Het voorbije joodse dordrecht

Dordts-joodse huisarts Oscar Cahen
protesteerde tegen uitsluiting

Oscar Cahen

Oscar Cahen, een geliefd arts in Dordrecht.
Foto: RAD (552-305155)

De Dordtse huisarts Oscar Cahen protesteerde openlijk toen het joodse artsen begin 1941 door de Duitse bezetter voortaan verboden werd om niet-joodse patiënten te behandelen. Hij stuurde zijn patiënten en talrijke collega’s in de lokale medische wereld een rouwbrief, waarin hij zijn terugtreden meedeelt – op een toon die ongebroken trots, maar tegelijk machteloosheid uitdrukt.

Deze historische circulaire, bewaard gebleven in het Dordtse gemeentearchief, werd in 2011 nog getoond op een expositie in het Nationale Bevrijdingsmuseum 1940-1945 te Groesbeek. De organisatie sprak van “een indrukwekkende brief”.
        
Raadslid
Oscar Cahen (1874) was “een geliefde arts”, stelt de website Joods Amsterdam in een hoofdstuk over joods Dordrecht. Hij vestigde zich in 1907 in Dordrecht, op Singel 196, na eerder 33 jaar in Leiden te hebben gewoond, zijn geboorteplaats. Daar was hij, zoon van een koopman zijnde, begonnen aan een studie geneeskunde, die hij op 2 januari 1903 afrondde met het artsexamen. Zijn ouders waren Michael Cahen en Amalie Kaufman; zijn wieg stond in de Maarmansteeg.
         In Dordrecht was Cahen niet alleen huisarts. Hij werkte ook als narcotiseur in het Gemeenteziekenhuis en fungeerde daarnaast als hulpbetoonarts. Vier jaar achtereen zat hij bovendien in de gemeenteraad, van 1931 tot 1935, als lid van de Vrijzinnig-Democratische Bond.
         In 1941 werden “joden steeds meer geïsoleerd, en werd het steeds moeilijker gemaakt het joodse leven voort te zetten”, beschrijft de website Joods Amsterdam. In Dordrecht werd de ene na de andere beperkende maatregel afgekondigd. In het boek De Verdwenen Mediene Dordrecht (1995) worden ze gepreciseerd. Twee joodse winkels kregen het bevel te liquideren. Joden moesten persoonsbewijzen bij zich dragen met een ‘J’. Radiotoestellen moesten worden ingeleverd. Zwembaden, parken, schouwburgen, leeszalen en musea werden voor joden verboden gebied.
        

Oscar Cahen

De protest- en rouwbrief die dokter Cahen naar patienten en collega's stuurde.
Foto: Website Joods Monument.nl

Rouwen
Oscar Cahen kreeg ook beroepsmatig te maken met de antisemitische maatregelen: hij mocht als joodse arts niet langer meer niet-joden behandelen. In een brief aan zijn patiënten, getiteld In Neerland Rouwt Israël, maakte hij, onder beheerst, maar voelbaar verontwaardigd protest, op 1 mei 1941 zijn terugtreden bekend. Het document staat hierbij afgedrukt. De tekst ervan luidt:

         In Neerland Rouwt Israël.

Hierbij vervul ik den treurigen plicht, mede te deelen, dat ik van af 1 mei 1941 niet meer te consulteeren ben, ingevolge de opdracht van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, waarbij mij verboden werd, niet-Joodschen patiënten te behandelen.
         Leidenaar was ik 33 jaren en evenlang Dordtenaar, huisarts, waarvan ruim 28 jaren ook Maatsch. Hulpbetoonarts, 10 jaren ook narcotiseur van het Gemeente Ziekenhuis en 4 jaren Gemeenteraadslid. Ik geloof, dat ik als Joodsche Nederlander en ook als arts, onverveerd en getrouwe, den eed heb gehouwen, die ik 50 jaren geleden bij mijn ontgroening afgelegd heb, n.l. trouw aan het fiere devies: “Virtus, Concordia, Fides”, d.i. Deugd, Samenwerking en Goede Trouw, dat ik Eerlijk, Medemenschenlievend, Betrouwbaar als arts en als mensch heb geleefd. In ieder geval heb ik daarnaar gestreefd, naar de leidraad: 1ste Wat ik niet wil dat mij geschied, doe ik ook aan een ander niet en 2de Wat ik graag voor mezelven wensch, verlang ik ook voor ieder mensch.

