Het voorbije joodse dordrecht

Amsterdam eerde Lodewijk van Duuren met een  straatnaam, in Dordrecht is hij vrijwel vergeten

Familie Jansen

Twee foto's uit het familiealbum van de broers Kars (links) en Lodewijk, waarschijnlijk voor de oorlog gemaakt. De broers studeerden beiden aan de VU in Amsterdam en deden allebei verzetswerk. Foto Privébezit

Lodewijk van Duuren is in kringen van het voormalig verzet, en dan met name bij de zogenoemde Trouw-groep, beroemd en hooggeacht.
         Hij behoort tot de ‘23 van Trouw’, de 23 legendarische medewerkers van de illegale verzetskrant die op 9 augustus 1944 in Vught door een Duits vuurpeloton werden geëxecuteerd. Van Duuren, 27 jaar toen pas, is hiermee één van de meer dan honderd mensen die hun inzet voor Trouw, hun strijd voor vrijheid, democratie en recht, moesten bekopen met de dood.

Familie Jansen

Lodewijk van Duuren, nog zonder bril, trekkend aan een sigaret, in een
vooroorlogs jaar.
Foto Privébezit

         In Dordrecht zelf, de stad waarin deze geboren Tilburger opgroeide, is Trouw-medewerker nauwelijks bekend en zo goed als vergeten. Zijn Dordtse periode, de familie waarvan hij deel uitmaakte, zijn vertrouwde omgeving daar – het is niet uitgediept of geopenbaard, al helemaal niet zijn joodse voorgeschiedenis. Laat staan dat Lodewijk van Duuren in Dordrecht ruimschoots eer is betoond.
         Vandaar, in dit artikel: een schets van een Dordtenaar die bij volle bewustzijn zijn leven op het spel zette.

Tafel
Aan een tafel in een voorkamer in Eindhoven zit Mia van Duuren-Punt bereidwillig, en verzorgd gekleed, klaar. Voor haar liggen twee zware fotoalbums van de familie, aan weerszijden van de tafel bevinden zich haar zoon, ook Lodewijk geheten, en diens vrouw, Martha Baarda. Ze zijn vanuit Wadenoijen naar Eindhoven afgereisd, zoals ze zo vaak doen, maar dit keer willen ze er per se bij zijn: om mee te luisteren naar wat de al oude Mia zich nog heugt van de familiehistorie.
         Zoveel hebben ze er de afgelopen decennia nu ook weer niet over te horen gekregen, de oorlogsjaren waren vooral voor Mia’s echtgenoot Kars een non-onderwerp. Hun bandrecordertje gaat dus aan.
         In voorgaande weken had Mia geprobeerd in e-mails trouwhartig de vragen te beantwoorden die de redactie van deze website haar over Lodewijk, haar zwager, stelde. Maar dan weer verdween een e-mail, dan weer “dansten de zinnen door elkaar”, kortom, ze zat, schreef ze tot slot een beetje moedeloos, “te hannesen met de computer”. Kan de verslaggever niet gewoon langskomen? inviteerde ze.
         Mia was ons, de redactie, genoemd door Prijna Noordermeer-Van Duuren. Zij, woonachtig te Waalre, is de enige van de oorspronkelijke familie Van Duuren uit Dordrecht die nog leeft. Nadat zij was opgespoord, liet ze telefonisch weten toch liever naar haar schoonzus Mia te verwijzen. Die is ouder, en bovenal: zij is de vrouw (inmiddels weduwe) van Kars, de broer die samen met Lodewijk fysica studeerde aan de VU in Amsterdam, de broer ook die net als Lodewijk een actief lid was van het verzet.       
         Mia, de aangetrouwde, wist meer, verzekerde Prijna.

