Het voorbije joodse dordrecht

Niet-joodsheid redde Louis Hartog,
maar zijn zus Annette juist niet

Louis David Hartog

Dit is de in Dordrecht geboren Louis David Hartog,
die de oorlog heeft weten te overleven.
Foto Archief Jiří Hartog

Louis David Hartog is in Dordrecht geboren, in 1910, maar zal daar niets van hebben meegekregen: nog als baby verliet hij de stad. Weliswaar keerde hij er in 1936 als volwassene terug, maar ook toen was zijn verblijf weer kort: een halfjaar.
        In weerwil van zijn naam, is Louis David Hartog niet-joods. Zijn vader, David, was het wel; zijn moeder, Maria, was rooms-katholiek. Strikt genomen zou Louis David zich halfjood kunnen noemen, maar hij weerde resoluut elk geloof af. En misschien is het zijn niet-joodsheid wel geweest, die hem door de oorlog heeft geholpen.
        Zijn zus Annette stond ook als niet-joods geregistreerd. Maar haar heeft dat allerminst geholpen. De Duitsers vermoordden haar met mechanische routine in Auschwitz, in augustus 1943. Haar ex-man, de joodse verzetsstrijder en communist Samuel Zacharius Dormits, schoot zich in oktober 1942 door het hoofd, toen hij gevangen werd gezet op een Rotterdams politiebureau. Annette’s vader David, hoewel hij gemengd gehuwd was geweest en misschien hoopte daarom gespaard te worden, kreeg geen vrijwaring. Hij is vergast in Sobibor, in april 1943.
        Behalve Louis David zelf kende de familie Hartog nog drie overlevenden: zijn twee broers Frits Arthur en Robert George, en Maurits, het zoontje van zijn zus Annette en Samuel.
        Samenvattend: de Tweede Wereldoorlog heeft de familie Hartog gefragmenteerd. Soms speelde hun joodse afkomst een bepalende rol, soms juist niet. En dan waren er in deze familie nog andere trieste voorvallen, al voor de oorlog. De Hartogs leken de doem achter zich aan te slepen.
        In dit verhaal: de lotgevallen van een veelgeplaagd, kortstondig Dordts gezin.

Het woonhuis van de familie Hartog in de Koningin Wilhelminastraat

Het woonhuis van de familie Hartog in de Koningin Wilhelminastraat bestaat nog steeds, alleen heeft het oude nummer 17 (rood en zwart) na de onnummering in de jaren vijftig de nummers 33 en 35 gekregen.
Foto Redactie Website

Zwanger
Op 24 juli 1907 was het zover: David Hartog, een kantoorbediende geboren in Gestel (11.11.1882), trouwde in Rotterdam met de Rotterdamse Maria Augustina Vonk (4.4.1887). Hij was joods, zij katholiek − en zwanger. Krap drie maanden later, op 6 november, beviel zij van haar eerste kind, Louis David. Het leven van de baby heeft niet lang geduurd. Ruim drie maanden later, op 23 februari 1908, stierf hij. Weer een jaar later, op 8 maart 1909, baarde Maria een tweede kind: Annette Mary. Haar was een heel leven gegund, totdat de nazi’s het vernielden.
        David, Maria en Annette verhuisden volgens de Rotterdamse gezinskaart op 10 september 1910 naar Dordrecht. Ze betrokken een woning in de Koningin Wilhelminastraat, op nummer 17 (nu: 33-35). Maria was opnieuw zwanger. Op 4 oktober beviel zij van haar derde kind, genoemd naar de jonggestorven eersteling: Louis David.
        Dordrecht beviel het gezin blijkbaar maar matig. Op 19 juli 1912, een jaar en tien maanden later, keerden ze terug naar Rotterdam, waar ze gingen wonen in de Insulindestraat, op nummer 35b. Louis David zal geen enkele herinnering hebben overgehouden aan Dordrecht, hij was er te kort.
        Maria was inmiddels wederom zwanger. In Rotterdam baarde zij een vierde kind, Frits Arthur, op 26 augustus 1912. In het jaar daarop verliet het gezin Rotterdam, op 10 juni 1913, nu om naar Den Haag te trekken, naar Scheveningen eigenlijk, naar de Middelburgsestraat 29.
        En daar, op 11 maart 1918, vijf jaar later, werd het gezin uitgebreid met een vijfde kind, Robert George. Op de gezinskaart kwam bij alle vier overgebleven kinderen een streepje te staan, betekenend: niet-gelovig. Alleen bij de laatstgeborene, Robert-George, is naderhand op zijn eigen kaart “RK” ingevuld.
        Maria Hartog heeft het moederschap niet lang kunnen volhouden. Zij is op 27 maart 1923 overleden, nog pas 35 jaar oud. Dit sloeg haar man David, opgeklommen tot handelsagent, uit het lood. Hij brak. Volgens Jiří Hartog uit Voorhout, een achterkleinkind, raakte David Hartog “de kluts kwijt”. “Hij zocht heil in drank, spel en vrouwen, zijn goedlopende handel zakte ineen. Zijn kinderen zette hij op straat.” Met de vroegtijdige dood van moeder Maria zette zich een aaneenschakeling van narigheden in.

