Het voorbije joodse dordrecht

In Dordrecht, in de trein, kantelden de
levenskansen voor Nathan Zegerius

Het Dordtse spoorwegemplacement

Het Dordtse spoorwegemplacement, gezien vanaf de voormalige overweg Dubbeldamseweg, in noordelijke richting. Hier, misschien wel terwijl de trein naar Antwerpen stilstond op het station, werd Nathan Zegerius bij een controle gearresteerd en weggevoerd.
Foto RAD (nr. 947_1016)

In Dordrecht trof de joodse sjouwerman en magazijnknecht Nathan Zegerius zijn noodlot.
        Omdat zijn onderduikadres in Amsterdam verklapt was, nota bene door de joodse verraadster Ans van Dijk, vluchtte hij in mei 1944 met zijn vriend Simon van Hoorn en diens vriendin per trein naar België. In Dordrecht werd Zegerius bij een treincontrole gearresteerd. Van Hoorn en zijn vriendin konden doorreizen naar Antwerpen.
        Zegerius werd eerst ingesloten in Konzentrationslager Herzogenbusch, oftewel kamp Vught. Daarna in kamp Westerbork, om op 15 augustus 1944 samen met vier andere mannen te worden gefusilleerd in de duinen bij Overveen.
        Dordrecht was het begin van het einde geweest.
        Op zijn moedwillige dood volgde nog iets hoogst merkwaardigs, iets raars. Na de oorlog, op 16 juli 1945, werd in het duingebied een grafkuil gevonden met de stoffelijke overschotten van vijf mannen. De patholoog-anatoom mevrouw dr. M.B.E. Nilant constateerde bij de schouwing schotwonden in maag-, borst- en hartstreek. Van alle vijf overledenen kon de identiteit sluitend worden vastgesteld.
        Toch kreeg Nathan Zegerius in november 1945 bij de herbegrafenis op de inmiddels gevormde Eerebegraafplaats te Bloemendaal, langs de Zeeweg, op zijn graf een grafsteen met de inscriptie ‘Onbekend’. Dit gebeurde om onduidelijke redenen. Pas in 2005, zestig jaar later, kreeg hij zijn naam terug, op een nieuwe grafsteen.
        Dordrecht heeft verder geen enkele betekenis voor Nathan Zegerius gehad. Hij zal niets van de stad hebben meegekregen, toen zijn vermetele vluchtpoging in Dordrecht in de trein, misschien stilstaand op het station, strandde. Toch verdient hij een verhaal: In Dordrecht was het dat zijn levenskansen kantelden.
        Wie was Nathan Zegerius? Hoe zag zijn leven eruit voor én na die fatale treincontrole? Waarom kreeg hij een naamloos graf? En: leven er nog nabestaanden van hem?

geboortebericht uit Het Volk van 19 januari 1940

Van Nathan Zegerius of zijn ouders en broers en zussen zijn geen foto’s gevonden, sowieso is er weinig openbare documentatie over hen. Er is alleen dit geboortebericht uit Het Volk van 19 januari 1940. Nathan Beesemer, een neefje van Nathan Zegerius, is de zoon van Nathan’s zus Judik Zegerius en Karel Beesemer. Ook dit gezin wordt later in de oorlog vermoord.
Foto Delpher.

Lompensorteerder
Het leven was nog onbekommerd toen de Amsterdamse Benedictus Zegerius (geboren 25.8.1892) begin vorige eeuw zijn ja-woord gaf aan de al even Amsterdamse Rachel Berklou (28.1.1897). Het gebeurde op 13 december 1916; hij was al 24, zij pas 19. Hij was de zoon van een lompensorteerder, zij de dochter van een diamantslijper. Ze waren verliefd, en begonnen vol goede moed aan een gezamenlijk leven, en aan een gezin.
        Bijna drie decennia later sloeg al hun gezinsgeluk om in een gruwelijk tegendeel.
        Judik was het eerste van de zes kinderen die Benedictus en Rachel in zo’n vijftien jaar tijd kregen. Zij werd geboren op 11 juni 1917, nog geen halfjaar na de bruiloft. Na haar volgden: Joseph (24.9.1918), Levie (25.1.1921), Nathan (8.6.1922), Hartog (18.10.1924) en als laatste Heintje (31.12.1930). Twee meisjes, vier jongens.

