Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse Meijer Weinberg overleefde
als enige, zijn familie was geruïneerd

Meijer Weinberg

Een portretfoto van Meijer Weinberg, afkomstig uit het privébezit van
Connie van Praag-Weinberg. Het is de enige foto die zij van Meijer,
de broer van haar grootvader Samuel Weinberg, heeft.
Foto Privébezit

Toen de Tweede Wereldoorlog eindigde, was Meijer Weinberg bevrijd, maar niet verlost.
        Ook Meijer Weinberg had heus alle reden om feest te vieren. Hem was bespaard gebleven dat hij naar een vernietigingskamp werd afgevoerd, en ook dwangarbeid had hij niet hoeven verrichten. Onderduiken was niet nodig geweest. Getrouwd als hij was met een Nederlands-Hervormde vrouw, was hij gesperrt geweest, gespaard. Hij had ‘gewoon’, in betrekkelijke rust, kunnen blijven wonen in Dordrecht, in zijn vertrouwde woning aan de Stooplaan 9 in Dubbeldam. En verder was hij, zo op het oog, nog gezond van lijf en leden.
        Meijer Weinberg had zich dus met net zoveel vrolijkheid en zonnige zorgeloosheid in het feestgewoel mogen storten als die andere Nederlanders.
        Misschien heeft hij dat ook kort wel even gedaan; het valt hem niet meer te vragen. Maar lang zal de uitgelatenheid niet hebben geduurd. Want stilaan werd hij geconfronteerd met een gruwzame waarheid: van al zijn broers en zussen was Meijer Weinberg de enige die de Holocaust had overleefd. Zijn familie was een ruïne geworden.
        Dit zal hem niet onbewogen hebben gelaten; zoveel leed is een loden last die haast niet te torsen is. Een tragedie overschaduwde zijn vreugde over de bevrijding.
        In dit verhaal: wie was Meijer Weinberg, de joodse Groninger die al in 1900 voor Dordrecht koos, zij het niet meteen onvoorwaardelijk? Wat is er rondom hem, zijn familie en in zijn eigen gezin zoal gebeurd − in Groningen zowel als Dordrecht, voor, tijdens en na de oorlog?
        Het uitzoekwerk leidde verrassend naar het verre Australië, naar een achternicht van Meijer Weinberg, Connie van Praag-Weinberg. Zij heeft zelf in Dordrecht gewoond en ging geregeld op bezoek bij haar oud-oom en oud-tante. Zij kan nog enigszins getuigen van zijn geprolongeerde leven, dat ophield in 1962.

trouwakte

Een uitsnede van de trouwakte, die laat zien dat Pieternelle twee jaar ouder is dan haar man. Haar vader is blikslager Hendrik Willem van der Kloet, haar moeder Elisabeth van Randwijk. Meijer woonde in Eindhoven.


Meijer Weinberg getrouwd met de Dordtse en Nederlands Hervormde Pieternella Hendrika van der Kloet

Een bericht uit de ‘Dordrechtsche Courant’ van 11.11.907: Meijer Weinberg is enkele dagen, op “den Zesden November”, getrouwd met de Dordtse en Nederlands Hervormde Pieternella Hendrika van der Kloet.
Foto Krantenbank Regionaal Archief Dordrecht (RAD)

Reeks kinderen
Een groot gezin: het was zeker niet ongewoon in de periode dat Salomon Lazarus Weinberg en Frouwke Pos aan hun huwelijk begonnen, eerder normaal. Drieëndertig was borstelmaker Salomon (Groningen, 1.5.1831) toen hij op 16 juni 1864 in zijn geboortestad de 21-jarige Frouwke (Obergum, 20.6.1842) trouwde. Elf maanden later kondigde zich het eerste van een lange reeks kinderen aan: Abraham (26.5.1865). Na hem volgden nog tien broertjes en zusjes. Het derde kind was opnieuw een Abraham (31.5.1869), want de eerste was al na twee jaar overleden. Korte kinderlevens hoorden er triest genoeg destijds al evenzeer bij als hoge kindertallen.
        Na Abraham nr. 1 verscheen als tweede Lazarus (29.5.1867) en na hem deze gezinsleden, van wie de overlijdensdatum wordt vermeld als zij maar even hebben geleefd: 3. Abraham Salomon nr. 2. (31.5.1869) 4. Betje (24.6.1871), 5. Samuel nr. 2 (27.9.1873), 6. Fenna (7.2.1875), 7. Saartje (21.5.1876), 8. Meijer (31.1.1878), 9. Mietje (15.9.1880), 10. Charlotte (2.4.1879 – 28.1.1882, twee jaar) en ten slotte 11. Izaak (8.2.1883 – 2.5.1883, 2 maanden). Samenvattend: van de elf kinderen zijn er vier piepjong gestorven.
        Van de afstammelingen die in leven bleven, heeft vader Salomon niet lang meer kunnen genieten. Hij overleed in Groningen op 23 november 1891, zestig jaar oud. Frouwke heeft haar kroost nog tot volwassenheid zien geraken en zelfs verscheidene kleinkinderen kunnen meemaken. Zij is 79 jaar geworden, ze liet het leven op 5 april 1922, nog immer in Groningen.

