Het voorbije joodse dordrecht

Panische angst deed Nardus Cohen en
zijn echtgenote besluiten tot zelfmoord

Nardus en Flora werden na hun zelfverkozen dood bij elkaar begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg

Nardus en Flora werden na hun zelfverkozen dood bij elkaar begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg. Op de gezamenlijke steen staat slechts: ‘Beiden overleden bevonden’.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’

De tegenstelling kan niet groter zijn.
        Al aan het begin van de vorige eeuw emigreerde horlogemaker Maurits Alexander Cohen, een geboren Dordtenaar, naar de Verenigde Staten. Niet vanuit Nederland, maar vanuit Groot-Brittannië, waar hij op 20 april 1910 in het huwelijk was getreden met een landgenote uit Friesland, Grietje Posthuma. Nadat zij op 15 maart 1918 was overleden aan tuberculose, hertrouwde Maurits in 1920 met haar zus Ytje – in Leeuwarden, terwijl zij beiden in de VS woonden. Na de huwelijksplechtigheid trok het paar weer de oceaan over.
        Maurits en Ytje leefden lang in dat verre, vrije Amerika, allebei werden ze tachtigers. Van de Holocaust zullen ze zonder twijfel geweten hebben, via familieleden of dagbladen. Maar de jodenvervolging trof hun niet persoonlijk, niet lijfelijk. Onbekommerd, onaangeraakt konden ze hun levens voltooien, in Long Beach, Californië, waar Ytje in 1962 stierf, en Maurits in 1964.
        Hoe anders was het lot van zijn broer Nardus Henri, ook een geboren Dordtenaar. Hij, tandarts van beroep, trouwde in 1918 in Amsterdam met Flora Zeehandelaar, een Drentse, uit Assen. Hun leven in vrijheid stokte abrupt toen de wreedaardige Duitsers Nederland bezetten. Nardus en Flora hadden kennelijk een vermoeden over wat dit voor hen als joden zou gaan betekenen; in Duitsland werden joden al jaren nietsontziend opgejaagd, vernederd en mishandeld.
        Zozeer werden Nardus en zijn echtgenote beheerst door angst, dat zij geen andere uitweg zagen dan een zelfverkozen dood. Al op 17 mei 1940, één week na de inval, werden zij beiden levenloos aangetroffen in hun woning aan de Thierensweg 17 in Naarden.
        Bij deze tragedie bleef het niet. Ook een tante van Flora, Emma Marie Zeehandelaar, was net zo panisch radeloos over de oprukkende nazi’s. Eén dag eerder, op 16 mei, beging ook zij zelfmoord, op hun tijdelijke evacuatieadres in Wassenaar, samen met twee van haar kinderen, haar moeder en een zwager, Jacob Sack. Bij Jacob lukte de gasvergiftiging niet. Hij kwam in levensgevaar te verkeren en werd naar de Ursulakliniek gebracht. Daar overleed hij de volgende dag, de 17de, de dag waarop in Amsterdam Nardus en Flora hun leven beëindigden.
        Vrijheid voor de ene broer, doodsangst voor de andere.
        In dit verhaal: hoe levens die vol vreugde in Dordrecht begonnen, uiteen gingen wijken.

Nardus Cohen werd ook al genoemd in een boek over overleden joodse artsen

Nardus Cohen werd ook al genoemd in een boek over overleden joodse artsen in Nederland, getiteld ‘Anafiem Gedoeiem’. In een voetnoot wordt meegedeeld dat
Nardus’ dood niet voorkomt op lijsten van geneeskundige jaarboekjes.
Foto uit boek


Het omslag van het boek van Lucas Ligtenberg

Het omslag van het boek dat Lucas Ligtenberg schreef over de “golf van zelfmoorden’ die in mei 1940 over Nederland spoelde.
Foto Uitgeverij Balans

