Het voorbije joodse dordrecht

Jeannette bleef als enige over, maar
kreeg als Yaffa een schare telgen

krantenbericht over Willem Arend Engel

Een krantenbericht over Willem Arend Engel, de Dordtse pleegvader van Jeannette. In De Tijd van 10 augustus 1925 wordt gemeld dat hij zijn MO-akte tekenen heeft behaald.
Foto's Delpher

Dordrecht was tijdens de oorlog haar laatste schuilplaats, zóveel was zeker. Maar hoe heette ze nu werkelijk, de Amsterdamse verpleegster die zich als dienstmeisje angstvallig verstopte in de wijk Het Reeland?
        Ze bleek namelijk zes verschillende namen te hebben, deels buiten haar schuld overigens. Daardoor bleef lang verborgen wie zij nu werkelijk was. Op welke naam moest je zoeken? Wat was haar oorspronkelijke naam? Van welk gezin maakte zij deel uit? Hoe is het die familie zelf vergaan?
        In Israëlische documentatie wordt de onderduikster beurtelings Yaffa Lager en Yaffa Jager genoemd. Haar achternaam varieert van Yaffa Frenkl tot Yaffa Klein. Maar haar eigen naam luidt totaal anders: Jeannette Leger – soms ook nog eens abusievelijk vermeld als Lêger. En Yaffa mag je ook als Jaffa schrijven.
        Dit was verwarrend, en bemoeilijkte het zoeken naar haar ware identiteit. Totdat Jerry en Christine van der Raaf, een echtpaar in Numansdorp, al die verschillende namen wisten te verduidelijken. Alles viel op z’n plek. Zonneklaar werd nu dat al die namen eigenlijk het leven van Jeannette weerspiegelen – een leven dat hoogst ongelukkig was.
        Want zes namen mag ze dan hebben ‘gehad’, Jeannette Leger droeg één loden last: haar hele familie is uitgemoord. Zij verliet Dordrecht in mei 1945 weliswaar levend, maar als enig overgeblevene.

krantenbericht over Willem Arend Engel

Nog een krantenbericht over Willem Arend Engel.
In het Nieuwsblad van het Noorden, 23-06-191938
staat dat Engel op eigen verzoek is ontslagen.
Hij en zijn vrouw vertrekken naar Dordrecht.
Foto's Delpher

Vroom
De geboorte van Jeannette, op 15 januari 1916, zal haar ouders uitzonderlijk verblijd hebben: zij was hun eerste. Diamantsnijder Liebman Leger (Amsterdam, 28 mei 1883) was nog maar kort daarvoor, op 21 juli 1915, in Zaandam getrouwd met Vogeltje Polak (Amsterdam, 10 april 1888). Met de komst van Jeannette kon er een heus gezin worden gesticht. Vijf kinderen kreeg het echtpaar uiteindelijk. Na Jeannette verschenen Rachel (7 februari 1917), Samuel (vermoedelijk 1918-1921), Dora (31 augustus 1924) en Samuel Mozes (2 april 1927).
        Samuel, het derde kind, is op vierjarige leeftijd overleden aan buikvliesontsteking. Hij ligt begraven op de joodse begraafplaats in Diemen.
        Op de website Joods Amsterdam wordt het gezin Leger omschreven als “vroom joods”. Het heeft aan de Rechtboomsloot gewoond, maar aan het begin van de oorlog had het een ander adres: Kraaipanstraat 67 1 hoog. Alle kinderen hadden inmiddels een beroep, op Samuel Mozes na, die nog jong was: 13. Rachel was naaister geworden, Dora kantoorbediende, Jeannette werkte in het (inmiddels opgeheven) Nieuw Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht.
        De nazi’s rolden hun jodenhaat over het land uit, en dat raakte het gezin rechtstreeks. Hun levens liepen helemaal uit de hand.
        Jeannette dook onder. Ze trok van de ene naar de andere schuilplaats. De vluchtroute en de onderduikadressen zijn vrij precies te achterhalen, dankzij Jeannette zelf. Zij heeft na de oorlog in getuigenissen beschreven door wie ze is geholpen en bij wie ze zich mocht verstoppen. Die verklaringen, te vinden in het Israëlische onderzoeks- en herdenkingscentrum Yad Vashem, heeft zij afgegeven uit dankbaarheid: zij wilde haar onderduikhelpers eren.

voormalige burgemeesterswoning aan Cortgene 81 in Alblasserdam

In deze voormalige burgemeesterswoning aan
Cortgene 81 in Alblasserdam verbleef Jeannette korte tijd
bij Willem Vos en diens dochter Lena.
Foto Historische Vereniging West-Alblasserwaard

