Het voorbije joodse dordrecht

Kleinkinderen feliciteren hun jarige opa,
en zijn vier maanden later allemaal dood

felicitatie voor opa Kets de Vries, in Het Joodsche Weekblad

De felicitatie voor opa Kets de Vries, in Het Joodsche Weekblad van 17.7.1942.
Foto Delpher

Op 17 juli 1942 stond er een onschuldige, aandoenlijke advertentie in Het Joodsche Weekblad – van kleinkinderen die hun “lieve opa” feliciteerden.
        Opa was Mozes Jacob Kets de Vries, de kleinkinderen waren Cisca en Moos van Tijn. Hij en de kleinkinderen woonden in hetzelfde huis, aan de Wijnstraat 129 in Dordrecht. Hij, weduwnaar, was in juni 1940 komen inwonen, bij zijn dochter Johanna, de vrouw van David Mozes van Tijn, en de moeder van Cisca en Moos.
        Op 10 augustus hoopte opa 75 jaar te worden. Cisca en Moos vonden dat een eerbiedwaardige leeftijd, een mijlpaal. Daarom hadden ze de advertentie ingestuurd, om aandacht te vragen voor dat jubileum. Ze spraken er een vurige wens in uit: “God geve hem nog vele gelukkige jaren.”
        Die zijn opa totaal niet gegund geweest. Nog geen vier maanden later, op dinsdag 10 november, haalden de Duitsers en hun vazallen, triomfantelijk tientallen Dordtse joden uit hun woningen. Ze vingen er 31 die dag. Opa zat erbij, de kleinkinderen en Johanna ook. Vader David Mozes was een week eerder al gearresteerd.
        Op 19 november vermoordden de Duitsers opa in Auschwitz. Vier dagen later, op 23 november, volgden Johanna, Cisca en Moos. Vader David Mozes bleef ‘gespaard’ tot 30 april 1943. Maar toen werd ook hij vermoord in Auschwitz.
        Het andere kind van opa Mozes, dochter Elisabeth, ontsnapte evenmin aan de waanzin van de Holocaust. Zij werd zelfs al gedood, in Auschwitz, op een moment dat haar vader nog onbeschadigd rondliep in dat pand aan de Wijnstraat, op 30 september 1942. Haar man, Benjamin Leefsma, is nog eerder vergast, in Auschwitz, op 30 augustus 1942.
        Al dit moorden betekende het einde van de families Kets de Vries en Van Tijn. Omvangrijk als met name het gezin Van Tijn van oorsprong is geweest, bleek na de bevrijding niemand van hen nog in leven.
        En zoals de families weg waren, ging ook hun woonhuis aan de Wijnstraat weg, dat monument van droefheid. Alles verdween vergeten in de geschiedenis.
        Tot dinsdagochtend 18 april 2017. Om 11.30 uur kwam er in het trottoir, ter hoogte van het voormalige pand op nummer 129, de eerste van een serie Stolpersteine te liggen, gewijd aan de omgebrachte families. Opa Mozes kreeg het eerste steentje, de overige volgen later. Langzaam maar zeker worden de Ketsen de Vries en de Van Tijnen daarmee teruggehaald, ín de herinnering, uít de vergeetachtigheid. Een heden is ze door de Duitsers niet gegund geweest, maar hun verleden krijgen ze terug.
        Dit verhaal vult de summiere persoonsgegevens op de Stolpersteine aan.

klassenfoto waarop David Mozes staat

David Mozes van Tijn (1905), de latere echtgenoot van Johanna Kets de Vries, is een geboren Dordtenaar. Hij ging naar de hbs. In de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht zijn twee klassenfoto’s aangetroffen waarop David Mozes staat. Maar wie het is, wordt uit de bijschriften niet duidelijk. De bijschriften sommen alleen de leerlingen op, niet hun volgorde op de foto. De foto hierboven is van klas 2A (1919-1920), de foto hieronder van klas 5 (1922-1923).
Foto’s RAD (nrs. 552_390535-001 en 552_390536-004)