Golf
Nederland werd in mei 1940 overspoeld door een golf van zelfmoorden. Zoals de journalist Lucas Ligtenberg schrijft in de synopsis van zijn boek Mij krijgen ze niet levend, de zelfmoorden van mei 1940, besloten “honderden mannen, vrouwen, vluchtelingen, joden, militairen, hoogleraren, directeuren, artsen, winkeljuffrouwen en kantoorbedienden een toekomst onder Duits bewind niet af te wachten en maakten een eind aan hun leven”.
        Dat zich in die maand “de grootste zelfmoordgolf in de Nederlandse geschiedenis” voltrok, is niet onbekend. Ook op deze website is eerder over zelfmoorden onder joden geschreven, zie de verhalen 137, 148, 153 en 156. Maar Lucas Ligtenberg heeft de zelfmoordepidemie van mei 1940 voor het eerst systematisch onderzocht. Hij spoorde in archieven driekwart van de gevallen op, las politieverslagen en afscheidsbrieven en sprak met nabestaanden.
        Zijn aangrijpende boek, dat in mei 2017 verscheen bij Uitgeverij Balans, maakt volgens hemzelf “nog eens pijnlijk duidelijk hoe groot de chaos en paniek waren na de Duitse inval, hoe kolossaal de angst en ontreddering”. Tegelijk werpt het “licht op een kant van de oorlog die weinigen kennen”.
        Op pagina 156 staat Nardus, één van de honderden wanhopigen. Zes regels worden aan hem en Flora gewijd. Die luiden: “Nardus Henri Cohen pleegde zelfmoord met zijn vrouw Flora Zeehandelaar in hun huis aan de Thierensweg 17. Cohen was arts, maar het i publiceerde geen in memoriam voor hem. Zij werden begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg.”
        Summier is ook de informatie over Nardus Cohen die wordt gegeven in het boek Anafiem Gedoeiem, dat in 2000 in Rotterdam is gepubliceerd door J. H. Coppenhagen. Zoals de ondertitel luidt, bevat het een overzicht van overleden joodse artsen in Nederland, in de jaren 1940-1945. Nardus staat hierin tussen Willem Cohen en Isidor Cohensius, met achter zijn naam het getal 10, een verwijzing naar een voetnoot.
        Daarin wordt toegelicht: “Gehuwd; echtgenote pleegde eveneens op 17 mei 1940 suïcide. Beiden werden begraven op de joodse begraafplaats te Muiderberg.” Woonde volgens opgave van Coppenhagen aan de Nassaukade 4 te Amsterdam. “Niet terug te vinden in de lijsten van de Geneeskundige jaarboekjes.” Het adres klopt overigens niet. Volgens de gezinskaart van Nardus Cohen uit zijn Amsterdamse periode heeft hij niet op de Nassaukade gewoond, maar op de Koninginneweg 157 hs (vanaf 7.11.1923) en in de Euterpestraat 82 hs (vanaf 28.1.1930), voordat hij en Flora op 28.7.1939 naar Naarden vertrokken.

Dordtse bevolkingsboek over het gezin Cohen

Twee pagina’s uit het Dordtse bevolkingsboek over het gezin Cohen. Marcus woonde er aanvankelijk met zijn zussen en zijn moeder. Nadat hij met Saartje Elion was getrouwd, kwamen er twee zonen: Nardus Henri en Maurits Alexander. Het gezin woonde op de Voorstraat, op verschillende nummers.
Foto’s Collectie RAD


