Het voorbije joodse dordrecht

Twee jaar na de Stolperstein is er
ook een verhaal over Magcheltje

Albert Coenders en Céline Bos

30 november 2019: Albert Coenders en Céline Bos buigen zich voorover om de tekst op de Stolpersteine voor Magcheltje van Hegten en haar zoon Meijer te lezen, in de Cornelis van Beverenstraat. Op de achtergrond kijkt Florens, de zoon van Céline, naar de fotograferende medewerker van de werkgroep Stolpersteine. Voor Albert Coenders was het tachtig jaar geleden dat hij in deze straat zijn grootmoeder Magcheltje opzocht.
Foto Redactie Website

Op de laatste dag van november 2019 stonden ze weer in de Dordtse Cornelis van Beverenstraat: Albert Coenders na tachtig jaar, zijn achternicht Céline Bos na 47 jaar. Ze bogen zich naar de kleine Stolperstein die in de tussentijd in de stoep was gemetseld – pal voor het woonhuis van Magcheltje van Hegten, Albert’s grootmoeder, Céline’s overgrootmoeder. Ze lazen in stilte de tekst die in het - die ochtend schoongepoetste - steentje was gebeiteld. En daarna bekeken ze het naastliggende steentje, aangebracht voor Magcheltje’s zoon Meijer.
        Voorbijgangers zullen op geen enkele manier hebben vermoed wat zich hier, in de Van Beverenstraat, afspeelde. Maar voor Albert en Céline lag dat anders: met deze steentjes werden familieleden herdacht die niet konden ontsnappen aan de moorddadige jodenvervolging van de nazi’s. Ze raakten erdoor geëmotioneerd − vooral Albert, die als jongeman dikwijls had gelogeerd bij zijn opa en oma in Dordrecht. Het was een soort rouwplechtigheid.
        De struikelsteentjes voor Magcheltje en Meijer zijn al geplaatst in juni 2017. Leden van de Dordtse werkgroep Stolpersteine waren er toen bij aanwezig, evenals enkele belangstellenden. Familieleden ontbraken, om de eenvoudige reden dat die de werkgroep niet bekend waren. Een verhaal kon over moeder en zoon al evenmin geschreven worden: er waren weinig gegevens voorhanden. Een werkgroeplid vertelde de toehoorders voorafgaande aan de steenlegging summier wie Magcheltje en Meijer waren.
        Twee jaar later sprak Céline Bos, woonachtig te Deventer, bij toeval twee Dordtenaren die net als zij hadden deelgenomen aan een schilderscursus in Griekenland. Zij wezen haar op het journalistieke lid van de Dordtse werkgroep en via hem ontdekte Céline dat er in de Van Beverenstraat al een Stolperstein ligt voor haar overgrootmoeder en heur zoon Meijer. Dit greep haar nogal aan, zij moest er “echt even van bijkomen”, berichtte ze.
        Vervolgens maakte zij een afspraak om de steentjes te komen bekijken, in bijzijn van haar oom Albert en haar 16-jarige zoon Florens, want die is “dol op geschiedenis” en geïnteresseerd in de familiehistorie. Vanzelfsprekend waren zij en Albert verder alleszins bereid om aanvullende informatie over de familie Van Hegten te geven, evenals foto’s.
        En zo kwam het dat op de laatste dag van november 2019 twee mensen, ieder na tientallen jaren, weer in de Van Beverenstraat stonden, bedroefd kijkend naar een steentje.

Hartog van Hegten en zijn vrouw Magcheltje

Hartog van Hegten en zijn vrouw Magcheltje, op latere leeftijd.
Foto Privébezit


Hartog van Hegten en Magcheltje Haas in ondertrouw

Hartog van Hegten en Magcheltje Haas zijn in ondertrouw zijn gegaan, volgens een bericht in de ‘Nieuwe Vlaardingsche Courant’ van 18 augustus 1888. Elf dagen later, op 29 augustus, trouwen zij, in Strijen.