Alblasserdam
Jeannette, die haar leven onzeker was door de voortdurende razzia’s in Amsterdam, kwam eerst terecht bij Jo en Trien van der Raaf, in Schiedam. Zonder aarzelen namen zij Jeannette in huis, in september 1943. Het echtpaar had al eerder een collega van Jeannette opgevangen, Fie van Dijk-de Leeuw, die ook verpleegster in het joodse ziekenhuis was geweest. Fie verbleef enkele maanden bij de Van der Raafs, vanaf oktober 1942, samen overigens met de joodse familie Van Buren (vader, moeder, dochter).
        Jeannette verliet het echtpaar Van der Raaf in maart 1944. Het huis werd niet veilig genoeg meer geacht. Via contacten met de ondergrondse belandde ze nu, via een kort verblijf in Bleskensgraaf, in Alblasserdam, bij Willem Vos (Alblasserdam, 1879) en zijn dochter Lena (1912).
        Niet alleen op de website van Yad Vashem zijn gegevens over deze tweede onderduik te vinden, ook in het boek De Waard in oorlog, dat in 1983 in twee delen door het lokale weekblad De Klaroen is uitgegeven, met als ondertitel De Alblasserwaard tussen ’40 en ’45. In feite is de uitgave een bundeling van de gedocumenteerde columns van Alblasserdammer A. Korpel.
        Korpel, die Jeannette soms foutief Lêger noemt, heeft achterhaald hoe Jeannette destijds in Amsterdam aan arrestatie wist te ontsnappen. Samen met zeven andere verpleegsters bevond zij zich in de lift van het ziekenhuis, waar een razzia gaande was. “Een ziekenbroeder, die weet dat Jeannette een Jodin is, zorgt ervoor dat de lift tussen twee verdiepingen in tot stilstand komt. Jeannette weet te ontsnappen. Met behulp van de LO [Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers] komt ze, via Schiedam, in Rotterdam terecht.”
        Korpel stelt dat Jeannette daar, voor de familie Van der Raaf, eerst nog “liefdevol is bijgestaan” door de directrice van het Emmahuis, zuster Bütte, die zelf een Duitse is. “Mijn volk”, zegt de zuster volgens Korpel, ”heeft jou zoveel leed aangedaan. Ik zal je als een eigen kind behandelen.”
        Willem Vos bewoont samen met zijn ongetrouwde dochter Lena het vroegere burgemeestershuis. Korpel: “Het is een erg groot huis en het wordt dan ook door twee gezinnen bewoond.” Jeannette wordt volgens Yad Vashem verstopt in een speciaal geconstrueerde schuilplek in de kelder.

woonhuis aan de Reeweg-Oost 80

Dit is het woonhuis aan de Reeweg-Oost 80 (nu 148),
waarin Jeannette Leger in haar Dordtse periode ondergedoken zat,
bij Willem en Tony Engel.
Foto Redactie Website

Koerierster
Lena, die als hoofd huishouding werkt in het kleine streekziekenhuis de ‘Cornelis Vroege Stichting’, is daarnaast in het geheim koerierster. Zij voorziet ondergedoken joden van voedselbonnen, identiteitskaarten en verspreidt, verstopt in haar ondergoed, illegale nieuwsbulletins. Zij doet dat als lid van een verzetsgroep onder leiding van de Groningse dominee B. Adler. De broers van Lena, de elders in Alblasserdam wonende en getrouwde Jasper en Gert, verrichtten ook verzetswerk.
        Jeannette kan niet lang bij Willem en Lena Vos blijven. Korpel: “Jeannette is een uitgesproken Joods type. Daarom kan ze zich moeilijk in het openbaar vertonen. Ze komt niet verder dan het achterbalkon. Bovendien zijn er bij direct gevaar in het grote huis te weinig uitwijkmogelijkheden.” Ze wordt overgeplaatst naar de Vroege Stichting, naar zuster Janse. “Zij zorgt als een moeder voor de opgejaagde jonge vrouw.”
        Op een dag wordt de schoonmoeder van Gert Vos, die ook een joodse vrouw verborg, gearresteerd. Zodra Gert en Jasper dit hoorden, verstopten zij Jeannette in een andere schuilplaats en brachten haar vandaar tijdelijk voor enkele dagen naar een “oudere vrouw” in Dordrecht, aldus Yad Vashem, dat de beide locaties verder niet noemt. Nadat alle Vossen weer veilig te voorschijn konden komen, wordt Jeannette door verzetsvrouw Marijke Beekhuizen-Lels naar haar definitieve onderduikadres in Dordrecht gebracht: Willem Arend en Antonia Engel-Bolkestein.
        Dat zal rond oktober 1944 zijn geweest. In Dordrecht zal Jeannette tot het eind van de oorlog blijven.