Familiekroniek
Maar wie was Nardus Cohen verder? Uit welk gezin stamt hij?
        Met hulp van de archiefonderzoekers Erica van Dooremalen en Reitze Jonkman kon een familiekroniek worden samengesteld.
        Winkelier Marcus Cohen (Heinenoord, 28.9.1840), de latere vader van Nardus, woonde al vanaf 20 april 1874 in Dordrecht, op de Voorstraat, nummer D85. Niet alleen overigens. Zijn zussen Hester (Rotterdam, 9.6.1838) en Rebecca (Heinenoord, 19.12.1944) en zijn moeder, de weduwe Sophia (‘Keetje’) de Win (Heinenoord, 29.9.1802), woonden bij hem in, vanaf dezelfde datum.
        Drie jaar later, op 30 augustus 1877, trouwt Marcus in Rotterdam met Saartje (ook wel: Sara) Elion, een Rotterdamse, geboren op 7 oktober 1843. Op diezelfde dag, zoals gebruikelijk, gaat zij met hem in Dordrecht wonen. Nog een jaar later, op 26 oktober 1878, wordt Nardus Henri geboren, de ene zoon, “voormiddags ten zeven uren”, aldus de geboorteakte. Het gezin is inmiddels verhuisd, naar nummer D68 op de Voorstraat, tegenwoordig is dat nummer 419-421.
        Zijn familieleden zijn dan al vertrokken, Hester op 26.4.1876 naar Oosterhout, moeder Sophia op 27 maart 1878 naar Goes. Alleen Rebecca is er nog, maar verlaat Dordrecht kort na de geboorte van Nardus. Zij gaat op 11.11.1878 naar Numansdorp.
        In hun nieuwe woning wordt na drie jaar de tweede zoon geboren, Maurits Alexander, op 22 oktober 1881, om acht uur ’s ochtends. En hiermee is het gezin naar de zin van de ouders wel compleet klaarblijkelijk. Er komen geen kinderen meer bij.

geboorteakten voor Nardus en Maurits

De geboorteakten voor Nardus en Maurits. Beiden zijn geboren op de Voorstraat, op nummer D68.
Foto’s Collectie RAD


Voorstraat D68

Pand nummer D68 bestaat nog steeds. Tegenwoordig heeft het de nummers 419 en 421. De dames- en herenkapsalon ‘Antalya’ is er gevestigd.
Foto Redactie Website

Scheikunde
Twintig jaar later heeft Dordrecht afgedaan. Marcus, zijn vrouw en jongste zoon Maurits vestigen zich per 1 mei 1901 in Den Haag. Nardus was drie jaar eerder al vertrokken, naar Amsterdam, op 5 november 1898. Op de omgenummerde Voorstraat woonde het gezin op het laatst op nummer 278, eerder nog op nummer 363.
        Nardus gaat scheikunde studeren. Zijn Amsterdamse persoonskaart laat diverse verhuizingen zien, tot in Indonesië toe. In 1904 bijvoorbeeld woont hij in de Zadelstraat 16 in Utrecht, in 1909 keert hij, inmiddels doctor zijnd, vanuit Haarlem terug naar Amsterdam, om dan op 8 mei 1911 naar Klatten in N.O. ë te reizen.
        Via internet is een verslag uit het Indisch Bouwkundig Tijdschrift van oktober 1912 te vinden over een lezing die dr. N.H. Cohen, “werkzaam aan het proefstation in Klatten”, hield voor “leden en genoodigden van de Technische Vereeniging Midden-Java over afvalwaterreiniging”. Een citaat: “Te Rotterdam wordt het afvalwater afgelaten in de snelstroomende, breede Maas, terwijl Amsterdam dit water loost op de betrekkelijk weinig gespuide, stilstaande grachten, met al de zeer merkbare en vooral in den zomer onaangename gevolgen daarvan.”
        Op 5 juni 1916 keert Nardus terug in Amsterdam. Hij leert er Flora Zeehandelaar kennen, die zijn echtgenote wordt op 10 december 1918. Vergezeld van zijn vrouw begint Nardus per 23 augustus 1920 in Utrecht een tandartspraktijk aan het Stadhoudersplein 6, terwijl hij daarvoor in Amsterdam eerst nog een chemisch en bacteriologisch onderzoekingsbureau had geleid, aan de Singel 129. Hij sloeg een andere richting in.
        Utrecht beviel kennelijk niet. Al op 7 november 1920 werd Amsterdam weer de woonplaats, en zou dat blijven tot 28 juli 1939, toen Naarden lonkte. Kinderen kwamen er niet.

