Het voorbije joodse dordrecht

Hoe Sal Duits de nagedachtenis aan
zijn vader in de herinnering houdt
* Documenten over Abraham Duits online via het Holocaust-archief

Abraham Duits en Cornelia de Korver getrouwd juni 1935

Sal Duits schreef op de website van het Regionaal Archief Dordrecht toelichtingen bij foto’s van familieleden van hem, gemaakt door de fotograaf H.G. Beerman. Deze foto, verduidelijkte hij, toont zijn ouders, Abraham Duits en Cornelia de Korver. Ze stralen, ze zijn zojuist getrouwd, in juni 1935.
Foto RAD (nr. 5_30925064) 

Pas als je er op let, valt het op – dat Sal Duits zich in de laatste jaren voor zijn dood heeft beijverd om de herinneringen aan zijn jongvermoorde vader Abraham levend te houden. Hij mocht niet onopgemerkt blijven, niet in een vergeethoek terechtkomen.
        Drievoudig was zijn inzet. Hij stuurde de levensgeschiedenis van zijn vader naar de redactie van de website ‘Joods Monument’, een artikel dat op 23 december 2013 werd geplaatst. Hij zorgde ervoor dat er pal voor het voormalige woonhuis van zijn vader, aan de Johan de Wittstraat 31, een Stolperstein werd aangebracht, in zijn aanwezigheid, op 11 april 2014.
        En hij schreef in datzelfde 2014 op de website van het Regionaal Archief Dordrecht toelichtingen bij foto’s van verschillende leden van de familie Duits, afkomstig uit de collectie van de Dordtse fotograaf H.G. Beerman – zoals bij die statige huwelijksfoto uit juni 1935 van zijn stralende ouders, Abraham Duits en Cornelia de Korver.
        En kort daarna, op 4 maart 2015, kwam Sal Duits, die de laatste tijd vergezeld van zijn echtgenote Lenie voorzichtig en leunend op een stok door Dordrecht liep, te overlijden. Hij is 79 jaar geworden en kon in één opzicht zeker tevreden zijn: het lot van zijn vader was niet vergeten geraakt.
        Zoon Sal had hem in ere gehouden.

grootouders van Sal Duits, Daatje Duits-Fonteijn en Salomon Emanuel Duits

Dit zijn de grootouders van Sal Duits, Daatje Duits-Fonteijn en Salomon Emanuel Duits.
Foto’s RAD (nrs. 4_3092426 en 4_3092427)

Ladelund
Abraham Duits en zijn zus Elisabeth zijn twee van de drie kinderen Duits die tijdens de oorlog zijn omgebracht door de nazi’s − hij in Ladelund, een buitenkamp van Neuengamme, zij in Auschwitz. Het leven van Abraham stokte op zijn 35ste, dat van Elisabeth op haar 34ste.
        Hun zus Clara Rosette en hun ouders Salomon (‘Sal’) Emanuel Duits en Daatje Fonteijn wisten de jodenvervolging te overleven. Zij konden hun levens voortzetten tot respectievelijk 1998, 1965 en 1965.
Aanvankelijk woonden Salomon en Daatje in de Wijnstraat, eerst op nummer 47, later op nummer 53, nadat zij op 7 februari 1906 waren getrouwd in Den Haag. In deze stad was Daatje geboren op 12 april 1881. Salomon was een rechtgeaarde Dordtenaar, daar geboren op 8 januari 1881. Elisabeth werd hun eerste kind, op 21 november 1907. Daarna kwamen Abraham (1 februari 1909) en ten slotte Clara (21 april 1913). Vader Salomon had zich inmiddels ontpopt als grossier in reclameartikelen en fabrikant en handelaar in kalenders.
        Het gezin verhuisde op 8 juni 1923 naar de Johan de Wittstraat 23, het adres waar nu, op huidig nummer 31, die struikelsteen ligt te glanzen.

gezinskaart van de familie Duits

De gezinskaart van de familie Duits, voor- en achterzijde. Van de vijf gezinsleden werden er twee in de oorlog vermoord, zoon Abraham (de vader van Sal) en dochter Elisabeth. De ouders, Salomon en Daatje Duits, wisten te overleven, evenals dochter Clara Rosette.
Foto’s RAD

