Het voorbije joodse dordrecht

Ook twee Dordtse families belandden in
beruchte Kazerne Dossin van Mechelen

Kazerne Dossin in Mechelen: memoriaal, museum en documentatiecentrum

Kazerne Dossin in Mechelen: memoriaal, museum en documentatiecentrum.
Elke steen van dit nieuwe gebouw staat voor een gedeporteerde.
Foto Redactie Website

Ze staan er verloren bij, de drie kinderen Kleinhaus. De website Joods Monument somt alle joden uit Nederland op die slachtoffer zijn geworden van de Sjoa. Lily, Lea en Salomon Kleinhaus worden er ook genoemd, zij zijn immers in Dordrecht geboren. Maar afgezien van hun geboorte- én sterfdatum is er over hen niets bekend.
        De drie kinderen hebben allen een aparte pagina, alsof ze losse individuen zijn die elkaar niet kennen, los zand. Bij ieder van hen staan bovendien twee dezelfde zinnetjes. De ene luidt: Adres niet bekend. De andere: Deze persoon was alleenstaand of van deze persoon is geen gezinsverband bekend of kon niet worden gereconstrueerd.
        Dit is alles; meer is er niet. Lily, Lea en Salomon zijn uit elkaar gehaald, onthecht, van hun ouders ontdaan en vooral: eenzaam gearchiveerd op een website.
        Toch kan hier, in dit relaas, hun achtergrond worden onthuld, en zelfs hun familieverband. Dat is te danken aan een toeval: een ongepland bezoek aan Kazerne Dossin, het nog vrij jonge (2012), beklemmende Holocaustmuseum en -documentatiecentrum in het Belgische Mechelen. Daar blijken gegevens te berusten die het mogelijk maken enigszins het wel en wee van de complete familie Kleinhaus te reconstrueren.
        De drie kinderen Kleinhaus, alsook hun ouders Samuel Jozef en Golda, woonden in België, en zijn vandaar, vanuit die beruchte Dossinkazerne, afgevoerd naar Auschwitz-Birkenau. Nóg twee Dordtenaren overkwam hetzelfde, zo kwam ter plekke vast te staan, al waren zij beslist geen ingezetenen van België.
       Bernhard Cohen en zijn vrouw Elisabeth Cohen-Duits werden onderweg gearresteerd, per trein al vluchtend naar Zwitserland. Ze hadden gehoopt de veiligheid te bereiken, maar belandden onherroepelijk in het vangnet van de nazi’s.


Oude Kazerne Dossin in Mechelen

Dit is van bovenaf gezien de oude kazerne.
Vanuit deze verzamelplaats werden 25.484 joden, Sinti en Roma naar Auschwitz afgevoerd, onder wie leden van twee Dordtse families.
In de oude kazerne was vroeger het Joods Museum
van Deportatie en Verzet gevestigd.
Foto Redactie Website

Nieuw
Kazerne Dossin is, bij alle verschrikkingen die het herdenkt, een prachtig gebouw. Het dwingt eerbied af. De architect,Bob van Reeth, ontwierp dit historisch museum dat tegelijk ook kritisch aandacht geeft aan (andere) schendingen van mensenrechten, als een torenhoge bunker met toegemetselde ramen. Elke steen staat er voor een gedeporteerde. Vier verdiepingen telt het gebouw. Bovenaan krijgt de bezoeker een panoramisch uitzicht over de oude kazerne.
        In die kazerne bevond zich vanaf 1995 het Joods Museum van Deportatie en Verzet, dat het verhaal van de jodenvervolging in België vertelt en de rol van de kazerne daarin. Vlak ernaast kwam een documentatiecentrum, dat gegevens over joodse gedeporteerden verzamelt, inventariseert, bewaart en ontsluit. Verderop in de kazerne zijn appartementen gevestigd.
        In 2011 is er naast deze kazerne een volledig nieuw museum geplaatst, officieel geheten ‘Kazerne Dossin, Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten’. Het staat aan de Goswin de Stassartstraat 153 en is alle dagen open, behalve op woensdag, van 9 tot 17 uur. Om de hoek is een ‘Jodenstraat’, alsof het zo moest zijn.
        In de oude kazerne is het Memoriaal ondergebracht: vier sobere zalen die de joden, Roma en Sinti gedenken die op deze plaats verbleven om te worden weggevoerd en vermoord. Buiten is een gerestaureerde treinwagon te zien, zo’n wagon als waarmee vanaf 1943 de transporten naar Auschwitz-Birkenau werden afgewikkeld. Langs de kazerne liep tijdens de oorlog een spoorlijn, zodat de gevangenen “direct en ongezien” (Wikipedia) konden worden weggeleid.

