Het voorbije joodse dordrecht

Het Dordtse geslacht Van Dam is
door de nazi’s finaal afgebroken

de oproep van Sander Vromen, zoon van Mozes Vromen en Sophia van Dam

Dit is de oproep die Sander Vromen, zoon van Mozes Vromen en Sophia van Dam, op 21.9.1945 plaatste in het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’(NIW). Hij vroeg om inlichtingen over zijn vader en moeder en over zijn zussen Marie en Josephine.
Foto Delpher

Sander Vromen was intact uit de oorlog gekomen. Maar gold dat ook voor zijn vader, zijn moeder, zijn twee zussen? Waar waren zij?
        Op 21 september 1945 plaatste Sander Vromen hoopvol een oproep in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW). De Duitsers waren op de ën gedwongen, Nederland herademde. Uit de bevrijde concentratiekampen keerden langzaam sterk vermagerde, schaarse joodse overlevenden terug.
        Zouden zijn ouders en zussen er tussen zitten? Leefden zij nog wel?
        “Inlichtingen gevraagd omtrent”, zo begon Sander zijn advertentie, waarna hij de spaarzame verblijfsgegevens doorgaf die hij van zijn familieleden wist. Vader Mozes en dochter Marie waren “pl.m 16 juli 1943” vanuit Westerbork gedeporteerd. Moeder Sophia en dochter Josephine waren op 6 juni 1943 vanuit kamp Vught via Westerbork gedeporteerd.
        Waar ze naartoe waren vervoerd – Sander had geen idee. “Bestemming onbekend. Vermoedelijk Auswitz”, veronderstelde hij
        Alle hoop was ijdel. Kort erna, of misschien later pas, zal Sander Vromen het vreselijke nieuws hebben vernomen, waarschijnlijk via het Rode Kruis. Zijn ouders en zijn zussen waren als as verstrooid op velden bij Sobibor. Want niet in Auschwitz, maar in Sobibor waren ze de gaskamer in gedreven.
        Sander zou hen nooit meer zien, hij was als enige overgebleven.
Het leed bleef allerminst beperkt tot Sander persoonlijk. Het strekte zich ook uit de familie waaruit zijn moeder Sophia voortkwam, de Van Dams uit Dordrecht. In deze familie vielen nog veel meer Holocaustdoden. In wezen is deze familie in de oorlog net zo finaal afgebroken als die van Sander.
        In dit artikel: de ondergang van het Dordts-joodse geslacht Van Dam.

gezinskaart van Philip Isaac van Dam,

Op deze gezinskaart van Philip Isaac van Dam, de vader van Lion en grootvader van Sophia, staan nog slechts drie van zijn twaalf kinderen. Die woonden nog bij hem. De andere kinderen waren al overleden of uitgevlogen.
Philip woonde in de Cornelis de Wittstraat, op de nummers 11 en 25. Van geen enkel gezinslid is overigens een persoonsfoto gevonden in openbare beeldbanken.

Huwelijk
Philip Izaak van Dam legde het fundament, samen met Duifje.
        Philip, roepnaam Flip, is geboren in Dordrecht op maandag 9 september 1832, als zoon van Izaak Abraham van Dam en Jansje Soesman. Op 30-jarige leeftijd trouwde hij, in Heenvliet, met de 23-jarige Duifje van der Heijm (Lekkerkerk, 15.12.1838), een dochter van Lion van der Heijm en Jannigje Heyman van Blankensteyn. Met deze echtverbintenis veroorzaakten zij het lokale geslacht Van Dam.
        Twaalf kinderen ontstonden, van wie er vijf na korte tijd overleden. Voordat de Tweede Wereldoorlog verwoestend te werk zou gaan, stierven er nog twee, onder normale omstandigheden.
        Via deze link is het familieoverzicht te raadplegen. Daarin worden van alle twaalf kinderen de bijzonderheden gemeld, zoals hun partners, hun kinderen, hun overlijdensdatum. Hier, in dit hoofdverhaal, wordt volstaan met hun namen en geboortedatum: 1. Marianna (25.9.1863), 2. Lion nummer 1 (2.10.1864), 3. Izaak nummer 1 (8.11.1865), 4. Herman (8.1.1867), 5. Lion nummer 2 (28.3.1868), 6. Izaac nummer 2 (15.7.1869), 7. Joseph (29.11.1870), 8. Abraham nummer 1 (8.2.1875), 9. Jansje (23.2.1877), 10. Philipa (27.3.1879), 11. Bernard (8.6.1883) en 12. Abraham nummer 2 (28.3.1885).
        In deze opsomming komt Sophia niet voor. Zij is dan ook geen kind, maar een kleinkind van Philip Izaak en Duifje. Zij is een kind van Lion nummer 2, het vijfde kind van 1868. Op Sophia valt hier de schijnwerper, om geen andere reden dan dat háár gezin het grootste noodlot trof: vier doden.

