Het voorbije joodse dordrecht

De zelfmoord van Sara Benjamins,
echtgenote van een Dordtse huisarts

Jonas Benjamins ging in 1892 in Dordrecht wonen, op de Voorstraat, op nummer 220

Jonas Benjamins ging in 1892 in Dordrecht wonen, op de Voorstraat, op nummer 220. In de beeldbank van het Dordtse archief is bij toeval een foto van dit pand aangetroffen. Benjamins woonde boven de kledingzaak van Willem Hemelraad.
Foto RAD (nr. 552_309057)

Begin juni 1943 kreeg Hauptsturmführer Ferdinand Hugo aus der Fünten van de Joodse Raad een overzicht van de joden die in Amsterdam, tussen 17 mei en 31 mei, zelfmoord hadden gepleegd.
        Aus der Fünten was tweede man van die Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het Centraal bureau voor joodse emigratie. Hij gaf leiding aan de jodenvervolging in Amsterdam; hij voerde hun deportatie uit. Het bureau, gevestigd aan het Adema van Scheltemaplein 1, draaide van voorjaar 1941 tot najaar 1943.
        Het overzicht, waarvan een kopie ging naar de Beauftragten des Reichskommissars für die Stadt Amsterdam, zetelend aan het Museumplein 19, somde liefst twaalf mensen op. Twaalf joden die, nu de deportaties hun hoogte- en eindpunt naderden, in wanhoop of angst hadden gekozen voor hun dood, alleen al in de afgelopen veertien dagen. Voor hen was zelfmoord klaarblijkelijk een troostrijker vooruitzicht dan voortleven onder de onwrikbare nazi’s.
        Eén van die twaalf mensen was Sara Benjamins-de Roos, geboren 28 november 1874, en dus ten tijde van haar zelfverkozen levenseinde 68 jaar oud. Haar laatste woonadres was de Muiderstraat 12 in Amsterdam. Zij wás ook van geboorte een heuse Amsterdamse.
        Maar daarnaast was Sara Benjamins bovenal een voormalige Dordtse. Zestien jaar heeft zij vanaf haar bruiloft gewoond in Dordrecht, de stad die haar echtgenoot, Jonas Joseph Benjamins, ook zo’n originele Amsterdammer, 38 jaar als arts had gediend.
        Wat is er in die Dordtse periode gebeurd rond Jonas en Sara Benjamins? Hoe kwam zij alleen te wonen in de Muiderstraat? Hoe verging het in de oorlog de familieleden die haar omringden? En: waarom historici lang geen raad hebben geweten met de zelfmoordplegers van de Tweede Wereldoorlog.

ansichtkaart van het Scheffersplein, daterend van 1908

Deze ansichtkaart van het Scheffersplein, daterend van 1908, laat nog de oude bebouwing zien ter hoogte van waar decennia later V&D kwam. De foto geeft een idee van Benjamins woonomgeving in die tijd. De winkel van Hemelraad is duidelijk te zien, als het tweede pand rechts van het grote gebouw van cafe-restaurant Centraal.
Foto RAD (552_403366)


In augustus 1894 trouwt Benjamins met de Duitse Karolina Koszmann

In augustus 1894 trouwt Benjamins met de Duitse Karolina Koszmann. In de Dordrechtsche Courant van 21 augustus wordt er een Duitstalige aankondiging van geplaatst.
Foto Krantenbank RAD

In augustus 1894 trouwt Benjamins met de Duitse Karolina Koszmann

In diezelfde krant op dezelfde pagina staat het trouwbericht. Maar nu is de naam van Karolina anders gespeld. Het zal haar nog vaker overkomen.
Foto Krantenbank RAD

