Het voorbije joodse dordrecht

Voor de Dordtse Jaap de Vries
viel 14 uit als een ongeluksgetal

het gezin Hemelrijk in 1904

Een zeldzame, vroege foto van het gezin Hemelrijk, gemaakt in 1904, v.l.n.r.
Mimi, het halfzusje Dina ('Dineke'), Martha, Jacob, Lea en Amali.
De foto is beschikbaar gesteld door Liesbeth Heleen Hemelrijk,
kleindochter van Jacob, en komt uit een boekje dat haar opa heeft geschreven.
Foto Familiebezit

Jaap de Vries was een gewone joodse jongen.
        Hij is geboren in Dordrecht en groeide op in Maastricht – waarna zijn leven in Auschwitz in stukken viel, als broos glas. Hem gebeurde wat tienduizenden joodse Nederlanders overkwam: een voortijdige dood.
         Toch valt iets op aan hem, achteraf. En dat is dat het nummer 14 voor hem als een wreed, fataal getal is uitgevallen, als een ongeluksgetal. Zelf zal hij dat niet hebben geweten, toen hij vanuit Kamp Westerbork op weg was naar de gaskamers. Maar wie zich nu, terugkijkend, verdiept in dat voortijdig afgebroken leven van Jaap de Vries, ziet dat tussen de getallen die hem op zijn doodsreis vergezelden (de nazi’s administreerden je zorgvuldig), nummer 14 steeds opduikt. Veertien is het getal dat onwillekeurig, maar ook onlosmakelijk, zijn lot bepaalde.
         Een reconstructie van een doodnormaal jong joods leven, dat aanving in Dordrecht.





geboorte van Elisabeth

Een geboortebericht in de regionale krant 'De Drie Provinciën'
meldt op 19 september 1890 de geboorte van Elisabeth,
het laatste kind van Jacob en Louisa de Vries.
Foto Delpher

Lijnen
In juli 1920 kruisten de twee verhaallijnen van dit artikel elkaar.
        Nathan de Vries kwam ter wereld in Giessendam, op 18 mei 1889 en vormt de ene lijn. Hij was het zesde kind van Jacob de Vries (Giessendam, 10 maart 1850) en Louisa Nathan Frank (Steenbergen, 18 augustus 1856). Dit echtpaar, getrouwd in Steenbergen op 19 oktober 1881, zat het droevig genoeg behoorlijk tegen bij het stichten van een gezin. Nathan werd weliswaar hun zesde kind, maar er dartelden in huize De Vries niet al vijf kinderen rond. De ene na de andere boreling stierf vrij spoedig, soms ‘pas’ na bijna twee maanden, soms al na 22 dagen.
        Zeven kinderen zouden Jacob en Louisa in totaal krijgen, van wie er vier niet verder kwamen dan nul jaar. Dit zijn hun persoonsgegevens, in volgorde van geboorte: Kaatje (26 maart 1883), Johanna (5 juli 1884, overleden 15 september 1884), Aaltje (2 februari 1886), nog een Johanna (13 maart 1857, overleden 11 mei 1887), Hijmans Maurits (9 april 1888, overleden 28 april 1888), Nathan (18 mei 1889) en Elisabeth (12 september 1890, overleden 4 oktober 1890).
        Jacob, de vader, overleed in 1906, op 7 april, in zijn geboortedorp. Hij werd begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht, waar op zijn grafsteen staat: “Hier rust een man, vroom en oprecht.” Zijn echtgenote Louisa verliet Giessendam zes jaar later, samen met haar dochter Aaltje. Zij streken neer in het nabije Gorkum, op 19 januari 1912.
        Daar woonde toen al, vanaf 28 augustus 1911, haar nog alleenstaande zoon Nathan. Zij voegden zich bij hem, eerst in de Verlengde Pompstraat 23, per 11 mei 1918 op de Grote Markt 25. Op 7 maart 1916 kwam een derde persoon bij Nathan wonen, Henriette de Vries. Op de gezinskaart wordt zij aangeduid als dochter van Louisa, zo deelt Gorkums archivaris René F. van Dijk mee. Henriette is volgens het bevolkingsregister geboren in Coevorden, op 14 september 1888.
        Maar volgens allerlei geraadpleegde genealogische sites kan het niet kloppen, dat Henriette een dochter is van Louisa. Zij staat juist geregistreerd als kind van Joseph de Vries en Heintje Wijnberg. Vermoedelijk is hier sprake van een administratieve fout en is Henriette een ver familielid van Louisa, tijdelijk wonend in Gorkum, en werkend als winkeljuffrouw. Of wellicht is ze een aangenomen dochter.
        Op 2 mei 1918 verhuist Nathan nog eenmaal, nu naar de Westwagenstraat 65. Daarna stuiven de vier bewoners uit elkaar. Aaltje en Henriette gaan naar Zutphen, Nathan en zijn moeder naar Dordrecht, zoals verderop te lezen valt.

