Het voorbije joodse dordrecht

Portemonnee van Dordtse Sara van Dam
na 75 jaar opgedoken – én een familielid

portemonnee van Sara van Dam

De portemonnee van Sara van Dam, met er omheen de inhoud: brieven en foto’s.
Foto Andries van der Wal.


Sara van Dam

Deze foto toont Sara van Dam zelf. De foto zit vast aan haar persoonsbewijs, dat zich in de portemonnee bevindt.
Foto Andries van der Wal

Vijfenzeventig jaar lang is zij – met eerbied en gewetensvol – van de ene naar de andere generatie overgedragen: de zwarte portemonnee van Sara van Dam.
        Alleen de betrokken familieleden wisten van dit voorwerp, de buitenwacht had er volstrekt geen weet van. Een e-mailtje, van een Rotterdammer aan een Dordtenaar, veranderde dit begin 2016.
        Ineens kwam het bestaan van de portemonnee in het volle licht van de openbaarheid. En ook toen pas werd in Dordrecht, de geboortestad van Sara van Dam, bekend dat gedurende al die lange decennia binnen één familie, gedurende zeven decennia, een portemonnee zorgvuldig bewaard was gebleven - het laatste persoonlijke voorwerp dat Sara in haar handen had gehad voordat zij gedehumaniseerd naar Sobibor werd afgevoerd.
        Dit is het verhaal over dat geldtasje. Wat zat er allemaal in? Via wie kwam het uiteindelijk bij wie terecht?
        En dan is er nog deze verrassende wending: Sara eindigde ongetrouwd en kinderloos op de asvelden van Sobibor. Maar haar eveneens ongetrouwde broer Philip blijkt voor één nakomeling te hebben gezorgd, een dochter, ook Sara geheten. En uit het huwelijk dat deze Sara aanging, zijn verwanten voortgesproten, van wie de meesten nog volop leven. Het Dordtse geslacht Van Dam, kortom, is allerminst afgestorven zoals lang werd verondersteld, maar heeft zich via een zijtak voortgezet.
        En dit zorgde voor een tweede, plezierige ontknoping.

Philippus van Dam

Dit is Philippus van Dam, de jongere broer van Sara. Zij heeft in Rotterdam bij hem ingewoond, voordat hij naar Den Haag vertrok.
Foto Familiebezit

Berlijn
De aanleiding voor die onthullende e-mail is een verhaal op deze site. Dat artikel (zie nummer 67) gaat over de Dordts-joodse familie Van Dam, en dan met name over de drie leden die op 20 april 1886 naar Berlijn emigreren. In het verhaal wordt beschreven hoe het de Berlijnse Van Dammen ginds verging, hoe de jodenvervolging zich ook tot hen uitstrekte, maar ook: hoe een nazaat het in het na-oorlogse Duitsland tot een prominente positie wist te brengen: tot secretaris-generaal van de Zentralrats der Juden in Deutschland.
        De in Nederland achtergebleven Van Dammen werden in deze reconstructie wel genoemd, maar slechts kort. De nadruk lag op hun Berlijnse familieleden. Een e-mail van Rotterdammer Andries van der Wal, aan de redactie van deze Dordtse website, plaatste de focus weer volledig terug op Dordrecht.
        Een toelichting: Andries van der Wal is bestuurslid van een stichting die in de Stieltjesstraat, op het terrein van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen, een joods kindermonument heeft geplaatst – bij een restant van een muur. Op het terrein stond in de Tweede Wereldoorlog Loods 24, die de Duitsers gebruikten als verzamelplaats voor de deportatie van joden.Tussen 30 juli 1942 en 22 april 1943 zijn via deze loods 6536 mensen weggevoerd, onder wie 686 kinderen van één maand tot en met twaalf jaar.
        Bij het overgebleven stukje muur worden al hun namen, die zorgvuldig waren geadministrateerd, getoond.
        Aan het plaatsen van het kindermonument is een onderwijsproject gekoppeld, ‘Jij hoort in onze klas!’ getiteld. Van der Wal, schreef de verhalen, gedichten en teksten die bij de lessen op zo’n zeventig scholen worden gebruikt.

