Het voorbije joodse dordrecht

Henri Leviticus heeft nooit van
zijn dochter Hanneke geweten

Henri en Roza in mei 1942

Henri en Roza laten in mei 1942 een foto maken.
Hij draagt de jodenster. Het stel trouwde op 30 juli 1942,
midden in de oorlog.
Foto Familiebezit

Zij heeft haar vader nooit gekend, en andersom hij haar ook niet. De oorzaak? De Entjudung van Nederland.
        Op donderdag 17 september 1942 werd Dordtenaar Henri Leviticus, de zoon van Felix en Emma Leviticus, samen met zijn ouders uit hun huis aan de Cornelis de Wittstraat 54 rood gesleept - Nederland moest hoognodig ontjoodst worden. Roza, de echtgenote van Henri, lag op dat moment in het ziekenhuis, met een acute blindedarmontsteking. Zij ontsprong de dans. De patiënte werd zolang even met rust gelaten.
        In het ziekenhuis werd bij toeval ontdekt dat Roza zwanger was. Haar man wist dat niet, en zou het ook nooit meer te weten komen.
        Joden hadden geen enkele reden van bestaan, vonden de nazi’s, en dus werd Henri Leviticus, die in Dordrecht enige faam had geoogst als de voetballer en scheidsrechter Harry Leviticus, zonder pardon weggevoerd, afgevoerd en vier maanden later vermoord, in Auschwitz, op 31 januari 1943.
        Enkele maanden later, op 9 mei 1943, werd zijn kind geboren, het dochtertje Hanneke. Door een opeenvolging van kleine wonderen wisten moeder en baby zich vervolgens, zij het los van elkaar, door de oorlog te loodsen. De Duitsers hebben geen vat gekregen op Roza en Hanneke.
        Thans is Hanneke Bonnewit-Leviticus een vrouw van in de zeventig. Zij woont in de Verenigde Staten, waar ze zich omringd weet door drie kinderen en zes kleinkinderen. Ze vindt dat “een regelrecht wonder”, omdat zij en haar man Eddy Hans Bonnewit destijds allebei zijn begonnen als enige kinderen.
        Maar wat haar vreugde en trots bij vlagen tempert, is dat zij haar vader niet heeft gekend. Zeven decennia later verdriet haar dat nog onverminderd.

advertentie in het Joodsche Weekblad van 7 augustus 1942

In een advertentie in het Joodsche Weekblad van 7 augustus 1942 die twee huwelijken bestreek, bedankten de betrokken ouders voor de belangstelling.
Foto Delpher

Uitstel
Henri Leviticus (Dordrecht, 5 december 1912) was net als zijn vader Felix metaalhandelaar. Hij woonde nog bij zijn ouders thuis, in de Cornelis de Wittstraat, maar was al wel getrouwd. Midden in de oorlog, midden in die tijd dat joden langzaamaan elk zicht op een normaal leven werd ontnomen, op 21 juni 1942, had hij zich verloofd met Rozette Henriette (Roza, Ro) van Dam (9 augustus 1911), die afkomstig was Winterswijk. En op 30 juli waren ze in het huwelijk getreden.
        Op 17 september brak die fatale dag aan dat Henri tegelijk met zijn ouders werd gearresteerd. Om 11.00 uur stelde de politie de drie joodse Dordtenaren in bewaring op het hoofdbureau, om 17.30 uur haalde de marechaussee ze op om over te brengen naar Amsterdam.
        Felix en zijn vrouw Emma Golstein kregen niet veel kans meer om hun leven uit te leven. Nog geen week later, op 24 september, waren ze dood, in Auschwitz. Hun zoon volgde iets later, op 31 januari 1943.
        Roza, de zwanger gebleken vrouw van Henri, mocht herstellen in het ziekenhuis. Maar er was geen sprake van dat dit uitstel of afstel betekende. Op vrijdag 23 oktober 1942, zo blijkt uit de Dordtse politiejournalen, werd zij alsnog opgepakt. Om 13.10 uur sloten de agenten haar op in het hoofdbureau, om 16.40 uur stond de marechaussee klaar voor haar, om haar naar Amsterdam te transporteren - naar de Hollandsche Schouwburg, de verzamel- en deportatieplaats voor Nederlandse joden.
        Ze leek op weg naar een onafwendbaar, gruwzaam einde.