Louisa de Vries verhuist naar Gorkum

Nog een krantenbericht: Louisa de Vries verhuist als weduwe
naar Gorkum, zo bericht de 'Nieuwe Gorinchemsche Courant' (NGC)
op 15 februari 1912, naar de Verlengde Pompstraat,
waar haar zoon Nathan al woont.
Foto Delpher

Marskramer
Elders in Nederland, in het gindse Winterswijk, ontstond de tweede verhaallijn, met de geboorte van Lea Hemelrijk, op 9 maart 1893. Lea was de vierde dochter die Marcus Hemelrijk (Winterswijk, 2 november 1858) en Dina Strauss (Seppenrade, Lüdinghausen, 6 december 1860) kregen. Aan haar ging vooraf Mina (‘Mimi’, 9 maart 1893), Amalie (‘Mali’, 1 juni 1889) en Martha (28 maart 1891). En na haar kwam nog Jacob (‘Jaap’, 14 februari 1888).
        Moeder Dina stierf al jong, op 33-jarige leeftijd, op 15 juni 1894 in hetzelfde Winterswijk, waar het gezin woonde aan de Misterweg. Weduwnaar Marcus, die gaandeweg van winkelier veranderde in koopman, manufacturier, kleinhandelaar en marskramer, hertrouwde daarna met de dienstmeid Heintje Frankenhuis, met wie hij nog een dochter kreeg, Dina, op 7 november 1896. Later scheidde Heintje van Marcus. Zij overleed in 1934, op 5 juli, 72 jaar oud, in Arnhem.
        Lea was van beroep modiste toen zij bij een gelegenheid handelsreiziger Nathan de Vries uit Giessendam ontmoette. Zij raakten verliefd en trouwden, in Winterswijk op 27 juli 1920 – twee lijnen verknoopten zich zo. En uit dit huwelijk ontstond zeven jaar later, zoon Jaap, de jonge joodse jongen voor wie het getal 14 zo ongelukkig uitpakte.


Lea Hemelrijk en Nathan de Vries kondigen hun verloving aan

Lea Hemelrijk en Nathan de Vries kondigen hun verloving aan, in de NGC van 9 juni 1920.
Nathan woont inmiddels al in Dordrecht.
Zeven jaar later wordt hun eerste en enige kind geboren, Jaap
Nieuw Israëlitisch Weekblad, 2-12-1927.

Bescheiden
Nathan’s moeder Louisa heeft de bruiloft niet kunnen meemaken. De weduwe was een jaar daarvoor, op 1 januari 1919, overleden, 62 jaar oud. Zij bevond zich toen in Dordrecht. Op 11 mei1918 had zij Gorkum ingeruild voor Dordrecht, waar ze, volgens diens persoonskaart, ging inwonen bij Jacques Duits, directeur van een advertentiebureau aan de Blekersdijk 23 rood (nu: 31). Jacques was de man van Louisa’s zus Kaatje (‘Cato’), zo kwam zij op dit adres terecht. Zeven maanden later stierf ze.
        Louisa is net als haar echtgenoot begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht. Haar grafsteentekst: “Hier rust een bescheiden vrouw.”
        Nathan verhuisde aan het eind van haar stervensjaar, op 17 december 1919, ook naar Dordrecht. En ook hij trok tijdelijk in bij Kaatje, zijn tante. Op 1 juli 1920, nog voor zijn trouwen, ging hij een eigen huis bewonen. Eerst was dat nog kort op de Voorstraat 33 (nu: 39), vanaf 2 augustus 1920 werd het nummer 186 (nu: 232). Volgens de adresboeken uit die tijd was hier Wisbrun & Liffmann gevestigd, een zaak voor garneringen en modeartikelen.
        Nathan, die in Gorkum al als winkelbediende had gewerkt, ging bij Wisbrun hetzelfde doen. Hij woonde boven de winkel. Samen met zijn echtgenote Lea bleef hij daar tot 2 augustus 1930, om zich vervolgens te verplaatsen naar de Joh. de Wittstraat 6 rood (nu: 8), hun laatste Dordtse adres. Het echtpaar had inmiddels een kind, zoon Jaap. Hij is geboren op 29 november 1927 en zou hun enige kind blijven.