Zeldzaam
Jonas Benjamins was 29 jaar oud toen hij in oktober 1892 in Dordrecht als geneeskundige zijn praktijk opende. Hij ging wonen op de Voorstraat, op nummer 220. Dit pand is in de vorige eeuw samen met belendende gebouwen gesloopt om plaats te maken voor V&D. Maar in de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) is na het doorworstelen van honderden foto’s van het Scheffersplein een zeldzame opname van pand 220 ontdekt. De foto is ruim gedateerd (1890 tot 1899) en toont de etalage van het Kleedingmagazijn ‘De Concurrent’ van de heer W. Hemelraad, dat indertijd op dit adres was gevestigd. Benjamins ontving zijn patiënten boven.
        Zijn volledige naam luidde Jonas Joseph, zoals de voornamen van zijn vader omgekeerd waren: Joseph Jonas (1830-1898). Jonas is geboren in Amsterdam, op 19 maart 1863. Zijn moeder heette Sara Lehmans (1834-1905). Hij had twee zussen die na hem zijn geboren, ook te Amsterdam: Dorothea Rosalie Heimann-Benjamins (10.11.1864) en Anna Frederika Meerloo-Benjamins (27.8.1866- 15.1.1932).
        Twee jaar nadat hij als arts in Dordrecht was begonnen, trouwde hij met de eveneens joodse Karolina Kofsmann, geboren in Keulen op 16 januari 1874, als dochter van Moritz Kofsmann en Jenny Schottenfels. De bruiloft had plaats in Keulen zelf, op 17 september 1894. In de boeken van de Dordtse burgerlijke stand wordt Karolina op 8 oktober 1894 geregistreerd als nieuwe ingezetene. Het adres is dan nog altijd Voorstraat 220.
        Karolina’s naam is nooit eensluidend geweest. Nog daargelaten dat zij ook wel Caroline of Carolina werd genoemd en soms ook gewoon kortweg L. Benjamins, in advertenties en verhuisberichten is met haar achternaam behoorlijk veel misgegaan. Een paar voorbeelden: in het Dordtse register staat zowel Kosfmann als Kofsmann, in twee trouwberichten in de Dordrechtsche Courant van 20.9.1894 beurtelings Koszmann en Kossmann en in een overlijdensbericht is het weer Koffsmann. Hier wordt voor het gemak Caroline Kossmann aangehouden, de meest voorkomende naamsvervorming, en ook de naam waaronder ze is begraven.
        Opmerkelijk is dat de ondertrouw, de huwelijksaankondiging onder het kopje Aufgebot in het Duits werd meegedeeld, onderaan een pagina in de Dordrechtsche Courant. De tekst luidde: Es wird zur algemeinen Kenttnis gebracht, dass 1. Der Jonas Benjamins, Arzt, wohnhaft zu Dordrecht in Holland, Sohn der Eheleute Joseph Jonas Benjamins, Rentner, und Sara Lehmans, wohnhaft zu Amsterdam, 2. und die geschäftslose Karolina Koszmann, wohnhaft zu Köln, Heumarkt Nr. 5, Tochter der Eheleute Moritz Koszmann, Kaufmann, und Jenny Schottenfels, wohnhaft zu Köln, die Ehe miteindander eingehen wollen..
        Lang zou Caroline niet getrouwd blijven.

In juni 1913 overlijdt Caroline

In juni 1913 overlijdt Caroline, Jonas’ echtgenote, meldt de Dordrechtsche Courant van 10 juni. Een jaar later verlooft hij zich in juni met Sara de Roos (AH 10.6.1914), op 11 augustus trouwen zij in Amsterdam, volgens de trouwakte.
Foto’s Krantenbank en website WieWasWie


In 1897 verhuisden Benjamins naar de Nieuwehaven 67

In 1897 verhuisden Benjamins naar de Nieuwehaven 67 rood (nu: 46).
De foto toont de woning in huidige staat.
Foto Redactie Website

