Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse jodin Veronika voerde in
Amsterdam een ritueel rusthuis

Transvaalkade

De Transvaalkade, met ernaast de Ringvaart, anno nu. Het rusthuis was gevestigd in het pand rechts met de grote struik voor de deur.
Foto Google Streetview

Het is een onbekend facet – dat Veronika Englander-Braadbaart, een geboren Dordtse, in Amsterdam een rusthuis dreef voor joodse ouden van dagen en hulpbehoevenden. En nog wel een streng ritueel rusthuis ook, volgens de advertentie die zij bij de opening plaatste in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 11 juni 1937.
        Mevrouw Englander keerde hiermee haar beroepsleven om. Zij was verloskundige, ze hielp gewoonlijk baby’s aan het begin van hun leven. In het rusthuis bekommerde zich om joodse bejaarden, die in hun laatste levensfase verkeerden.
        De uitgebreide joodse familie Braadbaart is in de bezettingstijd het zwaarst getroffen van alle Dordtse-joodse gezinnen, want het meest grondig vermoord. Tientallen leden ervan zijn door de nazi’s om het leven gebracht. In Dordrecht bestaat geen enkele Braadbaart meer. Elders op deze website is daar een achtergrondartikel aan gewijd, nummer 98. In een begeleidend familieoverzicht staan alle uitgemoorde Braadbaarts opgesomd: wie waren zij, waar woonden zij, welke kinderen hadden zij?
        Veronika Englander-Braadbaart wordt uiteraard genoemd, evenals echtgenoot Eliazer en de kinderen die zij kregen: Nathan Eliazer en Betje. Maar dit gebeurt feitelijk, in paar korte zinnen. Dat Veronika in 1937 aan de Transvaalkade een rusthuis is begonnen, bleef daar onvermeld. Vermoedelijk was dit facet destijds nog niet ontdekt en bleef het daardoor onbekend.
        Nu, jaren nadat verhaal 98 was geplaatst, wordt dit rechtgezet. Dat een Dordtse een rusthuis initieert, is alleszins waard om te signalen. Zoveel (joodse) Dordtenaren zijn er niet die zoiets hebben gedaan, waar ook in het land. Bovendien is deze terugblikkende Stolpersteine-website niet alleen bedoeld om de wrede, vroegtijdige dood van de Dordtse joden in kaart te brengen, maar óók om enigszins te beschrijven hoe zij zich maatschappelijk hebben bewogen, en eventueel verdienstelijk gemaakt.
        Vandaar: een inkijkje in het Amsterdamse leven van een Dordtse jodin.

Nieuwe Kerkstraat op nummer 10 I

In de eerste 23 jaar van hun huwelijksleven woonden Veronika en haar man Eliazer Englander in de Nieuwe Kerkstraat op nummer 10 I, boven de kleine synagoge die er toen nog was. Deze foto toont
het gebouw (met de blauwe fiets tegen de gevel).
Foto Google Streetview

Zaandam
Op 23 april 1914 was het zover: Veronika Braadbaart, in Dordrecht geboren op 11 maart 1885, trouwde in Zaandam met Eliazer Englander, geboren in Amsterdam op 18 april 1886. Zij was 29, hij een jaar jonger. Maar waarom gaven zij elkaar het ja-woord in Zaandam? Veronika was volgens de gezinskaart in het Amsterdamse Stadsarchief al op 24 mei 1913, dus een jaartje eerder, in de hoofdstad neergestreken, en had van toen af aan op diverse adressen gewoond. En Eliazer was gewoon in zijn eigen stad gebleven, ook beroepshalve.
        Frits Slicht, auteur van een verhaal over Eliazer op de website ‘Geheugen van Oost-Amsterdam’, heeft de reden achterhaald: pure zuinigheid. Hij ontdekte dat een broer en zus van Eliazer, Jacques en Esther geheten, óók in Zaandam zijn getrouwd. “Niet vanwege de romantische omgeving”, maar omdat trouwen in Zaandam “gewoon goedkoper was, net als trouwen in Weesp”.
        Slicht zou het best bij het rechte eind kunnen hebben. Want diezelfde gezinskaart vermeldt dat het echtpaar per 27 april 1914, vier dagen later dus, zich heeft laten registreren op het adres Nieuwe Kerkstraat 10 I in Amsterdam. Veronika en Eliazer zijn dus geenszins blijven hangen in Zaandam; de gemeente was voor hen slechts een trouwlocatie.
        Die eerste gezamenlijke woning bevond zich overigens op een opmerkelijke plek: boven de kleine synagoge van de vereniging Ner Mitswa Wethora Our. Slicht: “Van deze synagoge is niet zo heel veel bekend.”

