Het voorbije joodse dordrecht

Irwin Serphos, een allenige, maar
vlijtige MTS-leerling in Dordrecht

Irwin Serphos

Een foto van Irwin Serphos, door zijn zus Jeannette, die de oorlog overleefde, afgestaan aan het Israëlische onderzoeksinstituut Yad Vashem.
Foto Beeldbank Yad Vashem

Hij was vol goede voornemens, maar allenig, ver verwijderd van zijn familie, en vast nog wel verdrietig gestemd: zijn vader was enkele maanden eerder overleden.
        Half oktober 1940 arriveerde in Dordrecht een jongeman, 18 jaar oud nog maar. Irwin Serphos heette hij, en Dordrecht moet voor hem een volslagen vreemde stad zijn geweest. Hij was geboren en opgegroeid in Enschede, en dat hij Dordrecht al eens had bezocht, blijkt uit geen enkel archiefdocument.
        Wat hij dan in Dordrecht te zoeken had? Irwin Serphos ging er studeren, aan de MTS, een school die in den lande blijkbaar zo goed stond aangeschreven dat zelfs een Twentenaar er voor naar Dordrecht kwam. De ambtenaar van de burgerlijke stand noteerde de aankomst van deze leerling op 16 oktober 1940, een woensdag. In de column ‘Ambt, Beroep of Bedrijf’ schreef hij: ‘zonder, ll MTS’. Als woonadres werd Bankastraat 78 (nu: 88) ingevuld.
        De Tweede Wereldoorlog had Nederland al bereikt, Dordrecht was ook allang ingenomen. Irwin was joods, en in Duitsland hadden de nazi’s al hardhandig bewezen dat zij dit ras wilden kortwieken. Niettemin begon deze jongeman temidden van al deze onrust nog welgemoed aan een technische studie. Of dit ingegeven was door argeloosheid of doorzettingsvermogen, valt hem niet meer te vragen.
        Irwin Serphos zal het niet zo makkelijk hebben gehad in Dordrecht. Zijn vader was nog maar kort daarvoor gestorven, op 1 juli 1940, op 48-jarige leeftijd. Zijn moeder woonde ginds in Groningen, net als zijn zus. En in de stad kende hij niemand. Hoe alleen kun je dan zijn, als jonge jongen?
        Maar die verlatenheid weerhield hem er niet van zijn opleiding te beginnen en door te zetten. 1940 verstreek, in 1941 ging hij over, begin 1942 slaagde Irwin ook nog voor het examen Boekhouden – zo op het oog bleef hij een voorbeeldige, vlijtige jongeman. Totdat de Duitsers hem beetkregen, nog in datzelfde 1942, en hem werktuiglijk naar de gaskamers van Auschwitz stuurden.
        Twintig jaar oud heeft Irwin Serphos slechts mogen worden, en dit verhaal beschrijft wat er zoal gebeurde in zijn leven, en dat van zijn familie − vóór, tijdens en na de oorlog.

vader en moeder van Irwin Serphos

De vader en moeder van Irwin, op foto’s die geplaatst zijn op de herdenkingswebsite ‘Joods Monument’.
Foto Joods monument


geboortebericht van Irwin Serphos

Het geboortebericht van Irwin, gepubliceerd in het Twentse dagblad ‘Tubantia en Enschedesche Courant’, op 20 mei 1922.
Foto Delpher

Textiel
Enschede, de textielstad in oostelijk Nederland, vormde het begin voor alle leden van het gezin Serphos. Hugo Martin Serphos, de vader, was er geboren, op 6 februari 1892. Dat gold ook voor de moeder, Henriëtte Menko. Zij kwam er ter wereld op 16 september 1895. Zij trouwden in Enschede, op huwelijkse voorwaarden, op 20 februari 1918; hij 26 jaar oud, zij 22. Een jaar later verscheen het eerste kind, op 9 oktober 1919: Jeanette Estella Serphos, ook wel Netty en Nettie genoemd. Met de komst van Irwin, nog eens drie jaar later op 18 mei 1922, was het gezin klaarblijkelijk voltooid. Bij deze twee kinderen bleef het.
        Hugo Serphos was een textielzakenman. Dat komt duidelijk naar voren uit de overlijdensadvertenties die volgend op zijn dood op 1 juli 1940, in het Algemeen Handelsblad werden geplaatst. Serphos is overleden “na een langdurige ziekte”, zo blijkt, en de commissaris en directie van de NV. S. Muller & Co.’s Heerenkleedingfabriek in Groningen neemt er met “diep leedwezen” kennis van. Serphos was mede-directeur van deze vennootschap. Een andere advertentie is van de directie van de NV Stoomweverij Nijverheid uit Enschede. Hiervan was Serphos commissaris. Beide firma’s schrijven in gelijke bewoordingen: “Zijn nagedachtenis zal bij ons steeds in hooge eere blijven.”
        De familie Serphos woonde toen al niet meer in Enschede. Ze waren jaren eerder verhuisd naar Groningen, waar ze een pand aan de Kamplaan 8 hadden betrokken.