gezinskaart Lion en Mietje

Lion, een van de twaalf kinderen, trouwde met Mietje, die ook Van Dam heette. Zij kregen één kind, Sophia. Het gezin woonde, zoals de gezinskaart laat zien, in de Boomstraat, eerst op nummer 7 rood, later op nummer 9a. Dit is nu nummer 19. Later, op 13.11.1919, verhuisde het gezin naar de Wijnstraat 14 rood (nu: 26).

Boomstraat op nummer 9a Nadat Sophia van Dam was getrouwd met Mozes Vromen, verhuisden zij naar Den Bosch. Daar werd zoon Sander geboren

Nadat Sophia van Dam was getrouwd met Mozes Vromen, verhuisden zij naar Den Bosch. Daar werd op 19.9.1922 zoon Sander geboren, zoals de ‘Provinciale Noordbrabantsche en Hertogenbossche Courant’ de volgende dag berichtte. In 1935, op de 27ste september, stond Sander’s naam in het NIW, om zijn bar mitswa te melden.
Foto’s Delpher

Haar ouders woonden aanvankelijk aan de Boomstraat op nummer 7 rood, later op nummer 9a (nu: 19). De woning aan de Boomstraat 19 bestaat nog altijd.
Foto RAD


In Dordrecht overleed intussen Herman, een broer van Lion

In Dordrecht overleed intussen Herman, een broer van Lion, een oom van Sophia, in normale omstandigheden, op 17.1.1942. Hij staat niet op de herdenkingswebsite ‘Joods Monument’en geldt dus niet als een Holocaust-slachtoffer.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’

Eén kind
Het begon ermee dat Lion van Dam, 29 jaar oud, koopman en winkelier geworden, op 20 januari 1898 in Dordrecht trouwde met Mietje, óók Van Dam geheten. Zij was ouder dan hij, 32 al, geboren in Dordrecht op 5 juli 1865. In tegenstelling tot zijn vader Philip Izaak vormde Lion met Mietje geen omvangrijk gezin, integendeel. Er kwam één kind, Sophia op 24 oktober 1898, en daar bleef het bij.
        Mietje heeft haar dochter zien opgroeien, en ook meegemaakt dat Sophia, kantoorbediende inmiddels, ging trouwen. Dat was op 22 november 1921, in Dordrecht, met Mozes Vromen, afkomstig uit Lochem (6.7.1897). Een week later verliet Sophia het ouderlijk huis, gelegen aan de Wijnstraat, op nummer 14 rood (nu: 26). De woning kende zij overigens nog niet zo lang: haar ouders woonden aanvankelijk aan de Boomstraat op nummer 7 rood, later op nummer 9a (nu: 19). Bij haar verloving, in juni 1918, was dit nog steeds het huisadres. Maar op 13 september 1919 verhuisden de Van Dams naar de Wijnstraat, en van daaruit trouwde Sophia.
        Ze bleef evenwel niet in de Wijnstraat. Per 1 december 1921 ging zij samen met haar echtgenoot Mozes in Den Bosch wonen, aan Achter het Stadhuis 12 rood.
        En daar beviel zij van het eerste kind, Sander, op 19 september 1922. Haar moeder Mietje zal er nog van geweten hebben, en misschien zelfs op bezoek zijn geweest. Drie maanden later stierf zij, op 31 december 1922, 57 jaar oud. Lion, de weduwnaar, voelde er blijkbaar niet voor om alleen in Dordrecht achter te blijven. Hij vertrok ook naar Den Bosch, drie weken later. Per 22 januari 1923 trok hij in bij zijn dochter en schoonzoon.
        Lion zal zich in die jaren toch vrij eenzaam hebben gevoeld: zijn vader Philip Izaak was kortgeleden, op 25 september 1922, overleden, 90 jaar oud. Lion’s moeder Duifje ging al veel eerder heen, op 29 november 1910, 71 jaar oud.