Max Noach

Thomas van Duuren, de vader van Lodewijk.
Foto Privébezit

Leraar
Thomas van Duuren, de stamvader van het gezin, kwam vanTilburg naar Dordrecht, in 1920. Hij, geboren in Leiden op 4 december 1891, was getrouwd met Prijna Schoneveld, afkomstig uit Warmond (5 januari 1892) en in Tilburg, hun trouw- en woonstad, hadden zij al drie van hun uiteindelijk zeven kinderen gekregen. In chronologische volgorde waren die eerstelingen: Lodewijk (5 augustus 1917), Jeanette (13 oktober 1918) en Kars (10 februari 1920).     
         In Dordrecht vestigden zij zich volgens de gezinskaart uit het plaatselijke archief eerst aan de Krispijnseweg 133 (op 15 september 1920), later, op 11 december 1922, in de Timorstraat 14 (nu: 16). Deze straat grensde direct aan de toenmalige Ambachtsschool, de school aan de Reeweg Oost waarin vader Thomas emplooi vond als leraar elektrotechniek. ’s Avonds werkte hij daarnaast nog op een avondschool voor machinisten.
         Honderden mensen zou hij gedurende zijn werkzame leven les geven, daarmee een zekere regionale faam verwervend. Ook schreef hij zo’n twaalf leerboeken elektrotechniek, die een landelijke verspreiding kenden. (Mia: “Hij was een ambitieuze man.”)
         Sara was de eerste die in Dordrecht werd geboren, op 15 september 1921. Na haar volgden nog Thomas (Tom, 11 november 1923), Johannes Arend (Joop; 14 december 1927) en ten slotte Prijna Mathilda (27 oktober 1932). Bij de geboorte van de laatste was het gezin alweer verhuisd, nu, op 26 augustus 1931, naar de Transvaalstraat 12 (tegenwoordig: 28).
         Hier zouden de Van Duurens tot ver na de oorlog blijven wonen, tot in de jaren zestig, in aantal steeds kleiner wordend, door huwelijken, verhuizingen en dramatische sterfgevallen.
        

Familie Jansen

Lodewijk van Duuren met zijn moeder, Prijna Schoneveld. De executie van haar zoon greep haar zo aan, dat zij kort nadien overleed.
Foto Privébezit

Joods
De moeder van de leraar Thomas van Duuren was joods. Zij heette Sara Bijdebeeke. Thomas, bijgevolg een volbloed jood, zwoor het joodse geloof echter af toen hij trouwde met de gereformeerde Prijna Schoneveld. Mia: “Hij is eigenlijk voor haar overgestapt.”*
         Maar hoe weinig affiniteit hij nog had met het jodendom, zijn uiterlijk bleef onmiskenbaar joods. “Hij zag er heel erg joods uit. Zwarte haren, grote neus, grote handen. Hij was gewoon een grote man.”
         Zijn aanzien maakte hem bang in de navolgende oorlogsjaren; hij vreesde er om zijn uiterlijk uitgepikt te worden door de nazi’s. Mia: “Hij ging zwerven. Hij had het idee dat ze, de Duitsers, hem wilden pakken.” Mia Punt, Lodewijks toekomstige schoonzus, geboren in Ede op 17 juni 1926, was toen nog lang niet in zicht. Zij zou Kars, haar latere eega, weliswaar in de oorlog wel eens ontmoeten, in Gorinchem, maar trouwde pas in 1948 met hem.
         De joodse achtergrond van Thomas van Duuren, plus dat zijn kinderen in feite halfjoden waren, is haar pas veel later gebleken. “Het is mij en passant eens verteld – dat de grootmoeder van Kars en Lodewijk joods was. Verder is er nooit over gesproken.” In Dordrecht, weet ze, gingen de Van Duurens naar de Wilhelminakerk, op de hoek van de Blekersdijk en Kon. Wilhelminastraat. Mia: “Daar is mijn moeder nog getrouwd!”

Max Noach

Dit is het bericht dat Trouw eind augustus 1944 publiceerde, nadat in Vught 23 medewerkers waren geëxecuteerd. Lodewijk staat tussen hen namen als derde.
Bron: Trouw