klassenfoto waarop David Mozes staat

Bescheiden
Opa Mozes Jacob Kets de Vries was afkomstig uit Veenendaal. Hij is er geboren op 10 augustus 1867. Zijn familie was bescheiden in tal. Zijn vader Jacob Kets de Vries en zijn moeder Jansje van Raalte kregen drie kinderen, allen te Veenendaal. Mozes Jacob was de eerste, na hem kwam Abraham Jacob (22.10.1868) en als derde Izaak Jacob (12.4.1870). Daarmee was het gezin voltooid. De kinderen bleven in leven. Kindersterfte, vrij gangbaar in die tijd, kenden Jacob en Jansje niet. Dit pakte gans anders uit bij de familie Van Tijn, zoals verderop zal blijken.
        Inzoomend op Mozes Jacob, de latere Dordtse grootvader, doemen deze ontwikkelingen op. Hij trouwde op 23 augustus 1905 in Rotterdam met Beletje Polak, een geboren Rotterdamse (16.4.1878). Ook het gezin dat zíj stichtten, bleef klein: twee kinderen. Johanna verscheen als eerste op 31 juli 1906, Elisabeth als tweede op 22 oktober 1910. Mozes Jacob werkte als kantoorbediende.
        Een hinkstapsprong: dochter Johanna op haar beurt koos David Mozes van Tijn tot haar echtgenoot. Het huwelijk werd voltrokken in Rotterdam, op 28 juni 1933. Hij is 28, zij 26. Nog diezelfde dag vertrok het bruidspaar naar Dordrecht, de stad waar David Mozes was geboren op 19 januari 1905. De echtelieden betrokken een woning aan de Wijnstraat, nummer 129, een hoog pand gelegen tegenover de toenmalige openbare bibliotheek. Later zou het ongenummerd worden tot 195, nog later werd het afgebroken. De locatie is onherkenbaar veranderd.

Wijnstraat 129

Johanna Kets de Vries gaat met haar man David Mozes van Tijn in juni 1933, aansluitend aan hun huwelijk, in Dordrecht wonen, aan de Wijnstraat 129 (later: 195). Tegenwoordig bestaat dit pand niet meer, het is vervangen door nieuwbouw. Maar op deze twee archieffoto’s is er nog net iets van te zien. Op de eerste staat het rechts naast het nog altijd bestaande gebouw van de firma O. de Kat (commissionair in effecten), op de andere foto is het pand nog beter te zien, met een nevenstaand hoekpand.
Foto’s RAD (nrs. 555_17162 en 555_13158)

Rotterdamse gezinskaart van Mozes Jacob en Beletje Polak

De Rotterdamse gezinskaart van Mozes Jacob en Beletje Polak, voor- en achterzijde: twee kinderen.
Hun eerste kind, Johanna, gaat later in Dordrecht wonen.
Foto’s Gemeentearchief Rotterdam

Wanhoop
Via Johanna en David Mozes raakte de familie Van Tijn verweven met de Ketsen de Vries. Maar van wie stamde David Mozes, de grossier in galanterieën, af?
        Droefstemmend is de genealogie van het geslacht Van Tijn. De vader van David Mozes is Izaak van Tijn, geboren in ’s-Gravendeel op 20 augustus 1878. Deze Izaak is een van de weinige kinderen die in leven bleven.
        David Mozes kreeg met Rachel den Hartog (Barendrecht-Oost, 20.9.1835) twaalf kinderen, van wie er acht binnen minder dan een jaar kwamen te overlijden: kindersterfte eiste hier een zware tol. Alleen al de eerste zeven kinderen stierven steeds kort na hun geboorte; het zal de ouders tot wanhoop hebben gedreven. De namen van die baby’s zijn: Mozes (1862), Betje (1863), Debora (1864), Hester (1866), Abraham (1867), Samuel (1868) en Eva (1869).
        Van de vier kinderen die hierna kwamen haalden er twee niet eens de tweede levensmaand (Mozes, nummer 9 van 1872 en Mozes David, nummer 11 van 1877) en zouden er slechts drie een behoorlijke leeftijd bereiken. Dit waren Abraham (nummer 8: 3.8.1871 – Apeldoorn, 21.9.1914; 43 jaar geworden), Hartog (nummer 10: 19.7.1874 – Amsterdam, 4.2.1925; 50 jaar) en Izaak (nummer 12: 20.8.1878). Deze laatste nu is de man die de vader zou worden van Dordtenaar David Mozes.
        Izaak van Tijn trouwde op 24 februari 1904 in haar woon- en geboorteplaats Gendringen met Franciska Spanjer (21.6.1874). Dordrecht werd het domicilie van het echtpaar. De twee kinderen die zij kregen, kwamen hier ter wereld. Eersteling werd David Mozes, in 1905, drie jaar later gevolgd door Henriëtte Rachel, op 14 maart 1908. In tegenstelling tot zijn ouders hield Izaak het bij deze kroost; klaarblijkelijk vonden hij en Franciska twee kinderen afdoende.