Vuistdik
In het najaar van 2005 verscheen een vuistdik boek van 1161 pagina’s over de Eerebegraafplaats bij Bloemendaal. Het is uitgegeven door Sdu Uitgevers en geschreven door Peter H. Heere en Arnold Th. Vernooij, medewerkers van de Stichting 1940-1945. Binnen een maand was het boek uitverkocht, een herdruk wordt niet overwogen.
        Uitgebreid beschrijven de auteurs de ontstaansgeschiedenis van de Eerebegraafplaats, maar alle accent ligt op de personen die er een laatste rustplaats hebben gekregen. Dat zijn er, voor de volledigheid, 372. In de duinen zijn indertijd 422 lichamen gevonden, maar 93 ervan liggen op een andere plaats in Nederland en 43 slachtoffers zijn van elders naar Bloemendaal gebracht.
        Bij elkaar liggen er 372 verzetsstrijders, toch zijn er 373 grafstenen. Eén graf is met opzet zonder stoffelijk overschot gebleven, meldt de brochure van de stichting die de Eerebegraafplaats beheert. “De tekst hierop luidt: ‘Ter herinnering aan de vrienden van het verzet die na hun strijd voor de vrijheid niet gevonden zijn of die elders rusten’.” Eén slachtoffer ligt er nog altijd ongeïdentificeerd, in grafvak 23. Op zijn grafsteen staat Beati mortui, ofwel ‘Gezegend zijn de doden’. Die naamloze is niet Nathan Zegerius, voor hem is in 2005 alsnog een eigen grafsteen onthuld, maar een andere.
        Van alle personen op de begraafplaats - die vooral bekend is geworden doordat Hannie Schaft, de roodharige verzetsstrijdster, en verzetsleider Gerrit Jan van der Veen er liggen -, geven Heere en Vernooij een korte levensbeschrijving. Wat hebben zij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gedaan, onder welke omstandigheden kwamen zij om het leven?
        De biografische notities over Nathan Zegerius zijn schaars, maar hij had dan ook nog maar kort geleefd toen de Duitsers hem doodschoten, pas 22 jaar. Elders in het boek wordt echter, verspreid over vijf pagina’s, een apart hoofdstuk gewijd aan de vijf mannen die tegelijk op 15 augustus 1944 zijn gefusilleerd, en daaruit valt nog wat meer over Nathan te destilleren.
        Het enige wat van hem ontbreekt, is een foto. Hij blijft hierdoor gezichtsloos.

Militant
Nathan Zegerius behoorde tot een joods gezin dat volgens Heere en Vernooij “bewust-joods leefde”. “Zo werd Nathan op 15 juni 1935 bar-mitswa.” In 1929 verhuisden de Zegeriussen van de Joden Houttuinen in de oorspronkelijke jodenbuurt naar de Tugelaweg 104 huis, in Amsterdam-Oost. En hiermee eindigen de biografische bijzonderheden in het boek. Er is evenwel meer bekend geworden, dankzij speurwerk van de schrijvers.
        In hun boek zouden Heere en Vernooij uitleggen hoe het kon dat Nathan anoniem werd begraven op de Eerebegraafplaats. Maar dit boek zou pas in het najaar van 2005 worden gepubliceerd. En eerder al, in maart, kreeg Nathan een steen met zijn naam.
        Voor het onthullen van die steen werd een opgespoorde overlevende van de familie uitgenodigd, Jon Zegerius (1955) uit Driehuis. Hij is de zoon van een neef van Nathan, een achterneef dus. Laura Schot interviewde Jon Zegerius voorafgaand aan de plechtigheid, voor het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 4 maart 2005. En zo werden nog wat meer gegevens losgewoeld.
        “De Zegeriussen zijn altijd best militant geweest”, vertelde Jon Zegerius. “Het waren flinke jongens uit Amsterdam-Oost. Mijn grootvader Zadok [een broer van Benedictus, red.] was in zijn vrije tijd worstelaar. Hij stond op de Dappermarkt en zijn marktkaart, die ik een tijdje geleden ben gaan bekijken in het Gemeentearchief, stond helemaal vol met rode strepen. Hij had vaak ruzie, betaalde niet. Dat soort dingen stond er op de papieren. Dat is ook het kernmerk, het was een anti-autoritaire familie. “Ze moeten opsodemieteren”, was een vaak gehoorde uitdrukking.”
        Op Jon Zegerius wordt verderop teruggekomen. Terug naar Nathan Zegerius.

