Het voorbije joodse dordrecht

Onderduikers in Dordrecht:
waarom Evert de Jong geboren kon worden

Duitsers in Dordrecht

Deze foto van het echtpaar Vermeij uit de Verhulststraat heeft Evert de Jong doen beseffen: "Zonder hun hulp bij het onderduiken zou ik niet geboren zijn."
Foto: RAD (nr. 309-33848)

Op de beeldbank van het Dordtse archief staat een intrigerende mededeling, drie luttele zinnen waarin iemand zijn hart uitstort.
         De boodschap staat onder een zichtbaar oude foto, in juni 1941 gemaakt door de Dordtse firma H. Beerman, van de familie Vermeij in de Verhulststraat. De foto trof ene E.H. de Jong kennelijk tot op het bot. Want in kale, veelzeggende zinnen openbaart hij: “Bij het zien van deze foto moet ik er even bij stilstaan dat ik, die vlak na de oorlog geboren ben, wellicht nooit geboren had kunnen worden. Deze familie heeft met groot gevaar voor eigen leven mijn vader, oom en mijn grootmoeder, alles van joodse afkomst, bij zich laten onderduiken. Dus niet zomaar een familie.”
         Wat is hier aan de hand geweest? Wie zijn deze Vermeij’s die zo royaal bezongen worden als levensreddende helden?
         De uitkomst is verwonderlijk. Het relaas van E.H. de Jong blijkt aan te haken bij onderduikverhalen elders op deze website. Die onopvallende foto op de beeldbank maakte een sliert anekdotes los, over heldenmoed, verraad en joodse netwerken.

Bonkaarten
Voor de duidelijkheid: E.H. de Jong heet Evert (roepnaam Eef), hij woont in Sittard, en is in juli 1945 geboren als zoon van Annie Vermeeren (1913-1998) en Siegfried Salomon de Jong (1908-1997), later volgde nog zus Bea, die in 2007 is overleden. Annie Vermeeren (zie ook het hoofdstuk over Yad Vashem) zat bij het verzet en had een baantje bij het distributiekantoor. Zo wist zij stam- en bonkaarten te bemachtigen voor minsten dertien onderduikers.
         Het was deze Annie die het onderduikadres regelde voor een moeder en twee van haar drie zonen: voor Bertha de Jong-Mecklenburg en Siegfried en Leo. Haar derde zoon, Salomon Simon (1906), weigerde onder te duiken, en deze Sally moest dat met de dood bekopen in Auschwitz, op 30 september 1942.
         Bertha was de weduwe van Simon de Jong. In Dordrecht, waar hij in 1911 kwam te wonen, runde hij als directeur de hoefijzerfabriek Hippos, op de Staart. Haar zoon Siegfried werd de verloofde van verzetsvrouw Annie, en het adres waar zij zich verstopten, was dat aan de Verhulststraat, bij het gezin Vermeij. In het digitale bulletin Dordrecht Monumenteel – niet onversleuteld toegankelijk; zie de gelijknamige website –, is in april 2013 een artikel geplaatst over de families Vermeij en De Jong, geschreven door redactielid Jan Willem Boezeman. Enkele gegevens daaruit zijn hier gebruikt.
         Elektricien Leen A. Vermeij en zijn vrouw woonden op nummer 40. Het huis was kort voor de oorlog gebouwd en krap bemeten. De familie De Jong arriveerde er in augustus 1942. “Om een inval te voorkomen, hing Vermeij een bordje ‘Roodvonk’ bij de deur”, meldt Boezeman. De familie verbleef er tot eind 1944, gedrieën in een klein kamertje. De gezinsleden vertrokken er inderhaast, bij een vermoeden van verraad. “Net op tijd” was dat, vertelde Leo in 1988 in het Dordtse archieftijdschrift Kwartaal en Teken aan medewerker Wim van Wijk. “Want kort na ons vertrek stonden de Duitsers bij Vermeij op de stoep. Ook voor hem is het goed afgelopen.”

Onderduikers in Dordrecht

Op deze foto staan enkele mensen die in voorkomen in nevenstaand verhaal. Links Sally de Jong, die weigerde onder te duiken. Daarnaast Annie Vermeeren, de latere moeder van Eef de Jong die de onderduik in de Verhulststraat regelde. In midden: Eef's vader Siegfried Salomon de Jong. Naast hem een nicht die naar Amerika vluchtte en ten slotte Leo, Eef's oom, die trouwde met Netty Kooperberg en in Bussum ging wonen. De foto is vermoedelijk genomen in de Leerambachtstraat 13, het woonadres van de familie De Jong vóór hun onderduik.
Foto: Familiebezit