herdenkingsmuur in Kazerne Dossin

De herdenkingsmuur in Kazerne Dossin loopt over de hele hoogte van het gebouw, vier verdiepingen.
De grijze foto's tonen de doden, de kleurenfoto's de overlevenden.
Foto Redactie Website


Jodenstraat.

Op honderd meter afstand van Kazerne Dossin
is er een Jodenstraat.
Foto Redactie Website

Afschrikwekkend
De kazerne is tegenwoordig “een unieke plaats van herinnering”, zoals het museum het zelf verwoordt in een brochure. Maar in de oorlog was het een afschrikwekkend oord. Wie er terecht kwam, was zijn dood vrijwel zeker. De Dossinkazerne speelde een sleutelrol in de Holocaust van België. De voormalige legerkazerne was zowel verzamelplaats als doorgangskamp, het SS Sammellager Mecheln, waar joden het risico liepen op mishandeling en vernederingen.
        Tussen 1942 en 1944 werden hier 25.484 joden en 352 zigeuners uit België en Noord-Frankrijk bijeengedreven en opgesloten. Bij aankomst, meldt Wikipedia, zetten de Duitsers hun namen na registratie op deportatielijsten, intussen hun goederen confisquerend. Al deze mensen zijn vervolgens in 28 transporten naar Auschwitz vervoerd. Volgens het museum waren bij de bevrijding in 1945 nog slechts 1240 van hen in leven; minder dan vijf procent keerde terug. Alle overigen waren uitgeroeid, met de kogel of in gaskamers. “De helft van alle mannen en driekwart van de vrouwen werd direct na aankomst vergast, vele anderen bezweken in de weken erna.”
        Wie allemaal vanuit de Dossinkazerne vertrokken, is in het museum te zien. Over vier verdiepingen, achter de trappen langs, loopt daar een portrettenwand. Duizenden mensen staren de stilstaande bezoeker vanaf sombere grijze foto’s tegemoet – vrolijk, ernstig, zorgeloos, gelukkig, kortom in alle mogelijke gemoedstoestanden. Sommige plekken tonen geen gezicht. Dan is er (nog) geen foto van die persoon beschikbaar. Andere portretten zijn in kleur. Dit zijn de weinige overlevenden.
        De herdenkingsmuur heeft iets onverdraaglijks, iets ongerijmds: eerst werd je hier gegarandeerd naar je dood gedeporteerd, nu word je er geëerd.

het gezin Kleinhaus: vader Samuel, moeder Golda en dochter Lea

Dit zijn drie van de vier leden van het gezin Kleinhaus: vader Samuel, moeder Golda en dochter Lea.
Foto's Algemeen Rijksarchief, Brussel (nrs. XI 1611, 1612 en 1615)


Nieuw Israëlitisch Weekblad van 3 september 1920

Samuel Kleinhaus en Golda Blitz zijn in Dordrecht beland, en krijgen er het eerste van hun drie kinderen: Samuel. Zijn geboorte wordt vermeld in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 3 september 1920.
Foto Delpher