Natuurkunde
Bij het begin van de oorlog was het gezin Van Duuren al uiteengevallen. De kinderen hadden zich verspreid over Nederland.
         Lodewijk, de eerstgeborene, had zich in september 1935 in Amsterdam gevestigd, op de Prinsengracht 1015, om er aan de Vrije Universiteit wis- en natuurkunde te studeren. Zijn broer Kars kwam twee jaar later naar de hoofdstad, eveneens om zich aan dezelfde universiteit in fysica te bekwamen. Hij ging wonen aan de Keizersgracht, op nummer 162.
            Tom bevond zich in april 1939 in Kampen. Zijn zus Sara, verpleegster inmiddels, trok in september 1940 naar Noordwijk. En de resterende gezinsleden? Die trokken rusteloos rond, volgens de anekdotes die Mia zich uit de overlevering herinnert.
            “Vader Thomas was bang dat hij opgepakt zou worden. Zijn uiterlijk speelde daar zeker een grote rol in, maar dat was niet de eerste reden dat hij onderdook. Dat was vooral omdat de Duitsers achter zijn zoon Lodewijk aan zaten. En dat had weer te maken met de illegale activiteiten van hem en andere Trouw-mensen.”
            Vader Thomas begon zijn onderduik in Bennekom, in het zomerhuisje dat de familie daar bezat en waar zij de vakanties doorbracht. Hij ging erheen met zijn vrouw Prijna, en drie van de kinderen, Jeanette, Prijna junior en Joop. Later begaven ze zich naar een tweede onderduikadres, de boerderij van de familie Jochemse, in de buurt van Bennekom. Zoon Tom ‘logeerde’ intussen bij zijn vriendin; Sara werkte nog altijd in de verpleging. “Lodewijk en Kars zaten in het verzet, zij hielden natuurlijk geheim waar ze zaten.”

Familie Jansen

In de gevangenis van Haaren maakte A.G. Kort, de tekenaar van Trouw, dit portret van Lodewijk van Duuren, op 11 juni 1944. De tekening hangt nog altijd in de woning van Lodewijk's (wijlen) broer Kars in Eindhoven.
Foto Redactie Website

Maandblad
Lodewijk had zich in Amsterdam aangesloten bij de verspreidersorganisatie van het illegale Trouw, dat geen dagkrant was, maar een blad dat één tot twee keer per maand verscheen en werd samengesteld door een vierkoppige redactie. Voor de verspreiding beschikte Trouw over een wijdvertakt netwerk van hoofdverspreiders, rayonverspreiders en lokale verspreiders.
            Trouw had daarnaast, legde de krant in 2010 uit in een bijlage, “een eigen koeriersdienst bestaande uit meisje en vrouwen die brieven, kopij en kranten op de fiets rondbrachten”.
            Volgens de historicus Peter Bak uit Sint-Pancras, een ingewijde in de historie van Trouw, kwam Lodewijk terecht in de verspreidersgroep voor Amsterdam-Oost en het centrum. Van die groep maakten ook Wiet Dijkman en Jaap de Graaf deel uit, mannen die Lodewijk weer kende van het VU-studentendispuut Akademeia.
            Of Lodewijk een lokale of rayonverspreider was, weet Bak, die de eerste 25 jaar van Trouw beschreef in het boek Een ‘meneer’ van een krant (1999), niet. “In ieder geval had Dijkman de leiding in Amsterdam. En neen, Van Duuren heeft niet in Trouw geschreven.”
            Of Van Duuren ook de krant aan de man bracht in Dordrecht, acht Bak onwaarschijnlijk. “Zoveel is wel duidelijk: zijn hoofdactiviteit lag in Amsterdam.” Mia Punt voegt toe dat Lodewijk de eerste meidagen van 1940 wél heeft gevochten in Dordrecht [Trouw ontstond pas in 1943]. Zoiets vernam zij naderhand van haar man Kars. “Iemand waarschuwde Kars: ‘Ik heb je broer gezien.’ Kars erheen; ze hadden even contact. Lo was al in dienst, Kars zou de eerste mei opkomen, als Gele Rijder.” (Korps Rijdende Artillerie van de Koninklijke Landmacht, red.)
           
Ontbijtkoek
Lodewijks broer Kars zat later ook in het verzet, elders in Nederland. Volgens zijn echtgenote Mia gebeurde dit bij toeval. “Kars kende uit de kerk in Bennekom Wim Snoek. Wim ging naar Gorinchem, om in de Alblasserwaard, waar veel onderduikers zaten, hulp te bieden. Al snel vroeg hij Kars om hem te helpen. Kars kwam, maar Wim, die ergens anders sliep, werd die nacht gepakt. Toen moest Kars alles gaan opbouwen: Wie is te vertrouwen?”
            Kars werd aldus lid van de verzetsorganisatie LO/LKP, de landelijke knokploegen, meldde Trouw in een reportage van Co Welgraven op 9 augustus 2004.

