Het voorbije joodse dordrecht

Verkoopster Roza Cohen blijft na
lang speuren toch een onbekende

plechtigheid op de Singel 222

De plechtigheid op de Singel 222, bij het vroegere huis van Roza Cohen, was noodgedwongen kort. De aanwezigen kregen slechts enkele schamele feiten te horen over het leven van deze winkeljuffrouw.
Foto Perry Bos

Toen Roza Cohen naar Dordrecht verhuisde, in maart 1940, was de stad nog in vrede gehuld. De oorlog heerste elders, het nazi-dirigisme had nog geen vat op Nederland.
        In januari 2016, driekwart eeuw later, stonden enkele mensen treurig bijeen te wezen op de Singel, bij nummer 300. In de stoep was zojuist een Stolperstein voor Roza vastgeklemd, en een handjevol aanwezigen stond haar nu gepast te herdenken. De oorlog had Roza Cohen ingehaald en vroegtijdig tot haar huiveringwekkende dood geleid, in Sobibor.
        Het gezelschap stond er enigszins verloren bij. De plechtigheid was de kortste in het toen twee-jarig bestaan van de lokale werkgroep Stolpersteine. Het ongemak had een eenvoudige reden: Roza Cohen was sinds de dag dat ze Dordrecht betrad, een onbekende gebleven. Ze had geen administratieve of andersoortige sporen nagelaten. Haar leven viel in vijf zinnen te schetsen.
        Die magerte wrong, zoals later die dag ook bij het steentje voor Mietje Viskoper, op de Riedijk: ook zo’n onbekende.
        Net als bij Mietje Viskoper werd nog een uiterste poging gegaan om wat meer persoonlijke details over Roza Cohen te vinden, zodat ze meer werd dan een naam op een Stolperstein. Bij Viskoper lukte dat (zie verhaal 106), bij Roza van geen kant. Over haar directe familieleden waren in archieven weliswaar personalia voorhanden, maar geen van hen is nog in leven. De nazi’s stuurden ze de dood in - en die ene overlevende is onderwijl gestorven.
        Het verleden van Roza Cohen blijft buiten handbereik.

grootvader H.J. Breslauer viert zijn 70ste verjaardag 21.2.1901en haar grootmoeder d’r 85ste verjaardag

Twee gebeurtenissen uit het jonge leven van Roza Cohen: haar grootvader H.J. Breslauer viert zijn 70ste verjaardag (NIW, 21.2.1901), haar grootmoeder d’r 85ste verjaardag (NIW, 7.11.1913).
Foto’s Delpher

Winkeljuffrouw
Ze was al een veertiger, ze had al een half leven achter de rug op het moment dat Roza Cohen haar woning aan de Singel 222 (nu: 300) betrok. Dat was, volgens de gemeentelijke woningkaart, op 6 maart 1940. Veel eerder al was zij Dordrecht voor het eerst binnengetrokken. Om precies te zijn op 2 april 1938. Zij kwam uit Groningen, ze vestigde zich in de Cornelis van Beverenstraat op nummer 19 rood, op de bovenverdieping. In dit pand woonde beneden de al even joodse familie Fonteijn; Roza huurde er blijkbaar een kamer.
        Van beroep was Roza winkeljuffrouw, verkoopster. In diezelfde hoedanigheid had ze voorheen al werkgevers gehad, in Den Haag. Het is dus alleszins aannemelijk dat Roza Cohen in Dordrecht vanaf 1938 hetzelfde werk deed, al is er geen document aangetroffen dat aangeeft hoe lang en in welke winkel zij heeft gediend..
        Dordrecht was eind jaren dertig een kleine, rustige stad. In Duitsland mochten de nazi’s dan de jodenvervolging hebben ingezet en steeds oorlogszuchtiger worden, in Nederland heerste nog weldadige vrede. Ook toen Roza Cohen op 6 maart 1940 naar de nabijgelegen Singel verkaste, hetgeen de Dordrechtsche Courant op 7 maart meldde in de rubriek ‘Verhuizingen in de stad’, betoonde de stad zich allerminst vreeswekkend.
        Joden konden hun leven nog leiden zoals zij wilden.

persoonskaart voor Roza Cohen uit het Haagse archief

De persoonskaart voor Roza Cohen uit het Haagse archief. Op de achterkant staan de meerdere adressen waar zij van 1919 tot 1934 woonde. Zij ging daarna terug naar haar geboorteplaats Groningen, maar verhuisde in 1938 naar Dordrecht.


