Het voorbije joodse dordrecht

Van het gezin van Hartog van Beugen, de
hulp van de rabbijn, bleef één kind over

Hartog van Beugen en zijn echtgenote Roosje Monasch

Hartog van Beugen en zijn echtgenote Roosje Monasch,
op een foto die ongedateerd is, maar voor de oorlog gemaakt.
Foto Joods Monument

De biografische schets van het Dordtse gezin Van Beugen op de website Joods Monument, het digitale eerbewijs aan vermoorde Nederlandse joden, is overzichtelijk: man, vrouw en één zoon.
        Maar deze summiere gegevens weerspiegelen nog niet in de verste verte het ware drama dat zich bij deze familie voltrok.
        In werkelijkheid namelijk hadden Hartog van Beugen en zijn vrouw Roosje Monasch zeven kinderen, die verspreid over het land woonden. En op één fortuinlijke dochter na zijn al deze kinderen, én hun wederhelften én de eigen kinderen die zij inmiddels hadden voortgebracht, én moeder Roosje, in de oorlog vermoord. Hartog zelf, het gezinshoofd, stierf een natuurlijke dood in die ontwrichtende oorlogsdagen.
        Het Dordtse gezin Van Beugen telde al met al geen drie doden, zoals de gezinspagina lijkt te suggereren, maar in totaal zeventien. Na de Braadbaarts en de Kleinkramers zijn de Van Beugens daarmee de derde Dordtse familie die door de Duitsers het hevigst is uitgehold.
        Hartog van Beugen was niet zomaar een Dordtenaar. Hij was de rechterhand van de rabbijn. Hij was daarnaast godsdienstonderwijzer, voorzanger, ritueel slachter, besnijder, en secretaris en administrateur van de Nederlands Israëlitische Gemeente Dordrecht. Samen met rabbijn Barend Katan vormde hij de ruggegraat van de Dordtse joodse gemeenschap.
        Al die importantie maakt zijn gezinsleden niet minder belangrijk. Maar wie waren zij? Een achtergrondartikel over een uitgebreid gezin dat zonder pardon werd geamputeerd.

Hartog van Beugen

Hartog van Beugen, poserend in het gewaad van een joodse rabbijn, in juli 1930. Hij was vanaf 1920 de hulp van de Dordtse rabbijn.
Foto RAD (nr. 309_17924)

Groningen
Aan de geboorteplaatsen van hun kinderen is het af te lezen: Hartog van Beugen en Roosje Monasch hadden al behoorlijk door vooral Noord-Nederland rondgezworven, voordat zij zich settelden in Dordrecht.
        Hartog zelf is in Den Haag geboren, op 21 augustus 1874. Roosje, met wie hij in Rotterdam trouwde op 20 april 1898, is afkomstig uit Gouda (15.1.1870). Het eerste kind, Betje, kwam ter wereld in het Groningse dorp Wildervank, op 4 maart 1899. Dat geldt ook nog voor nummer twee: Dina (3.3.1900). Daarna baarde Roosje drie kinderen in een andere Groningse gemeente, Veendam: Louis (9.11.1901), Leonard (1.8.1905) en Alida Henriette (11.5.1908).
        De schare was daarmee nog niet voltooid. Er kwamen nog een nummer 6 en 7, nog altijd in Groningen, nu in het dorp Onstwedde: Henriette Francina (13.3.1913) en Elias (1.5.1915). Hartog van Beugen werkte als leraar Hebreeuws; dat zal de reden zijn geweest dat hij en Roosje zo dikwijls verhuisden.
        Dordrecht werd uiteindelijk de woonplaats waar het complete gezin zich langdurig zou vestigen, vanaf 30 augustus 1920 op het adres Varkenmarkt 7 rood (nu: 9-11). Dit was de ambtswoning van de Dordtse kille, de joodse gemeente. In dit grote pand woonde ook, al vanaf 1894, de toenmalige rabbijn, Samuel Dasberg.
        Hartog van Beugen begon hier aan een nieuwe, steeds uitdijende loopbaan, die hem tot een veelgeprezen Dordtenaar zou maken. Terwijl zijn kinderen opgroeiden tot volwassenheid, studeerden en zelf gezinnen gingen stichten, voerde Hartog van Beugen tegelijk meerdere functies uit, zoals hij gewoon was. Niet alleen stond hij Dasberg terzijde, en vanaf 1 mei 1932 diens opvolger Barend Josua Katan, óók fungeerde hij als tweede onderwijzer, als chazan (voorzanger), sjouchet (ritueel slachter), moheel (besnijder), en was hij secretaris van de Nederlands Israëlitische Gemeente Dordrecht (NIGD).
        Hij beperkte trouwens zijn arbeid niet tot Dordrecht, het rituele slachten verrichtte hij ook in de naburige gemeenten ’s-Gravendeel en Strijen.