In het pand met de twee fietsen voor de gevel woonden Nathan en Lea korte tijd, boven

In het pand met de twee fietsen voor de gevel woonden Nathan en Lea korte tijd, boven. Nathan werkte in de winkel van Wisbrun & Liffmann,
die daar gevestigd was, en waarin eind jaren dertig de befaamde elektriciteitszaak 'De Blauwe Pui' kwam.
Foto Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed

Nazi’s
Wat de reden was, is niet zomaar terug te vinden, maar op 29 november 1932 verliet het gezin De Vries Dordrecht. Het koos voor het verre Maastricht. Nathan kwam er te werken als filiaalhouder in een winkel voor elektrische apparaten; misschien was het deze baan wel die hem tot de verhuizing had gebracht. Hij, zijn vrouw en Jaap betrokken een woning aan de Groote Staat 63.
        De jaren verstreken, in betrekkelijke onbekommerdheid, totdat met de komst van de Duitse bezetter de onschuld verloren ging.
        In mei 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, waren van het oorspronkelijke gezin De Vries uit Winterswijk nog drie kinderen in leven: Kaatje, Nathan en Aaltje. Voor het gezin waaruit Lea stamde, de Hemelrijks, gold dat Marcus, de vader, er nog was. Hij verbleef inmiddels in het Tehuis voor Israëlitische Oude Lieden Beth Mikloteh Lezikno in Arnhem; hij was al in de tachtig. Zijn kinderen, van wie sommigen in huwelijkse staat verkeerden, leefden allen nog. Maar verschillende van die levens zouden niet voltooid worden, de jodenvervolging sloeg ze in één klap weg.
        De bejaarde Marcus bijvoorbeeld, Lea’s vader, belandde op 18 november 1942 in het doorgangskamp Westerbork. Een week later, op de 24ste, werd hij op transport naar Auschwitz gezet, in een afgeladen trein die ‘transport 38’ vormde en tien wagons telde, samen met 709 andere joden, onder wie 103 kinderen. Op 27 november was Marcus dood, alle overigen ook: slechts één persoon heeft deze helletocht overleefd.
        Deze kille gegevens zijn achterhaald door Henk Vis, die samen met Mirjam Schwarz het boek ‘We hebben ze allemaal gekend...’ samenstelde, dat in april 2010 verscheen. De uitgave herdenkt alle 326 vermoorde joodse inwoners van Winterswijk. Familieleden van Mirjam zijn enkelen van hen. Als haar vader, de veehandelaar Salli Schwarz, na de oorlog bij boeren aan de keukentafel onderhandelde over koop en verkoop van vee, klonk die verzuchting regelmatig: “We hebben ze allemaal gekend.”
        Een golf aan reacties kwam los na de publicatie. Uit de hele wereld stuurden mensen correcties, aanvullingen en foto’s. Een heruitgave zit er niet in, maar via deze website worden nu vrijwel wekelijks nieuwe gegevens ingevoerd: werkgroeplvdo.com/whzag.