gezinskaart van de familie Hartog

Notities over de leden van het gezin Hartog in de boeken van de Dordtse burgerlijke stand.
In hun korte Dordtse tijd woonden zij in de Koningin Wilhelminastraat, op nummer 17.
Foto’s Regionaal Archief Dorderecht (RAD)


Twee geboorteberichten die samenhangen met de Hartogs

Twee geboorteberichten die samenhangen met de Hartogs. Het Rotterdamsch Nieuwsblad bericht op 10.03.1909 dat Maria A. Hartog-Vonk is bevallen van een dochter (Annette). Dezelfde krant meldt op 30.08.1912 dat zij een zoon heeft gebaard (Frits Arthur).
Foto’s Delpher

Stofzuiger
Jiří Hartog is druk bezig de geschiedenis van de familie Hartog uit te vlooien en in kaart te brengen. Hij kan daarom veel aanvullende gegevens verstrekken, die in dit verhaal zijn gebruikt. Voor beter begrip: hij is de zoon van Tom Hartog, die weer een zoon is van de Dordtse Louis David.
        Toen Louis David Hartog, ‘opa Lou’ voor Jiří, uit huis werd gezet door zijn vader, kreeg hij “alleen een stofzuiger mee, zo wil het verhaal”. In Rotterdam “vond hij onderdak bij een broer en zus” (geen familie). De man werkte bij de verzekeringsmaatschappij RVS, waar de nog ongehuwde Louis David ook terecht kon. Hij werd er controleur.
        In die functie verhuisde hij in 1936 naar Dordrecht, zijn geboortestad. Volgens de Rotterdamse gezinskaart arriveerde hij er op 28 maart, en trok hij in een woning aan de Dubbeldamseweg, op nummer 12 rood (nu: 16). De Dordrechtsche Courant maakte er melding van, in de rubriek ‘Van komen en gaan’, op 3 april, zij het met een verkeerd huisnummer: 13 rood. Een halfjaar later was hij alweer uit Dordrecht verdwenen. Op 28 september verhuisde hij naar Schiedam. Zijn verblijf was nu nog korter geweest dan bij zijn geboorte.
        In 1938, op 13 januari, trouwde Louis David in Hillegersberg met Nelly van den Berg (Rotterdam, 25.9.1911). Hij was inmiddels 27, zij 26. Zij kregen drie kinderen: de zonen Willem Lodewijk (‘Pom’; Den Helder,19.9.1939), Tom (Schagen, 27.10.1941) en dochter Joosje (Barnerhorn, 24.8.1944).