Verkoper
Abraham Duits trad, nadat hij de hbs had doorlopen, in 1928 in dienst bij het bedrijf van zijn vader, S. Duits & Co. Na een leerschool te hebben doorlopen bij collega’s in Leipzig, Parijs en Londen, werd hij begin jaren dertig aangesteld als vertegenwoordiger en verkoper van deze firma, voor het oosten en noorden van Nederland.
        In 1935 trad hij in Dordrecht in het huwelijk met de vijf jaar jongere Cornelia (‘Cor’) Engelberta de Korver (Zwijndrecht, 11.1.1914), op 12 juni. Nog diezelfde dag verhuisde het echtpaar naar Amersfoort, naar de Hobbemastraat 43. En daar werd Salomon (‘Sal’) Hans geboren, op 6 november 1935, hun enige kind. In het levensverhaal dat Sal in 2013 schreef over zijn ouders, staat dat het gezin tot begin 1942 “een onbekommerd en zorgeloos bestaan leidde”.
        Daarna sloop de oorlog hun levens in, met schaamteloze wreedheid.
        Wat er rond het joodse gezin gebeurde, valt te reconstrueren doordat Sal Duits die ontluisterende periode heeft geboekstaafd voor ‘Joods Monument’. Zulke details zouden anders niet bekend zijn geworden, alle directbetrokkenen zijn inmiddels gestorven. Daarom wordt hier dankbaar uit het schrijven geciteerd.

Zwitserland
“Begin 1942”, zo schreef hij, “werd Cornelia, mede op verzoek van haar schoonvader Sal, ingeschakeld bij het vervoer van joodse mensen naar Brussel, het begin van de zogenoemde Zwitserland-route.” Steeds reisde zij “met kleine groepjes van vier of vijf mensen per fiets, tram en trein van Breda naar Brussel. Vandaar ging het verder met andere begeleiders via Luxemburg en Frankrijk naar Zwitserland”. Bij haar elfde grensoverschrijding ging het mis. Het groepje werd in de trein aangehouden en gevangen genomen. Dit groepje bestond toevalligerwijze uit Cornelia’s schoonzus Elisabeth Duits, haar zwager Bernard Abraham Cohen (met wie Elisabeth op 23.12.1931 in Dordt was getrouwd) en “hun twee kinderen”.
        Cornelia kwam uiteindelijk via meerdere gevangenissen, onder andere in Antwerpen, Breda en Vught, terecht in het Duitse concentratiekamp voor vrouwen Ravensbrück. Maar zij heeft er haar leven weten te behouden. Elisabeth Duits en haar man Bernard (Rotterdam, 10.10.1903) werden al na enkele dagen afgevoerd en op 30 september 1942 in Auschwitz vergast, zij 34 jaar oud, hij 38.
        De twee kinderen zijn “uit de gevangenis in Antwerpen gehaald en hebben de oorlog in België in een kindertehuis overleefd”, aldus Sal Duits. Hier is een correctie nodig: het gaat niet om twee, maar om drie kinderen, Lily (1933), Erna (1935) en Claasje (1941). En de gevangenis betrof de kazerne Dossin in Mechelen, waar hun ouders Elisabeth en Bernard ook geïnterneerd zijn geweest, voordat zij op 11 augustus 1942 per trein werden gedeporteerd (zie ook, elders op deze site: Kazerne Dossin Mechelen)
        Voor de ouders van Lily, Erna en Claasje zijn op 11 april 2014 de allereerste Dordtse Stolpersteine gelegd, bij hun voormalige woning aan de Groenedijk 84 (nu: 74). Dit gebeurde op verzoek van de familie in stilte, buiten afwezigheid van de media.

