Het voorbije joodse dordrecht

De functionaris vergat zijn kaart apart te leggen, en daarmee was het lot van Ernst Hesdörffer bezegeld

Familie Hesdörffer

De familie Hesdörffer in de jaren dertig, in Duitsland. Op de achterste rij v.l.n.r. moeder Johanna (vermoord in Sobibor), tante Jette (naar de VS), vader Karl (overleden in 1934) en oom Ben (VS). Vooraan: Heinz (overlevende), zijn tante Lina (vermoord in Treblinka) en zijn broer Ernst (Auschwitz). Foto Familiebezit

Heinz Hesdörffer is nog altijd boos.
         Telkens als de kwestie ter sprake komt, overmant kwaadheid hem. Zijn broertje, Ernst Jacob Hesdörffer, pleegkind van de Dordtse rabbijn Barend Josua Katan, had moeiteloos gered kunnen worden. Ernst bevond zich in kamp Westerbork, dat voorgeborchte van de dood. Maar Heinz had bij de Obersturmführer per telegram een aanvraag ingediend: of zijn broer als elektricien in Westerbork kon blijven werken?
         De aanvraag werd in behandeling genomen, en zolang dat het geval was, zou Ernst gesperrt zijn, veilig vrijgesteld zijn van transport naar een doodskamp. Eerst moest de Obersturmführer immers de aanvraag beoordelen.
         Echter een asshole, een klootzak, zoals Heinz de functionaris decennia later onverminderd furieus noemt, maakte een vergissing. Hij vergat een kopie van de aanvraag naar de kampregistratie door te sturen. Daardoor werd de cartotheekkaart met de persoonsgegevens van Ernst niet apart gelegd en werd Ernst niet gespaard, maar gewoon naar Auschwitz afgevoerd.
         Drie weken later keurde de Obersturmführer de aanvraag goed. Ernst had dus tot de bevrijding in Westerbork kunnen blijven, en daarna een leven kunnen leiden. Nu was het te laat; het lot had anders beschikt. Ernst had het leven al gelaten.

Badplaats
Het was niet voorbestemd dat Ernst Jacob Hesdörffer in Dordrecht zou komen te werken, in tegendeel. Geboren, opgegroeid en geschoold in de badplaats Bad Kreuznach lag een bestaan in het eigen Duitsland voor de hand.

Familie Hesdörffer

Ernst Hesdörffer als jonge jongen, op een foto die door zijn broer Heinz beschikbaar is gesteld, onder andere voor de website Joods Monument. Foto Heinz Hesdörffer

Ernst kwam er ter wereld op 18 april 1926, als het jongere broertje van de drie jaar oudere Heinz (30 januari 1923). Hun moeder heette Johanna Hesdörffer-Joseph (Altenbamberg, 14 januari 1887), hun vader Karl (Fulda Kreuznach, 9 juni 1882). Samen met twee broers van hem dreef hij een chocolade- en suikerwarenfabriek in Bad Kreuznach; hij was een gegoede zakenman.
        Al in 1934 overleed Karl. Hij was geopereerd en zijn echtgenote had rode rozen bij zich, toen zij hem in het ziekenhuis opzocht voor zijn verjaardag. Maar zes weken na de operatie bleek zijn hart niet meer te werken en de artsen hadden hem niet kunnen redden. De bloemen gingen mee het graf in.
         In de nacht van 9 op 10 november 1938 voltrok zich de Kristallnacht in Duitsland. Verzengende jodenhaat leidde tot grove geweldsuitbarstingen, de pogroms. Duizenden woningen en winkels en tientallen synagogen werden verwoest, honderden joden raakten zwaargewond of stierven. De Kristallnacht ontketende trauma’s en grote angst bij de joodse bevolking. Ouders stuurden hun kinderen het land uit, de Reichsvereinigung der Juden bepaalde hoe de migratiestromen verliepen.    
         De kinderen kwamen in België, Frankrijk, Engeland of Nederland terecht. Ook voor Heinz en Ernst Hesdörffer werd de situatie te heikel geacht; ook zij werden via kindertransporten weggestuurd, naar veiliger landen. De broers belandden in Nederland, moederziel alleen. Ze werden ondergebracht in een quarantainegebouw in Rotterdam. Het was 30 maart 1939.