gezinskaart

Na het vertrek van haar broer in 1922, trekt Sara in bij het gezin van Mozes en Jansje Zwanenburg in de Vijverhofstraat 55a, zoals deze gezinskaart laat zien. Jansje is een zus van Sara.
Foto Gemeentearchief Rotterdam

Boffen
Op een dag attendeerde een vriend Van der Wal op de Dordtse website, op het verhaal over de dynastie Van Dam. Hij las daarin over Sara van Dam, die van Dordrecht naar Rotterdam was verhuisd, maar over wie verder weinig bekend was. Was dat boffen. Hij, Van der Wal, had juist een eigen verhaal over deze Sara geschreven, als onderdeel van het lesmateriaal, onder de titel ‘Onbetaalbaar’. Hij stuurde het de redactie toe, en die was op haar beurt verbijsterd.
        Niet alleen wist Van der Wal een zeldzame foto van Sara van Dam te tonen, hij lichtte bovendien toe waar die foto vandaan kwam: uit de zwarte portemonnee van Sara. Deze bleek vanaf de oorlogsjaren in het bezit geweest te zijn van de familie Vis, die indertijd in de Vijverhofstraat in Rotterdam de buren waren van Sara. Sara woonde op nummer 55a, het gezin Vis ernaast, op nummer 57.
        Andries van der Wal heeft deze kostbare portemonnee, een relikwie welhaast, nu in handen. Zij is hem aangereikt in zijn functie als bestuurslid.

gezinskaart

Als een van de kinderen Zwanenburg, Henriëtte, in 1931 trouwt met Elias Veldman, blijft Hëtte (‘Jet’) met haar man in de Vijverhofstraat 55 wonen, zoals blijkt uit deze gezinskaart. Ook Sara van Dam blijft op dit adres.
Foto Gemeentearchief Rotterdam


het gezin Veldman

Dit is het gezin Veldman, v.l.n.r. Elias, zijn vrouw Henriëtte
en hun dochter Alida Jeanne, roepnaam Lyda.
Foto Andries van der Wal

Vrijstaand
Nog een noodzakelijke toelichting: Sara van Dam werd op 29 mei 1865 geboren, als één van de zeven kinderen die haar vader Abraham Isaac (‘Bram’) van Dam kreeg met zijn tweede vrouw, Hanna Levi Rijnveld. Eerder was deze Bram vanaf 1831 getrouwd geweest met Trijntje Blankenstein. Zij baarde twee kinderen, als eerste op 31 maart 1854 de Izaäk Abraham die als volwassene naar Berlijn zou verhuizen. Als tweede verscheen op 22 augustus 1856 Salomon, die echter al na twee jaar overleed, op 7 januari 1859. Zijn moeder Trijntje was een dik jaar eerder al overleden op 5 juni 1857.
        Bram van Dam hertrouwde vervolgens in 1858 met Hanna Rijnveld, en nadat zij in 1886 overleed, nog eens, in 1888 - nu met Flora Worms, die hem geen kinderen schonk.
        Volgens gezinskaarten vestigde Sara van Dam zich op 9 april 1891 in Rotterdam, eerst bij haar jongere broer Philippus (1867), een handelsreiziger die dikwijls van woonplaats verwisselde. Hij had Breda al verkend, en zou na Rotterdam naar Den Haag en Amsterdam trekken. In de kolom ‘Burgerlijke Staat’ staat geen enkele letter, noch op de Rotterdamse kaart, noch op de Haagse. Philippus was kortom vrijgezel.
        Bij Sara en Philippus in Rotterdam voegde zich ook Flora Worms, hun stiefmoeder, die weduwe was geworden na het overlijden van Bram van Dam in 1916. Flora zou in augustus 1919 opnieuw verhuizen, naar Loosduinen, waar ze op 26 maart 1921 stierf. Philippus verliet Rotterdam eveneens, in december 1922, voor Den Haag. Sara bleef niet alleen achter. Zij trok in bij de familie Zwanenburg, in de Vijverhofstraat 55a.
        Daar was niets vreemds aan: hier woonde haar oudere zus Jansje (Dordrecht, 1863), als echtgenote van Mozes Zwanenburg (Rotterdam, 1863) en als moeder van zes kinderen, van wie er drie kort na hun geboorte overleden. Eén van de overgebleven kinderen is Henriette (1902), die in 1931 trouwt met Elias Veldman (1905), een handelaar in galanterieën, garen en band. Hun gezinskaart vermeldt ook de Vijverhofstraat 55a als hun woonadres. Klaarblijkelijk is Henriette in dit huis blijven wonen, net zoals Sara, haar tante.
        Jansje Zwanenburg-van Dam overlijdt op 21 december 1935. Vijf jaar later dendert de naziterreur Nederland binnen, met de bijbehorende, catastrofale jodenvervolging.