woning aan de Wijnstraat, op nummer 19

De woning aan de Wijnstraat, op nummer 19, is gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Maar deze twee archieffoto’s van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) tonen nog de woningen aan het eind van de Wijnstraat, in de richting van de Boombrug. De ene foto toont de kop van de Wijnstraat van iets verderaf en is ongedateerd, maar zichtbaar ver voor de oorlog gemaakt. De andere is dichterbij gemaakt en is van later datum, mei 1969.
Foto Redactie Website en RAD (nrs. 309_107247 en 554_34465)


advertentie waarin om een net meisje werd gevraagd

In 1941 woonde het gezin van Mozes en Sophia niet meer in Den Bosch, maar in Voorburg. In die oorlogstijd plaatsten zij in ‘Het Joodsche Weekblad’, op  18 juli, nog een advertentie, waarin om een net meisje werd gevraagd. 
Blijkbaar hadden zij nog hoop op een goede toekomst. Twee jaar later werden Mozes en Sophia alsook hun dochters Marie en Josephine alle vier bruusk vermoord in Sobibor.
Foto Delpher

Net meisje
Na Sander kregen Sophia en Mozes nog twee kinderen, ook in Den Bosch: Marie, op 15 oktober 1926 en Josephina, op 19 december 1929.
        Met deze drie kinderen zijn zij op enig moment verder getrokken, van Den Bosch naar Voorburg, naar de Kon. Wilhelminalaan 30. Wanneer de verhuizing plaatshad, is niet achterhaald. Een advertentie in Het Joodsche Weekblad van 18 juli 1941 toont aan dat het gezin in elk geval ten tijde van de oorlog in Voorburg woonde. In de advertentie wordt om “een net meisje” gevraagd per 15 augustus. Zij wordt geacht “zelfstandig te kunnen werken” bij de Vromens, die zichzelf een “gezin met streng rituele huishouding” noemen.
        De oorlog is al losgebarsten, in 1941 kwam de jodenvervolging versterkt op gang. De Holocaust zou het gezin vermalen.
        Vader Lion werd als eerste vermoord, in Sobibor, op 13 maart 1943, 74 jaar oud. In de korte biografie die aan hem is gewijd op de herdenkingswebsite ‘Joods Monument’, staat: “Geen adres bekend.” Het is dus niet duidelijk of Lion indertijd is meeverhuisd naar Voorburg, of elders is blijven wonen.
        Sophia en dochter Marie waren de volgenden die, óók in Sobibor, hun levens stopgezet zagen, beiden op 11 juni 1943, respectievelijk 44 en 16 jaar oud. En ten slotte werden in hetzelfde vernietigingsoord Mozes en dochter Josephine omgebracht, op 16 juli 1943, 46 en 13 jaar oud.
        Eén kind was nog in leven, Sander. Bij wie hij zich verstopt hield, in welke gemeente en hoe lang, is niet bekend. Pas na de oorlog kwam er een eerste levensteken van hem, via die oproep in het NIW, die Sander verstuurde vanuit Den Bosch, zijn geboortestad. Hij woonde er aan de Willem van Oranjelaan 26.

Mietje van Dam-van Dam Marianna van Dam

Mietje van Dam-van Dam overleed op 31.12.1922, 57 jaar oud. Zij ligt begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’

Op dezelfde begraafplaats ligt ook Marianna van Dam, een zus van Lion en kind nummer 1 van Philip Izaac en Duifje. Zij stierf op 2 september 1929, 65 jaar oud.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’


Sander Vromen, de zoon van Sophia en Mozes, overleefde als enige van het gezin

Sander Vromen, de zoon van Sophia en Mozes, overleefde als enige van het gezin. Op 19 augustus 1946 ging hij in ondertrouw met Mary de Raay (NIW, 9.7.1946).

