Het voorbije joodse dordrecht

Dordtse verpleegster Rozette Allemans krijgt in kamp Westerbork een baby, net voor vertrek naar Auschwitz

Allemans

Baby Cary Ellen, gefotografeerd in een decor alsof alles nog onschuldig is, terwijl de foto is gemaakt in het doorgangskamp Westerbork.
Foto: Familiebezit

Voor Carry Ellen, de piepjonge baby van de Dordtse Rozette Allemans, was het leven alweer voorbij, nog voordat het op gang kon komen.
         Ze werd geboren in Kamp Westerbork, het Drentse voorportaal van de dood in vernietigingskampen. En zij vond de dood ook in zo’n gruwelkamp, in Auschwitz. Ze is nog geen halfjaar oud geworden. De dag ervoor was in datzelfde Poolse kamp haar moeder vergast, al even rücksichtslos.
         Al wat nu nog rest van de oorspronkelijke Dordtse familie Allemans is de familieklok. Die staat onschendbaar te pronken in het Amerikaanse stadje Woodstock, Illinois, in het Midden-Westen.

Allemans

Deze foto van Rozette (Roosje) Allemans is in kamp Westerbork gemaakt in januari 1944, door de Amsterdamse fotograaf John Blits, kort voordat zij beviel van baby Cary Ellen.
Foto: Familiebezit

Manufacturen
Rozette Allemans was niet het eerste kind van Philip Allemans (7 juni 1885) en Carolina Braadbaart (9 maart 1886). Er ging een meisje aan haar vooraf, Rozette Esther geheten, die werd geboren op 4 april 1912. Maar deze baby overleed al na 3,5 maand, op 26 juli 1912. Ruim een jaar later werd Rozette dan geboren, ook wel Roos genoemd, op 13 november 1913. Het gezin woonde in de Vriesestraat 45, vader Philip was een winkelier in manufacturen, met vijf personeelsleden. Twee jaar later volgde nog een meisje, Annie Esther, op 10 augustus 1915.
         Met Willem, op 24 oktober 1916 geboren, was het gezin kennelijk compleet. Er kwamen geen nakomers en Rozette Esther, de vroeggestorven eerstgeborene,was nu herdacht in de namen van twee latere dochters.
         Ergens in hun woonhuis stond een forse, Franse marmeren vergulde mantelklok, met twee Cupido’s en vier zuilen, een indrukwekkend, kostbaar voorwerp dat vader Philip als cadeau had gekregen, bij de bruiloft, op 7 juni 1911. Nog tikte de tijd zorgeloos voort.

Verpleegster
Op 17 januari 1938 trok Rozette opgewekt naar Rotterdam. Ze was nu 25 jaar oud en leerling-verpleegster. Ze ging werken en inwonen in het Joods Ziekenhuis aan de Schietbaanlaan 42. Het was haar eerste, officiële baan en ze zou er zich voorspoedig en kundig in ontwikkelen: vijf jaar later had ze het al weten te brengen tot waarnemend hoofdverpleegster.
         Maar de oorlog begon over Nederland te razen, en het beroepsleven van de joodse Rozette Allemans kwam bruusk tot stilstand. Op 26 februari 1943 werden alle patiënten en alle personeel van het ëlitisch Ziekenhuis op transport gesteld. Ze belandden in Kamp Westerbork, dat als doorgangskamp naar de concentratiekampen functioneerde. Wekelijks vertrokken er treinen, die waren afgeladen met gevangenen. De angst voor deze transporten beheerste het kampleven. 

Allemans

De drie kinderen Allemans, Wim links, Rozette als oudste in het midden, daarnaast Annie. Foto: Familiebezit

        Of zij elkaar al uit het Rotterdamse kenden, is niet te achterhalen. Maar op 5 mei 1943 trouwde Rozette Allemans in dit vreeswekkende kamp met Moritz Fogel. Deze houtkoopman was in Rotterdam geboren, op 15 april 1897, en minstens zestien jaar ouder dan zijn echtgenote. De huwelijksakte is bewaard gebleven en daaruit blijkt dat een van de getuigen Rozette’s eigen zus was: Annie Esther. Die zat ook opgesloten in Westerbork.