Onbekend
Engeland heeft in totaal achtduizend joodse vluchtelingenkinderen gehuisvest. Dat is welbekend en afdoende gedocumenteerd: de kindertransporten naar Londen waren legendarisch. Maar dat ook andere Europese landen groepen kinderen hebben geaccepteerd, zij het in kleinere aantallen, is volgens onderzoekster Miriam Keesing van het NIOD “grotendeels onbekend”. Ze zocht het uit, en ontdekte dat Nederland zeker tweeduizend joodse kinderen heeft verwelkomd. Ze werden opgevangen door de joodse gemeenschap, in pleeggezinnen of in tehuizen.

Familie Hesdörffer

Heinz Hesdörffer zelf, in 1946 Foto Familiebezit

        Keesing heeft de afgelopen jaren allerlei archiefmateriaal verzameld over deze (voornamelijk Duitse, maar ook Oostenrijkse) vluchtelingenkinderen, en over hun verblijf in Nederland. Ze heeft de stichting Dokin (Duitse Oorlogskinderen In Nederland) opgericht, en een Engelstalige, toegankelijke website ingericht, www.dokin.nl. Voor zover mogelijk is ze nagegaan hoe het de kinderen in en na de oorlog is vergaan. In de VS en Israël heeft ze daartoe overlevende kinderen geïnterviewd. De website wijst belangstellenden vanzelf de weg.
         Heinz en Ernst komen uiteraard ook voor in de database van Dokin, maar met slechts karige gegevens. Wat zich precies in Nederland rond de broers heeft afgespeeld, blijkt pas als bij toeval wordt ontdekt dat Heinz Hesdörffer nog in leven is. Hij is teruggekeerd naar het Vaterland, de natie die hem nota bene als jood had willen vermoorden. Hij woont in Frankfurt am Main, tot grote tevredenheid.
        
Boek
Heinz heeft in 1946, toen hij in een ziekenhuis in Brussel lag, een boek geschreven over de gevolgen van de raciale razernij die Duitsland in de greep had. Deze memoires verschenen in 1998 in Zürich, onder de titel Bekantte traf man viele... In 2008 bracht de Amerikaanse uitgeverij Rosedog Books ditzelfde boek in het Engels uit, nu getiteld Twelve years of Nazi Terror.
         Heinz heeft daarnaast op 27 januari 2014 een uitgebreide lezing gegeven, als Holocaustoverlevende en -ooggetuige, tijdens een zitting het deelstaatparlement Rheinland-Pfalz in Mainz. Ten slotte heeft een andere onderzoekster, Aline Pennewaard, een beknopte biografie samengesteld van Heinz en Ernst. Uit al dit materiaal valt vrij volledig te distilleren wat de jongens Hesdörffer is overkomen in Nederland.

Familie Hesdörffer

In het midden van deze huizenrij staat op nummer 22 het (lagere) pand dat destijds de woning was van de familie Katan. Hier werd Ernst vanaf 1939 opgevangen. Foto Redactie Website