Abraham Duits stierf op 16 november 1944 in het Noord-Duitse werkkamp Ladelund, een buitenkamp van Neuengamme

Abraham Duits stierf op 16 november 1944 in het Noord-Duitse werkkamp Ladelund, een buitenkamp van Neuengamme. Op ijzeren plaquettes bij drie ‘gedachtenisstenen’ worden de overleden gevangenen opgesomd.
Dit is zo’n plaquette. Op de detailfoto is te zien dat de achternaam van Abraham foutief is weergegeven: Duiks in plaats van Duits.
Foto’s KZ-Gedenk- und Begegnungsstätte Ladelund

Herenigd
Terwijl zijn vrouw Cornelia werd opgesloten in Ravensbrück, bleef Abraham Duits achter met zijn zoontje Sal. Hij vond dit “toch te riskant worden” en bracht Sal daarom onder bij een vriendin in Bilthoven. Zelf dook hij onder in Amsterdam, onder valse naam.
        Begin 1944 werd Cornelia “plotseling en geheel onverwacht” door de Duitsers in vrijheid gesteld. “Haar straf zat er na twintig maanden blijkbaar op.” In juni 1944 kon het gezin herenigd worden. Steeds vluchtend voor “achtervolgende Duitsers en hun trawanten” woonden ze op diverse onderduikadressen in Amsterdam.
        Op 16 september 1944 sloeg het noodlot alsnog toe. Abraham Duits, roepnaam Bram, werd gearresteerd bij een razzia op het Leidseplein. Via de kampen Amersfoort en Neuengamme belandde hij in het werkkamp Ladelund, in het uiterste noorden van Duitsland, “alwaar hij tankgrachten heeft moeten graven”. Hij heeft Häftlingsnummer 56922.
        Ladelund bestond van 1 november tot 16 december 1944, aldus de digitale encyclopedie Wikipedia. De ruim tweeduizend gevangenen hadden er te werken aan de Friesenwall, “een verdedigingslinie aan de kust”. In de zes weken dat dit buitenkamp van Neuengamme bestond, stierven er 301 gevangenen, onder wie 111 mannen die waren opgepakt tijdens de razzia van Putten.

Doodsoorzaak
Abraham Duits vond er “door ontberingen” zijn einde op 16 november, een maand voordat Ladelund werd opgeheven. De stichting Herdenkingsstenen Amersfoort schrijft in een korte biografie van hem op haar webswite dat Sal “waarschijnlijk ten gevolge van totale uitputting” is bezweken. Maar dat betwijfelt Sal. “De werkelijke doodsoorzaak is nog steeds onbekend”, luidt het in het levensverhaal. En: “Bij zijn aanhouding twee maanden voor zijn overlijden was hij nog een kerngezonde man.”
        Sal Duits was zijn vader kwijt. In zijn artikel vermeldt hij niet hoe hij in de naoorlogse tijd met dit verlies is omgegaan. Hij deelt alleen mee dat hij op 21 november 1997, 53 jaar later, voor het eerst het voormalige werkkamp Ladelund heeft bezocht, samen met zijn vrouw. Bij het massagraf daar heeft hij kaddisj kunnen zeggen, het joodse gebed ter herdenking van een dode.
        Op ijzeren plaquettes bij de drie ‘gedachtenisstenen’ van Ladelund worden de namen van de overleden gevangenen opgesomd, onder de zin “Fern der Heimat starben:” De achternaam van Abraham staat er verkeerd, als Duiks.

Sal Duits wilde graag dat er voor zijn vader een Stolperstein werd gelegd in Dordrecht
Sal Duits bij Stolperstein legging in Dordrecht

Sal Duits wilde graag dat er voor zijn vader een ‘Stolperstein’ werd gelegd in Dordrecht, bij zijn voormalige woning in Dordrecht aan de Joh. de Wittstraat, en niet in zijn laatste woonplaats Amersfoort. Dit is er ook van gekomen, op 11 april 2014. Deze foto’s geven een beeld van de steenlegging. De eerste foto toont in het midden achtereen de voorzitter van de Dordtse werkgroep Stolpersteine, Arij Boogerman, terwijl hij de aanwezigen uitleg geeft. Op de tweede foto is Gunter Demnig, de uitvinden van de struikelstenen, bezig de steen te metselen. De derde foto toont Sal Duits, zijn toespraak in de hand. Foto nummer 4 laat het eindresultaat zien, een steentje voor Abraham Duits.
Foto’s Perry Bos