Transvaalkade

Op 21 mei 1937 verhuist het gezin naar de Transvaalkade, zoals de gezinskaart uit het Stadsarchief laat zien. Veronika begint er een streng ritueel rusthuis voor joodse bejaarden en hulpbehoevenden.
Foto Stadsarchief Amsterdam


Veronika laat weten dat zij als vroedvrouw haar praktijk hervat

Veronika laat in het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ (NIW) van 20 juli 1917 weten dat zij als vroedvrouw haar praktijk hervat. Zij was in maart 1916 bevallen van Nathan Eliazer en had verlof genomen.
Foto Delpher

Praktijk
Het huwelijksleven begon. Veronika vestigde in de bovenwoning haar verloskundigepraktijk. Eliazer, die zich volgens de website ‘Joods Amsterdam’ Eduard liet noemen, werkte als diamantzager − en later, nadat hij zijn opleiding had voltooid, als diamantwerker. Slicht vond een lidmaatschapskaart van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). Daaruit blijkt dat Eliazer van 1911 tot eind 1922 in dat vak heeft gewerkt, zij het dat hij “in de laatste jaren, 1920-1922, voornamelijk werkloos was”. Op 23 november 1922 wordt hij geschrapt als lid.
        Maar onthand was hij daardoor niet. Eliazer is vervolgens aan de slag gegaan als elektricien en monteur, om ten slotte pensioenhouder te worden.
        Bijna twee jaar na de huwelijksvoltrekking baart Veronika haar eerste kind: Nathan Eliazer, op 11 maart 1916. Kennelijk gunt ze zich ruim de tijd om de boreling te voeden en tijdens zijn eerste levensjaar te verzorgen. Want in het NIW van 20 juli 1917 laat ze in een annonce weten dat zij de praktijk “weder heeft hervat”. Ze lijkt een pauze te hebben genomen, een langgerekt zwangerschapsverlof.
        Weer vijf jaar later krijgen Veronika en Eliazer een tweede kind: Betje, op 10 januari 1922. Deze baby kwam in het familieoverzicht van de Braadbaarts niet voor, en is er inmiddels alsnog aan toegevoegd. Haar bestaan is destijds door onbekende oorzaak niet opgemerkt.

opening van het rusthuis

In het NIW van 11 juni 1937 wordt de opening van het rusthuis tweeledig aangekondigd:
in een nieuwsbericht en via een advertentie.
Foto’s Delpher

Rusthuis
Het gezin Englander blijft tot 21 mei 1937 in de Nieuwe Kerkstraat wonen, al met al 23 jaar. Daarna gooit met name Veronika haar beroepsleven om: ze sticht een “streng ritueel” rusthuis op de Transvaalkade, op nummer 9a. In het Nieuw Israëlitisch Weekblad valt tweeledig over de opening op 11 juni 1937 te lezen. Een advertentie belooft de aanstaande bewoners dat er “billijke prijzen” zullen worden gehanteerd, en dat de inrichting een “comfortabele” is.
        In een nieuwsbericht staat dat het rusthuis “aan alle hedendaagsche eischen voldoet”, en “op een aangenaam plekje aan de Transvaalkade is gelegen” – daarmee zal het uitzicht op de Ringvaart zijn bedoeld. De verslaggever denkt dat het rusthuis van mevrouw V. Englander-Braadbaart “ongetwijfeld in een ware behoefte” zal voorzien. “Wij gelooven dan ook, dat ongetwijfeld dit huis onder deze deskundige leiding wel het succes zal erlangen dat de actieve onderneemster er zich van voorstelt.”
        Opgetogenheid heerst kortom in het pand. Iedereen is nog onwetend van het drama dat er zich enkele jaren zal gaan afspelen.
        In het Stadsarchief van Amsterdam zijn ze tegenwoordig digitaal in een ommezien op te roepen: de woonkaarten van het Israëlitische Rusthuis Englander. Het zijn er vier. Bij elkaar vormen ze een lange lijst van komende en gaande bewoners. Er staat bij waar ze vandaan kwamen, op welke dag ze binnenstapten, en waar ze vervolgens heen zijn gegaan. De lijst wordt naargeestig naarmate de jaren dertig eindigen. Dikwijls staat er dan dat deze en gene bewoner naar kamp Westerbork is gegaan, of naar “Duitschland”. Maar vaak is onbekend waar ze zijn gebleven. In de kolom ‘Waarheen’ staat een reeks onheilspellende vraagtekens.