         Dat Ernst Jacob zich in Dordrecht heeft opgehouden, had zich al eens geopenbaard. Op de website www.joodsmonument.nl bijvoorbeeld staan enkele toelichtende zinnen over hem, en op de Nederlandse lijst van vermoorde joden staat Ernst tussen de leden van de Dordtse familie Katan. Maar dat is dan ook alles. Hier volgen de belangrijkste gebeurtenissen.
         Aanvankelijk waren ze nog samen. Gedurende twee weken verbleven Heinz en Ernst in het quarantainegebouw in Rotterdam, vervolgens in een weeshuis in Gouda, waar Ernst zijn bar mitswa vierde. Hierna werden ze uit elkaar gehaald. Heinz vertrok naar Amsterdam, waar hij eerst opnieuw in quarantaine werd genomen, en aansluitend een tijdje als schoenmaker en kleermaker ging werken. Daarna kreeg hij een baantje in het Lloyd Hotel, samen met andere vluchtelingen.
         Ernst werd als pleegkind aan het gezin Katan in Dordrecht toegevoegd. Het hoofd ervan, de onderwijzer Barend Joshua Katan (Rotterdam, 20 januari 1905), was sinds 1 mei 1932 rabbijn van Dordrecht. Hij stond, volgens de website joodsamsterdam.nl, bekend als “een statig heerschap met een warm hart”. Zijn vrouw was Rosa Katan-Duizend (Amsterdam, 9 juli 1906). Het gezin, dat woonde aan de Levensverzekeringstraat 22 (nu: Rozenhof 22), bestond verder uit drie kinderen: Samuel (24 december 1936), Joseph (6 maart 1938) en Milkah (6 mei 1940).
        

Familie Hesdörffer

Op internet zijn meerdere foto's van Heinz Hesdörffer te vinden. Hier staat hij op de homepage van zijn website over 'Bildungswerk Heinz Hesdörffer e.V.', een instantie die jonge mensen ondersteunt die zich (gaan) bezighouden met projecten over de Holocaust. Foto Redactie Website

School
Nederland leek inderdaad het beschermende land dat de broers Hesdörffer hoopten aan te treffen. Het was neutraal, het nationaal-socialisme had er schijnbaar geen vat op. Joden werden hier nog niet gedemoniseerd.
         Ernst ging in Dordrecht nog een jaar naar school. Daarna kon hij als elektricien aan de slag bij de firma Bakker [het is niet meer te achterhalen welke dit was, red.]. Heinz, de oudste, ondernam intussen via het consulaat pogingen om zijn moeder aan een bezoekersvisum voor zes maanden te helpen. De bedoeling was dat zij naar Nederland zou overkomen en eind mei 1940 samen met haar zonen naar Amerika zou emigreren. De verhuisboedel bevond zich al in de loods van de Holland Amerika Lijn. Op 6 mei kwamen de benodigde papieren.
         Maar de Duitsers vielen Nederland binnen en daarmee kantelden hun kansen. Heinz maakte het bombardement op Rotterdam mee. Hij schrijft dat hij op de grond lag in het pand Westersingel 60. Zijn broer bevond zich toen al in Dordrecht. De muren schudden en dreigden het te begeven. Heinz was doodsbang verpletterd te worden. Het bleef hem bespaard.
         De emigratie kon nu niet meer doorgaan, en ook een nieuwe aanvraag voor Cuba was vruchteloos. Hun moeder verhuisde van Bad Kreuznach naar Fulda, naar het familiehuis van de Hesdörffers. Daar woonde een zus van haar man; zo had ze tenminste nog een beetje familie om zich heen. Zij ging er werken in de oorlogsindustrie en hoopte dat dit zou helpen. Maar ze werd evengoed gedeporteerd. Op 1 juni 1942 dreven de nazi’s haar in Kassel in een goederentrein, Johanna werd op 3 juni in Sobibor vergast. Ernst en Heinz zagen hun moeder nooit weer.

Familie Hesdörffer

Deze foto is een still uit een filmpje dat Arnd Waidelich op YouTube heeft gezet van een lezing door Heinz Hesdörffer, in maart 2012. Foto Redactie Website