Slachtoffers
Niet alleen via Lion, ook bij andere leden van het Dordtse geslacht Van Dam sloeg het noodlot hard toe. Zoals in het familieoverzicht gedetailleerder wordt vermeld, leidde de Holocaust tot deze slachtoffers:
        Henriëtte Judith van Dam (27.6.1896 – Auschwitz, 19.11.1942, 46 jaar oud). Confectiehandelaarster Henriëtte is de dochter van Herman van Dam, kind nummer 4 van Philip Izaak en Duifje. Hij stierf in Dordrecht op 17.1.1942, 75 jaar oud, maar wordt niet genoemd door ‘Joods Monument’, en is dus niet erkend als Holocaustslachtoffer. Eén dode.
        Izaac van Dam, kind nummer 6 (15.7.1869 – Auschwitz, 26.10.1942, 72 jaar oud). Izaac was getrouwd met Deborah Davidson (Beverwijk, 19.10.1878), die op dezelfde dag als haar man werd vermoord in Auschwitz, 64 jaar oud. Twee doden.
        Jozeph van Dam, kind nummer 7 (29.11.1870 – Sobibor, 13.3.1943, 72 jaar oud). Verbleef in ‘De Joodse Invalide’, een instelling voor bejaarden en gehandicapten in Amsterdam. Eén dode.
        Bernard van Dam, kind nummer 11 (8.6.1883 – Auschwitz, 19.11.1942, 59 jaar oud). Eén dode.
        Abraham van Dam, kind nummer 12 (28.3.1885 – Auschwitz, 26.10.1942, 57 jaar). Abraham was tweemaal getrouwd, eerst met Emma Goldstein (Maastricht, 1.1.1881 – Gorinchem, 14.6.1929) en later met Betsij Kleinkramer (’s-Gravendeel, 14.5.1891 – Auschwitz, 26.10.1942, 51 jaar). Twee doden.
        Het eerste huwelijk van Abraham van Dam met Emma Goldstein leidde tot drie kinderen: Philip Isaac (Rotterdam, 22.5.1912), Samuel (Rotterdam, 5.7.1914) en Duifje (Gorinchem, 18.12.1917). Philip Isaac kreeg met zijn vrouw Henriëtte Polak (Middelburg, 6.4.1913) één kind: Abraham (Sint Laurens, 31.10.1935). Dit complete gezin is vergast in Auschwitz, Philip op 31.12.1942, zijn vrouw en zoon eerder op 21.9.1942. Drie doden.
        Het totaal aantal slachtoffers komt hiermee op vijftien: vijf in het gezin Vromen, de overigen in de families Van Dam.

geboorte dochter en dood van Mary Vromen

Een jaar later werd hun dochter Shifra geboren, op 13.8.1947. Het gezin is in enig jaar geëmigreerd naar ël, zoals blijkt uit de overlijdensadvertentie voor Mary’s moeder, Annie de Raaij-Leviticus, in 1983. Het gezin van Sander blijkt in Haïfa te wonen.
Foto’s Delpher

Heuglijk
Maar behalve dit intrieste aantal, is er nog een heuglijk feit te melden – voorzover bij al deze somberheid iets nog heuglijk kan zijn.
        De familiegeschiedenis van de Van Dammen uitpluizend, bleek dat Sander Vromen niet de enige overlevende is. Ook twee van de drie kinderen uit Abraham’s eerste huwelijk, namelijk Samuel en Duifje, bereikten de bevrijding ook in levenden lijve. Drie mensen, neven en een nicht van elkaar, konden hun leven hernieuwd voortzetten.
Hoe het deze mensen in de na-oorlogse periode is vergaan, is uitsluitend via openbare documenten te vertellen; het enige spoor dat ze hebben nagelaten. Nabestaanden van deze drie overlevenden zijn ondanks naspeuringen niet gevonden.
        Sander trouwde op maandag 19 augustus om 15.15 uur, aldus een bericht in het NIW van 9.7.1946, met Mary de Raaij (of: Raay). De choepah had plaats in de bovenzaal van het Oranjehotel in Eindhoven. Het echtpaar kondigde als toekomstig adres aan: Michel Angelostraat 20hs in Amsterdam. Op dit adres werd een jaar later, op 13 augustus 1947, hun dochter Shifra geboren, opnieuw maakte het NIW er melding van.
        Daarna is dit gezin geëmigreerd. Dit valt op te maken uit de overlijdensadvertentie die op 5 augustus 1983 in het NIW staat. De moeder van Sander’s echtgenote Mary, Annie de Raaij-Leviticus, is op 86-jarige leeftijd gestorven. De advertentie is ondertekend door Mary Vromen-de Raaij, Sander Vromen en door klein- en achterkleinkinderen. Het adres is in Israël, Haïfa, Rechov Vitkin 5. Er is geprobeerd in contact te komen met (nabestaanden van) het gezin Vromen; het is niet gelukt.
        Dan Samuel, de kleinzoon van Abraham van Dam. Samuel trouwde op 19.5.1938 in Bergen op Zoom met Esther de Bruin (Bergen op Zoom, 18.8.1912). Ze wisten de oorlog te doorstaan, en kregen daarna één kind: Elizabeth Emma (‘Ellen’), op 22.12.1947. In 1978 emigreerde het gezin naar Canada.
        Niemand van dit gezin is nog in leven. Esther overleed op 10.10.1999, 87 jaar oud, Samuel op 1.4.2013, 98 jaar oud. En Ellen op 25.2.2007, als 59-jarige weduwe van de twee jaar eerder overleden Bernard (‘Bob’) Stouwer. Ellen en Bernard hebben één dochter, Rachel.