Kleinhaus
De familie Kleinhaus ‘prijkt’ op de portrettenwand, op één gezinslid na: Salomon Maurits, de eerstgeborene van Samuel Jozef Kleinhaus en Golda Kleinhaus Blitz. “Jammer genoeg hebben wij tot hiertoe nog geen foto teruggevonden van Salomon. Zijn plek op de muur is daarom nog steeds leeg”, e-mailde desgevraagd Dorien Styven, wetenschappelijk medewerkster van Kazerne Dossin. Het museum, voegde ze toe, zou het “enorm op prijs stellen” als alsnog een foto van hem beschikbaar komt; het is daarin “zeer geïnteresseerd”.
        Het is deze Dorien Styven die de redactie van deze Dordtse website op het spoor brengt van de familie Kleinhaus. De vraag die haar was gesteld, was een eenvoudige: “Zijn er uit Mechelen ook joodse Dordtenaren gedeporteerd?” Voorzien van bijlagen en foto’s zond Styven binnen enkele dagen een uitgebreide rapportage over leden van twee van oorsprong Dordtse gezinnen, de families Kleinhaus en Cohen. Aangevuld met materiaal uit het Dordtse en Rotterdamse gemeentearchief valt hieruit deze loop van gebeurtenissen te distilleren.
        Samuel Jozef Kleinhaus kwam op 26 oktober 1894 ter wereld in Przemysl, een stad in zuidoost Polen, die destijds Oostenrijk nog toebehoorde. Hij huwde, koopman zijnde, met de huisvrouw Golda Blitz, geboren in Krakau, op 18 januari 1891. Op 26 augustus 1919 noteert de ambtenaar van de burgerlijke stand hun aankomst in Dordrecht. Eerder had het echtpaar al in Antwerpen en München gewoond.
        In Dordrecht worden hun drie kinderen geboren. Als eerste Salomon Maurits, op 31 augustus 1920. Als tweede Lily Regina, op 14 augustus 1922. En als laatste Lea, op 14 april 1924. Van de eerste twee kinderen beviel Golda in het woonhuis aan de Buiten Walevest 26 (nu: 29-30 en gesloopt). De derde verscheen in het pand dat op 22 februari 1923 werd betrokken, aan de Singel 292 (nu: 390, eveneens gesloopt). Vader Samuel noemde zich nu commissionair in zaden.
        Enkele jaren later verliet het gezin Dordrecht, om per 27 juni 1927 te worden ingeschreven in Rotterdam. Ook in die stad zou het maar kort blijven. Eerst wonend aan de Heemraadsingel 26a, en per 8 juni 1929 aan de Beatrijsstraat 21b, emigreerde de familie op 10 september 1934 “definitief en legaal” (Styven) naar Antwerpen, naar de Steenbokstraat 30. In 1928 had Samuel nog een aanvraag tot naturalisatie ingediend, die op 18 mei 1929 werd gehonoreerd. Ze waren nu Pools af. Maar joods bleven ze, en dat zou ze bijna tien jaar later het leven kosten.

Adresboek van 1922

In het Adresboek van 1922 staat het woonadres van Samuel genoteerd: Buiten Walevest 26.
Foto Redactie Website.


Buiten Walevest

De twee Dordtse woonhuizen van het gezin Kleinhaus zijn gesloopt. Deze foto toont de Buiten Walevest. Rechts vooraan, even voorbij de toegangspoort van de Benthienkazerne, stond voorheen pand nummer 26.
Foto RAD (nr. 555_31252)


geregisteerd door de Joden Vereeniging

In 1934 emigreert het gezin Kleinhaus naar België. In de oorlog worden de gezinsleden geregisteerd door de Joden Vereeniging, als wonend in de Veledroomstraat 43 in Berhem.
Foto Kazerne Dossin/CegeSoma