Assistent
In Dordrecht werden de joden eveneens met gedisciplineerde gretigheid ingeperkt en opgejaagd. Rabbijn Katan had op aanraden van zijn vrouw al in 1940 zijn baard afgeschoren, om als jood minder herkenbaar te zijn. In augustus 1942 kreeg hun pleegzoon Ernst een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Broer Heinz probeerde voor Ernst een vrijstelling te regelen, door hem tot assistent van de secretaris van de Joodsche Raad benoemd te krijgen.
         Katan, die secretaris van deze instelling was, kon evenwel niets voor Ernst doen. En de voorzitter van de Joodsche Raad in Dordrecht ("een meneer Van Huizum"), wilde Ernst niet helpen, “omdat hij een Duitse jood was”, schimpt Heinz. Heinz heeft niettemin doorgezet, hij passeerde de man eenvoudigweg, door “boven zijn hoofd” te opereren zoals Heinz het noemt, en kreeg via "vrienden in Amsterdam" toch nog een vrijstelling voor elkaar.
         Maar baten deed dit niet. De Duitsers kwamen er in november achter bij welke Dordtse niet-joden de Tora-rollen waren verstopt. Zij hadden een lijst met namen gevonden. Verscheidene joden werden gearresteerd, onder wie rabbijn Katan. Op 30 april 1943 werd deze omgebracht in Auschwitz.
         Heinz waarschuwde zijn broer. Als eenmaal de mannen zijn opgepakt, zei hij, volgen snel de vrouwen en kinderen. “Blijf niet in het huis van Katan slapen”, ried hij Ernst aan. Ernst luisterde niet. Personeelsleden van de bioscoop waarvoor hij de lichtreclame verzorgde, hadden hem al een schuilplaats aangeboden, maar mevrouw Katan smeekte Ernst “op haar knieën”, aldus Heinz, om haar niet alleen te laten met de drie kleine kinderen. Ernst voldeed aan haar wens. “Er hat ein zu gutes Herz gehabt”, vindt Heinz achteraf.
         Op dinsdag 12 november was het voorbij. Ernst werd opgepakt, samen met nog twaalf joden, onder wie moeder Katan en haar drie kinderen. Ze werden doorgezonden naar Westerbork, vanwaar iedere dinsdag volgepropte treinen naar de gasovens in het Oosten reden. De vier gezinsleden Katan bleven niet lang in het Drentse kamp. Zij zijn tegelijk, op 23 november 1942, koelbloedig in Auschwitz vermoord.

Familie Hesdörffer   Familie Hesdörffer
Dit zijn de omslagen van het boek dat Heinz vrijwel direct na de oorlog schreef, over zijn oorlogstijd. Eerst kwam het boek uit in het Duits, met de titel 'Bekannte traf man viele...', later in het Engels, nu met de titel 'Twelve Years of Nazi Terror'.
Foto Redactie Website

Telegram
Heinz kwam onmiddellijk in actie, zodra hij hoorde dat zijn broer Ernst naar Westerbork was getransporteerd. Hij stuurde een telegram naar de Obersturmführer, met het dringende verzoek zijn broer als elektricien in dienst te houden. Ook ging er een expressbrief naar de afdeling waar een Sperre moest worden aangevraagd. De aanvraag liep, en had Ernsts leven kunnen redden, ware het niet dat een zakkenwasser van een functionaris een administratieve fout maakte. Hij vergat de cartotheekkaart van Ernst zolang opzij te leggen, zoals hoort te gebeuren zolang een aanvraag loopt.
         De afloop was fataal. Ernst ging de eerstvolgende dinsdag de trein in, en liet het leven in Auschwitz, op 28 februari 1943.

Familie Hesdörffer

Dit is het affiche dat werd gemaakt voor de première van de film 'Schritte ins Ungewisse', een film van 45 minuten over het leven van Heinz Hesdörffer die als dvd voor vijf euro te koop is, en op scholen wordt vertoond.

Bevrijd
Heinz had geluk, meervoudig fabelachtig veel geluk. Wonend in Arnhem, hoort hij bijvoorbeeld tijdig dat er op een avond een razzia zal plaatsgrijpen. Hij vlucht naar Amsterdam, met rugzak en knapzak. Daar treft hij het opnieuw, met vrienden die hem helpen.
         Als hij in maart 1943 desondanks in Westerbork terechtkomt, is dit het begin van een lange reeks concentratiekampen waarheen hij wordt vervoerd. Maar hij weet ze alle te overleven, volgens hem ook omdat hij onderweg goede, formidabele mensen treft.
         Zijn tocht langs de kampen is huiveringwekkend. Heinz weet de locaties en data nog exact. In Westerbork verbleef hij van 6 maart 1943 tot 25 februari 1944. In het Tsjechische Theresienstadt van 26 februari 1944 tot 16 mei 1944. In het Poolse Auschwitz-Birkenau van 19 mei 1944 tot 1 juli 1944. In Schwarzheide (boven Dresden) van 3 juli 1944 tot 19 april 1945. In Oranienburg (boven Berlijn) van 19 april 1945 tot 21 april 1945.
         Op die 21ste moest hij meelopen in de dodenmars, een ‘wandeling’ waar de Duitsers kampbewoners toe dwongen toen de Russen oprukten. Onderweg stierven er tientallen, door ontberingen, de vrieskou of honger. Heinz redde het wonderwel, en maakte mee dat hij op 2 mei 1945 in Grabow door de Russen werd bevrijd.