 Jacob van Baale (1888) kwam als eerste in Dordrecht te wonen, samen met zijn vrouw Maria Adriana Bogaarts

Vier jaar nadat zijn vrouw Beletje is overleden, verhuist opa Mozes Jacob naar Dordrecht, en gaat inwonen bij zijn dochter Johanna, in juni 1940, zoals deze gezinskaart (voor- en achterzijde) laat zien. In de oorlog worden hij, zijn dochter, zijn schoonzoon en zijn kleinkinderen opgepakt en vermoord.
Foto’s RAD

Sterfgevallen in de families

Sterfgevallen in de families: Izaäk van Tijn, de vader van David Mozes, overlijdt op 19 juni 1934, 55 jaar oud (NIW, 22.6.1934), Beletje Polak, de moeder van Johanna, op 26 juni 1936, 56 jaar oud (De Banier, 27.6.1936). In de oorlog, op 29 oktober 1941, sterft Keetje Kets de Vries-Schellevis, de vrouw van Izaak Jacob en schoonzus van opa Mozes Jacob, 70 jaar oud (Het Joodsche Weekblad, 31.10.1941).
Foto’s Delpher

Oorlog
In Dordrecht is de jodenjacht, blijkens gedigitaliseerde politiedagrapporten, al vanaf 10 maart 1942 gaande; steeds worden nieuwe groepen joden in bewaring gesteld. Op woensdag 4 november is David Mozes het slachtoffer. Hij belandt in de cel en uiteindelijk, na omzwervingen die niet uit te tekenen zijn, in Auschwitz, waar hij op 30 april 1943 wordt omgebracht.
        Zes dagen later is opa Mozes ‘aan de beurt’. Hij wordt op de 10de november weggehaald uit de woning aan de Wijnstraat, samen met zijn dochter Johanna en zijn kleinkinderen Cisca en Moos, en nog eens 27 andere Dordtse joden, in één grote razzia. Opa sterft in de gaskamers van Auschwitz op 19 november, negen dagen na zijn arrestatie. Johanna, Cisca en Mozes sterven ook in dit doodsoord, vier dagen later, op de 23ste.
        Henriëtte Rachel, de eerder genoemde zus van David Mozes, mocht haar leven al evenmin normaal uitleven. Zij, als ongetrouwde kantoorbediende wonend in Rotterdam aan de C.P. Tielesstraat 20b, wordt naar het Poolse kamp Sobibor getransporteerd, en daar vermoord op 23 april 1943. Haar dood is simpel te vinden in burgerlijke-standsdossiers, niettemin wordt zij curieus genoeg niet vermeld op de herdenkingssite Joods Monument.
        Daar staat juist weer wel Franciska van Tijn-Spanjer genoemd, Henriëtte’s moeder. Franciska blijkt op exact dezelfde dag als haar dochter, in hetzelfde Sobibor te zijn vergast, op 23 april 1943 dus.
        Letterlijk zijn de Dordtse familieleden en hun directe verwanten nu tot stof vergaan, negen doden in totaal. Precies zoals de nazi’s verordonneerden, zijn deze joden opgeruimd.