Nog een schaarse overlevende was Duifje

Nog een schaarse overlevende was Duifje (‘Delia’) van Haren-van Dam, een kind uit het eerste huwelijk van Abraham van Dam, het laatstgeboren kind van Philip en Duifje. Zij emigreerde met haar man Albert Jacob van Haren, en stond op latere leeftijd de davidster die zij in haar woonplaats Gorinchem moest dragen, af aan het Vancouver Holocaust Education Centre. Op de website ‘VirtualMuseum’ is de ster te zien.
Foto Virtual Museum

Davidster
Duifje ten slotte. Zij trouwde midden in de oorlog, op 10 april 1942 in Gorinchem met de niet-joodse Albert Jacob van Haren (Rotterdam, 24.9.1918). Ook zij emigreerden naar Canada, naar Vancouver, in 1953. Duifje ging daar Delia heten.
        Eind vorige eeuw heeft zij de jodenster die ze in Gorkum moest dragen, afgestaan aan het Vancouver Holocaust Education Centre. Via de website virtualmuseum.ca is die op te roepen.
        In het fotobijschrift licht Duifje toe dat “iedereen haar kende” in het stadje Gorinchem, en dat iedereen ook wist dat zij joods was. “Ik moest de ster dragen; ik had geen keuze. Ik moest de ster zelfs op mijn huwelijksdag dragen. Voordat ik onderdook, is de ster verstopt in het fotoalbum van onze familie, en dat lieten we ter bewaring achter bij onze niet-joodse buurman. Van de 23 joodse families in Gorkum, zijn mijn broer (Samuel, red.), een ander persoon en ik de enige overlevenden.”
        Duifje, wonend in Richmond, heeft op 95-jarige leeftijd ook meegewerkt aan een speciale aflevering van het tv-programma “16X9”, uitgezonden op 9 november 2013 door de omroep ‘Global’. Daarin vertelde zij hoe zij en haar echtgenoot Albert 1825 oorlogsdagen “vol nazi-terreur en met de onuitblusbare wil om te overleven” hebben doorstaan.
        Op de website van het Vancouver Holocaust Education Centre openbaart Duifje dat zij en Albert in dit verband veel te danken hebben aan de Gorkumse huisarts J.T. Zwaan, een “good doctor”.
        Albert benaderde de dokter toen er voor hem in november 1942 uitzetting dreigde in verband met de Arbeitseinsatz. Zwaan schreef daarop een officiële brief waarin hij verklaarde dat Albert J. van Haren medisch niet in staat was zwaar werk te verrichten. Door deze valse uitleg kon de tewerkstelling in Duitsland tijdelijk worden uitgesteld, en kregen hij en Duifje de kans om onder te duiken.
        De brief redde hun het leven.

***

Hoe het anno 2017 met Duifje van Haren is, is vooralsnog niet achterhaald. Als zij al nog leeft, zou ze nu honderd zijn.

 

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'