Nardus Cohen studeerde aanvankelijk scheikunde, trouwde met Flora Zeehandelaar

Nardus Cohen studeerde aanvankelijk scheikunde, en werd doctor. In 1914 dreef hij in Amsterdam nog een chemisch en bacteriologisch onderzoekingsbureau, zoals de advertentie in het ‘Algemeen Handelsblad’ (21.6.1914) laat zien.
In december 1918 trouwde hij met Flora Zeehandelaar, zo bericht de ‘Haagsche Courant’ (12.12.1918).
Nardus veranderde van beroep, hij werd tandarts, zoals blijkt uit deze twee advertenties in ‘De Telegraaf’ van 10.11.1923 en het ‘Algemeen Handelsblad’ van 6.12.1929.
Foto’s Delpher


Marcus Cohen, de vader van Nardus en Maurits

Marcus Cohen, de vader van Nardus en Maurits, overlijdt op 1 januari 1929 in Amsterdam, 88 jaar oud, aldus een bericht in de 'Maasbode' van 3.1.1929.
Foto Delpher

Horlogemaker
Hoe verging het ondertussen zijn ouders, zijn broer?
        Zijn moeder Saartje is in Den Haag overleden, op 25 februari 1916, 72 jaar oud. Zij en Marcus woonden indertijd aan de Laan van Meerdervoort 246. Marcus trekt na haar dood weg uit Den Haag, op 2 januari 1919, en zoekt huisvesting in Amsterdam. Hij woont op verschillende adressen, ten slotte bij zijn zoon en schoondochter, op de Koninginneweg 157, vanaf 17 september 1928. Enkele maanden later sterft Marcus, op 1 januari 1929, op 88-jarige leeftijd.
        Maurits ontwikkelt zich tot horlogemaker – en tot een Amerikaan met een andere naam.
        Veel gegevens over Maurits zijn beschikbaar gesteld door Reizte Jonkman. Samen met Pytsje van der Sluis vervaardigde hij een boek over de familie Van der Sluis, dat verscheen in 1982. “Het werd gepubliceerd in een tijd dat een elektrische typemachine een verworvenheid was en dat de begrippen knippen en plakken nog letterlijk moesten worden genomen”, licht Reitze toe op zijn hedendaagse website rjonkman.nl.
        Na het Van der Sluisboek ontstond volgens hem de behoefte de familie Posthuma in kaart te brengen. “Vele jaren van speurwerk” volgden. Een volledig overzicht van nakomelingen met de naam Posthuma viel maar “moeizaam” samen te stellen, vooral doordat velen zijn uitgezworven over de wereld, en daardoor “vaak lastig of niet te traceren” zijn. Een “gedegen familieboek” is er nooit van gekomen, maar de stamboom is wel gepubliceerd in het Genealogysk Jierboek van 2008, en is daarnaast te raadplegen via Reitze’s website.
        En zo, dankzij al dat monnikenwerk, kon de levensloop van Maurits worden gereconstrueerd. Want Maurits trouwde een Posthuma, twee zelfs.

Maurits, de broer van Nardus

Maurits, de broer van Nardus, is in 1908 al geëmigreerd naar Engeland. Daar trouwt hij op 20 april 1910 landgenote Grietje Posthuma, getuige de huwelijksakte
Foto Collectie Reitze Jonkman

Grietje overlijdt volgens de overlijdensakte aan tbc, in Kingston

Het echtpaar emigreert verder, naar Amerika. Grietje overlijdt er volgens de overlijdensakte aan tbc, in Kingston, op 15 maart 1918. Maurits hertrouwt daarna met Grietje's zus Ytje.



Nardus Cohen

Dit is een zeldzame foto van Nardus Cohen, geplaatst in het 'Nieuw Israëlitisch Weekblad' van 27.4.1920.  Het portretje stond bij een bericht
over dr. N.H. Cohen als voorzitter van het joodse tehuis 'Beth Schalom' aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam.
Foto Delpher