Deze Haagse gezinskaart toont het volledige gezin en laat ook zien dat de kinderen allen niet-gelovig zijn

Jaren later, in maart 1918, komt er in Scheveningen nog een kind bij, Robert George.
Deze Haagse gezinskaart toont het volledige gezin en laat ook zien dat de kinderen allen niet-gelovig zijn.
Foto Gemeentearchief Den Haag.


Louis David woonde in die tijd aan de Dubbeldamseweg

In 1936 keerde Louis David, de zoon, terug in Dordrecht, voor een halfjaar, waarschijnlijk in verband met zijn werk. Hij was verzekeringscontroleur. Hij woonde in die tijd aan de Dubbeldamseweg, op nummer 12 rood. Dat is tegenwoordig nummer 16 (het pand achter de groene auto), de linkerdeur. Nummer 12 zwart werd nummer 18.
Foto Redactie Website

Kwartjoden
De oorlog breekt uit, velen zien het leven ineens vijandig tegen zich gekeerd.
         Alle joden, ook half- en kwartjoden, dienen zich te registreren. Ze worden klemgezet, geïsoleerd, ze worden prooi. Hoe zou de Holocaust uitpakken voor de kinderen Hartog, die immers een joodse vader hadden?
        Voor de getourmenteerde weduwnaar David is er geen genade. Op het laatst wonend aan de Paviljoensgracht 30 in Den Haag wordt hij opgepakt en zolang opgesloten in kamp Westerbork. Vandaar wordt hij met transport 61 op 27 april 1943 naar Sobibor vervoerd. Drie dagen later, op 30 april, is hij tot as verbrand.
        Zijn dochter Annette Mary, officieel niet-joods, wordt niettemin ook vermoord, in Auschwitz, op 27 augustus 1943, 34 jaar oud.
        Over Annette (‘Netty’) is, in tegenstelling tot haar vader, meer informatie bekend. Vooral op de herdenkingssite Joods Monument is een en ander te vinden; daarnaast op de joods-genealogische website van Israëliër Max van Dam.
        Annette trouwde op 13 mei 1931 in Rotterdam met de joodse manufacturier Samuel Zacharias (‘Sally’) Dormits (Rotterdam, 2.10.1909). Aan deze Sally is een Wikpedia-pagina gewijd, die vertelt dat hij samen met zijn ouders Mozes en Kaatje een jaar in Brazilië heeft doorgebracht, in Santos in 1914. In 1915 keerde hij terug naar Nederland, maar later trok hij toch nog enkele malen naar Zuid-Amerika. Hij nam deel aan een Braziliaanse revolutionaire beweging, en raakte statenloos: hij verloor het Nederlanderschap of stond het af.
        Van 1937 tot 1939 vocht hij, overtuigd communist zijnd, als vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog. Terug in Nederland begon hij een zaak in radio-onderdelen in Den Haag. Joods Monument (JM): “Hij organiseerde de Nederlandse Volksmilitie, een met de Communistische Partij Nederland (CPN) verbonden Rotterdamse sabotagegroep. Hierbij werd hij onder meer geholpen door Sara van Gigch, met wie hij ging samenwonen.”
        Annette, ook communist, heeft hem twee kinderen geschonken. De eerste, geboren op 6 september 1931, stierf nog dezelfde dag. Op 21 mei 1933 verscheen het tweede kind, Maurits (‘Tom’). Annette en Samuel scheidden in de oorlog, volgens het vonnis in de Staatscourant op 12 mei 1942

Maria Vonk, de moeder, overlijdt op 27 maart 1923

Maria Vonk, de moeder, overlijdt op 27 maart 1923, volgens de overlijdensakte om half twaalf ’s ochtends,
en nog pas 35 jaar oud. Maria’s man David raakt daarna de kluts kwijt.
Foto Gemeentearchief Den Haag