Afrika
Na de oorlog kan hij in alle vrijheid zijn leven leiden. Zeer gecomprimeerd, en enigszins in staccato, komt het hierop neer:
         In 1946 bezoekt hij nog eens de firma Bakker in Dordt (maar nu is hij vergeten waar het bedrijf zich bevond). In hetzelfde jaar schrijft hij zijn oorlogsherinneringen op, tijdens een verblijf in een Brussels ziekenhuis. In 1947 emigreert hij met het motorschip Klipfontein naar Zuid-Afrika, naar Johannesburg, waar hij Lotte H. Mayer (Kaiserslautern, 18 september 1930) leert kennen. Zij heeft ook ondergedoken gezeten in Nederland. Heinz en Lotte trouwen en blijven 55 jaar in Afrika, “totdat de criminaliteit ons verjoeg”. Hij dreef er tot drie dagen voor zijn 70ste verjaardag (in 1993) een groothandel in imitatie-juwelen en goud- en zilverkleurige handtassen voor de avond.
         Het echtpaar verhuist naar New York, waar hun enige zoon woont, Charles (16 december 1955), een kankerspecialist. Heinz hield het tot 2008 met moeite uit in New York. Het klimaat zat hem, een astmapatiënt, ernstig dwars. “Ik was constant ziek”, mailt Heinz, die behalve zijn moedertaal, het Engels, Afrikaans en Nederlands beheerst.
         In februari 2008 was Heinz Hesdörffer terug in Europa, na zes decennia. Zijn boek was in het Engels verschenen; hij gaf er een lezing over in Meisenheim in Duitsland. Hij doet de verbazingwekkende ontdekking dat hij bij die gelegenheid niet één van de medicijnen hoeft te gebruiken die hij zekerheidshalve had meegenomen. Weldadig was het klimaat daar voor hem.

Familie Hesdörffer

Deze foto, uit het bezit van Heinz, toont een grote groep joodse vluchtelingen in het zogenoemde 'Jongenshuis' aan de Amsterdamscheweg 1-3 in Arnhem, waar Heinz een tijd heeft gezeten. Hij staat er zelf niet op. Hij was op dat moment aan het werk, denkt hij. Foto Familiebezit