Heiman Trompetter, de oudere man met wie Roza hertrouwde, overlijdt in 1963, zijzelf in 1992

Heiman Trompetter, de oudere man met wie Roza hertrouwde, overlijdt in 1963, zijzelf in 1992.
Foto’s Delpher

Dak
Maar ze had groot geluk. Met hulp van het verzet wist zij op een dag, hoogzwanger zijnd, over het dak van de Hollandsche Schouwburg te ontsnappen. Ze werd bij iemand ondergebracht en kon op 9 mei 1943 veilig haar baby baren, Hanneke, ergens op een derde etage.
        Op het hoogtepunt van de razzia’s in Amsterdam kreeg Roza Leviticus opnieuw hulp van het verzet. Hanneke, zes weken oud nu, werd naar de heer en mevrouw Schieveen in Amersfoort gebracht, om daar, beschut en onontdekt, tot het einde van de oorlog te kunnen blijven en opgroeien. Haar moeder dook onder op verschillende adressen.
        Welke dat waren, kan Hanneke - als ze eenmaal is gevonden in Ann Arbor, Michigan - anno 2016 niet vertellen. “Ik heb daar nooit veel over gehoord”, vertelt ze. “Ik geloof ook niet dat ze ooit nog contact heeft gehad met de onderduik-gastheren en -vrouwen. Wel af en toe met de leden van het verzet die haar hebben geholpen.”
        Hanneke had aanvankelijk weinig op met haar eigen moeder, toen deze haar dochter na de oorlog in Amersfoort kwam ophalen. Hanneke was nu 2 jaar en enkele maanden oud en die mevrouw was haar vreemd. “Ik noemde mijn onderduikouders mamma en pappa. Na de oorlog werd dat ineens “andere mamma” en “andere pappa”. Ik herinner me niets van de oorlog, maar ik herinner me heel goed dat ik niet veel van mijn moeder wilde weten. Een kind van twee is erg gehecht aan haar moeder, en dat was mijn onderduikmoeder.”
        Roza vestigde zich weer in Dordrecht, op de Vlietweg 66 (nu: 42). Volgens de gemeentelijke woningkaart gebeurde dat officieel op 11 januari 1946, en verbleef Roza daarvoor in Amsterdam, waar ze op het Afrikanerplein 52 III ingeschreven was geweest.
        [Enkele maanden eerder verbleef ze al in Dordrecht. Dat blijkt uit de politiedagrapporten. Op maandag 26 november 1945, enkele maanden na de bevrijding, ervoer Roza op ontnuchterende wijze dat Nederland weer tot de gewone orde was overgegaan. Fietsend op de Spuiweg werd ze aangehouden door agent G. van Wijk, die constateerde dat zij door rood licht was gereden. Hij bekeurde haar, noterend dat ze op de Vlietweg 66 woonde.]

Vlietweg nummer 66

Na de oorlog ging de weduwe Roza Leviticus met haar dochter Hanneke aan de Vlietweg wonen, op nummer 66.
Er tegenover lag een dijk; dit was haar uitzicht. Hanneke keek vaak naar de dijk om te zien of vader terug zou komen.
Foto’s Redactie Website


Hanneke slaagt voor het gymnasium

Hanneke slaagt voor het gymnasium, bericht het
Nieuw Israëlitisch Weekblad
op 5 augustus 1960.
Foto Delpher

Op 18 maart 1962 verlooft Hanneke zich met Ed Bonnewit

Op 18 maart 1962 verlooft
Hanneke zich met Ed Bonnewit, aldus het NIW op 18 maart,
op 23 juni 1963 trouwen zij.
Foto Delpher.