Overkanten
Een woord vooraf: de naam Van Hegten is in archivalia ook wel als “Van Hechten” geschreven en op een enkel Dordts document, zoals een lijst van kiesgerechtigden 1889-1890, zelfs als ‘Den Hechten”. In dit verhaal wordt de gangbare spelling gehanteerd, Van Hegten.
        Hartog van Hegten noch zijn vrouw Magcheltje Haas is een geboren Dordtenaar. Hij kwam van de overkant, uit Papendrecht, waar hij op 30 juli 1855 werd geboren, als zoon van David Hartog van Hegten (Papendrecht, 8.1.1917 – Papendrecht, 7.2.1880; 63 jaar) en Antje van Blankenstein (Oudekerk aan de IJssel, 25.8.1819 – Papendrecht, 5.11.1898; 79 jaar). Magcheltje kwam eveneens van een overkant van het Eiland van Dordrecht, een andere: uit Strijen in de Hoeksche Waard. Zij kwam ter wereld op 27 januari 1863, als telg van Jacob Haas (Brielle, 16.6.1830 – Strijen, 8.12.1916; 86 jaar) en diens tweede echtgenote Rachel Zwarenstein (Strijen, 15.8.1837 – Strijen, 23.2.1922, 84 jaar).
        Het huwelijk van Hartog en Magcheltje had, zoals gebruikelijk was, plaats in haar woonplaats, in Strijen op 29 augustus 1888. Hij was al 33, zij nog pas 25, en beiden waren joods. Zich vestigend in Dordrecht beviel Magcheltje een jaar later van het eerste kind, dochter Heintje, op 25 mei 1889. Het echtpaar woonde in de Vriesestraat, op nummer 53. Nog een jaar later verscheen Jacob, op 10 september 1890. Het derde, geboren op 16 juli 1892, was geen lang leven gegund: David Hartog stierf al na drie maanden, op 16 oktober van dat jaar.
Op 6 december 1894 baarde Magcheltje de vierde baby. Deze jongen kreeg de naam van zijn overleden broertje, David Hartog. Weliswaar leefde deze David langer, maar ook hij werd niet oud. Hij overleed op 19 december 1913 op 19-jarige leeftijd, aan het begin van zijn volwassenheid. Twee kinderen volgden daarna nog: Meijer, op 7 februari 1896 en Rozetta op 3 april 1897.

geboorteberichten Van Hegten

In mei 1889 wordt het eerste kind van Hartog en Magcheltje geboren, dochter Heintje, in september 1890 zoon Jacob. In totaal krijgt het echtpaar zes kinderen (‘Dordrechtsche Courant’(DC) 29.5.1889). Daarna volgen twee Davids. De eerste, geboren in juli 1892, overlijdt al na drie maanden, in oktober. David nummer 2 komt ter wereld in december 1894, hij overlijdt op 19-jarige leeftijd in 1913 (DC 20.7.1892 en DC 9.12.1894). Een geboortebericht van Rozetta in april 1894. Zij, geboren na zoon Meijer, werd het laatste kind van het gezin Van Hegten (DC 7.4.1897). 
Nog een geboortebericht van Magcheltje zelf uit 27 januari 1863.
Foto’s Regionaal Archief Dordrecht, RAD.


vijf van de zes kinderen Van Hegten

Op deze foto staan vijf van de zes kinderen Van Hegten,
v.l.n.r. Meijer, Heintje, Jacob, Rozetta en David nummer 2.
Foto Privébezit