Betrokken
In 1897 betrok het echtpaar een woning aan de Nieuwehaven 67rood (nu: 46). Op 2 september 1898 overleed de vader van Jonas, 68 jaar oud. Enkele jaren later verhuisden Jonas en Caroline opnieuw, nu naar het Vrieseplein: eerst nummer 6 (nu: 9), daarna naar nummer 9 (nu 14-15). Kinderen worden er niet geboren.
        Enkele ontwikkelingen in hun gezamenlijke leven: op 10 september 1900 wordt Jonas benoemd tot lid van de kerkeraad. Zijn vrouw Caroline fungeert als penningmeesteres van de Dordtse vrouwenvereniging ‘Tsidkat Nosjiem’ voor kraam- en ziekenzorg, zo blijkt uit een bericht in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 4.3.1904. De directrice van deze vereniging is een bekende: haar voormalige benedenbuurvrouw, mevrouw W. Hemelraad. Een ingrijpender gebeurtenis was ongetwijfeld de dood van Jonas’ moeder, in mei 1905.
        Jonas en Caroline bleven geen nobele onbekenden; zij waren maatschappelijk en kerkelijk betrokken bij Dordrecht - waar zij vanzelfsprekend behoorden tot de notabelen.
        Benjamins was niet alleen huisarts, hij werkte ook als stads-geneesheer, leert het NIW verder. Op 3 januari 1908 meldde dit orgaan dat hem “bij zijn aftreden als stads-geneesheer” door patiënten van wijk 1 “een prachtig souvenir is aangeboden”.
        En toen sloeg het noodlot toe: op 8 juni 1913 was Caroline plotseling dood. Nog pas 39 jaar oud, na nog pas 18 jaar huwelijk.
        Jonas, de weduwnaar, hertrouwde een jaar nadien al, op 11 augustus 1914. Zijn tweede echtgenote werd Sara de Roos. Zij was pas 39, hij al 51 jaar. Sara is geboren in Amsterdam op 28 november 1874, als eerste dochter van Jacob de Roos (Amsterdam, 28.6.1830) en Dina Frankenhuis (Zevenaar, 24.10.1838). Dina overleed enkele jaren na de trouwplechtigheid, op 9 september 1917, 86 jaar oud.

Het vertrek van Jonas Benjamins als arts kondigt zich aan

Het vertrek van Jonas Benjamins als arts kondigt zich aan. Eerst is hij ongesteld (DC, 11.3.1931), vervolgens staakt hij zijn werk (DC, 25.3.1931) en verlaat hij Dordrecht.


Dit is het voormalige laatste woonhuis van het echtpaar Benjamins

Dit is het voormalige laatste woonhuis van het echtpaar Benjamins, aan het Vrieseplein, op wat nu nummer 14 en 15 is.
Foto Redactie Website

Voorbode
Jonas Benjamins bleef decennia achtereen volhardend en nijver werken als huisarts, totdat zijn gezondheid ging opspelen. Een voorbode ervan was een bericht in de Dordrechtsche Courant van 11 maart 1931. “Wegens ongesteldheid van J.J. Benjamins, Arts”, staat er, “wordt de praktijk tijdelijk waargenomen door A.C. Droogendijk.” Maar het was niet tijdelijk. Op 25 maart stond op de voorpagina van dezelfde krant dit nieuws: “Naar wij vernemen zal dokter J. Benjamins met ingang van 1 april a.s. zijn praktijk als medicus om gezondheidsredenen neerleggen. Dr. A.C. Drogendijk (sic) heeft de praktijk overgenomen.”
        Op 18 juli 1931 is de loopbaan van Jonas Benjamins na 38 jaar voorbij: hij verlaat Dordrecht, inmiddels 68 jaar oud. Hij verhuist naar Apeldoorn, naar de Zutphensestraat 106. Hier is de joods-psychiatrische inrichting ‘Het Apeldoornsche Bosch’ gevestigd. Vermoedelijk is hij er niet als arts, maar als patiënt opgenomen, want zijn vrouw, Sara, vertrekt niet samen met hem. Zij gaat op 5 februari 1932 van Dordt naar Eibergen.
        Op 23 augustus 1932 verlaat Jonas Benjamins Apeldoorn, en trekt naar het Noord-Hollandse Huizen. Drie jaar later overlijdt hij, in Maartensdijk, net onder Hilversum, op 20 december 1935, op 72-jarige leeftijd.
        In het Nieuw Israëlitisch Weekblad de 27ste december plaatst Sara een “eenige en algemene kennisgeving” van het overlijden van haar “lieve man”, “in leven Arts te Dordrecht”. Haar adres is nu Hollandsche Rading, Tolakkerweg 45.

Twee berichten die het overlijden van Jonas Benjamins melden

Twee berichten die het overlijden van Jonas Benjamins melden, in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (27.12)
en in de Gooi- en Eemlander (28.12). Hij is 72 jaar geworden.