Dordtse kranten en in het Nieuw Israëlitisch Weekblad

Zowel bij zijn 60ste als zijn 65ste verjaardag kreeg Van Beugen huldeblijken, bloemen en geschenken, en werd er over hem geschreven in Dordtse kranten en in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (van 5.10.1934 en 25.8.1939).
Foto’s Delpher


Varkenmarkt 7 rood

Dit is het pand waarin het gezin Van Beugen woonde,
aan de Varkenmarkt 7 rood (boven, nu nummer 9-11).
Foto Redactie Website

Lof
In 1934 vielen uiteenlopende jubilea samen: Hartog van Beugen was zestig geworden, had er veertig jaar opzitten als sjouchet, 25 jaar als moheel en ook nog eens 25 jaar als zogenoemde ambtenaar van de NIGD.
        Op zondagmiddag 30 september werd Van Beugen uitbundig en omstandig gehuldigd, in het bijzijn van zijn echtgenote. Om 15.15 uur werd het echtpaar in de zaal van de gemeente “binnengeleid” door de heren I.H. Meyer en M. de Liver, zoals het Nieuw Israëlitisch Weekblad berichtte. Daarna overlaadde de ene na de andere spreker Van Beugen met lof.
        Als secretaris van de NIGD was hij “zeer verdienstelijk en ijverig” geweest, vond men. Als voorzanger had hij “ten zeerste de Gemeente weten te stichten”. Als onderwijzer was hij “een ware vriend van de jeugd”. En in alle andere functies was hij “altijd tot volle tevredenheid van Kerkeraad en instellingen der Gemeente werkzaam” geweest.
        Namens “nagenoeg alle gemeenteleden” kreeg Van Beugen “als blijvende herinnering aan deze huldiging” een gouden horloge met inscriptie en gouden ketting overhandigd.
        Van Beugen vertelde na een pauze dat hij zich “aan alle hulde had willen onttrekken”. Maar hij was “gezwicht voor de wenschen van zijn kinderen, te dien opzichte”. Hij voelde zich “overweldigd” – zowel door “de spontane huldiging” als door de “groote opkomst”.


gezin Van Beugen met aanhang

Deze foto toont het gezin Van Beugen met aanhang. De foto is gemaakt bij een feestelijke gelegenheid, wellicht een verjaardag van vader of moeder Van Beugen.
De aanwezigen zijn, v.l.n.r. staand: André Mesritz (echtgenoot Dina van Beugen), Henriette Francina van Beugen en Leonard van Beugen, zittend v.l.n.r.: David del Canho en zijn vrouw Alida Henriëtte van Beugen, Dina van Beugen, moeder Roosje, Elias van Beugen, vader Hartog van Beugen, Betje van Beugen en ten slotte Louis van Beugen.
Foto Joods Monument


vroege foto van het gezin Van Beugen

Een vroege foto van het gezin Van Beugen,
met vijf van de uiteindelijk zeven kinderen.
Foto Familiebezit