Dijk
Om Hanneke het contact met haar onderduikmoeder niet abrupt te ontzeggen, en om haar te laten wennen aan haar nieuwe moeder, werd er de eerste maanden nog “veel heen en weer gereisd” tussen Dordrecht en Amersfoort. Nadien heeft ze “altijd een hecht contact gehouden” met haar onderduikmoeder. “Helaas niet met mijn onderduikvader. Ze zijn een paar jaar na de oorlog gescheiden en iedere keer als ik op bezoek kwam, was hij, een beroepsmilitair, ‘in de kazerne’.”
        Thuis, aan de Vlietweg, keek Hanneke dikwijls verlangend naar haar vader. Wanneer kwam hij nu eens terug? “Op de Vlietweg waren de huizen aan de ene kant van de weg”, legt Hanneke uit, “er tegenover was een soort dijk. Mij was verteld dat mijn vader was ‘weggehaald’. Ik hoopte dan ook – kinderen zijn nu eenmaal ‘letterlijk’ – dat hij weer ‘teruggebracht’ zou worden. Dus keek ik veel naar die dijk, in de hoop dat dat zou gebeuren.”
        Haar moeder werkte intussen als onderwijzeres. “Er was ’s morgens een oppas die mij naar haar school bracht, en ik deed daar een dutje in een hangmat in iemands kantoor.”
        Hanneke zat in de tweede klas van de lagere school toen zij en haar moeder verhuisden naar Amsterdam, naar de Deurlostraat 85 I. Dit betekende opnieuw aanpassen voor haar. In Dordrecht ging ze naar een buurtschool die zeven in plaats van zes jaar deed over het lesprogramma. Roza had om dit extra jaar uit te sparen, haar dochter leren lezen en schrijven. In Amsterdam mocht ze daarom de eerste klas overslaan, maar dat had tot gevolg dat ze “altijd de jongste in de klas was, en vaak ook de kleinste”. Dat was “niet altijd een voordeel”.
        Roza Leviticus hertrouwde in Amsterdam, op 19 februari 1951, met “een veel oudere man”: de leerhandelaar Heiman (‘Herman’) Trompetter (Weener, 4 januari 1886). “Dat was fijn voor ons allebei: ik kreeg een vader die heel lief was - en iets minder aandacht.” Hij overleed op 25 oktober 1963, 77 jaar oud.

Eenmaal geëmigreerd naar Amerika krijgen Hanneke en Ed drie kinderen, Marcel in 1968, Natalie in 1970 en Anouk in 1975

Eenmaal geëmigreerd naar Amerika krijgen Hanneke en Ed drie kinderen,
Marcel in 1968, Natalie in 1970 en Anouk in 1975.
Foto’s Delpher


Het gezin Leviticus, met vier van de kinderen, van links naar rechts: vader Felix, Henri, moeder Emma, Nelly, Louis en Sophie

Het gezin Leviticus, met vier van de kinderen, van links naar rechts:
vader Felix, Henri, moeder Emma, Nelly, Louis en Sophie. De foto is ongedateerd.
Foto Collectie Emma Meijler


Student
Nadat ze op het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes gymnasium alfa had gedaan, ging Hanneke studeren, in 1960, 17 jaar oud, op de Universiteit van Amsterdam. Ze koos Franse taal en letterkunde als studierichting. “Net geen doctoraal gedaan.” Op de studentenvereniging Unitas Studiosorum Amstelodamensium ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot, Ed Bonnewit, die vierdejaars was en economie studeerde.
        Ed Bonnewit was ook enig kind, en ook hij had het geluk dat hij tijdens de oorlog in een onderduikgezin terecht kon, een gezin met drie kinderen. Hanneke heeft niets dan lof voor zulke onderduikhelpers. “Mijn man ging zelfs nog een jaar mee naar de kleuterschool. Zijn onderduikouders wisten dat ze een enorm risico liepen en daar kun je niet genoeg bewondering voor hebben. Ik heb mezelf vaak afgevraagd of ik in staat zou zijn om een gezin van vijf aan zo’n risico bloot te stellen. Ik heb daar geen duidelijk antwoord op.”
        Hanneke en Ed verloofden zich op 18 maart 1962 en trouwden op 23 juni 1963. Wat volgde was: emigratie. “Ik denk niet”, zegt Hanneke, “dat ik uit Nederland vertrokken zou zijn als ik niet mijn man had ontmoet. Hij was de drijvende kracht achter ons emigreren.”
        Ed Bonnewit deed tijdens zijn studie twee stages, een in Israël en een in New York. Nadat de hem vergezellende Hanneke in 1963 in Israël al had ontdekt “hoe Westers ik was”, maakte zij met Ed in 1964 een uitgebreide reis door de VS. Ze raakten “totaal verliefd” op New York. Het duurde drie jaar voordat alles in orde was, maar in december 1966 emigreerden Hanneke en Ed definitief naar Amerika, naar New York.

familiefoto

Een familiefoto, v.l.n.r.
schoondochter Heather, zoon Marcel, Hanneke,
schoonzoon Jeff, Anouk en Ed.
Foto Familiebezit

Nog een familiefoto, gemaakt tijdens de voetbalwedstrijd van de universiteit van Michigan tegen Northwestern, met Hanneke en Ed
als vier en vijfde van links.
Foto Familiebezit