Lyda op de arm van haar moeder

Nog een foto, ook afkomstig uit de portemonnee van Sara:
Lyda op de arm van haar moeder.
Foto Andries van der Wal

Bejaardentehuis
Tijdens de oorlog woont Sara van Dam al niet meer in de vertrouwde Vijverhofstraat. Zij is al behoorlijk op leeftijd, zeventiger. Ze heeft haar intrek genomen in het Israëlitisch Oudeliedengesticht aan de Claes de Vrieselaan 70 in Rotterdam.
        Het bejaardentehuis wordt gaandeweg leeggeveegd. Begin oktober 1942 wordt ongeveer de helft van de tientallen bewoners al op transport naar kamp Westerbork gesteld, zo meldt onderzoeker Jos Maissan op de website Community van Joods Monument. Op 26 februari 1943 volgt de finale deportatie - van de rest van de ouderen en van het personeel. Sara van Dam staat op de lijst van die dag. Zij belandt nu ook in Westerbork.
        Een week later, op 5 maart 1943, is Sara dood. Ze is in Sobibor vergast, en als ‘stuk’ (zo noemde de SS een lijk) in de verbrandingsoven geschoven.
        Sara van Dam hoopte kennelijk in Rotterdam terug te keren. Want via de Joodse Raad werd bij mevrouw J. Vis-Hoogeweij, haar buurvrouw in de Vijverhofstraat, een portemonnee bezorgd, met een begeleidend briefje van het zogenoemde Emigratieburau Westerbork. “Wij ontvingen van het Bureau Gevonden Voorwerpen der O.D.”, luidt het schrijven, “bijgaande tasch met inhoud (zonder contanten) en verzoeken U beleefd deze aan het correspondentie-adres Vis, Vijverhofstraat 57, Rotterdam te willen uitreiken.”
        Andries van der Wal, de huidige ‘bezitter’ van de portemonnee, vermoedt sterk dat de spullen in de geldtas bewaard moesten worden, “met de vanzelfsprekendheid dat die ooit weer opgehaald zouden worden”. Dat is, net zo vanzelfsprekend, nooit gebeurd: Sara van Dam ligt als as verstrooid in Sobibor.

Stolperstein voor Mietje

De briefkaart die Philippus op 8 december 1942 inderhaast naar zijn zus Sara stuurde. Hij deelt mee dat hij zojuist die ochtend is wegehaald. “Waar ik nu terecht kom, weet ik niet, dus leef verder gelukkig.”
Foto Andries van der Wal