Ex-patiënten, ik dank U voor Uw vertrouwen en vriendschap, van zeer velen gedurende al die jaren.
         Mijn Collega’s Huisartsen en Specialisten, mijn dank voor hun steun, hun echte beroeps “broederschap” die mijn patiënten en mijzelven ten goede kwam.
         Ook aan H.H. Tandartsen, Apothekers, Directies en Zusters van de Ziekeninrichtingen, Wijkzusters, Bestuurders en Werkers op Philantropisch d.i. mensch-minnend, gebied mijn hulde en mijn dank voor de samenwerking.
         Hun en hun gezinnen en ieder mensch wensch ik voor hun verdere levensdagen dat toe, wat hen allen gelukkig maken kan en als weleer in 1574:

“Nu kunnen wij afdrogen, ons rood bekreten oogen, ons Lijden is ontzet.”’

Acad. Lugd. Bat. Med. Doct. O. Cahen
a.v.c. rustend geneesheer.

Oscar Cahen

Het briefje dat Cohen in 1933 rondzond, bij zijn 25-jarig jubileum.
Foto: Website Joods Monument Dordrecht

Bedankje
Patiënten van Oscar Cahen hadden al eens eerder een brief van hem gekregen, in 1933. Dat jaar is besmet: Hitler begon zijn anti-joodse dictatuur. Maar Cahens handgeschreven notitie is nog schijnbaar vrij van zorgen. Hij is nu 25 jaar huisarts in Dordrecht en in oktober bedankt hij allen die hem in september “vriendelijke hulde” hebben gebracht; het heeft hem “diep ontroerd”.
         Ook dit briefje is bewaard gebleven, zij het niet in het stadsarchief. Het werd in 2012 gepubliceerd op de website Joods Monument Dordrecht, een site van het Johan de Witt-gymnasium, bedoeld voor Shoah-educatie. Ene Martin van Amerongen heeft daarop Cahens bedankbriefje gepost. Het is afkomstig uit paperassen van zijn overgrootmoeder Helena Cramp, die patiënt was bij Cahen, licht hij toe.
         In werkelijkheid werd Cahen “diep getroffen” door de anti-joodse maatregelen die vanaf 1933 in Duitsland gingen gelden. “Hij bleef voor de buitenwereld zijn humor behouden, maar hij werd er innerlijk zeer gevoelig door, zelfs wel overgevoelig. Niet alle collegae hebben dit begrepen,” schreef J.H. Hagen, een Dordtse collega.
         Hagen heeft na de gewelddadige dood van Cahen zijn herinneringen aan ‘Os’ genoteerd. Deze zijn bewaard in het Dordtse archief en kunnen hier daarom worden geciteerd. Hagen vond Cahens rouwcirculaire getuigen van “niet geringe moed”, en prees hem ruim, als mens en huismedicus.

Levenswijsheid
Hij noemde Cahen “een begaafd mens”, met “een helder verstand” en “grote levenswijsheid”. Daarnaast vielen zijn “grote mensenliefde en opofferingsgezindheid” op. “Juist deze mensenliefde maakte hem tot een voortreffelijk vriend van zijn patiënten, aan wie hij veel meer gaf dan alleen zijn medische kennis. Onbaatzuchtig, tot op het roekeloze voor zichzelf af, gaf hij zijn hele wezen aan de patiënten.”
         Hij haalde aan dat Cahen in Dordt “hard heeft gewerkt”, vooral in de griepperiode van 1919. Als een van de weinigen die niet door deze ziekte werd getroffen, kon hij patiënten van verschillende zieke collegae toch medische hulp verlenen.
         Op de dag van de capitulatie vertrouwde Cahen Hagen toe: “Nu is het voor mij afgedaan.” “Troosten hielp niet, met zijn helder doorzicht voorzag hij de toekomstige maatregelen.”
         Cahen werkte in de oorlogsdagen nog door, verteerd “door innerlijke spanningen en verdriet”. “Toen de dag kwam dat hij gehaald werd, kon hij niet meer besluiten tot onderduiken.” Hagen, tot slot: “Het is weemoedig te denken dat deze mens met zijn onbaatzuchtigheid en ruime mensenliefde juist het slachtoffer moest worden van een onmenselijke terreur.”

            Oscar Cahen werd op 68-jarige leeftijd vermoord in Sobibor, op 13 maart 1943.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'