Op 2 november 1912 komen Meijer en Pieternella in Dordrecht te wonen

Op 2 november 1912 komen Meijer en Pieternella in Dordrecht te wonen, komend uit Zwijndrecht, waar zij twee kinderen hebben gekregen: Erna en Hendrik Willem. Erna overlijdt al na dertien weken. In Dordt woont het gezin eerst aan de Corn. de Wittstraat op nummer 22, in 1927 verhuizen zij naar een compleet nieuwe woning aan de Stooplaan, zoals de gezinskaart in het RAD laat zien.
Foto’s RAD


Salomon Lazarus Weinberg was in 1891 overleden

De vader van Meijer, Salomon Lazarus (of Lasarus) Weinberg, heeft de bruiloft niet mee kunnen maken, hij was in 1891 al overleden. Hij werd begraven op joodse begraafplaats aan de Moesstraat in Groningen. Frouwke Pos, zijn moeder, stierf in 1922, op 5 april, blijkt uit de advertentie in het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ van de 7de.
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’ en Delpher

Verhuizingen
Meijer Weinberg, kind nummer acht en de hoofdpersoon van dit artikel, woonde tegen die tijd al lang en breed in Dordrecht. Beter gezegd: wéér in Dordrecht. Standvastig betoonde hij zich bepaald niet, nadat hij in de nieuwe eeuw, als ‘photograaf’, in Dordrecht was neergestreken, vers uit Groningen. Hij verkaste voortdurend, in de stad zelf en ook nog eens de stad uit. In de binnenstad van Dordt leek hij allerlei straten te willen uitproberen, zo kan licht overdreven worden gesteld.
        De woonkaarten in het Regionaal Archief verraden een tomeloze verhuisdrift. Meijer, wiens naam in documenten ook soms als ‘Meier’ en ‘Meyer’ staat genoteerd, begon zijn Dordtenaarschap op 23e april 1900 in de Grotekerksbuurt, op nummer 40. Terwijl hij steeds als ‘inwonende’ wordt vermeld, trekt hij hierna naar Vriesestraat 67 rood, naar Voorstraat 12 rood en Voorstraat 393.
        Op 22 september 1906 had hij blijkbaar genoeg van Dordrecht; hij vertrok naar Eindhoven. Op 30 juni 1908 duikt hij weer in de omgeving op, in Zwijndrecht. Hij vestigt zich er in B 220-52. Meijer blijkt intussen te zijn getrouwd, op 6 november 1907 met een Dordtse in Dordrecht, terwijl hij ‘wonende te Eindhoven’ was, zoals de huwelijksakte vermeldt. Hij kwam dus even over, om Pieternella Hendrika van der Kloet (27.9.1878), dochter van Hendrik Willem van der Kloet en Elisabeth van Randwijk, het ja-woord te geven.
        Zijn echtgenote is ouder dan hij: 31 tegenover 29. En zij is niet-joods, maar de Nederlands-Hervormde Kerk toegedaan.
        Het is in Zwijndrecht dat het echtpaar kinderen krijgt, twee. Maar Erna (10.12.1910), hun eersteling, is slechts een ultrakort bestaan gegund, zij sterft na dertien weken op 8 april 1911. Ruim een jaar later baart Pieternella het tweede kind, een zoon op 13 juni 1912: Hendrik Willem. Later dat jaar, op 2 november, trekt het gezin weg uit Zwijndrecht en gaat naar de overkant, naar Dordrecht. Meijer Weinberg is na een afwezigheid van zes jaar terug op het Eiland van Dordrecht en zal er definitief, tot de laatste snik, blijven wonen.