Eerebegraafplaats in de duinen bij Bloemendaal

Beelden van de Eerebegraafplaats in de duinen bij Bloemendaal, te vinden aan de Zeeweg 26. Hier liggen 372 verzetsstrijders begraven, één van hen is nog altijd niet geïdentificeerd.
Foto’s Redactie Website

Vermoord
Achttien is hij als de oorlog uitbreekt. Hij duikt samen met André Zegerius, een familielid over wie niets naders bekend is geworden, onder bij de joodse, gemengd gehuwde mevrouw Rachel van Hoorn-Groenteman (1892), in de 1ste Van Swindenstraat 127-I. Haar zoon Simon is een vriend van Nathan. Bijna twee jaar slaagt hij er in, schuilend in haar woning, om uit handen van de bezetter te blijven.
        Waar intussen zijn ouders en broers en zussen verblijven, is uit de beschikbare documentatie niet op te maken. Wel de afloop. Die is onthutsend. Het hele gezin wordt zoetjesaan, op uiteenlopende tijdstippen en op verschillende locaties, vermoord. Niets blijft van hen over.
        Vader Benedictus eindigt ergens in Midden-Europa. Hij was op 8 maart 1943 in Amsterdam opgepakt, en arriveerde op 25 maart 1944 in Auschwitz. Na in verschillende kampen te hebben gezeten, zo meldt de website bert-bartholomeus.nl, wordt hem op 9 mei 1945, 52 jaar oud, op een andere, onbekende plek het leven ontnomen.
        Moeder Rachel was twee jaar eerder al vergast in Sobibor, op 11 juni 1943. Judik, de eerstgeborene, was voor de oorlog, als eerste van het gezin, getrouwd, met Karel Beesemer (Amsterdam, 12.10.1914), op 23.11.1938. Zij had ook al een kind gebaard, Nathan, op 18 januari 1940. Zij zijn alle drie vermoord, Judith en Nathan op 17 juli 1942 in Auschwitz, Karel op 20 september 1942, ook in Auschwitz.
        Joseph, kind nummer 2, werd omgebracht in Dachau, op 14.4.1945; Levie, nummer 3, in Auschwitz (30.9.1942); Hartog, nummer 5, in Auschwitz (31.1.1944) en Heintje ten slotte, nummer zes, in Sobibor (11.6.1943).

Verraad
Of Nathan van dit alles heeft geweten tijdens de onderduik, is niet meer te reconstrueren. Maar in 1944 leefde hij in ieder geval nog – zij het niet lang meer.
        Wat gebeurde er? Terwijl hij afwezig was, en het speelde volgens Heere en Vernooij “waarschijnlijk begin maart 1944”, werd zijn onderduikadres verraden. De beruchte collaboratrice Ans van Dijk, werkzaam op het Bureau Joodsche Zaken van de Amsterdamse politie, had het adres doorgegeven aan de Sicherheitsdienst. Ans van Dijk, voor goed begrip, heeft tientallen joden verraden, mogelijk meer dan honderd. Zij verried, zoals Trouw haar portretteerde in 1994, “wie haar maar voor de voeten kwam: vrienden, familieleden, haar compagnon, de familie van haar vaste vriendin”. Ze stuurde rechercheur Peter Schaap van het Bureau Joodsche Zaken “per kerende post af op al die mensen die haar meenden te kunnen vertrouwen”.
        Zo was het ook gegaan bij mevrouw Van Hoorn. Van Dijk gaf dit adres door aan de Duitsers, de Sicherheitsdienst viel binnen, en arresteerde mevrouw Van Hoorn en André. Haar zoon Simon en Nathan waren toevallig afwezig.
        Simon wist niet van de rol van Ans van Dijk. Toen hij in contact kwam met haar, op het bureau, vertelde Van Dijk hem dat zijn moeder zou vrijkomen, “indien hij adressen van ondergedoken joden zou doorgeven”. Hij noemde er zeker drie. Vervolgens werd hem, aldus Heere en Vernooij, “duidelijk dat zij niet zou vrijkomen”. Hij nam toen, zoals hij na de oorlog verklaarde, “contact op met vier leden van het verzet, om Van Dijk te laten liquideren”.
        Nu komt Dordrecht in beeld.

grafsteen voor Nathan Zekerius

De grafsteen voor Nathan Zekerius kwam er pas 60 jaar na zijn dood. De steen is onthuld in maart 2005, tijdens een klein joods ritueel. Zegerius ligt naast de vier mannen die tegelijk met hem zijn gefusilleerd.
Foto Redactie Website