Max Noach

Trouw schrijft geregeld artikelen of een bijlage over de '23 van Trouw'. Zo werd op 9 augustus 2014, zeventig jaar nadat de Trouw-medewerkers werden gefusilleerd, de voorpagina aan hen gewijd, als eerbetoon.
Foto Redactie Website

            Eind 1943 werd Lodewijk door de Duitsers gearresteerd – de prelude tot zijn executie.
            Hij is, zo vertelde Kars later, gearresteerd toen hij in Amsterdam een vriend ging waarschuwen. De Duitsers waren daar al gearriveerd en schoten hem neer bij zijn vlucht. Lodewijk werd gewond, gearresteerd en verpleegd in het ziekenhuis in Den Bosch, waar nog vergeefs is geprobeerd hem te bevrijden. Later werd hij overgebracht naar de gevangenis van Haaren. Volgens Trouw smokkelde hij “van daaruit in geheimschrift boodschappen naar zijn broer Kars en mensen van de Trouwgroep.”
            Welgraven citeert op dit punt Prijna Noordermeer-van Duuren, die hij destijds wist te interviewen. “Mijn moeder nam ontbijtkoeken voor hem mee. Maar die nam ze ook weer mee terug. Daar begreep ik niets van. Wat bleek: Lo schreef de binnenkant van de wikkels vol, en pakte daarna de hele boel weer keurig in om aan mijn moeder te laten teruggeven.” In zijn boodschappen waarschuwde Lodewijk voor een uiterst verdacht persoon.

Familie Jansen

De hoekwoning van de familie Van Duuuren aan de Transvaalstraat 12 (nu 28) in Dordrecht keek uit op de spoorlijn Dordrecht-Geldermalsen. De familie woonde er van 1931 tot in de jaren zestig.
Foto Redactie Website

Tekening
In Haaren zat Lodewijk opgesloten met 38 andere medewerkers van Trouw. Bij die gelegenheid is de voortreffelijk gelijkende tekening gemaakt, die Trouw keer op keer afdrukt bij terugblikken op de ‘23 van Trouw’. Mia vermoedt aanvankelijk dat de tekening is gemaakt door een mede-geëxecuteerde, maar dat blijkt niet te kloppen. Haar zoon haalt de tekening, die tientallen jaren eerst in de woonkamer in Eindhoven heeft gehangen en daarna naar boven is verhuisd, te voorschijn en daar staat het: rechts bovenaan, de naam van de maker: Andr. G. Gort, met als maakdatum: 11 juni 1944.
            [Andries Gerrits Gort, zo berichtte Trouw op 8 augustus 2008, was tekenaar van Trouw, cartoonist. Na zijn arrestatie op 27 januari 1944 werd hij hardhandig verhoord. Een week later volgden meer arrestaties. Zijn die betrokkenen door hem verraden?
            Nee. Trouw meldde dat uit getuigenissen en verklaringen blijkt dat de bezetter alle namen al in bezit had. Een lid van de hoofdredactie, Elbert van Ruller, schreef na onderzoek na de oorlog de vader van A.G. Gort een brief, die de zoon van A.G. Gort weer tussen de spullen van zijn grootvader aantrof. In die brief wordt Gort vrijgepleit. De geruchten over zijn verraad waren ongegrond.]
           
Akkoordje?
Van de in Haaren bijeengedreven Trouw-medewerkers, worden 14 drukkers naar Vught gestuurd. Gort krijgt, net als 23 andere Trouw-bezorgers, de doodstraf. Trouw, in 2008: “Maar Gorts straf wordt, een paar dagen voor de voltrekking van dat vonnis, omgezet in vijftien jaar tuchthuis. De strafvermindering is extra reden voor boze tongen om te vermoeden dat Gort het op een akkoordje heeft gegooid met de Duitsers.”
            Zo bleven de 23 over, onder wie Lodewijk van Duuren. Op 5 augustus 1944 worden zij door het politiestandgerecht in Den Bosch ter dood veroordeeld.
            Op 9 augustus, allen al overgebracht naar kamp Vught, worden zij “door het Duitsche vuurpeloton neergeveld”. Trouw drukt hun namen af in de editie van eind augustus 1944, onder de kop ‘Trouw tot in den dood’. Het lijstje omvat volledigheidshalve 24 namen: nummer 24 is Hendrik Veldhuis uit Meppel, die eerder, al bij de arrestatie, stierf “bij de dappere verdediging van zich en zijn kameraden”.
            Andries Gort zou een maand voor de bevrijding overlijden, in 1945, in het Duitse kamp Zwieberge, een klein kamp met hardvochtig regime.