Vrijgezel
Zijn eerste vrouw is kinderjuffrouw Grietje Posthuma, geboren in Drachten op 3 oktober 1876. Grietje is een avontuurlijke vrouw, ze blijft niet in Friesland hangen. Volgens de research van Seitze Jonkman kwam zij via Den Haag in 1905 in Amsterdam terecht, en vertrekt vandaar in 1908 naar Engeland, naar Walthamstow. Daar ontmoet ze Maurits Alexander Cohen, die als horlogemaker en juwelier werkt en woont in Fulham.
        Grietje is ouder, 33 al, Maurits 28, allebei zijn ze nog vrijgezel, bachelor en spinster in het Engels. Ze zijn dol op elkaar, en trouwen, in Fulham, op 20 april 1910.
        In een later jaar emigreren ze opnieuw, nu naar de Verenigde Staten. Daar komt Grietje te overlijden, in Kingston in de staat New York, op 15 maart 1918, 39 jaar oud. De oorzaak is pulmonary tuberculosis (tuberculose), waar ze volgens de overlijdensakte al vier jaar aan leed.
        In hetzelfde Kingston was volgens Jonkman in 1914 Ytje al komen te wonen, de jongere zus van Grietje. Burgerlijke-standsgegevens op allefriezen.nl laten zien dat Ytje op 29.11.1919 uit Noord-Amerika terugkeerde naar Leeuwarden; op 25.2.1920 gevolgd door Maurits. En het is in Leeuwarden dat de twee trouwen op 7 april 1920. Misschien was de bruiloft wel daar, om de feestelijkheden met de familie te kunnen delen. Twee maanden later, op 8 juni 1920, vertrok het echtpaar alweer, volgens de burgerlijke stand naar Canada.
        Onbezorgd, frank en vrij leven zij hun levens.

archiefkaart van Nardus en Flora

De Amsterdamse archiefkaart van Nardus en Flora toont aan dat zij op 28.7.1939 van de Euterpestraat 82 huis in Amsterdam naar Naarden verhuisden, naar de Thierensweg 17.
Foto Stadsarchief Amsterdam

evacuatieadres in Wassenaar aan de Acacialaan op nummer 13

Op hun tijdelijke evacuatieadres in Wassenaar, in dit huis aan de Acacialaan op nummer 13, begingen Emma Zeehandelaar, haar twee zonen, haar moeder en haar aanstaande man Jacob Sack, zelfmoord, op 16 mei 1940.
Foto Google Streetview


Nardus en Flora tussen overledenen in een bericht

Nardus en Flora tussen overledenen in een bericht in de 'Gooi- en Eemlander' van 31 mei 1940.
Foto Delpher