Judenfrei
Acht jaar verder: de weduwe is terug in haar geboortestad Amsterdam, ze bewoont een pand aan de Muiderstraat, op nummer 12 onderhuis, een korte straat direct achter de kolossale Portugese synagoge. Ze is na het overlijden van haar man op 22 september 1936 naar Amsterdam gegaan en woonde daar op diverse adressen voordat de Muiderstraat haar laatste adres werd.
        Sara Benjamins, in de oorlog werkzaam als armenverzorgster bij de Joodse Raad, is haar leven allerminst zeker. Het is 1943, midden in de oorlog. De Duitsers jagen meedogenloos en met oplopende verbetenheid op de joden. De razzia’s en de deportaties naderen de slotfase, Amsterdam raakt judenfrei.
        Waarom zij terugkeerde in haar geboortestad, is niet gedocumenteerd. Misschien voelde ze zich er gewoon beter thuis. Een veelzeggende indicatie is dat op het nieuwe woonadres aan de Muiderstraat haar zus met haar gezin woonde, Hanna van der Lijn-de Roos. Sterker nog, ze was hier, in deze jodenbuurt, omgeven door allerlei familie.
        Haar andere zus, Brandina Blits-de Roos, bevond zich vlakbij, op de Sarphatistraat 130. Haar halfzus Betje woonde aan de Nieuwe Achtergracht, op nummer 25 III, ook niet al te ver weg. Op grotere afstand, maar nog altijd in Amsterdam, zat haar broer Salomon, op de Amstelkade 155 I. [Over deze verwanten straks meer.]
        Of de familieleden elkaar ook werkelijk opzochten, is niet bekend. Joden moesten zich al langere tijd verstoppen; zozeer waren zij vogelvrij. Zorgeloos over straat lopen was letterlijk levensgevaarlijk.

De brief met een lijstje van zelfmoordplegers

De brief met een lijstje van zelfmoordplegers, die de Joodse Raad naar Aus der Fünten stuurde.
Foto Niod


Dit is het pand aan de Muiderstraat in Amsterdam

Dit is het pand aan de Muiderstraat in Amsterdam (met de witte trap),
waarin Sara Benjamins tijdens de oorlogsjaren woonde, bij haar zus Hanna.
Het is ook het pand waarin zij op 23 mei 1943 zelfmoord pleegde.
Foto Redactie Website

Brief
Over de oorlogstijd van Sara Benjamins is niets overgeleverd. Behalve dan die lijst die Aus der Fünten, de beruchte oorlogsmisdadiger, begin juni 1943 op zijn bureau kreeg. De afzender: de Joodse Raad. In de voorbije 14 dagen hadden twaalf Amsterdamse joden zelf hun leven beëindigd, rapporteerde deze instantie. Het zal hem, vervuld van onversneden jodenhaat, volledig onverschillig hebben gelaten.
        De brief, hiernaast afgedrukt, noemt de namen, leeftijden en adressen van de zelfmoordenaars. Er staat niet bij op welke dag zij zich het leven benamen. Alleen dat van deze personen sinds de 17de mei hun daad bekend is geworden.
        Maar: Sara Benjamins, vijfde op de lijst, is begraven op de grote, joodse begraafplaats in Diemen, eigendom van de Hoog-duits joodse Gemeente van Amsterdam. Zij ligt op veld C, in rij 39, graf 40. En op haar steen is haar overlijden gedateerd op (zondag) 23 mei 1943.
        Die steen, opgezocht ten behoeve van dit artikel, is verrassend genoeg geen verweerd, grijs, afbrokkelend exemplaar zoals de duizenden andere stenen op die velden in Diemen. Haar steen heeft het kenmerkende, zandkleurige uiterlijk van een oorlogsgraf. Het oogt ook beslist niet naar de zeven decennia die intussen zijn verstreken, want het is keurig, schoon en intact. Maar waarom heeft Sara Benjamins een legersteen gekregen? Er is in allerlei archieven geen enkel verband te vinden met het Nederlandse leger.
        Een woordvoerster van de begraafplaats kan desgevraagd uitleg geven: het graf is geadopteerd door de Oorlogsgravenstichting. “De stichting heeft om verschillende redenen bepaalde graven geadopteerd en zij onderhoudt die graven ook, vandaar de typische steen.” De woordvoerster weet niet wat de Oorlogsgravenstichting in het geval van Sara Benjamins heeft bewogen om haar graf te verbijzonderen.
        De Oorlogsgravenstichting laat bij monde van voorlichtster Hélène Briaire weten dat er geen specifieke reden is. Zij zegt: “Mevrouw Sara Benjamins-de Roos is een oorlogsslachtoffer en rust daarom in een oorlogsgraf dat wordt beheerd door de Oorlogsgravenstichting. Als stichting beheren en onderhouden wij de 50.000 Nederlandse oorlogsgraven over de hele wereld. Oorlogsslachtoffers zijn niet alleen militairen, maar ook vaak burgers (ongeveer 80%), zoals Sara Benjamins-de Roos.”