Max Noach

Mia van Duuren-Punt, thuis in Eindhoven. "Thomas, de vader van Lodewijk, zag er heel erg joods uit."
Foto Redactie Website

Thuisfront
Hoe vernam het thuisfront, de familie Van Duuren, dat Lodewijk was gefusilleerd?
            Mia: “De familie was toen geen eenheid meer. Doordat iedereen overal verspreid zat, hebben ze het los van elkaar, op verschillende tijdstippen, gehoord.”
            Hoe Lodewijk’s vader Thomas het verschrikkelijke nieuws hoorde op zijn schuiladres in Bennekom, weet Mia niet. [Misschien via de bovengrondse kranten, die al in hun avondedities meldden dat het doodvonnis was voltrokken.] De executie greep zijn vrouw, Prijna, hevig aan. Zozeer, dat zij zeven weken nadien, op 27 september, overleed, aan dysenterie.
            Mia is ervan overtuigd dat het een met het ander te maken had. “Zij schrok van Lodewijk’s dood, het raakte haar ernstig. De luchtlandingen bij Arnhem, het moeten verlaten van haar huis, het versjouwen van veel spullen naar de bevriende boerderij van Jochemse en dan dat bericht over Lodewijk; het was te veel. Het heeft min of meer haar dood veroorzaakt. Een duidelijke oorzaak is er niet, maar we begrijpen het wel.”
            Lodewijk’s zus Prijna vertelde Trouw in 2004: “Het verdriet over de dood van mijn broer Lodewijk was onpeilbaar diep. Mijn moeder heeft mijn andere broer Kars nog gesmeekt om met zijn verzetsdaden op te houden. ‘Ik wil geen twee zonen verliezen’, zei ze. Maar Kars is doorgegaan; hij kon niet uit de organisatie stappen, vond hij.”
            Prijna van Duuren werd begraven in Bennekom. Thomas is na de begrafenis met zijn drie kleine kinderen vanuit Bennekom op de Veluwe naar Gorkum gaan lopen; een ontieglijk lange wandeling. Hij moest Kars vertellen dat zijn moeder was overleden; de andere kinderen wisten het blijkbaar al.
            Op een bepaald adres in Gorkum zou hij Kars treffen: bij de heer H. van Os, een ulo-leraar Engels die op de Nieuwe Hoven 49 woonde. Van Os vormde het contactadres van het verzet, een centraal brievenbuspunt. Daar heeft Thomas zijn zoon op de hoogte kunnen stellen.

Burgemeester
Mia Punt kende dit adres ook. Zij was in Gorkum komen te wonen, omdat haar vader van 27 maart 1930 tot 15 oktober 1934 burgemeester van het betrekkelijk nabij gelegen Herwijnen was geweest, na die functie eerder in Almkerk te hebben vervuld. “Mijn vader ging indertijd elke dag met de bus van Gorkum naar Herwijnen; wij woonden aan de Zusterstraat 28.” Korstiaan Punt is op 18 november 1937 overleden, in het gesticht Veldwijk te Ermelo.
            Doordat Mia indertijd evenzeer in het verzet zat, moest zij regelmatig op de Nieuwe Hoven zijn, waar zij Kars tegenkwam. “Nee, wij hadden toen nog geen verkering. Vlak voor de bevrijding kwam dat er pas van.”
            Hoe uiteindelijk alle andere broers en zussen van Lodewijk’s executie en het overlijden van hun moeder op de hoogte kwamen, weet Mia niet meer. Zij zegt afrondend alleen dat ál die gezinsleden de oorlog hebben overleefd, inclusief Kars, die inderdaad zijn verzetswerk tot het einde heeft doorgezet, en inclusief vader Thomas, die zo bevreesd was dat zijn joodse kenmerken hem zouden nekken.
            Dat Lodewijk een joodse vader had, was overigens de historicus Peter Bak niet bekend. “En ik vraag me af of men er in Trouw-kringen weet van heeft gehad. Ik ben het tenminste nergens tegengekomen. Uniek was het trouwens niet. Sándor Baraçs, die tijdens de oorlog de buitenlandoverzichten voor Trouw schreef, was een volle jood.”
            Na de executie van Lodewijk hoefde Thomas niet meer de angst te hebben dat de Duitsers achter hem aan zaten om zijn zoon. Maar zijn joodse uiterlijk was nog steeds een punt. Thomas dook daarom weer onder, nu in Dordrecht – bij de bevriende familie Dekkers, die een meubelhandel had op het Bagijnhof 10-12.