Administratie
Dorien Styven heeft aan de hand van uiteenlopende documenten kunnen traceren wat het gezin Kleinhaus in de oorlog is overkomen: joden blijken ook in België uitbundig geadministreerd te zijn geweest.
        Ze noemt het Jodenregister (JR) en licht toe dat de registratie in dit register vanaf eind 1940 verplicht werd voor alle joodse mannen en vrouwen die in België woonden en ouder waren dan vijftien jaar. Er is ook de fiche van de Jodenvereniging in België: registratie bij deze ‘Jodenraad’ was vanaf de lente van 1942 verplicht, voor alle joodse gezinnen die in België woonden. En dan zijn er die deportatielijsten, waaraan gearresteerden werden toegevoegd zodra ze in de Dossinkazerne aankwamen.
        Wat zich in Nederland afspeelde, kwam overeen met de praktijken in België. De Vlaamse Wikipedia hierover: “Tussen oktober 1940 en juni 1942 werd een reeks van joodse verordeningen uitgevaardigd. Het werd joden onder andere verboden ’s avonds hun huizen te verlaten, Joodse kinderen werden uitgesloten van scholen en ze werden verplicht de jodenster te dragen. Daarnaast mochten Joodse ambtenaren, leraren en magistraten hun ambt niet meer uitvoeren en werden joodse ondernemingen overgedragen aan niet-joden. Op 11 juni 1942 werd door Adolf Eichmann het bevel gegeven te starten met de deportatie van joden.”

pleegouders van Piroska, Jacob Polak en Magda Polak-Berrman

pleegouders van Piroska, Jacob Polak en Magda Polak-Berrman

de transportlijsten waarop de Dordtenaren staan vermeld

Dit zijn de transportlijsten waarop de Dordtenaren staan vermeld.
Hun eindbestemming is Auschwitz.
Foto's Directie-Generaal Oorlogsslachtoffers, Brussel

Konvooi
De familie Kleinhaus-Blitz werd thuis gearresteerd, zag Styven in documenten, tijdens de vierde en laatste grote anti-joodse razzia in Antwerpen (op 22, 23 en 24 september). Het gezin woonde toentertijd in het nabije Berchem, aan de Velodroomstraat 43.
        Op 23 september werden alle vijf gezinsleden naar de Dossinkazerne overgebracht. Daar kregen ze de volgnummers 1611, 1612, 1613, 1614 en 1615 toegewezen, in konvooi XI. Dit elfde transport verliet Mechelen op 26 september 1942 en arriveerde in Auschwitz twee dagen later, op 28 september.
        Dorien Styven weet “helaas niet” wat er na hun aankomst met Samuel, Golda, Lea en Lily is gebeurd, “aangezien wij geen overlijdensakte of een document met hun tatoeagenummer hebben teruggevonden”. De website Joods Monument kan hierover wel uitsluitsel geven, veelal gebaseerd op uitputtende research: alle vijf gezinsleden werden een dag na aankomst, dus op de 29ste, vermoord. Al tekent Styven hier bij aan: “De datum die wordt gegeven als er niets bekend is, is standaard de dag na aankomst van een transport. In sommige gevallen klopt dat echter niet altijd.”
        Bij zoon Salomon maakt Dorien Styven een voorbehoud. Zij stelt dat hij als dwangarbeider werd geselecteerd in Auschwitz en later is omgebracht. “Hoewel zijn tatoeagenummer ons onbekend is, tonen de Auschwitz Sterbebücher (overlijdensaktes), waarvan wij jammergenoeg geen kopie hebben, dat hij is omgekomen op 5 oktober 1942, een week na aankomst in het kamp.”

groepsfoto met Lily Kleinhaus

Op deze groepsfoto, aan Kazerne Dossin geschonken door een oude vriend van haar,
staat Lily Kleinhaus (tweede meisje van rechts).
Foto Kazerne Dossin