vader Meijer en later zoon Hendrik Willem hebben beiden toneel gespeeld

Vier berichten uit de ‘Dordrechtsche Courant’ van de jaren jaren dertig, die laten zien dat vader Meijer en later zoon Hendrik Willem beiden toneel hebben gespeeld bij de Dordtse toneelvereniging ‘Inter Amicos’.
Foto’s Krantenbank RAD


woonhuis aan de Stooplaan

Het woonhuis aan de Stooplaan bestaat nog steeds. Zoon Hendrik Willem legde er in 1927 de eerste steen voor.
Foto Redactie Website

Broer
Eerst nog huisvest het gezin zich in de Cornelis de Wittstraat, eerst op nummer 14, daarna nummer 22 (nu ook nog: 22). Maar op 3 december 1927 wordt het adres de Stooplaan 9. Het is een fonkelnieuw pand, want nog altijd is in de voorgevel onderin de eerste steen te zien, die zoon Henk op 7 juli, enkele maanden eerder dus, er heeft mogen aanbrengen. Op de gezinskaart krijgt Meijer Weinberg ondertussen een ander beroep. Van fotograaf wordt hij handelsreiziger.
        Meijer was niet de enige van zijn familie die de fotografie beoefende. Zijn broer Abraham (1869), kind nummer 3, was in Groningen werkzaam als portret- en kunstfotograaf en verwierf zich in die hoedanigheid “een goede reputatie”. Henk Wierts schrijft dit in een biografisch artikel over Abraham, op de fotohistorische website ‘Depth of Field’ (Scherptediepte). Vanwege die reputatie “liet de plaatselijke elite zich bij voorkeur door hem portretteren”, aldus Wierts, die verder meldt:
        “Landelijk behoorde zijn artistieke fotografie tot de top van het picturalisme. Als een van de weinige Nederlandse fotografen van zijn generatie exposeerde hij bovendien veelvuldig in het buitenland en kreeg er veel waardering.” Volgens Wierts is het niet verbazingwekkend dat beide broers zich bekwaamden in de fotografie: “De joodse gemeenschap in de stad Groningen telde zowel ten opzichte van andere steden als ten opzichte van het overige deel van de joodse beroepsbevolking, relatief veel beroepsfotografen.
        “Door de contacten met Duitsland, dat in dit nieuwe vakgebied voorliep op Nederland”, licht hij toe, “was het beroep van fotograaf al in een vroeg stadium als nieuwe broodwinning opgepakt door Groningse joden.” Maar de beide broers waren niet afkomstig uit een familie waarin het beroep van fotograaf al werd uitgeoefend, dat was weer wel opvallend. En ook dat Abraham (‘Bram’) het vak, in tegenstelling tot het merendeel van de Gronings-joodse fotografen, niet leerde in de Martinistad, maar in Amsterdam.
        Over Meijer, de negen jaar jongere broer van Bram, deelt Wierts nog mee dat deze “halverwege de jaren negentig [van de 19de eeuw] eveneens beroepsfotograaf werd”, en tot 1900 toen hij naar Dordrecht vertrok, “actief was in Groningen”. Meijer wordt ook genoemd in een jaarboek dat de vereniging Oud-Dordrecht in 2006
        wijdde aan ‘Dordrecht en de fotografie in de negentiende eeuw’. Er staat in de laatste zin: “Vanaf 1912 terug in Dordrecht, ingeschreven eerst als fotograaf, daarna als fotohandelaar.”

Meijer en Hendrik Willem als toneelspelers

In de beeldbank van het RAD zijn vier foto’s aangetroffen, waarop Meijer en Hendrik Willem als toneelspelers staan. De eerste foto toont Meijer zelf, in het stuk ‘De Spion van de prins’, opgevoerd in onder andere 1926. De tweede foto in van hetzelfde stuk, nu met de ‘tableau de la troupe’. Meijer is hier als derde van links. Op de derde foto is zoon Henk te zien, achterin, tussen de gordijnen, rechts. Het betreft het stuk ‘Gouden Regen’. De vierde foto is van het stuk ‘’t Geheimzinnige Pension’, nu ligt Henk Weinberg op de bank.
Foto’s RAD (nrs. 309_112506, 556_1581, 555_17643 en 555_17640)


lijst van woonadressen van Dordtse joden

Op de lijst van woonadressen van Dordtse joden die de bezetter van de gemeente had gekregen, werd ook Meijer Weinberg vermeld. Maar hij is niet afgevoerd naar een vernietigingskamp, hoogstwaarschijnlijk omdat hij een niet-joodse vrouw had getrouwd.
Foto RAD

