Het voorbije joodse dordrecht

De Holocaustdoden in de familie Van Dam

In dit overzicht staan, op volgorde van geboorte, alle familieleden van Salomon van Dam, de enige van het gezin die de Tweede Wereldoorlog levend doorkwam. Behalve zijn broers en zusters worden ook hun partners, kinderen en kleinkinderen genoemd. In totaal zijn er zestien verwanten in de vernietigingskampen gedood.

        1. Elizabeth Hester van Dam (1879). Zij trouwt in Rotterdam op 21.10.1908 met Jacob Levy Walvis (Rotterdam, 4.4.1876). Laatste woonadres: Pompenburgsingel 23 c, Rotterdam. Beiden worden tegelijk vermoord in Auschwitz, op 15 oktober 1942. Twee doden.
         2. Hester van Dam (1881). Zij trouwt in Rotterdam op 9.8.1922 met Jacob van Loon (Bergen op Zoom, 19.6.1883). Laatste woonadres: Moeregrebstraat 29, Bergen op Zoom. Beiden zijn in Sobibor vergast op 14 mei 1943. Twee doden.
         3. Saartje van Dam (1883). Zij trouwt op 25.8.1920 in Rotterdam met Nachmann Faijnleijbe (Kischenew, Rusland, 15.8.1876), maar scheidt van hem op 22.8.1923. Stikster Saartje sterft in Auschwitz, op 15 oktober 1942. Eén dode.
         4. Calma van Dam (1886). Hij trouwt op 2.6.1909 in Rotterdam met Esther Fransman (Rotterdam, 29.5.1887). Zij krijgen op 23.2.1910 een dochter: Esther. Calma, meubelmaker en koopman in diverse artikelen, scheidt op 6.3.1916 en hertrouwt op 13.12.1916 met Anna Stouthamer (Colijnsplaat, 27.2.1886), van wie hij scheidt op 9.7.1923. In de oorlog woont hij aan de Rijnstraat 23 II in Amsterdam, met Johanna Sara van Dam-Levy (Hürth, 26.7.1884), mogelijk zijn derde vrouw. Beiden worden vermoord, hij in Sobibor op 28 mei 1943, zij in Auschwitz, op 26 juli 1942. Twee doden.
         Esther, Calma’s dochter, trouwt op 9.6.1935 in de Londense Stephan Green-synagoge met kapper Leon Greenman (Londen, 18.12.1910). Ze krijgen op 17 maart 1940 in Rotterdam een zoon, Barnett. Volgens de herdenkingssite Joods Monument worden zij op 17 maart 1942 uit hun huis in Rotterdam gehaald. Esther en haar baby zijn in Auschwitz tegelijk meteen vermoord, op 1.2.1943.
         Haar man Leon weet te overleven, als een van de weinige van 12.000 gedeporteerde joden uit Rotterdam. Hij werkt als kapper in Auschwitz en als bouwvakker in subkamp Monowitz. Hij belandt “na een slopende voettocht” in Gleiwitz en vervolgens in Buchenwald, waar hij wordt bevrijd op 11 april 1945. Leon vertelt erover in zijn boek An Englishman in Auschwitz, op scholen en tijdens rondleidingen in Auschwitz. Twee doden, één overlevende.
         5. Mietje van Dam (1888). Zij trouwt op 25.3.1914 in Rotterdam met Burich Kelmanof Chasler (Odessa, Rusland, 10.8.1882). Zij krijgen drie kinderen, van wie de tweeling kort na de geboorte sterft: Sophie (Rotterdam, 15.4.1914), Elsa (Rotterdam, 9.1.1919 – 2.2.1919) en Betsie (Rotterdam, 9.1.1919 – 31.1.1919). Laatste woonadres: Haagschestraat 39, Scheveningen. De drie gezinsleden zijn tegelijk vermoord in Auschwitz, op 1 oktober 1942. Drie doden.
         6. Salomon van Dam (1892). Hij trouwt op 22.6.1916 met Flora Kuijper (Rotterdam, 28.12.1895) en krijgt met haar drie kinderen (zie het verhaal). Alle vijf weten ze te overleven. Vijf overlevenden.
         7. Roosje van Dam (1892). Zij trouwt op 16.8.1923 met Mannes van Leer (Rotterdam, 26.5.1891). Joods Monument noemt één kind: Louis Marcel van Leer (Rotterdam, 9.6.1925). Maar er is nóg een kind, ook volgens de gemeentelijke gezinskaart: Maurits Salomon (Rotterdam, 12.12.1927). Op de lijsten van de Oorlogsgravenstichting komt hij wel voor. Mannes wordt in Auschwitz omgebracht op 10 oktober 1942; Roosje in Monowitz op 12 oktober 1942; Louis Marcel in Auschwitz, op een onbekende dag in januari 1943 en Maurits Salomon eveneens in Auschwitz, op dezelfde dag als zijn moeder. Vier doden.


< Terug naar ‘Heel zijn familie werd uitgevlakt, terwijl Salomon van Dam in Batavia werkte’