Ansichtkaart
Wat bevat de zwarte portemonnee, deze laatste persoonlijke bezitting van Sara? Van der Wal heeft de inhoud beschreven in zijn verhaal ‘Onbetaalbaar’. Een muntje van een halve cent, in de voering. Een afgebroken sierspeldje met de uitgezaagde beeltenis van koningin Wilhelmina. Een textielbonnetje. Maar dat is niet het belangrijkste. Veelbetekenender zijn de foto’s, brieven en bijgesloten documenten.
        Enkele voorbeelden. Er zit een visitekaartje in, van E. Veldman. Dit is de persoon bij wie ze jarenlang inwoonde. Een kwitantie, van het Israëlitisch Begraafgenootschap dat mejuffrouw Van Dam haar contributie over het tweede kwartaal 1941 heeft voldaan. Een identiteitsbewijs met pasfoto (bij dit verhaal afgedrukt). Een ansichtkaart uit Wiesbaden, van een buitenlandse vakantie van Elias Veldman, zijn vrouw Henriette en hun dochter Alida Jeanna (‘Lyda’). Foto’s, van Lyda op de arm van haar moeder.
        Dan zijn er nog een paar brieven. Bijvoorbeeld van haar broer Philippus (‘Philip’), gedateerd 28 mei 1931, gepost in Amsterdam. Hij feliciteert zijn zus met haar verjaardag. “Nu ik hoop dat je zal worden 100 en 5.”
        Op 27 oktober 1942, nu vanuit Den Haag, vraagt hij in een brief: “Wel heb je al iets vernomen van Elie, Jet, Lyda. Laat mij het dan weten, ben zeer benieuwd, dus laat Veldman mij daarmede op de hoogt houden.” [De familie Veldman bestond toen al niet meer. Henriette is samen met Lyda vermoord in Auschwitz, op 5 augustus 1942, Elias volgde in deze zelfde moordfabriek op 30 september 1942, red.]
        Op 8 december 1942 schrijft Philip zijn afscheidskaart. “Mijn brief heb je zeker ontvangen”, krijgt Sara te lezen, “maar moet je melden, hedenmorgen weggehaald, waar ik nu terecht komt weet ik niet, dus leef verder gelukkig. Misschien zien wij elkander toch nog spoedig. Je broeder Philip.” Bovenaan staat er nog bijgekrabbeld: “Misschien kan ik je nog later schrijven.”
        Vergeefse hoop. Philip van Dam belandde ook in de hel van Auschwitz, op 15 december 1942, een week nadat hij was opgepakt.
        Andries van der Wal kreeg bij het overhandigen van de portemonnee een briefje, waarin de aandoenlijke tournee wordt geschetst die deze tasch sinds Westerbork heeft gemaakt, van de ene generatie op de andere. Johanna Vis-Hoogeweij ontving de portemonnee als eerste. Enkele jaren later gaf zij het voorwerp aan haar oudste kleinzoon, Hielke Vaatstra. Na diens overlijden op 9 oktober 1982 kwam het tasje in bezit van mevrouw J.G. Vaatstra-Vis, een dochter van Johanna Vis. En zij, op haar beurt, heeft het in september 1990 weer overgegeven aan haar oudste dochter, ook Johanna geheten.
        En deze kleindochter van de oorspronkelijke Johanna heeft het afgestaan aan het bestuur van de Stichting Loods 24 Joods Kindermonument.

gezinskaart

Een briefkaart van Philip aan zijn vriendin Louwrensdina Donker, op 8 december 1942.
“Morgenochtend vertrekken wij om 6 uur naar Westerbork. (...) Met Gods hulp kom ik spoedig terug.”
Philip van Dam kwam niet terug, hij werd vergast in Auschwitz.
Foto’s Familiebezit


Sara van Dam, maar niet de Dordtse

Dit is ook Sara van Dam, maar niet de Dordtse. Deze Sara is het Haagse meisje dat voortkwam uit de relatie van Philippus van Dam met Louwersdina Donker. De foto is gemaakt toen Sara, geboren in 1926, op de lagere schol zat. Zij is de moeder van Peter Ouwens Nagall.
Foto Familiebezit