Foto
Op de website Joods Monument staat een foto van het echtpaar Van Beugen, met om hen heen hun kinderen. Wanneer de foto, afkomstig uit een privé-collectie, is gemaakt, wordt niet vermeld. Maar misschien was het wel in 1934, op die glansrijke huldigingsdag, want achter Hartog en Roosje staan grote boeketten. De foto straalt vrolijkheid uit, zorgeloosheid en feestelijkheid. Nog niets verraadt de sinistere toekomst die al deze Van Beugens onafwendbaar te wachten staat.
        Intussen namelijk vertrapten in Duitsland de nationaal-socialisten de joden, letterlijk dikwijls. Dit raakte de feestvreugde in Dordrecht nog niet, maar angst infecteerde de joodse gemeenschappen in Nederland al wel, bijvoorbeeld rabbijn Katan (zie verhaal 111). Zes jaar later stak de jodenvervolging de grens over. Ook voor de familie Van Beugen, die zich ondertussen had uitgesplitst over, en vermeerderd in Dordrecht en Nederland, brak een radeloze tijd aan.
        Dina van Beugen, kind nummer twee, keerde voor de oorlog terug in Dordrecht. Zij was op 17 februari 1932 in Dordrecht in het huwelijk getreden met handelsreiziger André Moritz Mesritz (Rotterdam, 4.8.1902), en met hem in Rotterdam gaan wonen, op Haagscheveer 35a. André overleed zes jaar later, op 6 mei 1938, pas 35 jaar oud.
        Als weduwe verhuisde Dina op 1 september 1938 naar de Korte Breestraat 15, waar zij ging werken in de winkel van Mina Lievendag-van Straten, een winkel in rituele waren, onder rabbinaal toezicht. Mevrouw Lievendag was de weduwe van oud-leraar Meijer S. Lievendag, op 26 april 1935 overleden in Apeldoorn, op 68-jarige leeftijd.
        In januari 1941 wordt in Dordrecht het bevel gegeven om twee joodse ondernemingen te liquideren, aldus het boek De verdwenen Mediene Dordrecht. Een ervan is de winkel in de Korte Breestraat. Maar het is al te laat. De eigenaresse verwachtte dit bevel kennelijk al, want men vindt de winkel leeg en gesloten.
        Dina Mesritz-van Beugen heeft weten onder te duiken, maar niet voor lang. Zij wordt op 25 oktober 1943, tijdens een klopjacht door acht jodenjagers in Dordrecht, samen met dertig anderen opgepakt. Een kleine maand later wordt zij vergast in Auschwitz, op 19 november 1943.
        Bij diezelfde ‘vangst’ hoorde ook haar zus Betje, kind nummer 1. Betje, ongetrouwd gebleven en boekhoudster van beroep, woonde vanaf 4 februari 1931 in Den Haag, eerst in de Pletterijstraat 18, later, vanaf maart 1938, op nummer 22. Op Joods Monument staat zij vermeld op de gezinspagina van Jacob van Beugen, als verwant, en bij dit gezin wonend in de Nieuwe Molstraat 77. Maar op dat adres is ze niet opgepakt. Het gebeurde, volgens het boek Vogelvrij, in Dordrecht.
        Betje werd op dezelfde dag in Auschwitz omgebracht als haar zus.

 Leonard van Beugen  zijn vrouw Sophia Groen.Henriëtta Francina (‘Jet’) van Beugen, haar man Heyman de Roode en hun dochter Jansje

Op de beeldbank van het Dordtse archief en ook op de website Joods Monument staan foto’s, soms dezelfde, van de kinderen en kleinkinderen Van Beugen. Hier worden er enkele getoond. Op de foto links: Leonard van Beugen met zijn vrouw Sophia Groen. Op de foto rechts: Henriëtta Francina (‘Jet’) van Beugen, met haar man Heyman de Roode en tussen hen in dochter Jansje.