Tekenleraar
Wim Engel wordt door Yad Vashem als doctor betiteld, maar dat is hij geenszins. Hij is tekenleraar. Geboren in Koog aan de Zaan op 13 oktober 1903 trouwt hij op 27-jarige leeftijd met de even oude schilderes Antonia (Tony) Bolkestein (Soerabaja, 10 september 1903), in Amsterdam, op 1 september 1931. Hij had toen al zijn MO-akte tekenen behaald, in 1925, en woonde inmiddels in Wormerveer.
        Enkele jaren na hun huwelijk bevinden Wim en Tony Engel zich in Meppel. Zijn beroep had hem daar blijkbaar gebracht; hij is er leraar aan de Rijks HBS. In deze Drentse stad wordt aan de Leonard Springerlaan 22 hun eerste zoon geboren, Anton Frederik, op 28 april 1934. In juni 1938 wordt aan Engel, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend.
        Het gezin duikt nu op in Dordrecht; op 23 augustus 1938 wordt het ingeschreven bij de burgerlijke stand, wonend aan de Reeweg-Oost 80 (nu: 148). Hier komt de tweede zoon ter wereld, Arend Jacob, in 1941.
        Het is op dit adres dat Jeannette de oorlog kan afsluiten. Volgens Yad Vashem had het echtpaar Engel al eerder eens een joods meisje verborgen gehouden. Toen het verzet Wim en Tony verzocht nog een meisje in huis te nemen, “stemden zij daarmee in”. In haar getuigenis zal Jeannette schrijven dat zij met de Engels een “uitstekende verhouding” had. Zij werd behandeld als een dochter, al was ze officieel ingeschreven als hun dienstmeisje.
        “Zij mocht”, aldus Yad Vashem in het boek Rechtvaardigen onder de volkeren, “bijna nooit het huis uit, maar soms hing ze de was buiten op, hetgeen bij de buren argwaan wekte over haar afkomst. Tony ontkende altijd heftig dat zij joods was. De oudste zoon vond het ook een beetje vreemd dat het meisje bij hen inwoonde, maar zij vertelden hem niet dat ze een joodse onderduikster was.”
        Op een keer, herinnerde Jeannette zich in haar getuigenis, stond er een politieman voor de deur, die het huis kwam doorzoeken. “Maar hij merkte haar niet op.” Wim, Tony en Jeannette “barstten naderhand in tranen uit bij het idee aan welk gevaar ze zojuist waren ontsnapt.” Lena Vos, Jeannette’s helpster uit Alblasserdam, kwam geregeld op bezoek bij de familie Engel, om te zien hoe Jeannette Leger het maakte.

Jo en Trien van der Raaf

Jo en Trien van der Raaf, de eerste, in Schiedam wonende onderduikouders van Jeannette, waren erbij toen op 7 mei 1968 ter hunner ere in Jeruzalem een boom werd geplant, bij Yad Vashem. Trien is de vijfde van links, Jeannette de vijfde van rechts, Jo staat rechts van haar, als vierde van rechts.
Foto Yad Vashem

De enige
Na de bevrijding drong een immense tragedie zich aan Jeannette op: zij had de oorlog overleefd, maar was nu de enige overlevende – zowel van het gezin Leger als van haar verdere familie. Iedereen was omgekomen in de machinerie van de nazi’s.
        Haar vader Liebman werd samen met zijn vrouw Vogeltje vermoord in Auschwitz, op 20 oktober 1942. Haar zus Rachel heeft eerst in Kamp Vught gezeten. Ze is daar te werkgesteld en op een bepaald moment vrijgelaten. Niet lang daarna is ze opnieuw opgepakt en naar Kamp Westerbork getransporteerd. Rachel eindigde, net als Dora, in het vernietigingskamp Auschwitz, op respectievelijk 31 januari 1944 en 30 september 1942. En Samuel Mozes stierf er al evenzeer, op weer een ander tijdstip, 28 februari 1943.
        Hoe kun je nog in het leven staan als je hele familie dood is?
        Jeannette Leger heeft het in ieder geval geprobeerd. Ze emigreerde in 1946 naar Palestina, volgens A. Korpel met “een der eerste transportschepen”, en gaat er wonen “in een streng orthodox Joodse kibboets”. En in dat land kreeg zij die naam die verwarring stichtte: Yaffa (of: Jaffa). Het waren Jerry en Christine van der Raaf die dit verhelderden. “Mensen noemden bij aankomst hun naam. En daar werd een Hebreeuwse naam bij gezocht, die qua betekenis overeenkwam met de oorspronkelijke naam.”
        Wie zijn deze Jerry en Christine? Dat is eenvoudig te verklaren: Jerry is de oudste zoon van het echtpaar bij wie Jeannette haar eerste onderduikperiode doorbracht, in Schiedam. En Christine is zijn vrouw.
        Het contact met Jerry van der Raaf is ontstaan door de community-afdeling van de website Joods Monument. Hij had daar aangegeven geïnteresseerd te zijn in wetenswaardigheden over de familie Leger. Hij en zijn echtgenote wisten meteen uit te leggen waarom Jeannette in documentatie van Yad Vashem Yaffa Jager en dan weer Yaffa Lager wordt genoemd: tikfouten, misschien veroorzaakt door een onduidelijk handschrift. Jeannette’s meisjesnaam is voluit gewoon Leger, en dan zonder accent circonflexe.