Toneelspel
Over het vooroorlogse leven van Meijer Weinberg is weinig terug te vinden, wat helemaal niet verwonderlijk is: vrijwel iedereen leefde zijn leven buiten het schijnsel van de zoeklichten der media en documentalisten.
Maar één aardig feit floept tevoorschijn in de kranten- en beeldbank van het Dordtse archief: Meijer speelde toneel en kon regisseren.
        Als regisseur haalt hij al de krant in 1906. De Dordrechtsche Courant (DC) kondigt op 3 augustus aan dat er in Kunstmin een operette-uitvoering gaat plaatsvinden. Opgevoerd zullen worden de operette ‘Hein de Nachtwacht’ van P. Vasseur, “hoofd eener school te Epe” en het zangspel ‘Rika’s Droom’ van Mart. Schuil. “Als regisseur zal optreden de heer M. Weinberg.”
        Uit een bericht in de DC van 1 mei is al gebleken dat Weinberg secretaris is geworden van ‘Inter Amicos’, de koninklijke rederijkerskamer die Dordrecht sinds 1896 kent als het lokale amateurgezelschap. Voorzitter van het bestuur is trouwens H.W. van der Kloet, en laat dat nu twee jaar later de schoonvader van Weinberg worden. Het heeft er met andere woorden alle schijn van dat Meijer Weinberg zijn aanstaande vrouw of via Van der Kloet of in kringen van Inter Amicos heeft leren kennen.
        Meijer gaat behalve besturen ook acteren, in de jaren dertig. In diverse recensies in de Dordrechtsche Courant worden de rollen besproken die hij in die tijd vertolkte bij ‘Inter Amicos’, Op 27 oktober 1931 bijvoorbeeld krijgt Weinberg lof toegezwaaid op de voorpagina van de DC. Hij speelt een waard in het stuk ‘De Kringloop der Belangen’ van Jacinto Benavente en “dient geprezen’ te worden voor die rol, oordeelt de krant.

Zoon
In 1934 uit de DC kritiek. Dit keer betreft het blijspel ‘Hedi’s eerste man’ en op 30 oktober 1934 meent de recensent: ‘Een speler als M. Weinberg bijvoorbeeld, die op elke uitvoering van Inter Amicos verrast door een rake sterke typeering, wist gisteravond met de steeds etende papa geen raad. Zijn Julius Rodler bleek een ongeloofwaardige figuur, die niet uit de verf kwam (…), hoe Weinberg ook trachtte hem eenig reliëf te geven.”
        In nóg een bespreking, gepubliceerd in de DC op 12 januari 1937, is er ineens sprake van een H. Weinberg. Dit is de zoon. Deze blijkt samen met zijn vader te figureren in het stuk ‘Een mensch ging voorbij….”. Een citaat: “M. Weinberg gaf reliëf aan een naar behooren drukke, lawaaierige bullebak en aan ’n liefhebbende huisvader, terwijl H. Weinberg, die voor ’t eerst geen bijrol speelde, voldeed als philister, die dank zij den bovengeschetsten invloed, een kunstenaar, tevens filantroop, wordt. Zijn spel moet wel is waar nog aan diepte winnen en hij moet nog meer routine opdoen, doch ’n basis voor die ontwikkeling is wel aanwezig.”
        In de beeldbank zijn enkele foto’s aangetroffen van vader en zoon Weinberg als toneelspelers; ze staan hiernaast afgedrukt.
        En de zoon, hoe verliep diens ontwikkeling? In De Tijd van 25 juni 1931 staat hij tussen de geslaagden voor het eindexamen van de Hogere Handelsschool in Dordrecht. Henk Weinberg verhuist op 3 december in datzelfde jaar naar Groningen, naar de Eendrachtskade 13a, om op 29 maart 1933 terug te keren naar Dordrecht, nu komende uit Düsseldorf. Bij de burgerlijke stand wordt hij ingeschreven als filmtechniker. Voorlopig gaat Henk Weinberg weer gewoon bij zijn ouders wonen, aan de Stooplaan.

Henk Weinberg ging in 1953, met zijn vrouw Tine Treure, aan de Dubbelsteynlaan in Dubbeldam wonen

Henk Weinberg ging in 1953, samen met zijn vrouw Tine Treure, in deze woning aan de Dubbelsteynlaan in Dubbeldam wonen, op nummer 31. In ‘De Dordtenaar’ van 27 maart 1965 werd Henk Weinberg geïnterviewd als chef van de afdeling keramiek van de Dordtse firma Van Dijk. De foto toont hem op 52-jarige leeftijd.