Doorreizen
Op aanraden van Nathan, die zelf meegaat, reist Simon samen met zijn meisje naar België; ze proberen het land uit te vluchten. Bij een treincontrole in Dordrecht wordt Nathan Zegerius opgepakt. Simon mag doorreizen. Maar aangekomen in Antwerpen besluit hij, “bang voor nog meer controles”, om terug te keren naar Amsterdam. “Daar wordt hij, nadat Ans van Dijk de Sipo (Sicherheitspolizei) had ingelicht over het liquidatieplan, gearresteerd.”
        Simon redt het. Het boek: “Na verblijven in onder andere Westerbork, Bergen-Belsen en Buchenwald, werd hij begin mei 1945 bevrijd en keerde hij begin juni terug in Nederland.”
        Voor zijn vriend Nathan zette zich de ondergang in.
        Hij wordt vervoerd naar kamp Vught. Daarna, “inmiddels was duidelijk dat hij joods was”, transporteerden de Duitsers hem naar kamp Westerbork, op 26 mei 1944. Hij werd er opgesloten in barak 67, de strafbarak. Daar deed hij iets wat zijn dood, achteraf gezien, versnelde.
        De auteurs Heere en Vernooij veronderstellen dat Nathan in Westerbork in de maanden die volgden, illegaal actief was, samen met nog vier gevangenen in de strafcel. Inderdaad hadden zij, bleek na de oorlog, een poging ondernomen te vluchten, via het uitzagen van een luchtkoker. “De zaag moesten zij van een derde hebben ontvangen.” Nadat de uitbraakpoging was ontdekt, werden de mannen alle vijf “per Sondertransport overgebracht naar de Aussendienststelle” van de Sipo in Amsterdam. En korte tijd later werden zij op 15 augustus 1944 geëxecuteerd in de duinen bij Overveen.
        Onder andere het jonge leven van Nathan Zegerius was met kogels beëindigd.

Identiteit
De kuil waarin de vijf lijken waren opgeborgen, Grafkuil I, werd na de oorlog, op 16 juli 1945, gevonden. De patholoog-anatoom dr. Nilant stelde een schouwingsrapport op, met een ‘signalement’van de overledenen. Aan de hand van dat rapport, en de kledingstukjes en voorwerpen van hen, kon de identiteit van vier van de vijf worden vastgesteld, door zonen en weduwen, op 27 en 28 augustus en 18 oktober en 12 november. Iedereen was thuisgebracht – Abraham Bronkhorst, Leon Beek, Gustaaf Johan Sanders en Leon Aronson -, alleen Nathan Zegerius nog niet.
        Op 26 oktober werden de rapporten en stukjes kleding ook aan de 21-jarige Simon van Hoorn voorgelegd. Hij verklaarde dat het vijfde lichaam toebehoorde aan zijn vriend Nathan. “Het was een ondergedoken Jood en tijdens dat wij in Dordrecht waren, is hij aangehouden. Dat hij is aangehouden, is in mei 1944 geweest. Ik heb hem nadien niet meer gezien. Een vergissing is volgens mij uitgesloten. Ik herken zijn kleding, terwijl het mij ook bekend is, dat zijn snijtanden, rechtsboven, zijn afgebroken.”
        Familieleden van Nathan werden niet gehoord indertijd. “Pas veel later zou duidelijk worden dat zij alleen tijdens de oorlog waren omgekomen”.

Gissen
Nathan was herkend, maar kreeg desondanks een naamloos graf. Wat ging er mis?
        De auteurs schrijven dat vier van de vijf mannen in november 1945 op de Eerebegraafplaats werden begraven. Aronson elders, op verzoek van zijn weduwe: op het Nederlands Ereveld (vak E, nr. 595) in Loenen namelijk.
        Bij Nathan kwam er een steen met het opschrift ‘Onbekend’. Heere en Vernooij opperen al gissend verschillende redenen hiervoor. Was het, omdat “men nog pogingen wilde ondernemen naaste familieleden te vinden?” Was het, omdat “hij niet door een familielid was geïdentificeerd?” Was het, omdat tegen Simon van Hoorn “een justitieel onderzoek liep?” [Als gevolg van verklaringen van Ans van Dijk. Van Dijk is overigens naderhand schuldig bevonden aan het verraden van tientallen joden en op 14.1.1948 ter dood gebracht, red.]
        Hoe dan ook, de werkelijke oorzaak blijkt mistig, en daardoor bleef Nathan naamloos. Tot 2005. Toen bleek, bij het herbestuderen van alle gegevens over hem voor het naderende boek, dat hij ten onrechte anoniem was begraven. Op zondag 20 maart werd de fout rechtgezet, in bijzijn van achterneef Jon Zegerius, tijdens een kleine joodse ceremonie.

