telefoniste bij de Gemeente Rotterdam zoals gezinskaart toont, trouwde met J. Simmers, op 23.4.1932.
Volgens Hans Middendorp doorstond zijn grootmoeder de oorlog door haar joodse achtergrond verborgen te houden.
Ze zei dat ze afstamde van de Hugenoten.
Foto’s Gemeentearchief Rotterdam en Delpher

Bertha Engelina van der Meusen, op een ongedateerde foto, waarschijnlijk uit 1927 Bertha van der Meusen trouwde met J. Simmers, aldus de Haagsche Courant op 23.4.1932

Bertha Engelina van der Meusen, op een ongedateerde foto,
waarschijnlijk uit 1927. Zij was de enige overlevende. Bertha was volgens haar kleinzoon Hans Middendorp “de eerste in haar directe omgeving die haar haar had kortgeknipt”. Ze was toen circa twintig jaar oud.
Foto Privébezit

Bertha van der Meusen trouwde met J. Simmers, aldus de Haagsche Courant op 23.4.1932.


Bertha Simmers-van der Meusen overleed op 1 januari 1986

Bertha Simmers-van der Meusen overleed op 1 januari 1986, meldt De Telegraaf.

De overlevende
Eén overlevende was er: Bertha Engelina van 1907, het overgebleven kind van Salomon en Bertina.
        Deze Bertha is uiteindelijk de grootmoeder geworden van Hans Middendorp. Volgens hem is zij ongeschonden uit de oorlog gekomen door zichzelf en “haar joodse afkomst verborgen te houden”. Zij geloofde “dat de familienaam Van der Meusen verwees naar het Franse ‘la Meuse’ en dat zij rechtstreeks afstamde van de Hugenoten”. En ze werd geloofd blijkbaar, in de oorlogstijd.
        Maar ook speelde misschien dit mee, licht Middendorp toe: “Mijn oma Bertha Engelina verloor haar (niet-joodse) moeder toen ze een peuter was en haar vader toen ze achttien was. Ze woonde al heel lang niet meer bij haar vader, maar bij Nederlandse pleegouders. Mogelijk daarom stond ze niet meer vermeld op een gezinskaart en hebben de nazi's en de collaborateurs haar daarom niet gevonden. In de oorlog bleef ze zo veel mogelijk binnen; uit het zicht.”
        Bertha Engelina van der Meusen trouwde met Johan Simmers en schonk hem drie kinderen, Loes, Tineke en Joop. Loes werd de moeder van Hans Middendorp.
        Mevrouw Simmers-van der Meusen is inmiddels overleden, op 78-jarige leeftijd in Den Haag, op 1 januari 1986.

***

Jaren later achterhaalde kleinzoon Hans dat de Van der Meusens totaal niet van Franse inslag zijn, maar omstreeks 1700 op z’n Limburgs Moijse heetten, en woonachtig waren in Grevenbicht bij Sittard. In de opvatting van Hans Middendorp is het dialectische Barend van Moijse ‘gewoon’ gaandeweg verbasterd geraakt tot Barend van der Meusen, in het Nederlands dat in ’s-Gravendeel wordt gesproken. En die Barend werd de vader van Salomon Barent, met wie dit verhaal begon. Zo komt de cirkel rond.
Het zal zijn grootmoeder Bertha Engelina, als ze ervan had geweten, niet hebben kunnen deren, die Limburgse achtergrond. De Hugenoten-theorie heeft haar tenminste het leven gered.

 

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'