in 1926 gemaakt bij het zeventigjarig bestaan van de Dordtse synagoge, staat Benjamins volgens het oorspronkelijke bijschrift als derde van links

In het boek De verdwenen Mediene Dordrecht (1995) zijn twee foto’s ontdekt waarop Jonas Benjamins voorkomt.
Op deze eerste, in 1926 gemaakt bij het zeventigjarig bestaan van de Dordtse synagoge,
staat Benjamins volgens het oorspronkelijke bijschrift als derde van links.
Foto RAD (nr. 552_303498)

Zelfmoord
Op de website van Joods Monument schrijft de redactie dat Sara Benjamins “onder druk van de omstandigheden” een einde aan haar leven heeft gemaakt. Dit is de gebruikelijke formulering. Maar wat is de wáre reden geweest? Dat zij zich als joodse maatschappelijk ingesloten voelde en geen andere uitweg meer zag? Wilde zij, in het zicht van een mogelijke deportatie, per se voorkomen dat zij in een kamp belandde? Had zij een vermoeden van wat haar daar te wachten stond? Of werd ze overmand door groot verdriet, toen steeds meer familieleden plotseling verdwenen?
        Het zelfmoordmotief van Sara Benjamins kan niet meer worden opgehelderd. Het enige dat vaststaat is wat er is gebeurd. De toedracht valt op te maken uit het politierapport, opgedolven in het Amsterdamse archief en afkomstig van het Burau Houtmarkt.
        De kille feiten: “Rapporteert de a.p. Boom, dat op 23 mei 1943, des n.m. te 18.30 uur, een vrouw gen. Sara de Roos, geb. A.dam 28-22-1874, ziekenverzorgster, won. Muiderstraat 12 huis alhier, ten huizen van Henriette van Kam, geb. ’s-Gravenhage 8.7.79, zonder beroep, is overleden. Van Kam verklaarde dat zij hedenmorgen te 8.30 uur haar woning verliet en dat zij tegen te 17 uur bij haar thuiskomst Sara de Roos dood in de keuken op den grond vond, terwijl er een sterke gaslucht stond en de gaskraan open stond.
        “Dr. Dasberg, won. N. Heerengracht alhier, constateerde den dood. Sara de Roos is door den G.G. en G.D. naar het N.I.Z. overgebracht. Een brief geadresseerd aan Burgemeester Voute van Sara de Roos is door rapporteur in beslaggenomen en is aan dit bureau. Afschriften naar P. Potterstraat en A.v.S. verzonden.”
        Sara Benjamins heeft dus een brief geschreven waarin zij haar zelfmoord uitlegt. De inhoud van die brief is niet bekend. Uit het politierappoort valt ook op te maken dat haar zus blijkbaar al met haar gezin uit de woning is verdwenen. Alleen een mevrouw Van Kam verbleef er verder nog.