Te duur
Het plan ontstond om terug te keren naar Europa. Maar naar welk land? Zijn vrouw had ooit bezworen dat zij per se nooit wilde terugkeren naar Duitsland. Engeland dan? Dat viel af, omdat het klimaat daar ook te slecht voor hem is. Bovendien is Groot-Brittannië een prijzig land. Zwitserland? Nog duurder.
         Toen hoorde Heinz Hesdörffer van de Henry und Emma Budge-Stiftung in Frankfurt am Main. Het is een al oud Plegeheim, een verzorgingstehuis met een mix van joodse en niet-joodse bewoners. Heinz: “Vijftig procent joods, vijftig procent niet-joods, en dat heeft goed gewerkt tot 1933. Tegenwoordig zit het in een geheel nieuw gebouw, vanaf 2003, en nu met een andere samenstelling: meer dan 95 procent is niet-joods.”
         Heinz bezweek ervoor. Hij waagde de stap. In januari 2009 trok hij in bij de Stiftung. Hij was terug in het verfoeide Duitsland. Zijn vrouw is achtergebleven bij haar zoon in New York, die haar nu ook behandelt: zij is ernstig ziek. Heinz heeft zijn vrouw sinds 2009 niet meer gezien; zij wil niet vliegen, vertelde hij de Jüdische Allgemeine. Maar ze bellen elkaar elke dag, om 13 uur. Dan is het in de VS 07 uur.
         Heinz Hesdörffer woont nu wel in het tehuis, maar is er lang niet altijd te vinden. Doorlopend brengt hij namelijk bezoeken aan scholen. Hij vertoont er een dvd van 45 minuten, die over zijn leven gaat. En daarna spreekt hij. De scholieren, 16 tot 18 jaar oud, willen graag weten wat er tijdens het nazi-bewind is gebeurd. “Hun ouders praten daar niet over, hun grootouders evenmin.” Het is aan de hoogbejaarde Holocaustoverlevende Heinz Hesdörffer om de jonge generatie in dit opzicht iets te leren.
         Hij doet het keer op keer en met grote energie, maar feitelijk is het de wereld op z’n kop – dat slachtoffers van de jodenvervolging de Duitse geschiedenis moeten uitdragen.

Leo Otto heeft Ernst als buurjongen meegemaakt

Puur door toeval heeft de redactie van deze website een oud-Dordtenaar ontdekt, die Ernst Hesdörffer heeft gekend – als buurjongen. Het is Leo Otto, tegenwoordig inwoner van Odijk. De redactie ontmoette hem in Dordrecht bij een interview voor een ander artikel.

        Voor, tijdens en na de oorlog woonde de heer Otto (Dordrecht, 24 september 1929) nog in Dordrecht,  op Rozenhof 26, samen met zijn moeder, Maria E. van Bruggen, en zijn oudere zuster en jonger broertje. Zijn vader, Adrianus J. Otto, was overleden. Officieel heette de Rozenhof toen Levensverzekeringstraat, al werd doorgaans al gesproken van de Rozenhof.
         Ernst Hesdörffer, het pleegkind van de familie Katan, woonde ietsje verderop, op nummer 22. Leo Otto herinnert zich rabbijn Katan, echtgenote R. Katan-Duizend, hun twee jonge zoontjes en “een dochtertje dat in die tijd (de eerste drie oorlogsjaren) is geboren”.
                   “Vanuit de tuin”, vertelt de heer Otto, zijn  geheugen raadplegend, “konden wij de loofhut zien die op de waranda van nr. 22 was opgericht. Een enkele maal mochten de kinderen uit de buurt er met een verjaardag een tekenfilm komen kijken.”
                   “Op de Rozenhof kende iedereen elkaar redelijk goed. Toen bij de familie Katan een Duitse jongen van zestien à zeventien jaar oud kwam inwonen, raakte die al gauw bevriend met Jaap Luitwieler, een jongen van dezelfde leeftijd van nummer 32. Zijn voor- en achternaam kan ik mij niet meer herinneren, maar ik begrijp dat zijn voornaam Ernst moet zijn geweest. Voor zover ik weet, ging hij aanvankelijk naar de ambachtsschool. Hij heeft bij ons thuis nog eens een klusje gedaan: een bed aan de wand bevestigd met keilbouten. Hij legde mij toen uit hoe die werkten.”
                   “Echt persoonlijk heb ik hem amper gekend”, zegt Otto. “Toch weet ik nog goed dat wij op een zomeravond werden opgeschrikt door lawaai op ons dak. Het bleek dat Ernst zich oefende om via ons dak (het waren huizen met gedeeltelijk platte daken) weg te vluchten naar nummer 32, om zo ongezien weg te komen. Dat mevrouw Katan met haar kinderen werd weggevoerd, kan ik me goed herinneren, al weet ik niet meer wanneer. Volgens mij was Ernst daar toen al weg.”
                   Leo Otto heeft de Rozenhof in 1957 verlaten, maar door familiebanden is hij zijn “geboorteplein” tot eind jaren negentig regelmatig blijven bezoeken.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'