Jon Zegerius

Bij de onthulling van de steen was Jon Zegerius aanwezig. Zijn vader en tante waren de enige overlevenden na de oorlog. Jon Zegerius vertelde in een interview wat het voor hem betekende dat het graf van Nathan Zegerius alsnog een naam kreeg. Acht jaar later, in 2013, overleed Jon Zegerius zelf.
Foto Website RKZ Beverwijk

Bemind
Jon Zegerius, neuroloog van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, vertelde het NIW dat hij in oktober 2004 al een brief had gekregen van de Stichting 1940-1945. “Met schroom en voldoening” werd hem meegedeeld dat er nu een steen met naam op het graf kan worden geplaatst. Zegerius vond het “fantastisch”. “Vanuit de joodse traditie is het ook heel belangrijk dat een graf een naam heeft.” En zoals het NIW al kopte: ‘Bekend maakt bemind’.
        Hij was verbijsterd dat er überhaupt een graf voor Nathan Zegerius bestond. “Er zijn zoveel mensen gestorven die nooit een graf hebben gekregen en nu heb ik opeens familie op een erebegraafplaats!”, zei hij tegen Laura Schot. “Ik vind het heel bijzonder. Mijn vader vertelde wel eens wat over zijn neefjes, maar ik had nooit verwacht meer te weten te komen.”
        Dat Nathan zich in Westerbork “blijkbaar niet rustig kon houden”, verbaasde Jon Zegerius niet. “Het past wel bij de Zegeriussen.”
        Behalve aan Jon Zegerius had de stichting ook een brief gestuurd naar een tante van hem. “Zij kan zich Nathan nog herinneren, maar ze is 82 en het ophalen van deze dingen uit de oorlog bezorgt haar slapeloze nachten. Ze wil er niet over praten.”
        Met haar was Jons vader de enige overlevende Zegerius. Zijn vader was naar Frankrijk gevlucht en kwam weer terug als lid van de Prinses Irenebrigade, aldus het NIW. Jon is nu de laatste mannelijke naamdrager die ook joods is. Maar: “Ik ben met een niet-joodse vrouw getrouwd, dus bij mij houdt het eigenlijk op.”
        Dat toentertijd geen familieleden kon worden gevonden, terwijl zijn vader en zijn tante er toch waren, stoorde Jon Zegerius. Hij noemde het “typisch naoorlogse laksheid”.

Raar
Zondag de 20ste maart 2005 werd de gedenksteen voor Nathan Zegerius onthuld. De twee zonen van Jon Zegerius, tien en twaalf, waren erbij. Ze vonden het “allemaal heel onwerkelijk”, wist hun vader. “Ze vinden het heel raar dat je helemaal geen familie meer hebt. Daar kunnen ze zich geen voorstelling van maken.”
        De steen vermeldt alleen naam, geboorte- en sterfdatum. Jon Zegerius had wat woorden in het Hebreeuws overwogen, en ook nog een davidster, maar zag er van af. Van de anderen met wie hij tegelijkertijd is omgebracht, staan ook alleen de naam en de data op de steen. Het lichaam overplaatsen naar een joodse begraafplaats wilde hij niet. “Nathan ligt nu naast de mannen die met hem zijn gestorven en dat is goed. Bovendien zal deze begraafplaats niet geruimd worden, zolang Nederland bestaat.”
        Acht jaar later, in de nacht van 14 op 15 september 2013, stierf Jon Zegerius zelf. Hij leed aan een ernstige ziekte. Hij is 58 jaar geworden.
        Maar daarmee verloor Nathan Zegerius niet zijn woordvoerder. Aram, de ene zoon van Jon Zegerius, heeft diens interesse in genealogie overgenomen. “Ik draag met mij niet alleen met respect en trots het Jodendom, “zegt hij, “maar ook de derde generatie- identiteit: het naoorlogse Joods- en Zegerius-zijn. En net zoals mijn vader dat altijd wilde, wil ik dat elke vermoorde Zegerius een naam en plek krijgt in ons geheugen.”



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'