Jochie
Een sprong voorwaarts in de tijd: Rozetta, de laatstgenoemde, trouwde op 12 mei 1921 in Dordrecht met Gerard Gesinus Coenders (Zutphen, 23 januari 1895). Het bruidspaar ging meteen in Amsterdam wonen, en daar kregen zij Albert, hun enige kind, op 29 juni 1925. Het is deze Albert, hoogbejaard inmiddels, die niet alleen op die zaterdag in november 2019 om de steentjes in de Van Beverenstraat treurde, hij is óók degene, de enige zelfs, die nog herinneringen heeft aan het gezin Van Hegten. Op de meeste adressen waar dit gezin vóór de oorlog zoal in Dordrecht heeft gewoond, is hij namelijk op bezoek geweest, als jochie.
        Hem is dan ook ten behoeve van dit verhaal gevraagd om de familieleden te schetsen. Hij heeft de meesten van hen immers persoonlijk meegemaakt.
        Hartog van Hegten, de vader van zijn moeder Rozetta, zijn grootvader dus, was veehandelaar. Het adres Vriesestraat 53 was een slagerij, een winkel die na Hartog in de jaren dertig is voortgezet door S.H. Meijer en P. van Welsum. “Magcheltje”, weet Albert, “was de oudste van enkele zussen, die op één na allemaal waren getrouwd met veehandelaren.” Maar behalve veehandelaar en slachter was Hartog méér, namelijk “een zeer religieuze, orthodoxe jood”. “Hij was een introverte man, heel erg preuts. En streng.”
        Céline Bos beaamt het. Zij is, nog zo’n sprong voorwaarts, de dochter van Raymonde Suzanne van Hegten, die weer een dochter was van Jacob van Hegten, een van Hartog’s kinderen. Voluit heet zij overigens Céline Machteld Bos. Haar moeder heeft altijd volgehouden dat zij naar niemand vernoemd is, maart Céline wijst erop dat Machteld toch echt “de nettere versie van Magcheltje is”.
        Hartog van Hegten is, met andere woorden, Céline’s overgrootvader. Zij heeft, ‘pas’ geboren in Amsterdam op 7 augustus 1964, niet dezelfde familieleden gekend als haar neef Albert, maar wel anekdotes over hen gehoord. Toen zij zeven of acht jaar was, is zij met haar moeder Raymonde en haar tante Rozetta (‘Rozetje’, ‘Rozette’) langs de Dordtse woonadressen van de familie Van Hegten gereden. Ze weet dus ook het een en ander.
        Hartog van Hegten, bevestigt zij, was streng orthodox. “Mijn moeder en Albert’s moeder praatten nooit over het feit dat ze joods waren, maar wel dat opa streng was, streng met de regels. Magcheltje, mijn overgrootmoeder, was juist een vrolijke ondeugende dame.” Albert: “Toen mijn opa overleden was, werd mijn oma wat liberaler. Mijn moeder Rozetta lag constant overhoop met haar vader. Ze wilde niets te maken hebben met al die joodse rituelen. Zij was een eigenzinnige vrouw, trots, onafhankelijk. Ze leek meer een zigeunerin dan een jodin.
        En Magcheltje, wat voor vrouw was zij? Albert, gedecideerd: “Een hele mooie vrouw. Ze kon heel goed koken en was een uitstekende gastvrouw. Er waren altijd eters.”

Dordtse woonkaart van het gezin Van Hegten

De Dordtse woonkaart van het gezin Van Hegten, voor- en achterzijde. Het echtpaar is vrij kort na de bruiloft in Dordrecht gaan wonen, hun eerste kind Heintje werd er immers geboren. Het eerste adres was Voorstraat 245, daarna volgden de De la Reystraat 24 en 26, Kasperspad 68 rood, Bankastraat 78 en ten slotte de Cornelis van Beverenstraat 10.
Foto’s RAD


Werkster
Terug naar het oorspronkelijke gezin. De Vriesestraat werd begin 20ste eeuw ingeruild voor de Voorstraat. Het gezin betrok een woning op nummer 245, tegenwoordig is dat 305. Op dit adres kwam zoon David Hartog te overlijden. In 1917 verhuisde het gezin naar de De La Reystraat 24, later 26, net buiten de binnenstad, op 27 december. Deze nummers zijn ongewijzigd gebleven. Twaalf jaar later werd het Kasperspad hun domicilie, op nummer 68 rood (nu: 92). In 1936 volgde een nieuwe verhuizing, op 2 november, naar Bankastraat 78 boven (nu: 88). Iets meer dan een halfjaar later streek het gezin neer in de Cornelis van Beverenstraat, in de benedenwoning op nummer 10 zwart (nu: 18).
        Albert Coenders, de ooggetuige, is op bijna al die adressen wezen logeren. “Ik ben, voor de oorlog, vaak in Dordrecht geweest bij mijn opa en oma. In het Kasperspad hadden ze een groot huis, én een meid voor dag en nacht, een werkster en een naaister.”
        Compleet was het gezin al niet meer in de Van Beverenstraat. De kinderen waren uitgezwermd. Heintje bijvoorbeeld trouwde op 8 mei 1918 in Dordrecht met Isaäc Agtsteribbe (Amsterdam, 5.3.1889) en vertrok met hem naar Utrecht. Uiteindelijk zouden zij via Den Haag en Onstwedde in Paramaribo belanden en vervolgens in de VS, in Huntingdon, waar Isaac als rabbi werkte, zie verhaal 116. Rozetta koos in mei 1921 voor Amsterdam, daar, zoals gemeld, een gezin stichtend met Gerard Coenders. Meijer bleef in Dordrecht, bij zijn moeder. “Hij was net als zijn vader zeer religieus. Hij is vrijgezel gebleven.