Liefde?
Verbonden Rozette en Moritz zich uit liefde? Of uit wanhoop? Of allebei?
         Aline Pennewaard, onderzoekster en fervent poster op de website Joodsmonument.nl, weet uiteraard het beslissende antwoord niet: zij was er niet bij. Maar schijnhuwelijken, bemerkte zij uit research, kwamen wel voor in Westerbork. “Het gebeurde zeker wel dat meisjes met Alte Kampinsassen trouwden, in de hoop op die manier in Nederland te kunnen blijven.” Feit is ook dat huwelijken “best vaak” werden gesloten in Westerbork, zie dit overzicht: http://www.joodsmonument.nl...

Allemans

Rozette als jong meisje, jaartal onbekend.
Foto: Familiebezit

Meestal, vervolgt Pennewaard, betrof het heus wel echte stellen. Maar dan trouwden zij “om zeker te weten dat zij niet van elkaar zouden worden gescheiden, of afzonderlijk gedeporteerd”. Dit was zo voor Rozette en Moritz: Pennewaard achterhaalde dat dit verse echtpaar een zogenoemde Sperre heeft gekregen, een voorlopige vrijstelling van deportatie. “Het zou dus goed kunnen dat Rozette door haar huwelijk met Moritz automatisch werd gesperrt en daardoor langer in Westerbork kon blijven.”
         Hoe dan ook: Rozette raakte zwanger. Op 27 maart 1944 beviel zij, om 21.55 uur, van een dochter, die Carry Ellen werd genoemd. Baby’s waren een normaal verschijnsel in kamp Westerbork; de gevangenen probeerden hun leven blijkbaar zo normaal mogelijk te houden. Een schrijnend bewijs daarvan is dat er van Carry Ellen zelfs een foto is gemaakt. Uit de link naar dit overzicht valt op te maken dat er werkelijk tientallen kinderen ter wereld kwamen in Westerbork, kinderen bij wie niet veel later de adem van de dood over het gezicht streek: http://www.joodsmonument.nl...

Oorlogsdienst   
In Dordrecht was het gezin Allemans ondertussen uit elkaar gevallen. Zoon Willem bevond zich op verre zeeën, in oorlogsdienst. Eerst op een Nederlands schip, de Slamat, later op het Engelse schip de Dempo, vocht hij tegen de Duitse overheersing. Zijn vader en moeder, Philip en Carolina, zaten ondergedoken bij een naburige slager. Hun winkel was door de SS gesloten.
         De kloeke familieklok kon op tijd worden verstopt: een van de vrouwelijke personeelsleden had haar vader, die werkte op een begraafplaats, gevraagd om de klok en nog zo wat bezittingen daar te begraven. Aldus geschiedde.

Allemans

Rozette, vrolijk gefotografeerd en inmiddels een vrouw. Jaartal onbekend.
Foto: Familiebezit

         Vader Philip bezat ook nog een voor Dordrecht opvallende auto, een Amerikaanse Nash. Die is tijdens de bezetting gestolen.
         Of de familieleden in Dordrecht wisten van de gezinsleden in Westerbork, is niet bekend. Er zijn althans geen brieven of kaarten opgedoken. Mogelijk is het bestaan van hun kleinkind Carry Ellen dus niet doorgedrongen tot Philip en Carolina. Mogelijk is ook dat zij niets wisten van nóg een huwelijk in Westerbork: hun andere dochter Annie Esther, ook een verpleegster, trouwde er met Kurt Beck, een Tsjech, oorspronkelijk geboren in Praag op 29 oktober 1907, die in de jaren twintig naar Nederland trok en er in 1949 naturaliseerde. Hij werd katoenagent voor de firma Bunge. 
         Het valt wel aan te nemen dat Rozette kennis had van dit huwelijk; zij waren immers tegelijk in Westerbork.
         In 1944 kwam de dood onafwendbaar naderbij. Aline Pennewaard constateerde dat Rozette, haar baby en Moritz op 4 september 1944 werden gedeporteerd, eerst naar Theresiënstadt, een Tsjechisch concentratiekamp. Korte tijd later werd het gezin doorvervoerd. Moritz Fogel ging als eerste – “mannen gingen inderdaad eerder”. Hij werd in diezelfde maand nog vermoord; de datum en locatie zijn niet bekend.
         Rozette kwam in Auschwitz terecht en werd omgebracht op 18 oktober 1944, haar baby volgens officiële gegevens een dag later. Al hoeft dit volgens Pennewaard niet per se te betekenen dat Carry Ellen uit Rozette’s armen is gerukt en apart is vergast. “Overlijdensdata zijn vaak ook maar een statistiek.”