Op deze foto, gemaakt bij het zwembad aan de Staart in circa 1920, zou Benjamins de vier man van links zijn, enigszins voorover staand met hoedje op

Op deze foto, gemaakt bij het zwembad aan de Staart in circa 1920, zou Benjamins de vier man van links zijn,
enigszins voorover staand met hoedje op. Van zijn eerste en tweede vrouw is geen enkele foto opgedoken.
Foto RAD


Vermoord
Intussen werden haar zussen, broer, nichtjes en neefjes zonder omhaal uitgeroeid. Sara Benjamins misschien niet persoonlijk en meteen hebben geweten van de ontluisterende wreedheden die hen in verre kampen overkwamen. Maar misschien heeft ze wel moeten constateren dat haar familieleden van de ene op de andere dag abrupt spoorloos waren uit Amsterdam.
        Hier volgt wat er met hen gebeurde, het is een droefgeestige opsomming:
        Hanna (Amsterdam, 8.4.1880), de zus bij wie Sara inwoonde, was getrouwd met de koopman Lion Leonardus van der Lijn (Antwerpen, 19.1.1880). Zij zijn vermoord in Auschwitz, op 14 januari 1943. Hun 27-jarige zoon Leo (Amsterdam, 23.8.1914) werd al eerder, op 4 september 1941, in Mauthausen zonder omhaal om het leven gebracht.
        Salomon (Amsterdam, 16.12.1877), Sara’s enige broer, was getrouwd met Mathilda Haas (Rotterdam, 16.5.1875). Zij zijn tegelijk in Sobibor vermoord, op 21 mei 1943.
        Brandina (Amsterdam, 3.5.1876), Sara’s tweede zus, was getrouwd met sigarenmaker David Blits (Amsterdam, 26.8.1879). Beiden zijn tegelijk vergast in Sobibor, op 16 april 1943. Hun twee kinderen, Jacques (5.10.1910) en Maria (18.7.1913 – 24.11.1982) zijn de enigen die de oorlog hebben overleefd.
        En dan had Sara nog een halfzus.

gezinskaart van het echtpaar Benjamins

De gezinskaart van het echtpaar Benjamins, voor- en achterzijde. Op 18 augustus 1914 komt Sara de Roos in Dordrecht wonen, eerst op het Vrieseplein nummer 6 (nu: 9), later op nummer 9 (nu: 14-15).

Hertrouwd
Ter toelichting: haar vader Jacob de Roos was, voordat hij Sara’s moeder Dina Frankenhuis huwde op 31 juli 1872 in Amsterdam, getrouwd geweest met Sara Gans (Winterswijk, 6.11.1836). Jacob en Sara trouwden in Winterswijk, op 19 november 1866. Uit dit huwelijk kwam één meisje voort, Betje Brandina (Amsterdam, 4.3.1870). Sara Gans overleed kort erna. Haar overlijdensdatum is niet aangetroffen, maar zij moet vóór 1872 zijn gestorven, het jaar waarin haar man hertrouwde.
        Deze Betje was getrouwd met diamantbewerker David van der Lijn (Middelburg, 23.3.1874). Hij en zijn echtgenote zijn eveneens tegelijk vermoord, in Sobibor, ook op 16 april 1943. Zij hadden vier kinderen, van wie er drie ook hun einde vonden in de vernietigingskampen.
        Het zijn:
        1. Selina (Amsterdam, 16.9.1900), die met haar man, de vertegenwoordiger Jacques Cohen (Amsterdam, 9.5.1898) is vermoord in Auschwitz, op 24.9.1943. Hun 16-jarige dochter Betty (Amsterdam, 8.2.1926) stierf daar al eerder, op 30 september 1942.
        2. Jacques (Amsterdam, 19.6.1904), vertegenwoordiger van buitenhuizen en ongetrouwd, vermoord in Sobibor (4.6.1943).
        3. Leon (Amsterdam, 10.8.1907), fabrieksvertegenwoordiger en in de oorlog, op 29.7.1942, getrouwd met Selma van Gelderen (Amsterdam, 12.11.1915): beiden vermoord in Sobibor, op 2 juli 1943.
        4. Het vierde kind, tweelingbroer Leonard (Amsterdam, 19.6.1904), overleed al enkele maanden na de geboorte, op 5.12.1904.
        Ten slotte: ook de al genoemde zus van Sara’s echtgenoot Jonas Benjamin, Dorothea Rosalie Benjamins, is een Holocaust-slachtoffer geworden. Dora, weduwe van Moritz Heimann, is vermoord in Sobibor, op 13 mei 1943.
        De familie van Sara Benjamins is uiteengerukt, grotendeels in hetzelfde jaar – 1943 - als waarin Sara de dood verkoos.