Voorstraat, De la Reystraat, Kasperspad, Bankastraat en Van Beverenstraat

Dit zijn, in huidige staat, de achtereenvolgende panden waar de Van Hegten hebben gewoond,
aan de Voorstraat, De la Reystraat, Bankastraat, Kasperspad en Van Beverenstraat.
Foto’s Redactie Website


Vier krantenberichten die te maken de familie Van Hegten

Vier krantenberichten die te maken de familie Van Hegten. Het eerste knipsel gaat over het overlijden van David nummer 1, in mei 1892 (DC 19.10.1892), het tweede over het overlijden van David nummer 2, in december 1913 (DC 20.12.1913). Het derde bericht deelt het huwelijk van Rozetta, het jongste kind, met G.C. Coenders mee, in de ‘Dordrechtsche Courant’ van 14 mei 1921. In het laatste bericht staat dat David Hartog van Hegten, de vader van Hartog, in Papendrecht is overleden, op 63-jarige leeftijd (DC 5.3.1880).


Op 7 augustus 1936 sterft Hartog van Hegten

Op 7 augustus 1936 sterft Hartog van Hegten, zoals de
‘Dordrechtsche Courant’ het meldde op de achtste.
Hartog werd begraven op de joodse begraafplaats van Dordrecht.
Foto RAD en website ‘Het Stenen Archief’

Verraad
En dan was er nog Jacob, de opa van Céline. Jacob streek in juli 1927 neer in Rotterdam, samen met zijn rooms-katholieke echtgenote Maria Johanna Christina Pistoor (Vught, 16.9.1895). Een jaar eerder waren zij getrouwd, in het Belgische Wilrijck, op 25 september 1926. Céline en Albert noemen Maria ‘de Vlaamse’, hoewel zij Nederlandse van afkomst is.
        Drie jaar vóór het huwelijk hadden Maria en Jacob al een kind gekregen: Marcel David Jacques, op 9 januari 1923 in Schaerbeek. Volgens Céline is er daarna nog een meisje geboren, dat echter na zo’n vijf jaar is overleden, vooralsnog is haar naam onbekend. In Rotterdam kwam het derde kind ter wereld: Raymonde Suzanna, op 5 mei 1928, Helène als haar derde voornaam werd vergeten op te geven. Raymonde zou de moeder worden van Céline. Anno 2019 leeft zij nog altijd, ze is 91 jaar oud, maar “sterk dement” en woont bij haar dochter in Deventer. Ten slotte kregen Maria en Jacob nog René Eddy Jean, op 23 april 1932. Dit gebeurde in Ginneken en Bavel, waar de Van Hegtens op 30 augustus 1930 waren komen te wonen.
        “Jacob”, vertelt Céline over haar grootvader, “was vertegenwoordiger en ook amateurbokser, en een enorme bon vivant. Het huwelijk van hem met mijn oma Pistoor is op een groot drama uitgelopen.” Daarover straks meer.
        Wie ook niet meer tot het Dordtse gezin behoorde, was de vader. Hartog van Hegten is op 7 augustus 1936 overleden, op 81-jarige leeftijd. Hij is begraven op de joodse begraafplaats van Dordrecht, aan de Nieuweweg. Als weduwe verkaste Magcheltje naar de Van Beverenstraat, samen met haar zoon Meijer.

twee foto’s ontdekt die zijn toegeschreven aan Van Hegten in de De La Reystraat

In de beeldbank van het Dordtse archief zijn twee foto’s ontdekt die zijn toegeschreven aan Van Hegten in de De La Reystraat - waar het gezin woonde van 27 december 1917 tot 14 augustus 1929. Op de eerste foto is moeder Van Hegten te herkennen. De foto is gemaakt op 12 oktober 1924. Wie de jongen is, poserend voor de fotograaf op 26 augustus 1925, is niet duidelijk. De beide zonen van het gezin, Jacob en Meijer, waren toen al respecrtievelijk 35 en 29 jaar oud. Waarschijnlijk is het een kleinkind.
Foto’s RAD, nrs. 309_2527 en 309_4193.