Louis van Beugen zijn vrouw Grietje Frank. Elias van Beugen met Sientje Cohen

Links: Louis van Beugen met zijn vrouw Grietje Frank.
Rechts:Elias van Beugen trouwde in de oorlog, in september 1942, met Sientje Cohen.
Foto's RAD (nr. 309_36519)


Hartog van Beugen overleed op 13 juni 1943

Een foto van Rosette (‘Rootje’) van Beugen, een dochter van Louis van Beugen.
Foto Collectie-Peter Kalma

Theeservies
Hoe verging het de andere Van Beugens?
        Het Noorden was Louis van Beugen, kind nummer 3, blijven trekken. Hij ging na zijn trouwen in Groningen wonen, op het Zuiderdiep 130b, met zijn gezin. Dit bestond uit Grietje Frank (Sittard, 16.12.1904) en vier kinderen, allen in Groningen geboren: Hartog (13.4.1931), Rosette (15.12.1933), Leo Jona (27.10.1936) en André (27.9.1939).
        In het Dagblad van het Noorden is in 2009 een kleine reportage gepubliceerd over twee zussen, Tiny en Hanny Noorman, die als kinderen speelden met de kinderen Van Beugen, vooral ‘Rootje’ (zie het kader). In april 1943 hebben Tiny en Hanny de familie Van Beugen naar het station gebracht. Het gezin ging naar Amsterdam, waar Hartog van Beugen inmiddels was beland, “ernstig ziek”. Bij het station werd er gehuild, vertelt Hanny. “Ik mocht het voor Rootje bewaren.”
        Dit theeservies is de familie niet meer komen ophalen. Al deze zes Groningse Van Beugens werden op een en dezelfde dag mechanisch vermoord in Sobibor, op 9 juli 1943.
        Leonard, kind nummer 4, getrouwd met de Dordtse Sophia Groen (16.8.1905), had Dordrecht ook verlaten. Hij woonde in Amsterdam, aan de Volkerakstraat 12 huis, waar ook hun zoon Nico was geboren, op 20 mei 1936. Ook dit gezin moest dood. Sophia en Nico stierven in Auschwitz, op 18 juli 1942, Leonard iets later, op 17 augustus.
        De moordpartijen gingen maar door, vastberaden; alles verkeerde in onheil.
        Henriëtte Francina (‘Jet’) van Beugen, kind nummer 6. Zij was getrouwd met Heyman Abraham de Roode (Rotterdam, 28.2.1913) en in het begin van de oorlog, op 6 december 1940, in Delft bevallen van dochter Jansje. Amper twee jaar later lagen moeder en dochter levenloos in Auschwitz, op 9 november 1942. Heyman stierf ergens in Midden-Europa, op 31 maart 1944.

dochter Jet met haar joodse schoolvriendinnen Betty Stad (links) en Anna Plazier

Nog enkele foto’s van individuele gezinsleden, zoals dochter Jet, hier gefotografeerd op 11 mei 1929 met haar joodse schoolvriendinnen Betty Stad (links) en Anna Plazier linker foto.
Foto RAD (nr. 552_305176)
En rechts: Jet nog eens, nu wat ouder. Deze foto dateert van 17 maart 1934. Foto RAD (nr. 309_23182)


 Hartog (‘Harrie’) en Rosette (‘Rootje’) en  Leo Jona

Dit zijn drie van de vier kinderen van Louis en Grietje van Beugen, het Groningse gezin.
Op de ene foto staan Hartog (‘Harrie’) en Rosette (‘Rootje’), op de andere Leo Jona.
Foto’s Joods Monument.


Hartog van Beugen overleed op 13 juni 1943

Hartog van Beugen overleed op 13 juni 1943 in Amsterdam, hij was ernstig ziek. Dit overlijdensbericht stond in het NIW van 18.6.1943.
Foto Delpher

