NIEUWS

Hubert van Blankenstein: boek
uit over onrecht in Groningen

Het is voltooid en zojuist verschenen: het boek dat Hubert van Blankenstein heeft willen schrijven over de roof, het onrecht en de restitutie rond het ouderlijk huis in Groningen. In Groningen stond ons huis luidt de titel van deze gebonden uitgave, die eind november 2023 is verschenen bij Uitgeverij Verbum in Amsterdam en die met 367 pagina’s 22,50 euro kost.

Boek van Hubert van Blankenstein: In Groningen stond ons huis

Dit zijn de omslagen van de boeken die Hubert van Blankenstein heeft gepubliceerd bij Uitgeverij Verbum. Het tweede boek is een zogeheten side-boek, een bijboek, dat digitaal gratis te downloaden is.
Foto’s Uitgeverij Verbum

side-boek van Hubert van Blankenstein: J’accuse – Brief aan prof. dr. Maarten Duijvendak

Journalistiek
Hubert van Blankenstein (1947) heet in Israël Chaim Even-Zohar. Nu hij gepensioneerd is, verdeelt hij zijn tijd tussen zijn geboorteland en Israël. In de VS heeft hij zijn universitaire opleiding journalistiek en internationale communicatie (BA en MA) voltooid. Later was hij directeur bij Tacy Ltd, een consultancybureau voor de internationale diamantindustrie in Tel Aviv. Ook was hij redacteur en uitgever van diverse vakpublicaties.
        Over de affaire rond het grote familiehuis aan de Kamplaan 8 in Groningen is eerder op deze Dordtse Stolpersteinewebsite geschreven, in een nieuwsbericht en deels in een kader bij een achtergrondverhaal over de Dordtse MTS-leerling Irwin Serphos, verhaal 183.
        Hubert van Blankenstein, qua voornamen voluit Bernard Hugo geheten, is een zoon van Tobias van Blankenstein en Jeanette Serphos, die op haar beurt een zus is van Irwin. Hubert is dus een neef van hem. In mei 2023 is Hubert nog samen met zijn vrouw Tamar in Dordrecht de Stolperstein wezen bekijken, die ter herinnering aan Irwin is gelegd bij nummer 88 van de Bankastraat.
        Veel gedetailleerder dan in nieuwsbericht en kader wordt in het boek de tragedie rond de woning aan de Kamplaan beschreven. Ook in het persbericht van de uitgeverij is dat al het geval, reden waarom daaruit hier royaal wordt geciteerd, opdat de kwestie beter kan worden geduid.

Machinerie
“Tijdens de nazi-bezetting”, zo begint het, “duiken de ouders van Hubert van Blankenstein onder. Als ze uit de onderduik terugkomen, begint voor de familie een nieuwe strijd; niet tegen een zichtbare vijand, maar tegen de koude en bureaucratische Groningse gemeentelijke machinerie. Zijn moeder Nettie is de enige overlevende bewoner van haar ouderlijk huis aan de Kamplaan 8, een prachtige villa, in 1941 gevorderd ten behoeve van de Wehrmacht.”
        “Na de oorlog weigert burgemeester Cort van der Linden deze vordering op te heffen, iets dat hij wel doet voor de niet-Joodse eigenaren van omliggende gevorderde Kamplaan-woningen. Spelletjes en chicanes zorgen ervoor dat zijn ouders uiteindelijk de zeven jaar durende naoorlogse strijd moeten opgeven en de woning aan de Kamplaan in arren moede verkopen aan de gemeente Groningen. De nieuwe burgemeester Jan Tuin zit in de woning en weet van geen wijken.”
        “De gemeente Groningen heeft onderzoek laten doen naar het naoorlogse rechtsherstel van het geroofde Joodse onroerend goed. Om onafhankelijkheid te verzekeren, heeft burgemeester Koen Schuiling de opdracht uitbesteed aan professoren van de Rijksuniversiteit Groningen. De rapporten die hiervan het resultaat zijn, hebben een storm van verontwaardiging ontketend bij zoon Hubert van Blankenstein. Ze impliceren dat zijn vader zelf het enorme financiële verlies van de familie heeft veroorzaakt. De Jood krijgt weer de schuld van het onrecht dat hem is aangedaan.”
        “Om tot deze conclusie te komen, hebben de rapporten, aldus de auteur, een vals narratief gecreëerd zonder enig bewijs. Erger nog, het omvangrijk beschikbare schriftelijke bewijs wordt moeiteloos genegeerd of verworpen. De gemeente Groningen heeft inmiddels op morele gronden excuses aangeboden en de financiële schade vergoed, maar nooit afstand genomen van het gewraakte rapport.”