Foto’s
Afgezien van deze Salomon, staan de foto’s van Samuel, Golda, Lea en Lily nu op de portrettenwand. Styven deelt mee dat de foto’s eerder, in 2009, door de documentatiedienst van Kazerne Dossin zijn gepubliceerd in een vierdelig overzichtswerk. Dit bevatte 18.522 van de 25.800 gedeporteerden. De foto’s zijn afkomstig uit het immigratiedossier van de gedeporteerden, dat is opgesteld door de vreemdelingenpolitie. De rechten ervan berusten bij het Algemeen Rijksarchief in Brussel.
        Eén foto, van Lily, is het museum toevertrouwd door een oude vriend van haar, “een zekere meneer Dolf G.” (zijn achternaam wordt om privacyreden niet genoemd). Hij schonk het museum in 1996 een kopie van een veel grotere afbeelding, een groepsfoto waaruit het beeld van Lily is gesneden. Styven heeft geprobeerd deze G. “te contacteren”; misschien kan hij nadere details verschaffen over de Dordtse kinderen. Maar tot nog toe was de poging vergeefs. De Franstalige G. is geboren rond 1920; Styven vermoedt dat hij waarschijnlijk is overleden.
        Hoe dan ook: het gezin Kleinhaus is weer bijeengebracht. Wie op joodsmonument.nl op hun namen zoekt, vindt er ook vader en moeder, al even los van elkaar als de kinderen. De redactie van deze Dordtse website gaat de redactie van Joods Monument er nog op attenderen dat de vijf leden Kleinhaus toch echt een heus gezin vormen.

Bernard Abraham Cohen en Elisabeth Cohen-Duits

Dit zijn de twee andere Dordtenaren die via de Dossinkazerne naar Auschwitz werden getransporteerd,
Bernard Abraham Cohen en Elisabeth Cohen-Duits.
Foto Familiebezit


Groenedijk 84

Hier, aan de Groenedijk 84 (nu: 74) woonde het gezin Cohen,
van wie de drie kinderen de oorlog hebben overleefd.
Foto Redactie Website

Dordrechts eerste Stolpersteinen

Voor Bernard en Elisabeth Cohen werd in april 2014
Dordrechts eerste Stolpersteinen in de stoep gemetseld.
Foto Redactie Website

Cohen
Zoals al aangestipt, gingen nog twee Dordtenaren via Kazerne Dossin hun dood tegemoet. Dat zijn Bernard Abraham Cohen (Rotterdam, 10 oktober 1903) en Elisabeth Cohen-Duits (Dordrecht, 21 november 1907). Dit echtpaar woonde aan de Groenedijk 84 (nu: 74), het adres waar op 11 april 2014 Dordrechts allereerste Stolperstein werd aangebracht.
        Drs. Bernard Cohen, een leraar aan de nabijgelegen MTS, had samen met zijn vrouw Elisabeth drie dochters: Lily (1933-1994), Erna (1935) en Claasje (1941). Deze kinderen hebben de oorlog door onderduik overleefd, in tegenstelling tot hun ouders.
        Over Bernard en Elisabeth Cohen achterhaalde Styven dat zij “onder onbekende omstandigheden” zijn gearresteerd. Mogelijk, oppert zij, “bij het illegaal oversteken van de Nederlands-Belgische grens”. Dit klop: de Cohens woonden in Dordrecht. Zij waren op weg naar Zwitserland en werden bij de grens in de trein gearresteerd.
        Op 1 augustus 1942 werden de echtelieden geïnterneerd in de Dossinkazerne. Op de deportatielijst van Transport II kreeg Bernard nummer 140, zijn vrouw nummer 100. De trein verliet Mechelen op 11 augustus 1942 en bereikte Auschwitz op 13 augustus. Op 30 september 1942 werden zij er gedood.
        Op de herdenkingsmuur komen hun portretten niet voor. Styven betreurt dat, en ziet dit graag rechtgezet. Maar Erna Zwart-Cohen, een van de overlevende dochters, heeft laten weten dat zij daar niet toe bereid is.





< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'