Stralend
Alle kinderen waren bij de start van de nazi-terreur al het huis uit, op Elias na, de jongste, nummer 7. Elias was kantoorbediende van beroep. Nog in het derde oorlogsjaar, september 1942, trouwde hij met de Dordtse kinderverzorgster Sientje (‘Siny’) Cohen (20.8.1921). Op Joods Monument staat de huwelijksfoto: een en al stralend geluk. Sientje woonde met Elias in het huis op de Varkenmarkt.
        En daar werden zij maandag 9 november 1942 ingerekend, en om 17.00 uur in bewaring gesteld op het hoofdbureau van politie, samen met haar schoonvader Hartog van Beugen, haar schoonmoeder Roosje, haar man en nog zes andere Dordtse joden.
        Dit was nog niet het einde. Het transport ging niet direct via de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam en kamp Westerbork naar de gasovens. Maar het was wel een uitgesteld einde.
        Hartog, ernstig ziek, kwam in Amsterdam tijdelijk op de Tugelaweg 13 te wonen, samen met Roosje en Elias en Sientje. Hartog, een van de leidsmannen van de Dordts-joodse gemeente, overleed hier, op 13 juni 1943. Daarna bleef voor de anderen weinig leven meer over. Roosje, Elias en Sientje eindigden op 9 juli tegelijk in Sobibor.
        De familie Van Beugen was nu bijna volledig uitgeroeid, bijna. Eén kind, nummer 5, is de oorlog veilig doorgekomen: Alida Henriëtte. Zij wist samen met haar man, de handelsreiziger in textiel David del Canho (Amsterdam, 11.5.1907) én hun twee kinderen Harrij (Breda, 25.7.1936) en Eduard (‘Eddy’, Breda, 1.1.1940), met succes onder te duiken, en met succes te overleven.
        Waar zij zich, los van elkaar, zoal hebben verstopt, kan worden gereconstrueerd dankzij Harrij del Canho, de gepensioneerde kinderarts die is opgespoord in Boekelo.

pand waarin Alida van Beugen en haar man David del Canho ondergedoken hebben gezeten

Dit is het pand waarin Alida van Beugen en haar man David del Canho ondergedoken hebben gezeten,
op de Reeweg 30 rood (nu: 56),
in de bovenwoning links.
Foto Redactie Website

Oproep
Het onderduiken begon op 27 augustus 1942, vertelt hij. Dat weet hij nog zo nauwkeurig, omdat zijn ouders, wonend in Breda, de dringende oproep hadden gekregen om zich op de 28ste te melden bij de Duitsers, in de Oude Vest, een plaatselijk verenigingsgebouw. Dat weigerden ze. In plaats daarvan vluchtten ze naar schuiladressen, het gezin opsplitsend. Eddy kon terecht bij de boerenfamilie Schoenmakers in Teteringen, en is daar gebleven tot zo’n twee weken na de bevrijding. Harrij kon in Breda schuilen bij zuster Pop, die woonde aan de Baronielaan.
        Terwijl de Gemeinde Polizei een bericht liet circuleren dat verschillende joden nicht erschienen waren, zaten Eddy’s ouders David en Alida vooralsnog veilig bij het gezin van Charles Bosters aan de Boschstraat in Breda. Maar na zo’n acht, negen maanden moesten ze de schuilplek acuut verlaten: een lid van de ondergrondse was opgepakt, en de Del Canho’s vreesden dat hij zou doorslaan. Harrij werd uit voorzorg bij zuster Pop weggehaald.
        Het gezin ging weg uit Breda. Harrij kon naar de familie Kijkuit in Zwijndrecht, en haalde daar de bevrijding. David en Alida belandden in Dordrecht, op twee adressen. Ze werden eerst verstopt in het kleine arbeidershuisje van het gezin van de spoorwegbeambte Dirk van Gils, aan de Almsvoetstraat 2. Ze bleven hier tot 25 oktober 1943. Op die datum werden twee zussen van Alida, Dina en Betje van Beugen, gearresteerd tijdens een razzia in Dordrecht. Alida en David zijn toen weggegaan bij Van Gils, uit voorzorg.
        Met hulp van de Dordtse verzetsstrijdster Diet Kloos-Barendregt (zie verhaal 17) werden zij nu enkele honderden meters verderop ondergebracht, bij de zussen Pieternella en Geerdina van den Nieuwenhuizen, op het adres Reeweg Oost 30 rood (nu: 56). Pieternella was weduwe van het oud-raadslid, oud-assuradeur en oud-leraar Nicolaas de Visser; Geerdina weduwe van Cornelis A. Verheij. Hier kon het echtpaar Del Canho in veiligheid het einde van de oorlog afwachten.