De Dordrechtsche Courant meldt de aankomst in Dordrecht van Louis Hartog

De Dordrechtsche Courant meldt de aankomst in Dordrecht van Louis Hartog, in de editie van 3 april 1936, zij het met een verkeerd huisnummer (13 rood).
foto RAD

Diefstal
Op 17 oktober dat jaar stal Samuel Dormits een handtasje dat een vrouw bij de bakker vergeten was. Wikipedia: “Het was hem om de bonnen en het persoonsbewijs te doen.”
        De vrouw ontdekte thuis dat ze haar tas vergeten was, keerde terug en herkende op straat Dormits. Ze sprak hem aan, rukte zijn uitpuilende aktetas uit zijn handen en ontdekte haar handtas. “Een voorbijganger hield Dormits vast tot een hulpagent arriveerde”, die Dormits meenam naar het bureau Oostervantstraat.
        Toen de politie hem er wilde fouilleren, trok Dormits een pistool en schoot zichzelf door het hoofd. Enkele uren later stierf hij in het Coolsingelziekenhuis.
        Op de website van Yad Vashem, het Israëlische onderzoeks- en herdenkingscentrum, is te lezen dat Maurits, het negenjarige zoontje, vervolgens is gered door ene Krijn Breur.
        Zodra Breur hoorde van de zelfmoord van Samuel, haalde hij Maurits op uit het huis van een oom, en nam hem mee naar zijn eigen huis, waar Maurits’ moeder, op de website abusievelijk Rosalie in plaats van Annette genoemd, zich al verstopte. De volgende dag werd het pand doorzocht door de Duitsers, die Breur al langer in de gaten hielden. Krijn, zijn vrouw Adriana, hun zes maanden oude baby, Annette en Maurits werden gearresteerd.
        Annette werd naar Auschwitz afgevoerd. Maurits daarentegen werd “om onverklaarbare redenen” vrijgelaten en ging terug naar zijn oom.
        Adriana’s baby werd bij haar grootouders gebracht. Zelf belandde zij in de gevangenis van Scheveningen, en ten slotte, na veel omzwervingen in meerdere kampen, in het concentratiekamp Ravensbrück. Daar is zij bevrijd door het Rode Leger; op 6 juli 1945 was ze terug in Nederland. Haar man Krijn werd gemarteld en na een proces op 2 januari 1943 ter dood veroordeeld. Op 2 februari 1943 is hij geëxecuteerd. Na de oorlog is hij herbegraven op de erebegraafplaats in Overveen.

Een zeldzame naoorlogse foto van nabestaanden van de familie Hartog

Een zeldzame naoorlogse foto van nabestaanden van de familie Hartog. Achteraan staan David’s Dordtse zoon Louis Hartog en zijn vrouw Nelly. Vooraan staan, van links naar rechts: Willem Lodewijk, Tom en Joosje. De foto is zo rond 1950 gemaakt. Er zijn verder geen andere familiefoto’s beschikbaar.
Foto Archief Jiří Hartog