vader van Jonas Joseph Benjamins, andersom Joseph Jonas geheten, overlijdt in 1898

De vader van Jonas Joseph Benjamins, andersom Joseph Jonas geheten, overlijdt in 1898, een bericht uit het Algemeen Handelsblad (AH) van 4.9.1898. Zijn moeder, Sara Lehmans geheten, sterft in 1905, volgens het AH van 31 mei.
Foto’s Delpher

Inzicht
Daniël Metz, redacteur van de herdenkingssite Joods Monument, heeft in 2008 in Misjpoge, het tijdschrift voor joodse genealogie, een inzichtelijk artikel gepubliceerd over de plaats van joodse zelfmoordplegers binnen de oorlogsgeschiedenis. Het staat nu ook op de website.
        Metz signaleert dat zelfmoord “nog altijd een uiterst gevoelig onderwerp is”, er is “opvallend weinig over geschreven”. Volgens hem biedt Joods Monument, “soms voor het eerst”, aan nabestaanden de gelegenheid en plaats om het achterliggende verhaal te vertellen. Als voorbeeld noemt hij het gezin van Jacob en Esperance Keesing, zie: joodsmonument.nl. Ook bij Sara Benjamins wordt zonder schroom vermeld dat zij zelfmoord pleegde, maar hier is het geen nabestaande die dit openbaart. De redactie heeft het zelf gedaan.
        Hoe groot was eigenlijk de groep joodse zelfmoordplegers? Metz schrijft dat daarover in 2001 nieuwe gegevens bekend zijn geworden. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat het over de periode 1940-1943 om ongeveer 257 (1940), 36 (1941), 248 (1942) en 169 (1943) personen. Het hoogste percentage is vastgesteld in mei 1940.
        Dr. Loe de Jong, de historicus en auteur van het veertiendelige standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, gaat in deze volumineuze serie voor deze meimaand uit van “minstens 120 meldingen in Amsterdam en ongeveer dertig in Den Haag”. Metz: “Over de rest van het land doet hij geen uitspraak.” De Jong merkt op dat deze cijfers alleen ‘geslaagde’ gevallen van zelfdoding betreffen; er zullen volgens hem “even zoveel ‘mislukte’ pogingen zijn geweest”.
        Van juli 1942 tot mei 1943 heeft de Joodse Raad van Amsterdam een lijst van zelfmoorden bijgehouden, de brief aan Aus der Fünten getuigt daarvan. Maar Metz stelt dat “lang niet alle gevallen op deze lijst zijn geregistreerd”. Dankzij verhalen van nabestaanden komen er tegenwoordig steeds meer gegevens beschikbaar.
        Afrondend meldt Metz dat er afgezien van “wat statistische gegevens” nog altijd “maar weinig bekend is” over joodse zelfmoorden tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Het onderwerp blijft beladen.” Maar hij hoopt dat er de komende jaren meer gegevens, en meer verhalen beschikbaar komen, nu Joods Monument de mogelijkheid biedt om deze oorlogsslachtoffers - “Want dat zijn het!”, beklemtoont Metz – een plaats te geven. Daarmee wordt deze groep “aan de vergetelheid onttrokken”.

***

Sara Benjamins-de Roos nam op die dag in mei 1943 misschien wel de moeilijkste beslissing van haar leven. Maar haar daad is niet onopgemerkt gebleven. Haar zelfmoord is benoemd op Joods Monument en dat leidde tot dit artikel, tot een kleine geschiedenis van deels Dordts leven. Ze is niet naamloos ten onder gegaan.

Sara Benjamins ligt begraven in Diemen

Sara Benjamins ligt begraven in Diemen, op de reusachtige, opgesplitste joodse begraafplaats daar, een begraafplaats die overwegend is bedoeld voor Amsterdamse joden. Haar graf is te vinden in veld C. De steen wijkt af van de grijze, verweerde stenen verderop; het blijkt een oorlogsgraf.
Foto’s Redactie Website


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'