Eddy del Canho (midden) in Teteringen, bij zijn onderduikfamilie Schoenmakers

Twee foto’s van Eddy del Canho (midden) in Teteringen, bij zijn onderduikfamilie Schoenmakers.
Foto Familiebezit

Inzepen
Harrij del Canho heeft twee opvallende anekdotes gehoord over de onderduik op de Reeweg - zelf was hij nog te jong om er herinneringen aan te hebben.
        “De zus van meneer Kijkuit, Janny, reed zo nu en dan met mij achterop de fiets naar Dordrecht, over de verkeersbrug. In het huis aan de Reeweg zaten mijn ouders in een kast. En als ik daar dan met Janny op bezoek kwam bij de zussen Van den Nieuwenhuizen, konden zij mij bekijken via een kijkgaatje. Nee, er werd niet gesproken, niets gezegd. Ik heb toen niet eens geweten dat mijn ouders er ondergedoken zaten; dat is me later pas verteld. In die tijd was het beter niet te weten wie waar was.”
        De tweede anekdote betreft de bom die op een dag vlak naast de woning van de weduwe viel, maar die is niet afgegaan. Iedereen moest voor de zekerheid z’n huis uit, de straat op. “Mijn moeder zag er helemaal niet joods uit, maar mijn vader wel. Om niet herkenbaar te zijn, heeft hij zich toen eerst ingezeept met scheerzeep, en verliet zo hij het huis. Na een uurtje mocht iedereen weer naar binnen.”
        De onderduikbelevenissen van de familie Del Canho zijn hier iets uitgebreider weergegeven, omdat Alida de enige overlevende van de familie Van Beugen was.

Harrij del Canho (links) bij zijn onderduikfamilie Kijkuit in Zwijndrecht

Harrij del Canho (links) bij zijn onderduikfamilie Kijkuit in Zwijndrecht.
Foto Familiebezit


David del Canho is begraven op de joodse begraafplaats in Den Hout

David del Canho is begraven op de joodse begraafplaats in Den Hout (Oosterhout).
Foto Jan Bader

Alida del Canho is begraven op de joodse begraafplaats in Den Hout

Alida del Canho is begraven op de joodse begraafplaats in Den Hout (Oosterhout).
Foto Jan Bader

Normaal
Over hoe hun verdere levens verliepen, is Harrij del Canho kort. “De familie heeft zich totaal opgericht. Wij hebben na de oorlog een volkomen normaal gezinsleven kunnen leiden. Er was alleen dat verdriet over de talrijke omgekomen familieleden. Bijna niemand, behalve ons gezin, had de oorlog overleefd. En bij ons was er nog het extra drama dat mijn broer Eddy in 1947 in Breda bij een auto-ongeluk is overleden, zeven jaar oud.”
        Met de onderduikfamilies is na de bevrijding altijd en intensief contact gehouden, zegt hij. “Wij hadden een uitstekende verhouding met de mensen die ons geholpen hebben. We gingen met elkaar op vakantie en vierden elkaars verjaardagen. En die mensen verlangden geen enkele vorm van dankbaarheid voor wat zij gedaan hadden. Verschillende van onze hulpverleners hebben later een Yad Vashem-onderscheiding gekregen.”
        Nog tientallen jaren is David en Alida del Canho een leven gegund geweest, om een bestaan op te bouwen - een leven in de verlenging eigenlijk. David del Canho stierf op 12 juni 1978 in Breda, op 71-jarige leeftijd. Zijn echtgenote Alida overleed in Boekelo, op 3 januari 1994.
        Harrij del Canho is nu de laatste van het originele gezin. Met trots meldt hij samen met zijn vrouw vier kinderen te hebben, en elf kleinkinderen.