Allemans

Nogmaals de drie kinderen Allemans, nu als volwassenen, in volgorde van hun leeftijd. Links Roosje, daarna Annie en ten slotte Wim.
Foto: Familiebezit

Rode Leger
Fortuinlijker liep de oorlog af voor Rozette’s zus Annie Esther. Ook zij belandde in Theresiënstadt, samen overigens met haar schoonmoeder, mevrouw Jenny Beck-Dresden. Allebei maakten zij heelhuids mee dat er weer vrijheid was: op 3 mei 1945 droegen de nazi’s de controle over het kamp over aan het Rode Kruis. Op 8 mei werd Theresiënstadt daadwerkelijk bevrijd, door het Russische Rode Leger.
         Ook Kurt Beck ontsnapte aan de vernietiging. Hij zat verderweg, in Polen, in Gleiwitz (nu: Gliwice), een van de vier subkampen van Auschwitz, en wist dit oord op het nippertje te overleven. Opgetogen stelde hij meteen via een briefkaart zijn schoonfamilie in Dordrecht op de hoogte. Hij stuurde zijn boodschap naar de Voorstraat, het laatste, door hem veronderstelde, maar verkeerde woonadres van de Allemansen, op 11 mei 1945. De kaart heeft de familie niettemin bereikt, want hij is er nog steeds. Hij is al die decennia bewaard gebleven.

Allemans

Nog een familiefoto, nu met tante Bet (midden achter), en verder: vader en moeder Allemans en de dochters Rozette (links) en Annie.
Foto: Familiebezit

         Blij liet Kurt liet weten dat hij “sinds enkele maanden” bevrijd is. Hij kondigt aan dat zijn vrouw en moeder zich in Theresiënstadt bevinden, en gaat er kennelijk vanuit dat Roos en haar baby nog leven. Want, schrijft hij: 
         “Nu het weer vrede is, ben ik van plan om dezer dagen via Tsjechoslowakije naar Holland terug te keeren en onderweg de beide dames op te halen, eventueel natuurlijk ook Roos met haar kind. (...) De reis zal natuurlijk niet zo gemakkelyk en vlug gaan als in normale tijden, ik beloof u van tyd tot tyd te schryven en op de hoogte te houden. Inmiddels hoop ik dat myn regels u in goede gezondheid zullen bereiken.”

Familiepapieren
Het is Kurt gelukt om zijn moeder en echtgenote mee te nemen uit Oost-Europa. Terug in Nederland probeerden ze weer een bestaan op te bouwen. Hij kreeg zijn baan bij de firma Bunge terug.
         Op 21 februari 1946 wordt Carry Beck geboren, het eerste kind van Kurt en Annie. Carry is vernoemd naar de baby Carry Ellen. Zij woont tegenwoordig als Carry Packter-Beck en moeder van zeven kinderen in Jeruzalem. Op 3 mei 1949 breidt het gezin Beck zich uit met Marijke Florence. Deze emigreert in 1973 naar Woodstock, dichtbij Chicago, Illinois Zij is getrouwd met Jim Woolford en handelt in antiques en collectibles via de website Ebay. Zij heeft twee zonen. Marijke Woolford is degene die alle familiepaperassen en -foto’s in beheer heeft, en de redactie van deze website heeft geholpen met aanvullende informatie.

Allemans

Een button met daarin verwerkt een vooroorlogse, nog volkomen zorgeloze foto van moeder Carolina Allemans-Braadbaart en haar drie kinderen: v.l.n.r. Willem, Rozette en Annie.
Foto: Marijke Woolford-Beck

         Vader Philip en zijn vrouw Carolina kwamen tevoorschijn uit de onderduik. Volgens Marijke hadden ze het “moeilijk gehad” tijdens die periode, ook al omdat er “veel geld is gestolen, dat voor mijn grootouders was”. Zozeer ging Philip eronder gebukt dat hij zich had “willen opgeven” aan de Duitsers. Maar dat heeft hij uiteindelijk niet gedaan.        