Nieuw adres
Annie Vermeeren zorgde voor een nieuw onderduikadres, een kamertje boven drogisterij ‘De Molen’ aan de Krommedijk. “Daar hebben we tot het eind van de oorlog gezeten.” Eef, het kind dat na de oorlog ter wereld kwam, vroeg Boezeman of hij misschien de foto kon thuisbrengen, die in zijn geboortemaand is gemaakt. De foto toont een voordeur en glas-in-lood-ramen met daarvoor tien personen en een hond. Boezeman was er snel uit, doordat het huisnummer zichtbaar is: 140. Zo kon hij achterhalen dat de foto bij het woonhuis van drogist Jelten is gemaakt. Dat had nummer 140 (nu 174). De drogisterij zelf stond op nummer 144 (nu 178).
         [De mensen op de groepsfoto zijn inmiddels ook allen benoembaar. Zie voor hun namen datzelfde kader over Netty Kooperberg, in het hoofdstuk over Yad Vashem.]
         Over zijn moeder Annie wil Eef de Jong nog enkele behartenswaardige details kwijt. Dat Annie’s vader, “een tijdje voor de oorlog”, een klokkenzaak had, aan de Korte Breestraat 2. Maar kort voor de oorlog raakte zij deze vader zowel als haar moeder kwijt. Annie kwam toen, tot 1942, te wonen op de Leerambachtstraat 13 (oude nummer). Daarna belandde ze in de Oudelandstraat 48, in het benedenhuis van Annie’s broer Frits en diens vrouw Marie Vermeeren-Kwak, Annie’s schoonzus dus.
         Eef: “Het was riskant om haar onderdak te verlenen, want mijn moeder zat in het verzet.” Toch gebeurde het.
         Het pand speelt ook een rol in het kader over Netty Kooperberg, zie opnieuw het hoofdstuk over Yad Vashem. “Het verhaal van Vermeerens kant is diep verweven met dat van de De Jongs kant”, zegt Eef, bijna verontschuldigend.

Papiergroothandel    
Er is nog een kant – die van zijn grootmoeder, Bertha Mecklenburg, die afkomstig was uit Lübeck. In deze stad zijn vanaf 1993 tot heden al 156 Stolpersteine gelegd; struikelsteentjes waarmee de slachtoffers van het nationaal-socialisme worden gememoreerd. Doordat Eef de Jong het familie-archief heeft geërfd, heeft hij de researchgroep van Lübeck aanvullingen op de familiegeschiedenis kunnen geven.
         De geschiedenis van de Mecklenburgs speelt zich af in de Mengstrasse 52. Daar was het familiebedrijf gevestigd, een groothandel in papier. De Jong ontdekte in documenten dat de vader van Bertha, Heiman Juda Mecklenburg, tien kinderen had, onder wie zes jongens en vier meisjes. Maar onbekend was dat behalve Bertha ook haar zussen Dina en Recha de oorlog hebben overleefd. Deze gegevens zullen aan de website worden toegevoegd.
         Laatst maakte De Jong een dienst mee in een evangelische kerk in Lübeck, bedoeld voor Hanna Mecklenburg, een nichtje van zijn oma Bertha, en dus een achternichtje van hem. Hanna (1922) heeft het niet gered in de oorlog. Op de vlucht geslagen naar België in 1938, werd deze jodin gearresteerd, en uiteindelijk vermoord in Auschwitz, in 1942.
         Eef de Jong vond de dienst “indrukwekkend”. Het deed hem veel. “Ik ben niet zo’n familiedier. Maar omdat mijn ouders altijd hebben gezwegen”, raakte hij in Lübeck, “juist in het land waar het mis ging”, behoorlijk geëmotioneerd.

Hecht
Eenmaal getrouwd met Simon de Jong kwam Bertha Mecklenburg via Groningen in Dordrecht terecht. Zoon Leo, die ten tijde van het interview met Van Wijk in Bussum woonde, vertelde dat hij is geboren aan de Vrieseweg, ongeveer tegenover de Clara Mariahof. Geschiedkundig interessant is wat hij meldde over de joodse gemeenschap in Dordrecht en de joodse middenstand.
         Boodschappen deden zijn ouders bij joodse winkeliers, hoewel zij zich “niet strikt hielden” aan de spijswetten. “Niet uit principe of om kosher te eten, maar om de winkel te steunen, gingen wij naar bakker Braadbaart aan de Groenmarkt en naar kruidenier Lievendag in de Korte Breestraat. Wilde je kosher vlees, dan moest je naar Zwijndrecht, naar slagerij Den Hartog. Er waren wel joodse slagers in Dordrecht, maar die verkochten geen vlees van ritueel geslachte dieren.”
         De Dordtse joodse gemeenschap was hecht, herinnerde hij zich. “Iedereen kende iedereen. Natuurlijk bestonden er klasseverschillen, maar die waren ondergeschikt aan het gevoel van verbondenheid. Lag er iemand te bed, dan kon je ervan op aan, dat er iemand langskwam om te vragen of er hulp geboden kon worden. Ook financieel stond men voor elkaar klaar. Bij dergelijke zaken verdwenen de godsdienstige verschillende naar de achtergrond; orthodox of liberaal deed er dan niet toe. Men was in de eerste plaats jood.”
         Leopold Simon de Jong, die Dordt verliet in 1945, aanvaardde een baan bij de Nederlandse Televisie Stichting en bleef er tot aan zijn pensioen werken. Hij is op 31 december 1988 overleden.

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'