Meijer Weinberg overleed in maart 1952, zijn vrouw Pieternella in januari 1962

Meijer Weinberg overleed in maart 1952 (74 jaar oud), zijn vrouw Pieternella tien jaar later, in januari 1962 (85 jaar). Zij liggen begraven op de Algemene Begraafplaats Essenhof in Dordrecht.
Foto Website ‘Zerken.nl’

Gaskamers
Zoals Meijer Weinberg al een gezin heeft gevormd, hebben ook zijn broers en zussen dat. Ze woonden nu vooral in Amsterdam, slechts een enkeling nog in Groningen (Saartje bijvoorbeeld) of vlakbij, in Musselkanaal (Mietje). Het gezin Weinberg telde in de jaren dertig al een lid minder: Lazarus, ook wel al ‘Lasarus’ geschreven, overleed in Groningen op 18 mei 1936, 68 jaar oud.
        Zes kinderen waren bij de aanvang van de oorlog in Nederland nog in leven.
        En toen, gaandeweg vanaf 10 mei 1940, denderde de jodenvervolging het land binnen. Massaal werden de joden de gaskamers, en de dood ingejaagd. Vijf van zijn overgebleven mede-gezinsleden wisten er niet aan te ontsnappen, Meijer zelf wel. Doordat hij was getrouwd met een niet-joodse ontsprong hij de mateloze verschrikkingen van de Holocaust.
        Meijer Weinberg stond wel op een lijst van in Dordrecht wonende joden, door het gemeentebestuur overhandigd aan de bezetter. “Weinberg Meijer, Stooplaan 9”, valt er te lezen, en voor verreweg de meeste Dordtenaren die op die lijst voorkwamen, betekende zo’n vermelding het doodvonnis. Voor Meijer niet, en volgens zijn nicht Connie Weinberg, had hij dit uitsluitend te danken aan zijn huwelijk met Pieternella.
        Connie, over wie verderop meer: “Het feit dat hij gemengd gehuwd was, heeft hem gered tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik meen dat hij in Dubbeldam of Dordrecht kon blijven wonen en niet hoefde te vluchten of onder te duiken. Al mijn vrienden die gemengd gehuwd waren, hebben de oorlog overleefd en waren niet in gevaar. Ze mochten in hun huis blijven wonen.”
        Connie Weinberg (28.4.1932) is een dochter van Esther Stern en Maurits Salomon Weinberg, die op zijn beurt weer een zoon was van Samuel Weinberg. Deze Samuel (van 1873, kind nr. 5) is hierboven genoemd, als broer van Meijer. Samuel was dus Connie’s grootvader, Meijer een oom van haar. Zij noemde Dubbeldam waarschijnlijk omdat daar, in die zelfstandige gemeente die in de jaren zeventig een wijk van Dordrecht werd, Hendrik Willem Weinberg, de zoon van Meijer, zijn woonhuis had, aan de Dubbelsteynlaan 31. Maar dat was pas in 1953. Tijdens de oorlog verbleef Henk nog goeddeels in het ouderlijk huis aan de Stooplaan.
        Misschien is er dus sprake van een vergissing.

Connie van Praag-Weinberg is de dochter Maurits Weinberg en Eppie Stern

Connie van Praag-Weinberg is de dochter Maurits Weinberg en Eppie Stern, die op 9 oktober 1928 in Amsterdam trouwden (‘NIW’, 12.10.1928). Maurits wordt op 7 maart 1943 in Sobibor vermoord. Zijn vrouw Eppie hertrouwt na de oorlog met Jacques de Kadt. Zij overlijdt op 3 november 1978 (‘De Telegraaf’, 4.11.1978); De Kadt op 16 april 1988 (‘NRC’, 19.4.1988).
Foto’s Delpher


Hendrik Willem Weinberg stierf in januari 1979. Zijn vrouw Tine overleed in maart 2003

Hendrik Willem Weinberg stierf in januari 1979, 66 jaar oud, aldus de advertentie in ‘De Telegraaf’ van 30 januari. Zijn vrouw Tine werd ouder, zij overleed in maart 2003 op 79-jarige leeftijd.
Ook dit echtpaar ligt begraven op de Essenhof.
Foto’s Delpher en website ‘Online Begraafplaatsen.nl’