Louisa de Vries verhuist ook naar Dordrecht

Louisa de Vries, de weduwe, verhuist ook naar Dordrecht, aldus de NGC van 4 juli 1918. Zij overleef kort daarna,
op 1 januari 1919. Zij is begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht.
Foto's Delpher en Het Stenen Archief


woonadres van Nathan, Lea en hun zoon Jaap in Dordrecht

Het huis boven het chocoladeatelier (rechts) aan de Johan de Wittstraat was het laatste woonadres van Nathan, Lea en hun zoon Jaap in Dordrecht, voordat zij naar Maastricht vertrokken.
Foto Redactie Website.

Handicap
Mimi, Lea’s zuster, trouwde nog in de oorlog, op 29 maart 1942, in Arnhem met Max Israël Mayer (Mayen, 2 maart 1873). Het huwelijksgeluk duurde voor Max net iets langer dan een jaar: op 21 mei 1943 werd hij gedood in Sobibor. Zijn vrouw wist de oorlog te overleven.
        Bij de familie De Vries werd Aaltje slachtoffer van de Holocaust. Zij bevond zich in de Joodse Invalide in Amsterdam. Deze instelling aan het Weesperplein 1 verzorgde mensen die door een lichamelijke handicap niet (meer) zelfstandig konden wonen. Op 1 maart 1943 haalden de Duitsers er alle inwoners en personeelsleden weg. Aaltje, 57 jaar pas, kwam aan haar einde in Auschwitz, op 10 september 1943.
        Haar schoonzus Lea uit Maastricht, de moeder van Jaap, was een jaar daarvoor in ditzelfde vernietigingskamp al ter dood gebracht. Over haar deportatie zijn ook meerdere gegevens bijeengebracht. Deels door Fred Grünfeld en Marij van den Bosch, twee leden van het Maastrichtse Struikelsteentjes Comité. Deze groep beheert de website struikelsteentjes-maastricht.nl en eert de 300 omgebrachte joodse inwoners met Stolpersteine. Deels ook zijn feiten afkomstig van de onderzoekster Aline Pennewaard, die de schrijver Guus Luijters assisteerde bij zijn boek In Memoriam. Daarin staan de namen van de bijna 18.000 vergeten kinderen die tijdens de oorlog vanuit Nederland zijn gedeporteerd.
        Het is uit al deze documentatie dat te herleiden is hoe het getal 14 de jonge Jaap de Vries nekte.

Jaap de Vries staat hier temidden van leeftijdsgenoten in het boek 'In Memoriam' van Guus Luijters

Jaap de Vries staat hier temidden van leeftijdsgenoten in het boek 'In Memoriam' van Guus Luijters,
dat exclusief is gewijd aan de bijna 18.000 gedeporteerde en vergeten joodse en zigeunerkinderen uit Nederland.
Hij werd met transport 14 en in wagon 14 naar Auschwitz gedeporteerd.
Foto Redactie Website.

Station
Nathan, Lea en Jaap horen bij “de grote groep van de eerste grote deportatie” uit Maastricht, melden Grünfeld en Van den Bosch. De lokale joodse gemeenschap, 120 gezinnen omvattend met 300 gezinsleden, had de dwingende oproep gekregen zich op 25 augustus 1942 te melden, om 20.00 uur, in de Prof. Pieter Willemsstraat. In de nacht liepen zij vandaar naar het station, om op de 26ste in Hooghalen-Westerbork te arriveren.
        Op vrijdag 28 augustus vertrekt vanuit Westerbork de gevreesde trein naar Auschwitz. Het is transport 14, de trein telt 14 wagons, Jaap de Vries is op dat angstige moment 14 jaar oud – een macaber toeval. De wagons zitten zoals gewoonlijk berstensvol, met 608 gedeporteerden, onder wie 122 kinderen. Of Jaap’s moeder en vader bij hem zijn in hetzelfde rijtuig, is onbekend, vaststaat alleen dát ze die dag meegevoerd worden.
        Onderweg stopte de trein in Kosel, ongeveer tachtig kilometer noordwest van Auschwitz. Guus Luijters schrijft in In Memoriam dat transport 14 “het eerste” is van de zogenoemde Kosel-transporten. Het is bij deze gelegenheid dat Jaap de Vries nog eens lijdt onder het cijfer 14.