Roza Cohen verhuist van de Corn. van Beverenstraat 19 rood naar de Singel 222

Een bericht in de Dordrechtsche Courant van 7.3.1940: Roza Cohen verhuist van de Corn. van Beverenstraat 19 rood naar de Singel 222.
Foto Regionaal Archief Dordrecht

Groningen
Roza Cohen kwam van oorsprong uit Groningen; zoveel is nog wel over haar terug te vinden. Haar vader heette Adolf Nathan Cohen (Arnhem, 10.1.1868), haar moeder Flora Breslauer (Groningen, 25.3.1866). Zij vormden sinds 16 augustus 1891 een echtpaar, ze trouwden in Groningen, en woonden in de Blekerstraat 24a. Adolf was een reiziger, een papierhandelaar.
        Vier kinderen bracht de relatie voort, met Helena als eerste. Zij is geboren in Zaltbommel, op 7.5.1893. De drie anderen kwamen ter wereld in Groningen, achtereenvolgens Hendrik (13.10.1894), Roza (1.1.1897) en Herman (24.2.1899). Kort na de geboorte van de laatste stierf Flora, nog in het kraambed, op 13 maart 1899. Roza Cohen was toen pas twee jaar oud.
        Adolf hertrouwde, een dik jaar later, op 31 mei 1900, met Heintje Cohen (Zevenaar, 14.3.1869). En met haar, voluit dus Heintje Cohen-Cohen geheten, kreeg hij nog eens vijf kinderen, allemaal in Groningen. Dit zijn: Flora (16.3.1901), Betsy (7.2.1902), Nico (22.1.1905), Henriette (4.5.1907) en Jules Adolf (31.3.1914). Moeder Heintje heeft haar eigen kinderen zien opgroeien, zij het niet tot ver in hun volwassenheid. Heintje Cohen overleed op 5 mei 1930 in Apeldoorn, 61 jaar oud.
        Door deze vrij vroegtijdige dood is haar echter ook onnoemelijk leed bespaard gebleven: bijna het complete gezin ging ten onder door de uitzinnige wreedheid van de nazi’s.

woonregister van de Corn. van Beverenstraat

Deze foto van het woonregister van de Corn. van Beverenstraat laat zien dat Roza Cohen op 2 april 1938
in Dordrecht kwam te wonen, komend uit Groningen. Zij huurde een kamer bij de familie Fonteijn.
Foto Redactie Website


woning aan de Singel 222

Dit is de woning aan de Singel 222 (nu: 300) waar Roza verbleef
totdat zij in de oorlog verdween naar ‘Duitschland’.
Foto Redactie Website

Laatste etappe
Op 27 april 1916 bevindt Roza Cohen, 19 jaar oud nu, zich in Den Haag. In de gemeentelijke administratie wordt zij ingeschreven als winkeljuffrouw: het werkzame leven van Roza is begonnen. Tussen 1916 en maart 1934 woont zij in Den Haag op acht verschillende adressen, ze variëren van de Boekhorststraat 76, de Rijswijkseweg 1 en de Prins Hendrikstraat 147 tot de Sneeuwbalstraat 106 en de Van Galenstraat 46. Misschien zocht ze, al wisselend van werkgever, steeds een kamer in de nabijheid.
        Op 26 maart 1934 keerde ze terug naar Groningen, haar stiefmoeder was al overleden. Ze vestigde zich in de Peperstraat 12a. Het is niet te achterhalen waarom zij Den Haag heeft verlaten. Dordrecht werd na Groningen haar volgende etappe, in 1938. En tegelijk haar laatste.
        Roza Cohen is uit de gemeentelijke administratie van Dordrecht geschreven op 16 maart 1943. Dat is de datum die de gemeente standaard noteerde voor álle in Dordrecht wonende joden die ineens verdwenen waren. Meestal stond erbij: VOW, hetgeen betekent: Vertrokken Onbekend Waarheen. Bij Roza Cohen kon wel een ‘nieuwe woonplaats’ worden ingevuld: Duitschland - wat achteraf gezien een cynische notitie is, en bovendien een onjuiste: Roza werd vergast in Sobibor. Daar, in Polen, kwam ze als as op grijze velden te liggen.

Herman Cohen, de jongste broer van Roza Herman Cohen, de jongste broer van Roza

Herman Cohen, de jongste broer van Roza, is de enige van de familie die de oorlog overleefde. Hij trouwde met Elfriede Gadiel, die in oktober 2001 overleed, zoals te lezen valt op haar grafsteen. Cohen zelf stierf op 31 december 1988, bij een noodlottig ongeval in Israël (NIW 6.1.1989).
Foto’s Het Stenen Graf en Delpher