Irwin’s vader Hugo Martin overlijdt aan het begin van de oorlog

Irwin’s vader Hugo Martin overlijdt aan het begin van de oorlog in Groningen, op 1 juli 1940. In het ‘Algemeen Handelsblad’ herdenken de familie en bedrijven hem.
Foto’s Delpher 


Bankastraat

Aanvankelijk woonde Irwin Serphos na aankomst in Dordrecht in de Bankastraat, in dit pand op hedendaags nummer 88.
Foto Redactie Website

Sint Jorisweg

In maart 1941 verhuisde hij naar de Sint Jorisweg, naar dit pand, dat ook nog steeds bestaat, op huidig nummer 57.
Foto Redactie Website

Leraren
Ruim drie maanden na het overlijden van zijn vader betrad Irwin Dordrecht. Niet vanuit Groningen, zoals de woonkaart in het Dordtse archief aantoont, maar vanuit Enschede. Als adres wordt Goolkatenweg 164 genoemd. Onder andere aan deze straat (op de nummers 158 – 190) stonden enkele van de “24-tal goede woningen, die tegen een lage huurprijs aan leraren” van middelbare scholen ter beschikking waren gesteld. De huizen waren het initiatief van “de heer S.N. Menko N.J. zn. en enkele anderen”, die daartoe de bouwvereniging ‘Het Woonhuis’ hadden opgericht. In het kwartaaltijdschrift ’n Sliepsteen van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker heeft Frits te Lintelo in 2004 een achtergrondartikel over dit project gepubliceerd.
        Vermoedelijk heeft Irwin Serphos in zijn geboorteplaats zijn school afgemaakt, en logeerde hij zolang bij een leraar, om vandaar naar Dordrecht te verhuizen.
        De school waar Irwin zich meldde, de MTS aan de Oranjelaan, stond niet ver van zijn kamer aan de Bankastraat vandaan. In feite lag het (tamelijk imponerende) gebouw bij hem om de hoek. Maar aan de Bankastraat, in een woning die nog altijd bestaat, is Irwin niet lang gebleven, zo’n vijf maanden om en nabij. Op 14 maart 1941 trok hij verder, de binnenstad in, naar de Sint Jorisweg, nummer 39 (nu 57). Hij was er inwonend. De MTS, die overigens is gesloopt, was ook vanaf de Sint Jorisweg nog altijd makkelijk te belopen.
        Op school ging het Irwin Serphos goed af. De Dordrechtsche Courant van 3 juni 1941 rapporteert, in een bericht over ‘Overgangen M.T.S.’, dat hij tot de “lange reeks gelukkigen” behoort van de afdeling “Werktuigbouwkunde en electrotechniek (theoretisch)”. In het jaar daarop, op 3 februari 1942, staat de heer I. Serphos opnieuw in de krant, nu als één van de geslaagden voor het examen Boekhouden, afgenomen door de Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens.
        Boekhouden − had Irwin dit er naast gedaan? Het is een nogal ongebruikelijke cursus voor een jongeman die de MTS probeert te bedwingen. Of had hij zijn technische studie, al of niet gedwongen door de bezetter, moeten afbreken?
        Feit is dat Irwin voorkwam op een Duitse lijst die in Dordrecht circuleerde, een lijst met namen en adressen van de plaatselijke joden die bewaard is gebleven in het Dordtse archief. Serphos staat hier vermeld als kontorist, als kantoorbediende.
        Of hij het zich bewust was, is niet te achterhalen, maar de lijst bewijst dat de Duitsers al op hem loerden. Zo nodig wisten zij de joden te vinden.
        En Irwin is ook opgepakt. Waar en op welk tijdstip is niet geregistreerd in de (gedigitaliseerde) dagrapporten van de Dordtse politie, wellicht bevond hij zich elders. Maar over de afloop is geen twijfel. Irwin Serphos is vergast in Auschwitz, op 31 december 1942. Een leven dat op ontplooien stond, werd vroegtijdig afgebroken, een toekomst was verloren.