Twee Lodewijks
Hoe is het de familie Van Duuren na de oorlog vergaan?
            Thomas hertrouwde, in Dordrecht in december 1947, met Johanna van der Spek, een weduwvrouw met twee dochters die was geboren in Zoetermeer. In Indië, waar zij geïnterneerd was geweest, verloor zij haar man. Ze ging als weduwe terug naar Nederland en las op een dag een advertentie, waarin Thomas van Duuren een hulp in de huishouding zocht. Zij reageerde erop.
            Jeanette, die ook wis- en natuurkunde ging studeren maar de studie niet afmaakte, is als wiskundige gaan werken bij de EN-NEN. Kars trouwde met Mia, in 1948. Op 4 juli 1949 kregen zij een zoon, het eerste van de vijf kinderen. Zij noemden hem Lodewijk, naar de gefusilleerde. Mia: “Dat deed je gewoon. Je dacht er niet over na. Die naam moest voortbestaan.”
            Deze Lodewijk, aanwezig bij het gesprek in Eindhoven, vindt het oprecht “wel leuk” dat hij naar zijn oom is vernoemd. “Ik vind de familielijn belangrijk. De naam blijft zo voortleven. Ik heb ook respect voor wat mijn vader en mijn oom hebben gedaan.” Bovendien is Lodewijk in de familie Van Duuren een echte stamnaam, vult hij aan. “De vader van Thomas heette ook Lodewijk.”
            Verrassend genoeg, voor buitenstaanders althans, is dat er nóg een Lodewijk is: het kind dat Thomas en zijn tweede vrouw Johanna kregen. Hij werd geboren op 30 december 1949. “Wij hebben een goede band met elkaar”, zegt de Lodewijk uit Wadenoijen over zijn halfoom, die bioloog van beroep is. Deze Zoetermeerse Lodewijk wijst erop dat er ook nog een neef is vernoemd naar de verzetsman Lodewijk: het jongste kind van zijn broer. Deze Lodewijk is op jonge leeftijd overleden.
            De Lodewijk die door geweerschoten werd geveld, de kernfiguur van dit verhaal, kwam na de oorlog nauwelijks meer ter sprake. Mia: “Zijn vader sprak er niet veel over. Ik heb het althans niet meegemaakt. Het was natuurlijk ook moeilijk, omdat hij met zijn tweede vrouw een nieuw gezin opbouwde. In groot gezelschap sprak je er dan niet makkelijk over. Misschien deden Kars en Prijna het onderling wel, maar dat is een veronderstelling van mij.”
            Haar zoon vult aan: “Het was een tijd van wederopbouw. Alle emoties werden weggeduwd. Het ging nu om opnieuw beginnen, niet meer omkijken. In mijn beleven heeft mijn vader er evenmin over gepraat. Wat wij van de oorlog wisten, weten we van m’n moeder. Hij heeft ook nooit verteld wat hij gedaan heeft, heel weinig.”
            De Zoetermeerse Lodewijk zegt dat hij in zijn leven “verscheidene keren” is aangesproken door mensen die zijn halfbroer hebben gekend. “Dat is echter weer lange tijd geleden.” En: “Het heeft mij zelf eens door een examen natuurkunde geholpen.” Overigens noemt deze Lodewijk zijn halfbroer gewoon “broer’, “al heb ik hem natuurlijk nooit gekend, alleen uit verhalen”.