Eliëzer, Jaffa zelf, haar tweede echtgenoot David met Tzipporah en Moshe

Deze foto is gemaakt in 1956.
Van links naar rechts: Eliëzer (het eerste kind van Jaffa en Perets), Jaffa zelf,
haar tweede echtgenoot David met Tzipporah en ten slotte Moshe.
Foto Familiebezit

Hertrouwd
In Palestina ontmoet zij de man met wie zij trouwde: Perets Frenkl. Hun eerste zoon wordt geboren, Eliëzer, maar nog is Jeannette niet veel geluk gegund. Kort na de geboorte van hun zoon wordt haar echtgenoot vermoord, in Kfar Etzion, tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948. Enkele jaren later hertrouwt ze, met David Klein, en worden er nog twee kinderen geboren: zoon Moshe en dochter Tzipporah. David is op 1 september 1998 overleden.
        Al deze informatie is afkomstig van Jerry en Christine van der Raaf, en dat heeft een wonderlijke reden: Jeannette alias Yaffa heeft met alle onderduikgezinnen aldoor contact gehouden, tot haar eigen overlijden op 11 januari 2008, op 92-jarige leeftijd. En daar is het niet bij gebleven. Zij heeft zich er ook voor beijverd dat haar onderduikhelpers allen, stuk voor stuk en soms postuum, zijn erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren – een eretitel van Yad Vashem die aan gojim (niet-joden) wordt gegeven die joden hebben geholpen. Het toont aan hoe ongelooflijk dankbaar Jeannette Leger deze hulpvaardige mensen moet zijn geweest.
        Jerry’s eigen ouders Jo en Trien werden onderscheiden op 12 maart 1968. Ter ere van hen zijn er bovendien, in hun aanwezigheid, bomen geplant op 7 mei 1968, in het Woud der Rechtvaardigen van Yad Vashem. Wim en Lena Vos werden tot rechtvaardigen uitgeroepen op 4 januari 1978. Wim Vos was toen al overleden (op 5 januari 1969), Lena is gestorven op 19 mei 1996. Wim en Tony Engel, de Dordtse helpers, kregen hun onderscheiding op dezelfde dag als de Alblasserdammers, op 4 januari 1978.
        Zij woonden toen al niet meer in Dordrecht. Op 4 oktober 1946 vertrokken zij naar Hilversum, naar de Kam. Onnesweg 427, en daar trof hun groot leed: hun jongste zoon Arend Jacob overleed er, nog geen tien jaar oud. Inmiddels zijn Wim en Tony zelf gestorven, volgens Jerry en Christine van der Raaf, “al jaren geleden”.

Moshe, Tzipporah, Jaffa en Eliëzer

Deze foto dateert van 2005, v.l.n.r. Moshe, Tzipporah, Jaffa en Eliëzer.
Foto Familiebezit

Ansichtkaarten
Niet met hun zonen, maar wel met Wim en Tony zelf heeft Jeannette bij leven het contact onderhouden, zo ook met de Van der Raafs en de Vossen. Volgens Jerry en Christine ging dat via brieven en ansichtkaarten. “Een dochter van de familie Vos, Bastiana,”, zeggen ze, “is meer dan twintig jaar geleden zelfs een keer op bezoek geweest in Israël. Ook met Jo en Trien is het contact na de oorlog altijd heel goed geweest en gebleven.”
         Zijzelf zijn er het ultieme bewijs van: Jerry en Christine hebben tot op de dag van vandaag volop omgang met de familie van wijlen Jeannette. Jaarlijks gaan ze er op bezoek, laatst weer in juli 2015 bijvoorbeeld. “Het contact is nog steeds zeer nauw. De kinderen van Jeannette zijn als broers en zus voor ons.”

Jeannette kwam in haar eentje in Palestina aan, eenzaam en ongetwijfeld gebroken. Over wat haar familie is overkomen, die meedogenloze vernietiging van joden, zweeg ze bij voorkeur, ook tegenover haar kinderen. “Het was te moeilijk voor hun moeder om erover te praten, vandaar dat de kinderen niet veel wisten,” zeggen Jerry en Christine. Het verdriet was een loden last die ze haar hele verdere leven heeft moeten dragen.
        Maar in één opzicht hebben de Duitsers gefaald: die ene Jeannette Leger heeft een almaar uitdijende, nieuwe familie achtergelaten. Van drie kinderen, elf kleinkinderen en inmiddels 26 achterkleinkinderen – een klein ‘leger’ aan telgen.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'