Overlevenden
Meijer raakte aan de nazi’s al zijn broers en zussen kwijt. In een apart overzicht, via deze link te vinden, staat wanneer en waar hun levens bruusk eindigden. Meijer is de enige overlevende, althans van het originele Groningse gezin. Er zijn nog enkele andere overlevenden, afgeleide familieleden, de koude kant zogezegd, en die worden ook genoemd. Zoals Saartje Engers, de tweede vrouw van Meijers broer Abraham (1869), of Frieda Jeannette, een dochter van Meijers broer Samuel. Of Connie zelf, een kleinkind van Samuel.
        Terzijde: over haar vader, nogmaals: Maurits Salomon (geboren 27.8.1903), bericht de website ‘Joods Monument’ dat hij op 4 maart 1903 met Transport nr. 50 vanuit het Franse doorgangskamp Drancy is gedeporteerd “naar/richting Majdanek’. Hij, van beroep industrieel en met zijn vrouw en twee kinderen wonend aan de Rustenburgherweg 21 in Bloemendaal, zou op 7 maart 1943 in Sobibor zijn vermoord, 39 jaar oud. Connie zelf gelooft dit niet. “Ik denk dat het Majdanek was.”
        ‘Joods Monument’ schrijft verder dat “van een of meer mensen in dit gezin” niet viel vast te stellen of zij de oorlog al dan niet hebben overleefd. “Hun naam is niet teruggevonden op lijsten van overlevenden, maar wij hebben hen ook niet met zekerheid kunnen terugvinden in In Memoriam [het boek met alle joodse oorlogsdoden].’
        Connie kan hierover klaarheid brengen: haar moeder Esther (‘Eppie’) Stern is hertrouwd met de essayist en politicoloog Jacques de Kadt en overleden op 1 november 1978 in Heemstede. Zij is op haar verzoek ‘in kleinste familiekring’ gecremeerd. De Kadt, Connie’s tweede vader, stierf op 90-jarige leeftijd in Huize Narmada in Santpoort, op 16 april 1988. Zijzelf woont in Canberra. Haar broer is Samuel Siegfried (‘Sieg’) Weinberg (Amsterdam,18.6.1930), die in november 1950 per schip emigreerde naar Canada, naar Montreal. Sieg, die zich sindsdien Fred noemt, ging er werken bij boer Kenneth Jenter, die in de buurt van Welland in Ontario een gemengd bedrijf dreef, met koeien, tarwe en maïs.
        In 1945 zat Fred op het Kennemer Lyceum in Haarlem samen met ene Ann Bakels (9.3.1931). Jaren nadat Fred in Canada woonde, is zij hem gevolgd, in 1959. Ze zijn daar getrouwd en kregen er hun zoon Mike. Naderhand woonde dit gezin uit Dawson Creek in het Brabantse Oss. Ann Bakels is daar in mei dit jaar, op de 27ste, overleden, op 87-jarige leeftijd.

Kwartaal en Teken

In een artikel voor het archiefblad ‘Kwartaal en Teken’ (1975, nr. 4) schreef Meijer Weinberg een zin (de eerste) over de verschrikkingen van de Holocaust. Meijer overleefde als enige, vijf van zijn broers en zussen werden vermoord.
Foto RAD

Herinneringen
Al die onafgemaakte levens van zijn familieleden – het zal Meijer Weinburg na de oorlog niet altijd meegevallen zijn om zich staande te houden. Hij heeft zich er publiekelijk één keer, zijdelings en onnadrukkelijk over uitgelaten.
        In het kwartaaltijdschrift van het archief, Kwartaal en Teken (nr. 4, 1975), haalde Meijer Weinberg herinneringen op aan de gerenommeerde Dordtse schrijfster Top Naeff (1878-1953). Op enig moment, ver voor de oorlog, werd hij bij haar geroepen. “Wij woonden in het hart van de stad”, legde hij uit, “en ons tuintje grensde met een straat verschil aan die van Top Naeff, voor ons een gewoon oud mens – ze was toen misschien 40 – voor wie we toch wel een beetje beducht waren.”
        Hij beschrijft de ontmoeting met haar in haar huis aan de Joh. de Wittstraat, en begint dat artikel met deze veelzeggende zin: “‘Het schoonste aller dingen, dat zijn herinneringen.’ Dat zei mijn moeder altijd, maar toen hadden we die oorlog nog niet gehad met zijn nasleep, die maar blijft haken.
        Henk, de zoon, kreeg weer gewoon bekeuringen in na-oorlogs Dordt. Gedigitaliseerde politierapporten wijzen uit dat hij op 13 maart 1946 “links voorbij een verkeersheuvel” is gefietst. Op 11 juni 1947 wordt hij bekeurd omdat hij “een 2de persoon per rijwiel” vervoerde.
        Henk Weinberg woonde nog steeds op de Stooplaan, maar dat was niet het adres waar hij tijdens de oorlog de tijd verbeidde. Volgens woonkaarten verbleef hij van 30 juni 1942 tot 24 februari 1944 op het adres Bankastraat 81 (nu: 91). Na de oorlog keerde hij terug in het ouderlijk huis, tot 2 februari 1949. Op die dag verhuisde hij naar Singel 289 (later: 431, nu gesloopt). In 1953 betrok hij ten slotte een woning aan de Dubbelsteynlaan, nummer 31, in gezelschap van zijn vrouw: Tine (‘Trijntje’) Treure (Dordrecht, 11.2.1924), met wie hij in 1948 in ondertrouw was gegaan, hij 36 jaar oud, zij 24 jaar.