Steentje
Nog eens zeventien jaar later komt Sal Duits opnieuw in het geweer. In Dordrecht zijn plannen ontstaan om in deze gemeente ook Stolpersteine te plaatsen voor vermoorde joodse stadgenoten. Sal verzoekt de organiserende werkgroep met klem om er een voor zijn vader te bestellen, hoewel Abraham Duits in de oorlog niet in Dordt, maar in Amersfoort woonde. Welbeschouwd hoort de werkgroep Amersfoort dan een steentje te regelen. Maar Sal Duits, hecht er nogal aan zijn vader in diens geboortestad te herdenken, de stad waar Sal zelf alweer jaren is gehuisvest.
        De Dordtse werkgroep staat het bij uitzondering toe, en op 11 april 2014 is het zover: in bijzijn van Sal Duits wordt de Stolperstein voor zijn vader in het trottoir van de Johan de Wittstraat gemetseld. In een toespraak schetst Sal kort, maar aangrijpend het afgebroken leven van zijn vader Abraham.
        Bij de Dordtse steentjes is het overigens niet gebleven. Ook in Amersfoort heeft de stichting Herdenkingsstenen Amersfoort een steentje laten maken voor Abraham Duits, zij het dat deze stichting hiervoor geen originele Stolpersteine gebruikt, maar eigen steentjes in de vorm van zwarte tegeltjes. Het steentje voor Abraham is tijdens de tiende steenlegging gelegd op 22 maart 2017, in de Hobbemastraat. Sal heeft dit niet mogen meemaken; hij was toen al overleden.

overlijdensadvertentie Sal Duits

Ook in Amersfoort is een steentje aangebracht voor Abraham Duits, in maart 2017. Sal Duits was er niet bij, hij is twee jaar eerder overleden, op 4 maart 2015. “Nu is het windstil”, stond in de overlijdensadvertentie in ‘AD/De Dordtenaar’ op 7.3.2017.
Foto Website ‘Online-Familieberichten.nl’

Foto’s
Ook nog in 2014 zet Sal Duits de missie voort die hij zichzelf klaarblijkelijk heeft opgelegd: zijn familie geschiedkundig eerbiedigen. Bij meerdere foto’s die het Dordtse archief op zijn website toont van de uitgebreide familie Duits, zet Sal Duits duidende bijschriften, zodat de anonieme geportretteerden een naam krijgen.
        Sal Duits is ook een van de weinigen die de gezichten nog kan thuisbrengen. Zijn grootouders van vaderszijde, Salomon Emanuel Duits en Daatje Fonteijn, zijn namelijk beiden in 1965 overleden, hij op 13 april op 84-jarige leeftijd, zij op 10 januari op 83-jarige leeftijd. Clara Ydo-Duits, de overlevende zus van zijn vader, stierf op 24 juli 1997, 84 jaar oud.
        Zijn moeder Cornelia de Korver hertrouwde na de oorlog, op 9 oktober 1947, in Amsterdam met Alexander Jozef Joël Polak (Almelo, 18 maart 1911). Zij heeft met hem nog een tijdje in Dordrecht gewoond, aan de Singel op nummer 197 rood (nu 313), van 20 april 1950 tot 2 juni 1950. Op dit adres verbleven indertijd haar ouders. Zij keerde daarna met haar tweede man terug naar Amsterdam, naar de Grensstraat 4 huis, om vervolgens per 14 februari 1951 te verhuizen naar Willemstad, op Curaçao.
        Zij overleed uiteindelijk in Breda op 15 januari 1991, op 77-jarige leeftijd.
        Op 4 maart 2015 hield het ook op voor Sal Duits zelf. Zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen namen “intens bedroefd, maar met blijde herinnering” afscheid van hem; hij had “een moedige en oneerlijke strijd” moeten voeren. Boven de overlijdensadvertentie stond: “Na een avontuurlijke reis, is het nu windstil.”