rusthuisbewoonster Rosa Finsie viert haar 90ste verjaardag  
flinke verpleegster gevraagd voor het rusthuis

Het ‘Zaans Volksblad’ bericht op 29 juni 1939 dat rusthuisbewoonster Rosa Finsie de volgende dag haar 90ste verjaardag viert.
Foto Delpher

 

Vier dagen voordat de Duitsers Nederland binnenvallen plaatst Eliazer Englander op 6 mei 1940  in de Friese ‘Hepkema’s Courant’ nog onbezorgd een advertentie waarin om een ‘flinke verpleegster’ wordt gevraagd voor het rusthuis.
Foto Delpher

Moeder
Twee bewoners vallen op. De ene is de weduwe Betje Braadbaart-de Goeije. Zij is de moeder van Veronika. Haar man Jacob is in Dordrecht op 24 augustus 1935 overleden. Vier jaar later verhuist Betje naar haar dochter in Amsterdam; per 16 januari 1939 trekt ze bij haar in. Ze is dan 76 jaar.
        Nog ouder, 90 namelijk, is Roza Finsy, die als een van de eerste bewoners op 5 augustus 1937 in het rusthuis is gaan wonen, komende uit de Deymanstraat 12 I. Op 29 juni 1939 meldt het Zaans Volksblad dat Roza, in de krant ‘Rosa Finsie’ genoemd, op vrijdag de 30ste haar negentigste verjaardag hoopt te vieren. “Zij is nog een flink vrouwtje”, oordeelt het dagblad, “en mag zich verheugen in een goede gezondheid. Wij twijfelen er niet aan, of vrienden en bekenden zullen deze dag voor haar tot een waar feest maken.”
        Nog geen jaar later is Roza overleden. Ze stierf op 11 mei 1940 − de dag ervoor is de oorlog uitgebroken in Nederland. Haar zijn de gruwelijkheden van de nazi’s bespaard gebleven.
        Enkele dagen voordat de Duitsers het land binnenvielen, had Eliazer op 6 mei nog onbekommerd in Hepkema’s Courant, een Fries dagblad, per advertentie gevraagd om “een flinke verpleegster”. Ze mocht zo nodig ongehuwd zijn, maar hoorde wel over “veel ervaring” te beschikken. Eliazer en Veronika hadden klaarblijkelijk geen idee wat hen te wachten stond. Het rusthuis draaide zo voorspoedig dat er een personeelslid kon worden aangetrokken.

pand aan de Transvaalkade waarin het rusthuis was gevestigd

Deze twee naoorlogse foto’s laten van dichtbij het pand aan de Transvaalkade zien waarin het rusthuis was gevestigd, met tussen de portalen een kariatide. De foto’s zijn afkomstig uit de beeldbank van het Stadsarchief. Op de eerste foto, gemaakt in 1991, is rechts de deur van het voormalige Rusthuis Englander. De andere foto, met een aankomende wandelaar, dateert van februari 1985.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam/Han van Gool en Ino Roël.


Nathans, Betjes broer, was mede-eigenaar van het rusthuis

Nathans, Betjes broer, was mede-eigenaar van het rusthuis, laat deze Joodsche Raad-kaart zien. Hij werd vermoord in Extern Kommando Vaihingen, in maart 1945. Met zijn dood was het gezin Englander uitgeroeid: vader en moeder waren al in juli 1943 vergast in Sobibor.
Foto Arolson Archives