Connie van Praag-Weinberg met haar zoon Walter

Connie van Praag-Weinberg is een achternicht van Meijer Weinberg; haar vader was een oom van hem. In haar Dordtse tijd heeft zij het gezin Weinberg vaak opgezocht. Op deze foto staat mij met haar ene zoon, Walter.
Foto Privébezit

Connie met haar zoon Frank

Op deze foto staat Connie met haar andere zoon, Frank (derde en vierde van links). De foto is gemaakt op het vliegveld van Canberra in 2007, toen zij daar haar broer Fred en haar (in mei 2018 overleden) schoonzus Ann verwelkomde (tweede en eerste van links).
Foto Privébezit

Familie
In die jaren vijftig kwam Connie Weinberg in Dordrecht te wonen. Zij was er van 1953 tot 1955 kleuterleidster aan de Montessori Kleuterschool aan de Corn. de Wittstraat. Tijdens haar verblijf in Dordt was zij “heel blij” dat zij er familie had: oom Meijer, tante Nellie en uiteraard ook hun zoon Henk. Want zij, haar moeder en haar broertje hadden dan wel de oorlog doorstaan, verder had Connie “bijna mijn hele familie verloren in de oorlog”.
        Connie zocht de Dordtse Weinbergen regelmatig op. Zij meent, zoals al aangestipt, dat zij indertijd in Dubbeldam woonden, “in een heel gezellig huis, ik kwam er dikwijls”.
        Zij herinnert zich dat zij nog op de begrafenis van oom Meijer is geweest. Hij stierf inderdaad in de jaren dat zij in Dordt werkte, op 15 maart 1952, 74 jaar oud. Zijn weduwe Pieternella bleef voorlopig nog aan de Stooplaan wonen, maar verruilde Dordt uiteindelijk voor Zwijndrecht op 11 november 1959. Haar nieuwe adres werd Rotterdamseweg 137b. Drie jaar later, op 3 januari 1962 overleed zij, 83 jaar oud. Zij kwam bij haar man in het graf te liggen, zoals naaststaande foto aantoont. Inmiddels is dit grafmonument verwijderd.
        Zoon Henk heeft in of na de oorlog ‘Inter Amicos’ blijkbaar verlaten. De uitgaven van dagblad De Dordtenaar (DD) zijn vanaf het eerste nummer in 1946 gedigitaliseerd (en alleen in te zien in de studiezaal van het Dordtse archief). In de editie van 7.1. 1948 wordt Henk Weinberg weliswaar nog “de wakkere regisseur van de rederiekerskamer’ genoemd, maar de krant publiceert geen recensies meer met zijn naam erin. Integendeel, Weinberg duikt alleen nog op als regisseur bij de ontspanningsvereniging ‘Johan de Witt’, op 5.4.1948 (blijspel ‘Een partijtje poker’, Kunstmin), op 10.1.1951 (blijspel ‘Gouden Regen’, Americain), op 24.4.1952 (blijspel ‘Een vriend van de familie’, Americain) en op 26.1.1953 (‘Tropenadel’, een ‘opgewekte historie’ in drie bedrijven, Kunstmin).
        Hierna valt zijn regisseursschap stil.
        Opvallend is dat Weinberg daarna ineens in samenhang met fotografie wordt genoemd, het vak dat eerder zijn vader en oom beoefenden. Trad hij in hun voetsporen? Op 17.11.1956 bericht DD dat Weinberg in Pictura verraste met ‘een uitzonderlijk fraaie collectie kleurendia’s, gemaakt tijdens een reisje van 6080 km door Spanje”. En aan het eind van dat jaar, op de 28ste december, schrijft de krant over een geïllustreerde brochure die de Dordtse Kalkfabriek v.h. Van Dijk en Co. heeft laten verschijnen, en die is bedoeld om een overzicht te bieden van de betonproducten die dit bedrijf maakt. “Bijzonder mooi is een aantal foto’s vervaardigd door Henk Weinberg”, vindt DD.
        Weinberg is chef van de afdeling tegels en keramiek bij deze firma. Kunstenaars winnen regelmatig advies in bij hem als zij met keramiek decoratieve wand- en vloerversieringen gaan maken.
        Tine Treure komt ook soms voor in oude Dordtenaars, meestal als zij weer op zoek is naar ‘een net meisje’ voor in de huishouding. Advertenties van haar zijn geplaatst p 24.10.1953, 21.10.1954, 12.12.1957 en 9.6.1960.
In 1979 overlijdt haar man Henk ‘geheel onverwacht”, op 28 januari 1979, in de leeftijd van 66 jaar. Tijne zelf wordt ouder, 79 jaar. Zij sterft op 1 maart 2003.