Documenten over Abraham Duits
online via het Holocaust-archief

uittreksel van het begrafenisregister gedateerd op 6 maart 1946

Het uittreksel van het begrafenisregister, gedateerd op 6 maart 1946.
“Er starb an Dysenterie”, is de doodsoorzaak.
Foto Arolson Archief

Eind mei 2019 zijn meer dan 13 miljoen documenten uit het Holocaust-archief in Bad Arolson online gezet. Daarmee zijn gegevens vrijgekomen over meer dan 2,2 miljoen nazi-slachtoffers. Tussen de documenten zijn er twee aangetroffen die betrekking hebben op de Dordtse koopman Abraham Duits, wiens naam ook hier abusievelijk is genoteerd als ‘Duiks’. Het gaat om de overlijdensakte (Sterbeurkunde) en een uittreksel van het begrafenisregister (Beerdigungsregister). Duits blijkt in Ladelund te zijn overleden aan ‘dysenterie’, op 16 november 1944.
        Het Holocaust-archief in de kleine plaats Bad Arolson in de Duitse deelstaat Hessen is het grootste ter wereld. Tot 2007 was het alleen toegankelijk voor de International Tracing Service (ITS, opsporingsdienst) van het Rode Kruis. De Britse tak van het Rode Kruis heeft het archief in de oorlog opgericht en sinds 1946 speurde de dienst naar mensen die tijdens het nazi-regime zijn verdwenen. In 1955 nam de ITS het beheer van het archief over. Inmiddels betaat het uit zo’n 25 kilometer aan documenten: dossierkaarten van gevangenen en dwangarbeiders, overlijdensberichten, Gestapo- en SS-verslagen en transportlijsten. Ook bevindt zich er, volgens het Duitslandinstituut, informatie over collaboratie in de kampen en over medische experimenten op gevangenen. In totaal liggen er dertig miljoen documenten over ruim 17 miljoen slachtoffers opgeslagen.

overlijdensakte gedateerd 22 april 1949

De overlijdensakte, gedateerd 22 april 1949.
Duiks zou ‘evangelisch’zijn, maar hij was joods.
Foto Arolson Archief

        Op 28 november 2007 ratificeerden de elf landen die zitting hebben in de internationale Raad van Toezicht van de ITS, de overeenkomst waarin de openstelling van het archief voor wetenschappelijk onderzoek is geregeld. Volgens het Duitslandinstituut is er tien jaar van touwtrekken aan vooraf. “Tot grote ergernis van met name de Verenigde Staten bleven Duitsland en ook Italië zich verzetten”, meldt het Duitslandinstituut in een achtergrondartikel. “Volgens de Bondsregering [gebeurde dit] om de privacy van de slachtoffers en hun nabestaanden te waarborgen. De archieven bevatten nauwkeurige en vaak zeer persoonlijke informatie, bijvoorbeeld over de seksuele voorkeur van kampgevangenen. Amerikaanse historici verweten de Duitse regering de daders van de Holocaust in bescherming te nemen. Ook Nederland en Frankrijk hebben zich steeds voor openstelling sterk gemaakt.”
        In april 2006 ging de Bondsregering overstag.
        Sinds 2015 zijn geleidelijk aan kleine collecties uit het archief geopenbaard via internet. Op 21 mei 2019 volgde een groter deel. Dertien miljoen documenten over 2,2 nazi-slachtoffers kwamen online. “Ons archief”, zei Floriane Azoulay, directeur van het Arolson Archief in een persbericht, “getuigt van de wreedheden, begaan door de nationaal-socialisten. Spoedig zullen er geen overlevenden meer zijn die daar ons over kunnen vertellen. Daarom is het zo belangrijk dat de originele documenten in hun plaats tot de komende generaties kunnen spreken.”
        Tegelijk met de publicatie van de 13 miljoen documenten is de naam International Tracing Service veranderd in Arolson Archives – International Center on Nazi Persecution. Met een nieuw logo en een moderne website probeert de instantie een groter publiek te bereiken. Het Arolson Archief heeft (vooral technische) hulp gekegen van Yad Vashem, de Israëlische staatsinstelling voor het onderzoeken en herdenken van de joodse Holocaust-slachtoffers. Er wordt aan gewerkt om de doorzaakbaarheid van de website (arolson-archive.org) te verbeteren, zoals er ook steeds nieuwe archieven zullen vrijkomen.

 




< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'