De MTS, inmiddels gesloopt, op de hoek van de Oranjelaan en de Bankastraat

De MTS, inmiddels gesloopt, op de hoek van de Oranjelaan en de Bankastraat. Deze foto is gemaakt begin jaren veertig, in de tijd dat Irwin Serphos er studeerde.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 552_402936)


Irwin Serphos gaat over

Irwin Serphos gaat over, bericht de ‘Dordrechtsche Courant’ op 3 juli 1941. In februari 1942 meldt de krant dat hij geslaagd is voor het examen Boekhouden.
Foto’s Krantenbank RAD

Trouwen
Wat speelde zich intussen in Groningen af, rond zijn moeder en zus?
        De weduwe Henriëtte Serphos Menko ontsnapte al evenmin aan de moordzuchtige nazi’s. En ook zij liet het leven in Auschwitz, op 26 januari 1943, ruim een jaar nadat haar zoon op dezelfde locatie de gaskamer was ingedreven. Henriëtte is 47 geworden.
        Netty Serphos, de dochter, had onuitsprekelijk geluk: zij doorstond de Holocaust. Hoe zij uit handen van de bezetter heeft kunnen blijven, is niet vastgelegd. Maar enkele officiële gegevens geven een idee van hoe zij haar leven heeft kunnen ontwikkelen.
        Zo is zij in de oorlog getrouwd, met de eveneens joodse Tobias van Blankenstein. Dat gebeurde in Haren, het dorp ten zuidoosten van Groningen waar Tobias woonde met zijn ouders: de verffabrikant Bernard Herman van Blankenstein (Rotterdam, 17.4.1890) en Frieda Philipstein (Groningen, 10.11.1888). Het huwelijk had plaats op 7 april 1942. Netty was 22 in die tijd, haar echtgenoot 25. Netty gaf als beroep hulp in de huishouding op; Tobias, geboren in Schiedam op 5 mei 1916, was verftechnicus.
        Drie kinderen kreeg het echtpaar, de eerste kort nadat de oorlog was beëindigd, op 2 juni 1945. Deze eersteling, een meisje, kreeg de namen van haar beide oma’s: Henriëtte Frieda van Blankenstein. De ouders gaven in Het Parool van 5 juni “met zeer groote vreugde” kennis van “de voorspoedige geboorte”, met de aantekening dat zij tijdelijk verbleven in Huize Ooievaard aan de W. Frisostraat 14 in Utrecht.
        Henriëtte heeft haar opa van vaders zijde, Bernard Herman, niet bewust meegemaakt, hij misschien haar nog net even wel: de heer Blankenstein stierf enkele maanden later, op 24 december 1945 in Haren, op 45-jarige leeftijd.
        Als tweede kind kwam er een zoon, Bernard Hugo van Blankenstein, wiens naam is samengesteld uit de voornamen van zijn grootvaders. Bernard Hugo werd geboren in Groningen op 10 mei 1947. Zijn ouders waren er gaan wonen aan de Van Starkenborghstraat 14a. Dit is ook het adres waar Netty van Blankenstein beviel van het derde kind, dochter Mirjam, op 4 november 1948. Beide keren heerste er “grote blijdschap” in het gezin, lieten zij weten via advertenties in het Nieuw Israëlitisch Weekblad.
        Bernard Hugo doemt in 1960 nog een keer op in deze krant, als hij op 21 mei bar mitswa wordt, in de lokale synagoge aan de Folkingedwarsstraat 16.

archiefkaart over Irwin’s verblijf in Dordrecht

De archiefkaart over Irwin’s verblijf in Dordrecht, voor- en achterzijde.
Foto RAD

Duitsers bezitten lijsten met de woonadressen van Dordtse joden

De Duitsers bezitten lijsten met de woonadressen van Dordtse joden. Irwin Serphos staat er ook op, zoals de foto laat zien. Nog in 1942 wordt hij opgepakt en uiteindelijk vermoord in Auschwitz, op de laatste dag van het jaar, 31 december. De ‘Nederlandsche Staatscourant’ meldt zijn overlijden pas in de uitgave van 13 juli 1950.
Foto Redactie Website