Hanneke en haar man Ed

Een hedendaagse foto van Hanneke en haar man Ed,
gemaakt in juni 2014.
Foto Familiebezit

Central Park
En daar wonen Hanneke en Ed nog steeds. Drie kinderen kreeg het echtpaar, allemaal voorzien van namen met een Franse slag: Marcel Louis (25 maart 1968), Natalie Nicole (11 augustus 1970) en Anouk Dorit (15 januari 1975). Het uitdijende gezin woonde één blok verwijderd van Central Park en op loopafstand van het Guggenheim-museum. “Een heerlijke buurt.”
        Na 33 jaar verhuisden Hanneke en Ed, eerst nog naar de overkant van de rivier de Hudson, ten slotte in augustus 2012 naar de kleine stad Ann Arbor, Michigan. Twee van hun drie kinderen wonen hier met hun nageslacht, vertelt Hanneke, “en dat is een van de redenen waarom het ons hier zo goed bevalt.” Een andere reden is dat er talrijke culturele evenementen zijn.
        Er zijn ondertussen zes kleinkinderen bij gekomen, drie meisjes (Sophia, Isabella en Olivia, begin 2016 respectievelijk 15, 13 en 9 jaar oud, en drie jongens: Griffin (10), Brady (7) en Aydant (7). Hanneke en Ed, kinderen die ternauwernood aan de Holocaust zijn ontkomen, prijzen zich gelukkig met zoveel aanhang.
        Haar moeder Roza is op 3 februari 1992 overleden, tachtig jaar oud. Hoewel drie van de zes kinderen van Felix en Emma Leviticus de oorlog hebben overleefd (zie verhaal 11 en verhaal 25), had Roza weinig omgang met deze familieleden van haar eerste man Henri. Hanneke: “Het contact was beperkt. Voor zover ik weet is mijn moeder heel weinig naar Dordrecht teruggegaan.”
        Inmiddels heeft ze wel het contact kunnen hervatten met een zus van Henri, tante To in Australië. Dat gebeurde na bemiddeling van Emma Meijler, een dochter van Nelly, de andere overlevende zus van Henri. Samen met deze Emma is Hanneke half 2015 in Dordrecht geweest, om op de plek waar het gezin Leviticus indertijd woonde, de Stolpersteine te bekijken die daar in februari 2015 zijn aangebracht.
        Dat emotioneerde haar, al viel de plek tegen, wat begrijpelijk is: er is nu een bankfiliaal; de oorspronkelijke bebouwing is gesloopt. “Dat maakte het minder indrukwekkend.”

In februari 2015 werden bij het filiaal van de Rabobank aan de Corn. de Wittstraat steentjes gemetseld voor het gezin Leviticus

In februari 2015 werden bij het filiaal van de Rabobank aan de Corn. de Wittstraat steentjes gemetseld voor het gezin Leviticus. Op de foto spreekt Emma Meijler, terwijl de kunstenaar Gunter Demnig de steentjes aanbrengt.
Hanneke Bonewit is enkele maanden later samen met haar nicht Emma Meijler de steentjes wezen bekijken.
Foto Perry Bos

Foto
Maar hoezeer haar Dordtse verleden ook verstrijkt en vervaagt, het gemis van haar vader is even groot gebleven. “Het heeft mij altijd dwars gezeten dat mijn vader nooit geweten heeft dat hij een kind zou krijgen”, zegt ze. “Ik weet eigenlijk heel weinig van hem.”
        Ze heeft maar een paar foto’s van hem; de huwelijksfoto - hierbij afgedrukt - is nog de beste. In de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht bevindt zich een foto van de Dordts-joodse voetbalclub Hakadoer, van 31 oktober 1931. Haar vader staat daar mogelijk op. Hanneke heeft de foto hoopvol besteld en gekregen. Maar tot haar spijt heeft ze Henri Leviticus “niet kunnen vinden” op die foto.

Hanneke’s vader Henri staat mogelijk op deze foto uit 1931. De foto toont de Dordts-joodse voetbalclub Hakadoer

Hanneke’s vader Henri staat mogelijk op deze foto uit 1931. De foto toont de Dordts-joodse voetbalclub Hakadoer.
Maar Hanneke is er niet in geslaagd haar vader te herkennen.
Foto RAD (nr. 552_303870)




< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'