Cato Duits-de Vries, zus van Nathan stierf in 1950. Haar vader Jacob, overleed in 1906 , Zij liggen begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht

Cato Duits-de Vries, een zus van Nathan, was een van de weinigen die de oorlog overleefde.
Zij stierf in 1950. Zij ligt begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht,
net als haar vader Jacob, die al in 1906 overleed.
Foto's Het Stenen Archief

Te jong
Wat gebeurt er? Alle mannen tussen de 15 en 40 à 50 jaar, in totaal volgens Pennewaard 158, worden uit de trein gehaald. Luijters: “Vandaar werden ze over (omliggende) werkkampen in Opper-Silezië verspreid, waar ze voor de Organisation-Schmelt – genoemd naar Albert Schmelt, de Sonderbeauftragte des Reichsführes-SS Fremdvölkische Arbeit in Oostschlesien – dwangarbeid moesten verrichten. Er waren minstens vier kampen: Bobrek, Neukirch, Seibersdorf en Schoppinitz.”
        Jaap was met zijn 14 haar “net te jong”, zoals Grünfeld en Van den Bosch constateren, om op dwangarbeid gestuurd te worden, zoals zijn vader met 53 jaar “net te oud” was. Hadden zij de trein wel mogen verlaten, dan hadden ze een kans gehad om te overleven. Een kleine weliswaar, een uiterst minieme, maar het had gekund. Want uit deze eerste Kosel-groep weten elf mensen het te redden, aldus de Rode Kruis-uitgave Auschwitz Deel III, onder wie één jongen van 17.
        Maar Nathan en Jaap werden niet verwijderd en de trein bereikt op 31 augustus de eindbestemming Auschwitz. Luijters meldt: “Niet één van hen wordt tot het kamp toegelaten.” Pennewaard verduidelijkt dit zinnetje. “Dit betekent dat het hele transport meteen naar de gaskamers is gestuurd. Meestal werden er wel mensen uitgezocht voor werk, en dus tot het kamp toegelaten. Maar bij dit transport was dat niet zo.”
        Hiermee was het gezin De Vries afgeruimd.

Vlak bij hun voormalige huis aan de Grote Staat in Maastricht, om de hoek bij Het Vrijthof, liggen sinds 2013 gedenksteentjes voor Nathan, Lea en Jaap

Vlak bij hun voormalige huis aan de Grote Staat in Maastricht, om de hoek bij Het Vrijthof,
liggen sinds 2013 gedenksteentjes voor Nathan, Lea en Jaap.
Foto's Maastrichtse Struikelsteentjes Comité

Enige
Kaatje, de Dordtse zus van Nathan, heeft heelhuids het einde van de oorlog gehaald. Zij zat samen met haar man Jacques ondergedoken boven een beddenzaak in Dordrecht (zie verhaal 'Joop en Bertha Jansen verborgen acht joden in hun Dordtse beddenzaak, ondanks hun twaalf eigen kinderen'). Terugkerend in hun eigen huis aan de Blekersdijk heeft zij nog geleefd tot maart 1950, Jacques tot juni 1967. Kaatje is de enige overlevende van het Giessendamse gezin.
        De Hemelrijks waren fortuinlijker. Mimi, Amali, Martha, Jaap en Dina – zij zagen allen nog kans een naoorlogs leven te leven.
        En die mysterieuze Henriette, die zogenoemde dochter van Louisa de Vries? Zij trof het niet. Zij trouwde met Mozes van Buuren (Hoogeveen, 14 juni 1878) en samen met hem, op 12 oktober 1942, ging ze ten onder in Auschwitz.
         In Maastricht is het gezin De Vries niet in de vergetelheid geraakt. Op 21 oktober 2013 zijn vlakbij de Grote Staat 63 drie struikelsteentjes in de stoep gemetseld, voor Nathan, Lea en Jaap. Een oud-bewoners van het desbetreffende pand, Lion Cohen, hield bij de plaatsing een toespraak. Hij zei dat hij nooit heeft geweten dat de familie De Vries vóór de oorlog op die plek heeft gewoond.
        Zo bezien is het maar goed dat die gedenksteentjes er kwamen. Zij houden de herinnering aan de gezinsleden levend. Zonder de steentjes had de tijd hun geschiedenis toegedekt.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'