Nazaat
Het is al aangestipt: Sara’s broer Philip had geen huwelijkse status, althans niet volgens gezinskaarten.
        Maar, toch speurend naar de familieachtergronden en de Rotterdamse verblijfsadressen van Sara, is bij toeval een kind van Philip opgedoken. Diep verscholen in een forumdiscussie op de website van het Haagse Centraal Bureau voor Genealogie, hét centrum voor familiegeschiedenis, is daar al in mei 2011 door ene Peter Ouwens terloops gemeld dat hij afstamt van Philippus van Dam; hij is er een kleinzoon van.
        Hoezo dat?
        Peter Ouwens Nagell kon vlot worden opgespoord en was alleszins bereid tot een toelichting. Philip van Dam was inderdaad niet gehuwd, legt hij uit, maar ging een geregistreerd partnerschap aan met Louwrensdina Donker (Gouderak, 3 februari 1883).
        De relatie leidde tot één kind, ook Sara geheten, geboren op 17 oktober 1926 in Den Haag. Deze Sara, een nichtje dus van de Dordtse Sara, trouwde op 19-jarige leeftijd, op 4 september 1946 in Den Haag, met de 24-jarige Pieter Antonius Ouwens Nagall (Blitar, Ned. Indië, 10 oktober 1921). Sara en Pieter kregen drie kinderen: Margaretha Carolina (geboren 24.3.1947, Den Haag – overleden, Mallorca, 22.11.1972), Agatha Mathilde (Den Haag, 1948) en Peter Alexander (Den Haag, 31.10.1955), de Peter die het bestaan van Philips kind ontvouwde.
        Peter Ouwens Nagall is ondertussen zelf getrouwd, in 1981 te Zoetermeer, met Paula Cornelia Maria Gilin (Den Haag, 20.7.1956). Hun kind heet Esther Gabrielle Tamara, geboren in Leiden, op 21 december 1982.

Speelgoed
        Sara, de moeder van Peter Ouwens, is anno 2016 89 jaar oud.
        Paula Ouwens heeft de bevindingen van de Dordtse werkgroep Stolpersteine, neergelegd in dit artikel, “met luide stem” voorgelezen aan zowel haar schoonmoeder Sara als aan schoonvader Pieter. Ze waren “zeer onder de indruk” en vonden “het mooi” dat na zovele decennia deze informatie alsnog bij een rechtstreekse verwante terecht is gekomen.
        Sara van Dam gaf via haar zoon nog door dat zij haar (Dordtse) tante Sara “één keer heeft ontmoet”, bij de familie Veldman in de Vijverhofstraat. Bij die gelegenheid heeft de jonge Sara nog “met (dochter) Alida op haar kamertje gespeeld. Ze herinnert zich goed het enthousiasme waarmee Alida haar speelgoed liet zien. Het was volgens mijn moeder een heel lief meisje”, aldus Peter, die bij zijn e-mail foto’s voegde die bij dit verhaal staan afgebeeld: een briefkaart van zijn opa Philippus, een foto van hem en een foto van zijn moeder op de lagere school.

****

gezinskaart

Drie portretfotootjes van Sara van Dam, uit het familiearchief, jaren terug gemaakt. Zij is nu 89.
Foto’s Peter Ouwens Nagell

Dan nu die onverwachte, vrolijk stemmende ontknoping.
        Ter inleiding: de gezondheid van Sara van Dam is broos, haar leeftijd hoog. Vooral met het oog daarop liet haar zoon Peter ons, de redactie van deze website, weten graag eens de portemonnee te willen zien, en, zo dat mogelijk was, de inhoud willen kopieëren voor zijn moeder. Hij wilde daar begrijpelijkerwijs niet te lang mee wachten.
        De wens werd overgebracht aan Andries van der Wal, en via e-mails werd tussen de beide mannen vlot contact gelegd.
        Zondag 6 maart 2016 heeft Van der Wal de portemonnee persoonlijk overhandigd aan de familie. Die was “erg onder de indruk van de inhoud: nooit eerder geziene foto’s en brieven”, meldde hij na afloop. Van der Wal zelf had er niet de minste moeite mee om de portemonnee af te staan. “Ik heb de portemonnee ‘bewaard’, en nu ligt die bij de familie. Ik vond het heel bijzonder om de spullen te kunnen bezorgen bij de rechtmatige eigenaren.”
        Sara van Dam vond het “echt geweldig” dat zij de portemonnee als een ‘relikwie’ overhandigd kreeg, bericht haar zoon. “Ze is er helemaal van onder de indruk. Ze is ook heel erg dankbaar: ze is nu in het bezit gekomen van de foto’s en brieven van haar tante Sara, haar vader, haar overgrootvader, van Alida Veldman en anderen. Ook wij zijn er beduusd van. Vooral omdat we door de inhoud van de brieven, de puzzelstukjes uit het verleden die we niet konden invullen, nu een plek kunnen geven.”


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'