Afgevoerd
Maar de Duitsers haten joden, en gaandeweg proberen zij ze ook in Nederland te weren uit het maatschappelijk leven. Dit treft het rusthuis rechtstreeks; het raakt leeg. En na zo’n vier jaar is iedereen vermoord. Veronika zowel als Eliazer en hun twee kinderen – zij zijn op verschillende tijdstippen omgebracht. Hetzelfde geldt voor de bewoners die nog in het rusthuis verbleven: ook zij worden er weggehaald en rücksichtslos afgevoerd naar de vernietigingskampen. De herdenkingswebsite ‘Joods Monument’ noemt vijf van de bewoners bij naam, maar volgens Frits Slicht waren het er meer. Inclusief gezinsleden van Veronika en Eliazer komt hij op een totaal van 26 personen.
        Nathan Eliazer, de eerstgeborene, is in de oorlog toch nog getrouwd: op 7 oktober 1942 in Amsterdam met Elisabeth Polak (Amsterdam, 10 augustus 1913). Maar een jaar later wordt Elisabeth gedood in Auschwitz, op 19 november 1943, 30 jaar oud. Zij is de enige van de vier kinderen Polak die dit is overkomen. Haar twee zussen en een broer hebben de Holocaust overleefd.
        Nathan, van beroep assistent-bedrijfsleider bij een tricotagefirma, belandde op 29 september 1943 in kamp Westerbork en werd vandaar naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 17 november aankwam. Hij werd niet direct vergast. Hij werd volgens ‘Joods Monument’ met nog 29 Nederlandse joden naar het concentratiekamp Stutthof vervoerd, daar arriverend op 28 oktober 1944. De mannen moesten werken op het vliegveld van Hailfingen. Op 13 februari 1945 belandde Nathan in het Extern Kommando Vaihingen/Enz, waar hij op 7 maart 1945 stierf, 28 jaar oud, en is gecremeerd. Zijn naam staat, opnieuw volgens JM, op het monument bij het vliegveld en in het informatiecentrum bij het stadhuis in Hailfingen.
        Op de persoonskaart van Nathan Eliazer in de cartotheek van de Joodsche Raad staat dat hij mede-eigenaar was van het rusthuis van zijn moeder.

Betje is samen met haar man Henri op de Transvaalkade gaan wonen

Betje is samen met haar man Henri (‘Hans’) op 25 mei 1943, zo blijkt uit de gezinskaart, op de Transvaalkade gaan wonen, vlakbij haar ouders. Iets meer dan een halfjaar later, in januari 1944, wordt zij vermoord in Auschwitz, nog een jaar later, in januari 1945, eindigt ook Henri daar.

Baby
Ook Betje, Nathans zus, trouwde hoopvol gestemd in de oorlog: op 5 maart 1941 met Henri Magnus van Gelder (Amsterdam, 8 november 1914). Zij ging met hem in de Johannes Verhulststraat wonen, op nummer 69 huis. Op 25 mei 1943 verhuisden zij naar de Transvaalkade, naar nummer 122 II. Dat was in de buurt van haar ouders. Inmiddels was Betje al bevallen van een dochter, op 29 januari 1943: Margaret Veronica Alexandra. Slechts elf maanden heeft deze baby mogen leven. Op 28 januari 1944 wordt zij in Auschwitz vermoord, samen met haar 22-jarige moeder. Echtgenoot Henri, reiziger van beroep, is ‘pas’ een jaar later in ditzelfde kamp om het leven gebracht, op 21 januari 1945, 30 jaar oud.
        En de ouders? En Veronika’s moeder?
        Betje Braadbaart-de Goeije eindigde eveneens in Auschwitz, op 27 augustus 1943, op 80-jarige leeftijd. Ze heeft een maand langer kunnen ‘leven’ dan haar dochter en schoonzoon. Veronika en Eliazer zijn tegelijk in Sobibor vernietigd, op 16 juli 1943, respectievelijk 58 en 57 jaar oud.
        Het echtpaar was eerder dat jaar, op 2 maart 1943, nog verhuisd, naar de Krugerstraat, nummer 26 I. Het rusthuis was leger en leger geraakt. Misschien voorvoelden Veronika en Eliazer dat de opheffing nabij was en besloten ze te vertrekken. Maar eenmaal in de Krugerstraat bleek dat zij aan hun lot niet konden ontsnappen.

woonkaarten van het pand aan de Transvaalkade 9a

woonkaarten van het pand aan de Transvaalkade 9a

woonkaarten van het pand aan de Transvaalkade 9a

Dit zijn de woonkaarten van het pand aan de Transvaalkade 9a. Ze vermelden de bewoners die er langer of kort waren. Soms staat er dat zij naar ‘Duitschland’ zijn gedeporteerd, vaak staat er slechts een vraagteken: hun lot is onbekend.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'