Dagjournalen
Over die bewuste nacht van 25 op 26 oktober 1943 is in de dagjournalen van de Gemeentepolitie die gaan over gearresteerde joden in de jaren 1942-1944, merkwaardigerwijs niets te vinden. De Dordtse archiefonderzoekster Erica van Dooremalen heeft die dagrapporten aangetroffen in het Dordtse archief, gedigitaliseerd en haar rapport erover in 2012 naar de Dordtse werkgroep Stolpersteine gestuurd, omdat het document laat zien welke joden waar op welke dag zijn opgepakt in Dordrecht. Dat zijn feiten die nuttig waren voor de verhalen op de website.
        Maar van 2 augustus 1943 springen de dagrapporten ineens naar 17 maart 1944, een ‘gat’ van 7,5 maand. Desgevraagd meldt Van Dooremalen dat dit komt doordat het desbetreffende boek met de dagrapporten “ontbreekt in het archief”. Het is simpelweg zoekgeraakt.
        Aan de grootschalige actie in die oktobernacht is op de Stolpersteinesite aandacht besteed. Ook Sytze van der Zee heeft dat gedaan in diens boek Vogelvrij, de jacht op de joodse onderduiker (De Bezige Bij, 2009). Maar van een lijst is hier geen sprake.

Bijboek
Met zijn boek was de kruistocht voor gerechtigheid voor Van Blankenstein nog niet voorbij. Hij heeft ook een bijboek geschreven, een zogeheten side-boek, dat gratis digitaal is te downloaden vanaf de website van Uitgeverij Verbum. De titel ervan luidt: J’accuse – Brief aan prof. dr. Maarten Duijvendak. De heer Duijvendak leidde het Groningse onderzoek naar Joodse eigendommen, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Dit onderzoek heeft volgens Van Blankenstein “minimaal € 260.000 gekost”, en heeft “een ondeugdelijk rapport opgeleverd waarbij waarheidsvinding niet het hoogste goed bleek”.
        Van Blankenstein heeft alle bevindingen van prof. Duijvendak gecontroleerd en komt in zijn bijboekje in briefvorm “tot ontluisterende conclusies”. Hij heeft het bovenal geschreven “voor de eer van mijn familie”.

Inzet
Over Hubert van Blankenstein valt verder nog te melden dat hij zich in Israël jarenlang heeft ingezet voor aldaar wonende, Nederlandse oorlogsslachtoffers.
        Zo was hij voorzitter van de Stichting Collectieve Marorgelden Israël (SCMI) en van Elah, pioniers in psychologische hulpverlening aan Shoah-overlevenden. Daarnaast vervulde hij de rol van penningmeester bij de Irgoen Olei Holland, de organisatie voor ex-Nederlandse immigranten in Israël, en was hij bestuurslid van Stichting Nini Czopp, een organisatie gericht op het verbeteren van de levenskwaliteit van Shoah-overlevenden.
        Tevens maakte Hubert deel uit van de door de Pensioen en Uitkeringsraad (PUR) benoemde commissie die bezwaarschriften beoordeelt, ingediend in het kader van de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV).
        Met de publicatie van beide boeken is voor Van Blankenstein “de Kamplaan 8-affaire nu gesloten”, heeft hij de redactie van deze Dordtse Stolpersteinewebsite desgevraagd laten weten. “Ik heb gedaan wat ik kon doen om mijn vader en zijn nalatenschap te eren.”