In Musselkanaal, in de Schoolstraat, liggen herdenkingssteentjes voor Fenna en Mietje Weinberg, en Nathan Leviet

In Musselkanaal, in de Schoolstraat, liggen herdenkingssteentjes voor Fenna en Mietje Weinberg, en Nathan Leviet, de echtgenoot van Mietje.
Foto Website ‘Stolpersteine Gemeente Musselkanaal’

Russen
Hoe is Connie Weinberg eigenlijk gevonden, ginds in Australië, aan de ‘onderkant’ van de aarde?
        Op de website ‘Joods Monument’ heeft Naomi Fridman foto’s en gedichten achtergelaten over de familie Weinberg, maar dat blijkt desgevraagd een gans andere tak. Desgevraagd verwees zij ons door naar Connie van Praag. Zodoende.
        Deze Connie bleek Meijer persoonlijk te hebben gekend, ze kon ons zelfs een foto van hem toesturen.
        Zij vertelde in e-mails dat zij sinds 1978 in Australië woont. Zij, haar man Herman van Praag en hun twee zonen Jonas Jacob Walter (Leidschendam, 8.7.1965) en Frank (6.11.1967) emigreerden van Noordwijk aan Zee naar Canberra. De reden? De Koude Oorlog. “Wegens onze oorlogservaringen waren mijn man en ik in die tijd erg ongerust over de dreigingen van Rusland. Ook het mooie weer, de zonneschijn en de ruimte van Australië trokken ons aan.”
        Herman van Praag is in 2001 gestorven. Connie woont nog steeds in Canberra. Ze heeft drie kleinkinderen.
        In april 2018 is in Bloemendaal een monument onthuld waarop de 103 namen staan van gedeporteerde joodse inwoners van Bloemendaal en omgeving. Connie kon er door gezondheidsproblemen niet bij zijn. Maar haar zoon, die in Tasmanië woont, was “gelukkig” wel aanwezig.
        Ook in de gemeente Stadskanaal worden twee Weinbergs in de herinnering gehouden: Fenna en Mietje, zussen van Meijer, respectievelijk kind nr. 6 en nummer 10.
        Fenna, naaister van beroep, woonde in Amsterdam, maar verhuisde in april 1941 naar Musselkanaal, één van de vier dorpen waaruit Stadskanaal bestaat. Ze trok daar in bij haar zus Mietje, die gehuwd was met Nathan Leviet en die woonden in de Schoolstraat, op nummer 155. In de oorlog werd dit kinderloze echtpaar opgepakt, Fenna ook. Ze zijn gedrieën tegelijk vergast in Auschwitz, op 23 november 1942. Stadskanaal heeft vanaf eind 2012 tot 2016 Stolpersteine laten leggen als eerbetoon aan de 136 joodse slachtoffers, onder wie Fenna, Mietje en Nathan.
        Een monument en herdenkingssteentjes als een splinter troost voor ál die toekomsten die de Weinbergen en hun naaste verwanten die door de Duitsers zijn gedehumaniseerd, niet hebben mogen beleven.

[M.m.v. Erica van Dooremalen]

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'