Bezetting
Mei 1940, de Duitsers overmeesteren Nederland.
        Bij Nardus en Flora, inmiddels in Naarden neergestreken, ontneemt de bezetting alle levenslust. Letterlijk.
Op 17 mei besluiten zij gezamenlijk, klaarblijkelijk de dreiging voelend die joden te wachten staat, zichzelf te doden. Ze worden begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg, voorzien van een gezamenlijke steen. Daarop staat eufemistisch: “Overleden bevonden 17 mei 1940”. Nardus is 61 jaar geworden, Flora 55.
        Zij zijn niet de enigen die de nazi’s vreesden, in Nederland niet, en binnen de familie niet.
        Een dag eerder, op 16 mei, benamen in Wassenaar een tante van Flora, Emma Zeehandelaar, haar twee zonen, haar moeder en haar aanstaande man tevens zwager, zich het leven. Wat zij daar als bewoners van Eindhoven deden, kan worden uitgelegd dankzij een hartverscheurende afscheidsbrief die één van hen schreef, Jacob Sack. Een brief die door onderzoekster Freda Cohen Rapoport is gevonden bij het NIOD, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies in Amsterdam, en die door haar als medewerkster van de herdenkingssite ‘Joods Monument’ op die site is geopenbaard.
        Freda Cohen Rapoport heeft allerlei documentatie rond de zelfmoord in Wassenaar opgespoord, waardoor veel duidelijk is geworden over de betrokken verwanten.
        Een uitleg: Emma Marie Zeehandelaar (Amsterdam, 28.5.1907) is een tante van Flora Zeehandelaar, en sinds 3.5.1934 de ex-vrouw van ir. Johannes Swart, met wie zij op 4 juni 1930 was getrouwd. Hun zonen heten Johannes Frans Age Swart (Eindhoven, 4.7.1932) en Robert Willem Swart (Amsterdam, 13.12.1933). Aanwezig in Wassenaar waren ook de moeder van Emma Marie, Rosette Margaretha Louise Zeehandelaar-Reens (Nijmegen, 8.12.1875) en Jacob Sack (Homel, 6.12.1902).
        Jacob was getrouwd met een zus van Emma Marie, genaamd Henriëtte Emma Zeehandelaar, die voor de oorlog al was overleden.
        Het was Jacob die een dag voor de collectieve zelfmoord, op 15 mei, een afscheidsbrief stuurde naar zijn ouders en zussen Esphir en Annie, die volgens Freda “sinds 1938 in Tel Aviv woonden”. Deze brief heeft hen echter nooit bereikt en is via een kennis van notaris Geboers uit Den Haag bij het NIOD terecht gekomen. Dit schreef hij vanuit Wassenaar, uit de Acacialaan 13:
        “Liefste Pa, moe, Esphir en Annie,
        Op het oogenblik zit ik hier te midden van de mooiste omgeving die je maar denken kunt in het villadorp Wassenaar. Ook Emma, Frans en Robbie en moeder Zeehandelaar zijn hier, geëvacueerd uit Eindhoven. De oorlog is verloren in een zoodanig bliksemsnel tempo, dat iedereen ervoor onvoorbereid verrast is. De Duitschers zijn hier, en wij allen weten geen andere oplossing dan er een eind aan te maken.
        Vergeef het mij voor het verdriet dat ik jullie doe. Heel, heel veel heb ik jullie te danken. Altijd waren jullie even lief en opofferingsgezind. In normale tijden zouden Emma en ik trouwen. Wij hielden van elkaar erg veel. Als er een hemel bestaat zullen wij elkaar weerzien en mijn lieve Hetty ook. [Emma, de zus van Hetty, was dus zijn geliefde geworden, blijkt hieruit, red.]
        Misschien kan het je een beetje troosten dat wij de hemelpoort zonder lijden hopen binnen te gaan. Gisteravond probeerden wij nog of wij met een scheepje naar Engeland konden oversteken, zonder succes echter.
        Er is nog wat bezit op de Westminder Bank, Foreign Dep., Londen, voor een waarde van ƒ 3500,- ca., en staat op joint account van Emma en mij. Wij vermaken dit hiermee aan jullie. Stel je ook in verbinding met Job Zeehandelaar, New York, adres c/o Mrs. Niemann, 448 West 20th Street.
        Vaarwel lieve menschen, lieve Pa en Moe, lieve Esphir en Anna. Trek het je niet te erg aan. Een mensch is sterk en kan veel verdragen. Ook de tijd heelt. Heel veel liefs, vaarwel, Jacob.”
        Emma voegde nog toe, aan de zijkant: “Sjalom. Ik hoop een laatste groet. Soms is ’t moeilijker te leven dan te sterven. Zoo is ’t nu.”

Jacob Zack schreef een dag voor de collectieve zelfmoord een afscheidsbrief

Jacob Zack schreef een dag voor de collectieve zelfmoord een afscheidsbrief aan zijn ouders en twee zussen, die in Israël woonden. De brief heeft ze nooit bereikt, en is te vinden op de website 'Joods Monument'.
Foto Collectie Freda Cohen Rapoport


de 16de, pleegden Emma Zeehandelaar, Jacob Zack, haar moeder en twee zonen, ook zelfmoord

Een dag eerder, op de 16de, pleegden een tante van Flora, Emma Zeehandelaar, samen met haar aanstaande man Jacob Zack (tevens een zwager), haar moeder en twee zonen, ook zelfmoord, ook in Wassenaar. Op de website 'Joods Monument' staat een foto van Emma en Jacob.
Foto Joods Monument