Emigratie
In 1964 verlaat het gezin Van Blankenstein Nederland. Dat valt op te maken uit familiegegevens op de genealogische website Geni. Netty, Tobias en hun drie kinderen emigreren naar Palestina, de zogeheten aliya. De moeder van Tobias, Frieda, gaat mee, of volgt nadien. Zij overlijdt korte tijd later, op 30 december 1965, in Haïfa, 77 jaar oud.
        In Israël krijgen sommige familieleden andere namen. Tobias heet nu Tobias Even-Zohar, Bernard Hugo wordt Chaim Even-Zohar.
        Netty, de vrouw van Tobias, is haar jongere broertje Irwin uit Dordrecht allerminst vergeten. Tot tweemaal vult zij in Yad Vashem een formulier in over hem, een zogenoemde Page of Testimony, een document waarmee dit Israëlische onderzoeksinstituut de identiteit van omgebrachte joden wil herstellen en hun levensloop kort wil weergeven.
        De ene keer schrijft Jeanette Estella de persoonsgegevens met de hand op, en zonder datum. Als beroep geeft zij neutraal op ‘student’. Bij verblijfplaats tijdens de oorlog (place of residence) vult ze echter bruusk in: “immediately Auschwitz”, en bij de omstandigheden van zijn dood (circumstances of death): “/11/1942 Auschwitz and death”.
        Ze is blijkbaar nog onverminderd woedend.
        Het tweede formulier is getypt en gedateerd: 20.12.1973. Woonde zij op het eerste formulier nog in Netanya, aan de Brennerstraat 315, nu is het adres: 15 Panorama Road in Haïfa. De verblijfplaats is nu correcter (Dordrecht), zijn overlijdensdatum eveneens (Auschwitz, 31.12.1942, gas chambers). Misschien wist ze inmiddels meer over hoe het leven van haar broer was afgelopen.

Jeannette, de zus van Irwin, weet de oorlog te overleven

Jeannette, de zus van Irwin, weet de oorlog te overleven. Eind jaren veertig krijgen zij en haar man Tobias van Blankenstein, met wie zij in de oorlog (op 7 april 1942) in Haren was getrouwd, drie kinderen, achtereenvolgens:
Henriëtte Frieda (op 2 juni 1945, ‘Het Parool’ van 5 juni), Bernard Hugo (op 10 mei 1947, ‘Nieuwsblad van het Noorden’ van 16 mei) en ten slotte Mirjam (op 4 november 1948, NvhN van 5 november).
Foto’s Delpher

Yad Vashem twee formulieren

Nadat het gezin Van Blankenstein in 1964 naar Israël is geëmigreerd, vult Jeannette (Netty) bij Yad Vashem twee formulieren in over haar broer, de ene met de hand en ongedateerd, de andere getypt. Het eerste ‘getuigschrift’ is nog vol woede.
Foto’s Beeldbank Yad Vashem

***

dochter Mirjam in 1982 zelf moeder is geworden, van dochter Ruthy

Een laatste, althans openbaar bericht over de familie Blankenstein in Israël is dat dochter Mirjam in 1982 zelf moeder is geworden, van dochter Ruthy, aldus een advertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 22.10.1828. Mirjam is getrouwd met Benny Nof.

Tegenwoordig leeft er niemand meer die Irwin Serphos nog persoonlijk heeft gekend. Zijn zus Netty is op 1 juli 2003 overleden, 83 jaar oud, in de kuststad Herzliya, vlakbij Tel Aviv. Tobias, haar echtgenoot, was haar voorgegaan, in 2000, op 5 oktober. Hij is 84 geworden. Over de kinderen Van Blankenstein is via openbare bronnen alleen nog te vinden dat Mirjam zelf moeder is geworden, van David en Ruthy. De laatste werd volgens het NIW geboren op 14 oktober 1982 in Netanya. Mirjam is getrouwd met Benny Nof.
        Het leven van Irwin is jong afgekapt, maar Netty heeft voor een nieuwe generatie kunnen zorgen. En zolang die zich Irwins naam blijft herinneren, wordt hij tenminste niet vergeten.

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'