Holocaust
Na de oorlog bleek van het originele gezin alleen Rozetta nog over. De Holocaust was ook de Van Hegtens niet bespaard gebleven.
        Moeder Magcheltje werd vergast in Auschwitz, op 7 december 1942, 79 jaar oud. Haar zoon Meijer was het leven ontnomen in Sobibor, op 16 juli 1943, op 47-jarige leeftijd. Vandaar de Stolpersteine in de Van Beverenstraat. In gedigitaliseerde politierapporten uit de bezettingstijd staat dat Macheltje op woensdag 25 november 1942 om 13 uur op het hoofdbureau van politie “in bewaring is gesteld” in afwachting van transport naar Amsterdam, samen met acht andere Dordtse joden, de oogst van die dag. Meijer wordt hierin niet genoemd, niet bekend is waar hij is gearresteerd en ondergedoken zat.
        Handelsreiziger Jacob van Hegten werd ook vermoord in Auschwitz, later in de oorlog, op 31 januari 1944. Dat de Duitsers hem konden oppakken, is te danken geweest aan zijn eigen vrouw, vertelt Céline. “Maria Pistoor wilde in de oorlog scheiden, maar dat ging haar niet snel genoeg. Ze heeft hem daarop twee keer aangegeven bij de SD. Dát is het familiedrama. Mijn moeder Raymonde heeft er haar hele leven onder geleden dat zij een kind was van een foute moeder. Op één foto na is Maria Pistoor uit alle familiefoto’s weggeknipt, en in familieverhalen komt zij niet voor.”
        Heintje, de eerstgeborene, is strikt genomen ook een overlevende. Maar zij was ver voor de oorlog al geëmigreerd naar Suriname. Zij heeft de Holocaust niet meegemaakt.

grafstenen Haas, Zwarenstein, Van Hegten en Van Blankenstein

Dit zijn de grafstenen voor de schoonouders en ouders van Hartog van Hegten. Jacob Haas en zijn vrouw Rachel Haas-Zwarenstein overleden respectievelijk op 8 december 1916 en 23 februari 1922 en zijn begraven in Strijen.
Hartog’s ouders werden begraven in Dordrecht: David Hartog van Hegten stierf op 5 november 1922,
Antje van Blankenstein op 5 november 1898.
Foto’s website ‘Het Stenen Archief’

Gemengd
Dat Rozetta aan de jodenvervolging is ontsnapt, is te danken aan het feit dat ze de niet-gelovige Gerard Coenders had getrouwd, zegt zoon Albert. “Ze was gemengd getrouwd en had een kind. Dat is haar redding geweest, want dat kind was natuurlijk arisch. Als je geen kind had, was je de sigaar. Ondanks het gemengde huwelijk moest je trouwens erg voorzichtig zijn. Pieste je maar even naast de pot, dan werd je opgepakt. Mijn vader bijvoorbeeld is als gemeente-ambtenaar ontslagen, omdat hij met een joodse vrouw was getrouwd. Maar bij ons in de buurt wist verder niemand dat zij joods was, wij woonden nota bene naast NSB’ers.”
        Zijn vader Gerard − overleden op 26 januari 1963, 68 jaar oud – was kadastraal tekenaar bij Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam, vult Albert aan. “Hij was een heel sociaalvoelende, matig linkse man, atheïstisch, want niet gedoopt. Ook was hij een groot sportman.” Met deze Gerard, maar meer nog met diens vrouw Rozetta trok Céline’s moeder Raymonde op. “Ze waren bevriend. Albert en mijn moeder, feitelijk neef en nicht, groeiden na de oorlog samen op. Dat voelde als broer en zus.”
        De oorlog had een verpletterend effect op Céline’s moeder, en dat lag niet alleen aan het verraad van Maria Pistoor, ook alle familieleed deed haar zwijgen. “Mijn moeder wilde nooit meer praten over de oorlog of over het joods zijn. Ze wilde het er resoluut niet meer over hebben.”

krantenberichten Van Hegten

Een merkwaardig bericht in de ‘Dordrechtsche Courant’ van 18 augustus 1943: reiziger Meijer van Hegten is ‘verhuisd’ naar Duitschland. In werkelijkheid was hij toen al vermoord, in Polen, in het vernietigingkamp Sobibor, op 16 juli 1943.
Zijn moeder Magcheltje werd al in 1942 vergast, in Auschwitz, op 7 december, zoals de ‘Nederlandsche Staatscourant’ meldde op 30 november 1950.
Jacob van Hegten, de broer van Meijer en opa van Céline Bos, werd ook omgebracht in Auschwitz, op 31 januari 1944, laat de overlijdensakte zien. De foto toont hem op latere leeftijd.
Foto’s Delpher, RAD en Privébezit