Droefheid
Wie op de website Joods Monument de levens van Roza’s broers, zussen, halfbroers en halfzussen, plus dat van haar eigen vader, naloopt, ziet een afgrond van totale droefheid opdoemen. Op 1 nakomeling na, de jongstgeboren Herman, zijn alle gezinsleden in de oorlog omgekomen, ook gezinnen die zij zélf intussen hadden gesticht.
        Een overzicht:
        Vader Adolf Nathan werd vermoord in Auschwitz, op 19.11.1942.
        Op diezelfde dag in hetzelfde vernietigingsoord werd zijn dochter Helena vermoord. Zo ook haar zoon Abraham (Winschoten, 20.7.1934): zelfde datum, zelfde vernietigingsoord. Helena’s man, de slager Hartog Braaf (Bellingwolde, 21.7.1899), stierf ergens in Midden-Europa, op 31.3.1944.
        Adolf’s andere dochter Hendrika, schoolhoofd: vermoord in Sobibor, 4.6.1943.
        Dan de kinderen uit zijn tweede huwelijk, met Heintje:
        Flora, vennoot van de firma Gerson en agente in mode-artikelen, vermoord in Auschwitz, 31.10.1944. Haar man, Samuel Adolph Gerson (Rheinberg, 25.1.1873), overleed in Amsterdam, op 12.2.1941.
        Betsy, vermoord in Auschwitz 10.9.1943. Haar echtgenoot, de ambtenaar Daniel Kats (Beilen, 7.6.1894), werd omgebracht ergens in Polen, 31.3.1944.
        Nico, de handelsreiziger, vermoord in Auschwitz, 10.9.1943, samen met zijn 17-jarige zoon Jacob Jozef Vissel (Warffum, 14.12.1924). Zijn vrouw, Vogelina Goudsmit (Farnsum, 19.9.1898) werd een maand eerder vermoord in Auschwitz, op 19.8.1942, samen met hun andere 10-jarige zoon Adolf (Groningen, 1.7.1932).
        Henriette, de caissière, vermoord in Auschwitz, 30.9.1942.
        Jules Adolf, de arts, eveneens vermoord in Auschwitz, op dezelfde dag, samen met de tweeling Hetty Ellen (Rotterdam, 3.5.1940) en Harry Dolf (Rotterdam, 3.5.1940). Zijn echtgenote Mathilda Rosa Haas (Amsterdam, 3.6.1912) eindigde op 5.8.1942, in Auschwitz.
        De balans: de familie Cohen, met andere woorden, is vakkundig verwoest - op één na.

Stolperstein voor Roza Cohen in de stoep van de Singel

De Stolperstein voor Roza Cohen in de stoep van de Singel:
over het leven dat ze leidde tussen haar geboorte en haar dood,
is bitter weinig teruggevonden.
Foto Redactie Website

Afstand
Herman Cohen had het leven nog, bij de bevrijding.
        Vanuit het Franse Croix kwam hij op 30 oktober 1945 naar Amsterdam, om er te gaan wonen in de Rapenburgerstraat 171 hs. Op 8 december 1951 huwde hij Elfriede Gadiel (Beuthen, Duitsland, 2.3.1906), die eerder getrouwd was geweest, vanaf 10 november 1938 in Amsterdam, met Feiwel Kraushar (Bhorodozany, Polen, 24.11.1898). Nadat hij in Auschwitz was omgebracht op 6.9.1944, hertrouwde de weduwe met Herman Cohen.
        Cohen kan niet meer worden benaderd om biografische wetenswaardigheden over zijn zus Roza. Herman Cohen is op 31 december 1988 in Amsterdam overleden. Zijn vrouw Elfriede stierf op 16 oktober 2001 in Diemen. Er zijn geen kinderen bekend.
        Dat is wel het geval bij Roza’s stiefzus Betsy Kats-Cohen. De twee kinderen die zij kreeg met Daniel Kats zijn aan de Holocaust ontkomen. Het zijn dochter Heintje (‘Riwkah’) en zoon Salomon Salko (‘Shaul’) Kats. Zij zijn naar Israël geëmigreerd.
        Heintje Kats trouwde op haar beurt met Heiman Mozes Chaimke van der Velde (Medemblik, 6.3.1932- Tsirifien, 23.3.1995)) en kreeg twee kinderen: Nechama en Yael. Deze laatste is weer getrouwd met Baruch Shavit.
        Via deze zijtak is geprobeerd iets over Roza Cohen te achterhalen, ook al staan deze familieleden op wel erg grote afstand van het oorspronkelijke Groningse gezin.
        Twee van de in Israël wonende nazaten zijn benaderd, zowel telefonisch als per e-mail. Maar spijtig genoeg heeft dit tot nog toe niets opgeleverd.

****

De familieleden die Roza Cohen bij leven omringden, konden in kaart worden gebracht. Maar wie Roza nu zelf was, als persoon, blijft helaas mistig, doordat al die levens van nabije verwanten zijn gedoofd.
        Soms is er gewoon niets meer. De naam op het steentje bij Singel 300 valt met woorden niet meer levend te maken.


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'