Izaäk van Tijn ligt begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht; Keetje op de joodse begraafplaas in Wassenaar

Izaäk van Tijn ligt begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht; Keetje op de joodse begraafplaas in Wassenaar.
Foto’s Websites ‘Het Stenen Graf’ en ‘Joods Monument’

Elders
Maar hiermee is nog niet alle leed in de familie Kets de Vries geschetst. De Holocaust leidde tot meer verminkte levens. De desbetreffende mensen komen kort aan de orde in dit overzicht:
        Abraham Jacob Kets de Vries, de broer van opa Mozes, stierf op 22 februari 1943 in Rotterdam, 74 jaar oud. Volgens de overlijdensadvertentie in Het Joodsche Weekblad van 5 maart overleed hij “plotseling”, verblijvend in het Rusthuis ‘Regina’ aan de Schepenstraat 27. Zijn dood is geregistreerd op de website ‘Joods Monument’. Abraham’s echtgenote, Antje Hartogs (Sommelsdijk, 11 september 1873), eindigde op 23 april 1943 in dat harteloze Sobibor, waar vrijwel iedereen meteen na aankomst werd vergast. Twee doden.
        Izaak Jacob Kets de Vries, ook een broer, reiziger van beroep, is vermoord in Auschwitz, op 21 januari 1943, op 72-jarige leeftijd. Zijn vrouw, sinds 26.7.1893, Keetje Schellevis (Amsterdam, 17 maart 1871) stierf in Den Haag, op 29 oktober 1941, en wordt door ‘Joods Monument’ als joods oorlogsslachtoffer aangemerkt. Twee doden.
        Ten slotte: Izaak en Keetje kregen in Rotterdam zes kinderen, van wie er twee piepjong stierven: Johan (15.5.1894), Rachel nr. 1 (14.6.1895 – 3.10.1895), Rebecca Aleida (3.8.1897), Abraham Izaak (25.7.1899 – 4.7.1901), Jacob Izaak (23.2.1901) en Rachel nr. 2 (3.12.1904).
        Eersteling Johan is gedood in Sobibor, op 23.7.1943. Eén dode.
       Rebecca Aleida is overleden in Den Haag op 24 juli 1919, 21 jaar oud, en begraven op de joodse begraafplaats in Wassenaar.
        Jacob Izaak trouwde Mijntje Sajet (Amsterdam, 25.6.1906). Zij is samen met de twee kinderen, Isidoor (Den Haag, 20.9.1931) en Sérah Kitty (Den Haag, 29.3.1933) in Auschwitz om het leven gebracht, op 7 december 1942, haar man overkwam dit daar op 28 februari 1943. Vier doden.
        Verheugend feiten zijn er te melden over Rachel de tweede. Met haar man Arie van der Wolf (Den Haag, 23.1.1901) en hun dochter Cirpka woonden zij aan de Zwetstraat 35 in Den Haag. Op dit adres woonden ook de ouders van Rachel in, Izaak en Keetje. Arie, vrouw en kind hebben de oorlog weten te overleven. Arie is op 28 januari 1975 in Wassenaar overleden, 74 jaar oud, zijn echtgenote Rachel op 1 januari 1989 in het Duitse Ludwigsburg, 84 jaar oud. Haar as is op zee verstrooid, bericht de website ‘Genealogieonline’. Drie overlevenden.
        Opgeteld komt het aantal Holocaustslachtoffers hiermee op achttien.

***

Hoewel al hun sporen zijn uitgewist, zijn de bewoners van Wijnstraat 129 niet vergeten. De Dordtse werkgroep Stolpersteine heeft ter hunner nagedachtenis op 18 april een eerste steentje laten metselen voor opa Mozes, de oudste. Later komen er voor de andere vier gezinsleden ook zulke gedenktekens. Hun namen komen onuitwisbaar terug in Dordrecht, uit de nevel van de herinnering.
        En, zei iemand eens, wie in de herinnering blijft, leeft voort.

Tientallen jaren later, in april 2017, heeft de Dordtse werkgroep Stolpersteine een eerste herdenkingssteentje metselen in de Wijnstraat, voor opa Mozes

Tientallen jaren later, in april 2017, heeft de Dordtse werkgroep Stolpersteine een eerste herdenkingssteentje metselen in de Wijnstraat, voor opa Mozes. De andere steentjes volgen later. Het steentje ligt op de plek waar het woonhuis van de familie Van Tijn stond. Op de foto van de straat is de nieuwbouw te zien, het steentje is te vinden direct achter de linker paal. Op de eerste foto spreekt de historicus drs. C. Weltevrede, lid van de werkgroep, terwijl belangstellenden toehoren.
Foto’s Redactie Website


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'