Albert, de zoon van Rozetta

En dit, ten slotte, is Albert, de zoon van Rozetta. Zij overleefde als enige van het gezin Van Hegten de Holocaust. Albert, ook gefotografeerd tijdens het interview, is
94 jaar oud.
Foto Redactie Website

Ingenieur
Rozetta Coenders-van Hegten is inmiddels overleden op 31 januari 1989 in Oss, 91 jaar oud. Haar zoon Albert en Raymonde zijn nu nog de enigen die kunnen getuigen van vroeger.
        Albert bekwaamde zich tot chemisch ingenieur. Vanaf de jaren vijftig woonde hij achtereenvolgens in Londen, Pakistan en Edinburgh. In 1972 keerde hij terug naar Nederland om er te gaan werken bij Organon in Oss, de stad waar hij nog altijd verblijft. In juni 1996 portretteerde Sietse van der Hoek hem in de Volkskrant, in een serie van dertien afleveringen over Oss.
        Bij Organon bestierde Coenders een afdeling die naast de zwangersschapsproef ook tests voor rode hond, hepatitis en hiv ontwikkelde, en “die groeide van negen naar 140 medewerkers”. Maar Albert had meer vaardigheden, schrijft Van der Hoek. Hij drumde jazz, hij presenteerde een wekelijks jazzprogramma op Radio Maasland, hij zat in het bestuur van de Literaire Kring en hij schreef boeken − althans dat deed hij in 1996 allemaal nog. “Chemici zijn vaak de alfa’s onder de bèta’s.”
        Tot die boeken behoren kookboeken. Coenders schreef het boekje Oosterse gerechten, later een Kruidengids, die ook in het Deens en Tsjechisch is uitgebracht, en hij schreef The chemistry of cooking, een boek bedoeld voor de Engelse en Amerikaanse liefhebbers dat in Nederland verscheen “onder de slappe titel” Het hoe en waarom van koken. “Koken”, zei Coenders tegen Van der Hoek, “is net als chemie, hè: roeren in een potje met een pit eronder.”
        Zijn voorlopig laatste boek verschijnt half februari 2020, als zijn kleindochter Stella terugkomt van een halfjaar stage op de Nederlandse ambassade in Bogota in Colombia. Het zijn z’n memoires, zijn herinneringen aan bovenal de oorlogstijd. Albert Coenders heeft het speciaal voor zijn kleinkind geschreven, zij krijgt dan ook het eerste exemplaar. Voor die tijd mag er niets uit gepubliceerd worden. Ook hier niet.

Céline Bos nu en als baby met haar moeder Raymonde

Céline Bos tijdens het interview voor dit artikel. Op de andere foto staat zij als baby met haar moeder Raymonde.
Foto’s Redactie Website en privébezit

        Céline Bos, de achternicht met wie hij de struikelsteentjes in de Van Beverenstraat kwam bekijken, is eveneens ingenieur, afgestuurd aan de TU in Delft. Hoewel wonend in Deventer, werkt zij nog altijd in de stad waar zij in 1964 werd geboren, op de Nieuwedijk van Amsterdam. Haar huidige functie is: projectmanager van het station Sloterdijk.
        Céline, dochter van Raymonde Bos-van Hegten en Carl Herman Maria Bos, huwde op 13 augustus 1999 Alexander Joannes Boelen. In Deventer is zij voorzitter van een werkgroep die in 2020 een boek uitgeeft over joodse ondernemers in die gemeente, voor, tijdens en na de oorlog. In het voorjaar wordt hier ook een tentoonstelling aan gewijd.
        Zich verdiepend in haar familiegeschiedenis heeft Céline Bos nog een aardig gegeven opgediept dat haar niet alleen aan Dordrecht, maar ook aan het naburige Sliedrecht koppelt.
        Haar overovergrootvader S. van Hechten blijkt samen met twee anderen in 1845 in Sliedrecht de synagoge te hebben opgericht. Die sjoel is, zoals te lezen is in verhaal 196, in verband met de dijkverbreding en -ophoging afgebroken, iets verderop herplaatst en gerestaureerd, naar plannen van de Dordts-joodse architect Joyce Noach – die Céline “op verschillende manieren” kent. De synagoge is ingewijd in 2003 − “toevallig één dag voordat mijn zoon werd geboren”.
        Zo komen cirkels rond.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'