Vier berichten over de familie Van Beugen

Vier berichten over de familie Van Beugen. De eerste is een advertentie van het overlijden van André Mesritz, de man van Dina van Beugen. Hij stierf voor de oorlog al (NIW 13.5.1938). Het andere bericht gaat over David del Canho, de man van Alida Henriëtte van Beugen (NIW 16.6.1978). Zij is het enige kind van het Dordtse gezin van Beugen dat de oorlog veilig wist door te komen. Alida del Canho overleed zelf in 1994 (NIW 7.1.1994). Het vierde bericht toont de verloving van Louis van Beugen met Grietje (‘Gré’), in het NIW van 25.12.1925
Foto’s Delpher


gezin Del Canho

Het gezin Del Canho, weer compleet na de bevrijding, met bezoek.
De ouders van Eddy (midden), David en Alida, zitten rechts van hem.
Foto Familiebezit

Dagblad van het Noorden

In het Dagblad van het Noorden vertelden Tiny en Hanny Noorman hoe hoe zij als kinderen speelden met Harrie en Rootje van Beugen, op het Zuiderdiep in Groningen.
Foto DvhN

Alleen maar spinazie

Grietje van Beugen, de echtgenote van Hartog’s zoon Louis, heeft op 30 april 1943 vanuit Amsterdam nog een brief gestuurd naar de familie Noorman in Groningen, hun buren op het Zuiderdiep. Die brief is bewaard gebleven en staat nu op de Community-website, de correspondentie-afdeling, van Joods Monument.
        Tiny en Hanny waren dochters van kruideniersvrouw Boukje Noorman-Schaaphok. Het gezin woonde, net als het gezin Van Beugen, op het Zuiderdiep. Tiny was 12 in de oorlog, Hanny 10. Rosette van Beugen, Roosje of Rootje, was hun vriendin. Ze kenden natuurlijk ook Harrie, Rosette’s broertje – die rare Harrie, die een keer met een paraplu van het balkon viel omdat hij wilde vliegen.
        En verder waren er Brammetje van Dam en Lea van der Hak, ook kinderen, ook joods.
        Kinderen willen spelen, en dat deden ze, ondanks de oorlog: landrovertje onder de boom, overlopertje op de ventweg. Of, zoals Tiny en Hanny zeven decennia later, op 13 juni 2009, vertelden aan het Dagblad van het Noorden (DvhN), tikkertje in de synagoge. Hanny kwam toen een keer in het rode gedeelte. “Toen schreeuwde Roosje: ‘Dat mag niet! Dat is heilig!’”

Ziek
Op het Zuiderdiep werd het steeds stiller. Op een dag verdween ook de familie Van Beugen, met Rootje en Harrie. Het gezin ging naar Amsterdam, naar de zieke Hartog van Beugen. Het afscheid was op het station, in bijzijn van Tiny en Hanny. Iedereen was in tranen. De zusjes kregen het servies van Rootje zolang in bewaring.
        Mevrouw Van Beugen schreef de familie Noorman naderhand nog een brief, op 30 april 1943.
        “Beste allen”, zo begint ze. “We vergeten het moment van afscheid nooit meer”. Maar ze hoopt, zo God wil, iedereen in andere omstandigheden nog eens aan te treffen.
        Hartog van Beugen, haar schoonvader, “gaat zeer snel achteruit”. Ze denkt dat ze voorlopig nog wel in Amsterdam zullen blijven. “Het is hier geen eldorado om te zijn. Voor groenten alleen in joodse zaken moet men uren in de rijen staan en krijgt dan alleen spinazie en anders niets, iedere dag weer. Wil men sla alleen hebben, krijgt men niet. Overal moet spinazie bij genomen worden.”
        Aan het slot schrijft Grietje van Beugen: “Beste vrienden, we zullen u allen zeer missen, vooral Tinie die zoo’n goede hulp kon zijn. Allen hartelijk gegroet.”
        Harrie heeft onderweg naar de dood in Sobibor op 9 juli nog een briefje uit de trein gegooid. Dat is aangekomen, want het wordt geciteerd in het DvhN: “Mochten zij niet terugkomen, dan zouden zij naar het Heilige Land gaan.”

brief van mevrouw Van Beugen

De familie Noorman kreeg nog een brief van mevrouw Van Beugen nadat het gezin Van Beugen in 1943
ineens naar Amsterdam was vertrokken.
Foto’s Joods Monument

[Tiny Koster-Noorman is in juni 2015 op 87-jarige leeftijd overleden.]

[Johanna (‘Hanny’) Dik-Noorman is op 27 mei 2016 overleden, op 86-jarige leeftijd.]


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'