         Op een dag zag Philip Allemans, die nu met zijn gezin woonde aan het Geldelozepad 40, tot zijn verwondering iemand in een Nash rijden. Het was onmiskenbaar zijn mooie auto. Hij vond de wagen terug in Rotterdam, bij garage Van den Berg aan de Herradestraat. Allemans deed aangifte bij de Dordtse politie, op 28 mei 1946, en begon volgens Marijke Woolford een rechtszaak. “Mijn grootvader heeft zijn auto wel teruggekregen!”
         Philip Allemans overleed enkele jaren later, op 9 oktober 1950, zijn vrouw in 1965.

Onderscheiding
En de klok? Die werd na de oorlog netjes opgegraven en op zijn trouwdag geschonken aan Willem, de jongste telg van het gezin Allemans. Hij huwde ene Jean, een Engelse vrouw die volgens Marijke in het verzet had gezeten.

Allemans

Op deze familiefoto uit circa 1916 staat Rozette zelf, haar grootvader Izaak Braadbaart en Herman Meijer, een ander kleinkind.
Foto: Joods Historisch Museum

Wim Allemans is in 1948 gedecoreerd door de minister van Verkeer en Waterstaat met een oorlogsherinneringskruis. Op het bijbehorende certificaat staat dat de onderscheiding, een kruis met de gespen, hem toeviel vanwege zijn oorlogsdienst op de koopvaardij (1940-1945), op de Middellandse Zee (1940-1945) en in Oost-Azië en de Zuid-Pacific (1942-1945).
         Toen Jean overleed, na meer dan vijftig jaar huwelijk, gaf Wim Allemans de familieklok door aan Marijke Woolford. Hij zei erbij dat het uurwerk in Frankrijk van nieuw bladgoud was voorzien en in zijn woonplaats Rotterdam – of in Dordrecht; dat wist ze niet meer – nog eens een poos te pronk heeft gestaan in een klokkenwinkel. Wim Allemans is inmiddels overleden (op 16 april 2010), zoals ook de moeder van Marijke, Annie Esther, is gestorven, in 1995, op 14 januari. Haar vader Kurt kwam om het leven bij een auto-ongeluk in Borne, op 3 december 1957.
         Van haar moeder is Marijke niets wijzer geworden over wat de familie Allemans is overkomen tijdens de oorlog; dat hoorde zij eerder van oom Wim. “Mijn moeder praatte nooit over de oorlog.”    
        
Bowl
Maar de klok is gebleven. “Mijn zoon zal hem erven”, verzekert Marijke, “de klok blijft in de familie.”
         De klok is niet meer het enige voorwerp dat getuigt van het bestaan van de Dordtse familie Allemans. Na het overlijden van haar moeder, in 1995, vond Marijke in nagelaten spullen een bowl, zo’n kom op een voet voor fruit of koekjes. Het aardewerk bleek vanaf 1938 te hebben toebehoord aan Rozette, volgens stickertjes op de bodem, en gefabriceerd door Société Ceramique Maestricht. “Ik weet niet hoe de bowl de oorlog heeft overleefd”, zegt Marijke, “maar het is nu een van mijn favoriete stukken keramiek.”
         De klok heeft gezelschap gekregen.

Allemans Dit is het certificaat dat Wim Allemans, de overlevende broer van Rozette, in 1950 kreeg bij zijn oorlogs-herinnerings-kruis.
Foto: Marijke Woolford-Beck
   
Allemans   Allemans

Foto's van de fruitkom die voor de oorlog van Rozette Allemans is geweest,
en die zich nu, samen met de klok (zie hieronder links), in Amerika bevindt.
Foto: Marijke Woolford-Beck

Allemans

 
Allemans

De voorzijde van de briefkaart die Kurt Beck uit het Poolse Gliwice
op goed geluk naar het laatste, hem bekende woondadres van zijn schoonouders stuurde, opa en oma Allemans. Kurt berichtte dat opgetogen als hij bevrijd is, en in Theresiënstadt zijn vrouw Annie Allemans, en zijn moeder zal ophalen.
Foto: Familiebezit

Allemans

Rozette's vader, Philip (rechts), op een motor,
tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Foto: Familiebezit




< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'