Geen affiniteit
Hoe de overlevende leden van het gezin Hartog door de oorlog zijn gekomen, is minder duidelijk.
         Jiří Hartog weet over Maurits, de achterneef van zijn opa, slechts te melden dat hij “via talloze onderduikadressen de oorlog heeft overleefd”, en dat hij na de oorlog “in verschillende weeshuizen is opgegroeid”. Ook zijn tante Joosje is “de oorlog zonder noemenswaardige problemen doorgekomen”.
        Maurits Dormits trouwde op 24 augustus 1956 met Ina Velleman (Amsterdam, 30.3.1932), van wie hij op 8 mei 1979 scheidde, om daarna een tweede relatie te krijgen met Johanna Matthea Knoop. Uit zijn eerste huwelijk zijn twee kinderen voortgekomen, Roeland en Wouter. Hun vader Maurits is overleden op 10 januari 2011 in Almere.
        Louis David Hartog, de oom van Maurits, doorstond ook de oorlog. Hoe, is niet precies te traceren. Jiří Hartog houdt het erop dat hij “de oorlog zonder kleerscheuren is doorgekomen, zonder te hoeven onderduiken. Waarschijnlijk was dit omdat hij halfjoods was en getrouwd met een katholieke vrouw.”
        Louis David, die zich bij de RVS opwerkte tot in de directie, “sprak niet over het verleden”. En zijn joodse afkomst deerde hem totaal niet. Jiří: “Hij wilde niets met het jodendom of welk geloof ook te maken hebben.” Zijn oom Willem Lodewijk bevestigt dit: “Mijn vader heeft het joodse geloof nooit beleden, dus ook niet afgezworen, en ik, als actief lid van de Gereformeerde Kerk van Katwijk, al helemaal niet.”
        Willem Lodewijk Hartog heeft sowieso “geen enkele affiniteit met de deels joodse achtergrond” van zijn vader. “Anders gezegd: het doet me helemaal niets. Er werd thuis nooit over gesproken. Vragen, voorzover al gesteld, werden niet beantwoord. Ik hoorde er pas van toen ik in de derde of vierde klas van de hbs zat.”
        Jiří Hartog voegt nog toe: “Mijn opa Lou was een moeilijke man. Hij was gebrouilleerd met, voor zover ik weet, zijn vader, zus, beide broers en na de scheiding met zijn vrouw Nelly in 1960, ook met zijn kinderen. Ik, geboren in 1972, heb hem nooit gekend.” Louis David, de Dordtenaar van weleer, is later hertrouwd met zijn jongere secretaresse, Jopie Schinkel. Hij is overleden in Heiloo, in maart 1991. Zijn ex-vrouw Nelly overleed in november 1998 in Katwijk.

Twee berichten uit de Nieuwe Schiedamsche Courant

Twee berichten uit de Nieuwe Schiedamsche Courant: nadat hij van Dordt naar Schiedam is verhuisd, trouwt Louis op 13 januari 1938 met Nelly van den Berg. Een jaar later, op 19 september 1939, wordt hun eerste kind geboren, Willem Lodewijk (‘Pom’).
Foto Redactie Website

Emigratie
Twee andere broers van deze Louis David, Frits Arthur en Robert George (‘Ronnie’), hebben de oorlog eveneens levend weten te overbruggen. Ook over hun oorlogstijd kan Jiří Hartog weinig melden. Sterker nog, hij is nog volop bezig deze familieleden en hun nazaten op te sporen. Vermoedelijk hebben Frits en Ronnie, die allebei in Den Haag woonden, de oorlog overleefd doordat zij half-joods waren, en beiden bovendien getrouwd met een niet-jodin. Zulke gemengde huwelijken leverden meestal uitstel van deportatie op. Na de oorlog is Frits Hartog met vrouw en vier kinderen Johanna, Frits, Fred en Don “direct geëmigreerd” naar Australië, waar nog twee kinderen werden geboren, David en Steve. Pas eind 2016 heeft Jiří Hartog met nazaten van hen contact weten te leggen. “Dat was erg leuk, want we hadden geen weet van elkaars bestaan.”
        Ronnie, die in de oorlog als radiotechnicus in Den Haag werkte, heeft met zijn vrouw drie kinderen gekregen, die Jiří Hartog inmiddels heeft opgespoord. “Dochter Ruth woont in Heemskerk, zijn dochter Ankie in Parijs. Zijn derde dochter, Marijke, is in 2000 overleden. Zelf heeft Ruth twee dochters en Ankie drie dochters.”

***

        Tot zover de (stilmakende) wederwaardigheden van de familie Hartog − een gezin dat destijds in Dordrecht onmogelijk heeft kunnen bevroeden dat zich zoveel ongewilde misère zou gaan opstapelen. Ze hadden zich hun leven ongetwijfeld anders voorgesteld.

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'