Tenger
Thomas van Duuren is op 21 augustus 1964, op 72-jarige leeftijd, in Wittem overleden, tijdens een vakantie. Zijn vrouw stierf op 8 september 1981. Beiden liggen begraven op de algemene begraafplaats in Dordrecht.
            Kars, de verzetsbroer van Lodewijk, voltooide zijn studie, en promoveerde in mei 1952. Bij de promotie gingen volgens Peter Bak “de gedachten ook uit naar Lodewijk, van wie de universiteit, volgens Trouw, grote verwachtingen had”. Ook op de website van het nationaal monument Kamp Vught wordt Lodewijk, verder een “tengere, bleke jongeman”, herinnerd als “een uitstekend student”.
            Dr. Kars van Duuren verhuisde naar Noorwegen, keerde na twee jaar terug, om bij Philips in Amsterdam te gaan werken, vervolgens in Eindhoven, als adjunct-directeur van diverse afdelingen. Hij overleed op 20 mei 1996.
            Zijn zoon Lodewijk is inmiddels met pensioen. Deze heeft allerlei managementfuncties vervuld bij de Arbo-dienst, onder andere in Dordrecht, dezelfde stad als waar de Trouw-held volwassen werd. Zo’n vijfentwintig jaar bleef hij er, vanaf 1977, samen met zijn vrouw, de chemicus Martha Baarda, eerst op de Wolwevershaven, later op de Korte Scheidingsweg.
            Hij is toen niet zozeer aangesproken op de naam van zijn vermaarde oom, maar op die van zijn grootvader. “Mijn opa was zo bekend. Vanuit de Arbo kwam ik bij veel bedrijven en daar trof ik voortdurend mensen die nog les van hem hadden gehad. Dat was leuk.”

Familie Jansen

In de Dordtse Wilhelminakerk hangt een plaquette waarmee gemeenteleden worden herdacht die in de oorlog zijn
omgekomen,  onder anderen Lodewijk van Duuren.
Foto Redactie Website

Iconen
De daden van Lodewijk van Duuren en die andere loyale Trouw-medewerkers zijn allerminst vergeten.
            Het dagblad Trouw is deze “slachtoffers van hun principes” onverminderd innig dankbaar, al ruim zeventig jaar. Dankzij de Trouwgroep immers “hebben wij het voorrecht iedere dag in vrijheid de krant te mogen maken”, schreef oud-hoofdredacteur Willem Schoonen in 2010.
            Op gezette tijden, om de zoveel jaar, wijdt de redactie artikelen of een bijlage aan hen. Deze publicaties, waarin de redactie telkens opnieuw “diep respect” betuigt, zijn bedoeld als eerbetoon, maar ook “om de herinnering aan deze iconen van vrijheid levend te houden”, schreef huidig hoofdredacteur Cees van der Laan eens.
            Laatst, op 9 augustus 2014, 70 jaar na de executie, ruimde Trouw bijvoorbeeld de hele voorpagina in voor de ‘23 van Trouw’. Daar stond hij weer tussen, met portrettekening en al: Lodewijk van Duuren, 27 jaar, Dordrecht.
            De gemeente Amsterdam heeft hem passend geëerd. Lodewijk kreeg er al als dank voor, en hommage aan, zijn verzetsdaden een eigen straat.
            De Lodewijk van Duurenstraat is te vinden in De Aker, een wijk in Amsterdam Nieuw-West, ten noorden van Schiphol. Eind jaren tachtig werden hier de eerste woningen in gebruik genomen. Ook staat zijn naam op een plaquette in het hoofdgebouw van de VU.
            In Dordrecht, langdurig zijn woonplaats, staat Lodewijk van Duuren genoemd op een plaquette in de Wilhelminakerk. Deze is niet exclusief voor hem bedoeld, maar voor alle (zestien) gemeenteleden die tijdens de oorlog het leven lieten.
 
[* Lodewijk van Duuren uit Zoetermeer meent echter dat Thomas van Duuren al hervormd was, voordat hij met zijn gereformeerde vrouw trouwde. “Alle broers en zussen van mijn vader waren Nederlands Hervormd, al waren ze volgens mij niet erg kerks.”]

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'