Vergiftiging
Op 16 mei om 17 uur werd de politie kennis gegeven van een gasvergiftiging op het adres Acacialaan 13. “Het bleek een zelfmoordgeval te zijn”, meldt het politierapport.
        Jacob was nog niet dood. Hij werd “in ernstig levensgevaar” naar de Ursulakliniek vervoerd, maar overleed de volgende dag. De eerste vier overledenen werden “in verband met de oorlogstoestand” op 17 mei begraven op de begraafplaats Het Lange Duin aan de Schouwweg in Wassenaar. Op 21 mei werden de stoffelijke overschotten − ook dat van Jacob, die niet begraven was geweest – overgebracht naar het crematorium in Westerveld, “en daar verast”, aldus Freda Cohen Rapoport, die deze gegevens kreeg van de gemeente-archivaris van Wassenaar, Carla de Glopper-Zuijderland.
        Dat het om een joods gezin ging, wist men destijds. Want onder het politierapport staat: “Genoemde personen waren Israëlieten”. Wat de reden is geweest om hen niet te laten begraven op de joodse begraafplaats, is volgens Freda “nergens vastgelegd”.
        Misschien niet van dit familiedrama, maar zou Maurits aan de andere zijde van de oceaan hebben gehoord van zijn broers zelfmoord?
        Misschien wel, via nieuws- of familieberichten, misschien niet. Het is gissen, het kan hem of zijn vrouw ook niet meer worden gevraagd: beiden zijn overleden.
        Maurits Cohen en Ytje Posthuma heetten geen van beiden nog zo. Seitze Jonkman vond in archieven van de naturalisatie de melding dat Maurits zich in 1943 Maurits van Win is gaan noemen. Die achternaam is bepaald niet lukraak gekozen: zo heette zijn moeder. En Ytje heette niet meer Ytje, maar gaf zichzelf een naam die in het Engels herkenbaarder is: Edith.

overlijden gemeld van Edith van Win

In ‘The Independent’ van Californië wordt het overlijden gemeld van Edith van Win, zoals Ytje Posthuma zich is gaan noemen als vrouw van Maurits Cohen. Maurits gaf zichzelf ook een andere naam: Maurits van Win.
Foto Collectie Reitze Jonkman

Long Beach
Maurits en Edith hadden Canada ook alweer verlaten in 1943. Volgens volkstellinggegevens bevonden ze zich al in 1930 in Long Beach, Californië.
        In die stad maakte ene Ronald Thomas Posthuma kennis met Edith, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Ronald geboren in 1931 in Clifton, New Jersey, als zoon van Tamme Dirk Posthuma (Sneek, 14.6.1903) en Ceslova Koltinovitch, meldde dat zelf in een schrijven aan Reitze Jonkman.
        “Mijn vader verhuisde aan het eind van de Tweede Wereldoorlog van New Jersey naar Californië. Bijna een jaar lang woonden we bij een tante van mijn vader in huis. Zij woonde in Long Beach. Merkwaardig genoeg kan ik mij haar naam niet meer herinneren, maar ze was getrouwd met Maurits Cohen, dus moet het Ytje zijn geweest.”
        Maurits en Edith hebben in Long Beach een hoge leeftijd bereikt. Edith van Win stierf als eerste, volgens The Independent van zaterdag 6 oktober 1962 op donderdag de 4de, 76 jaar oud. Twee jaar later volgde Maurits van Win, de Dordtenaar van oorsprong, op maandag 22 oktober 1964. Hij werd 83 jaar oud.

***

struikelstenen in Eindhoven

Hoewel zij in Wassenaar overleden, zijn de vijf betrokkenen bij de zelfmoord met struikelstenen herdacht in Eindhoven, bij hun voormalige woning aan de Musschenbroekweg 68.
Foto Projectgroep Struikelstenen Eindhoven

In Eindhoven is het gezin Zeehandelaar niet vergeten.
        Pal voor hun voormalige huis aan de Musschenbroekweg 68 zijn enkele jaren geleden in de stoep Stolpersteine aangebracht, vijf stuks, voor de leden van het gezin en voor Jacob, de man die graag met Emma Marie had willen trouwen. Al hun namen, en wat biografische gegevens, komen ook voor in het boek dat de Projectgroep Struikelstenen Eindhoven heeft uitgegeven, met de titel Ze waren onze buren. Hierin worden kort de verhalen achter de namen op de struikelstenen verteld.
        Nardus Cohen en Flora Zeehandelaar zijn daarentegen gedoemd te worden vergeten. In Naarden ligt geen enkele Stolperstein.

 




< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'