NIEUWS

Duitse soldaat pikt woning
Dordts-joodse familie in

Duitse soldaat Möller

De Duitse soldaat Möller, van wie de voornaam niet bekend is. Foto Regionaal Archief Dordrecht (nr. 309_106822)

Dit is ’m dan: de Duitse militair met de achternaam Möller, die in het huis van de op de vlucht geslagen joodse familie Den Hartog aan de Bankastraat is gaan wonen. Op 16 december 1942 liet hij zich plechtig en in uniform fotograferen in de studio van vader en zoon Beerman op het Vrieseplein. Daarvoor of daarna betrok hij de leegstaande woning. De afbeelding van hem werd in de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) ontdekt door de Dordtse archiefonderzoekster Erica van Dooremalen.

Vier kinderen
Wat had zich afgespeeld op nummer 9 van de Bankastraat?
        Op 30 april 1938 waren Benjamin den Hartog ((Heerjansdam, 26 maart 1869) en zijn vrouw Carolina Braadbaart (Dordrecht, 12 maart 1876) hier gaan wonen, komend van Voorstraat 50. Benjamin, 69 inmiddels, was koopman geweest en kledingwinkelier. Vier kinderen had het echtpaar gekregen, allen te Dordrecht. Achtereenvolgens waren dat Simon (19 mei 1900), Saartje (21 april 1902), Philip Nathan (8 december 1903) en Stijntje Elisabeth (14 december 1906) geweest.
        Maar toen hun ouders verhuisden naar de Bankastraat, zijn niet alle kinderen meegegaan. Volgens de archiefkaart van het gezin was kantoorbediende Simon op 31 juli 1926 naar Oss (Stationsweg 10) vertrokken en handelsagent Philip Nathan op 15 september 1928 naar Rotterdam (Lusthofstraat 45b). Saartje, van beroep adjunct-commies bij de Raad van Arbeid, en haar zus apothekersassistente Stijntje verbleven nog thuis.
        In de oorlog is deze familie uiteengedreven. Wie waar heeft kunnen onderduiken, is niet volledig bekend.
        Alleen van vader Benjamin en moeder Carolina is hierover een notitie gevonden in overgeleverde politiedagrapporten uit de jaren 1942-1944. Zoals ook te lezen is in verhaal 105 op deze website, zijn zij op donderdag 17 juni 1943 “te 02.45 uur” op last van de Feldgendarmerie aan het hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt in bewaring gesteld. Zij verklaarden “thuis geweest te zijn a/h adres Breitnerstraat 57”. Zij waren “reeds vele maanden spoorloos”.

Singel
De Breitnerstraat was niet het enige vluchtadres. Van Benjamin is bekend dat hij zich van 2 september 1942 tot 16 maart 16 maart 1943 heeft verscholen op het adres Singel 229, een pand waarin meerdere joodse Dordtenaren zich enige tijd hebben schuilgehouden. Zijn verblijf blijkt uit de woonkaart van dit woonhuis. Of zijn echtgenote Carolina hem hier vergezelde, is twijfelachtig. Zij wordt niet genoemd. Wellicht heeft zij zich elders kunnen verstoppen. Of en waar hun vier kinderen hebben kunnen onderduiken, is nauwelijks bekend.
        Uiteindelijke ontliepen de meeste gezinsleden Den Hartog hun noodlot niet; zoveel staat vast. De ouders, Benjamin en Carolina, zijn tegelijk vermoord in Sobibor, op 9 juli 1943, 74 en 67 jaar oud, drie weken nadat zij waren gearresteerd. Zoon Philip Nathan is ergens in Midden-Europa omgebracht, op 31 maart 1944, op 40-jarige leeftijd. Simon is vanuit Oss afgevoerd naar Auschwitz, en daar op 6 maart 1944 gedood, 43 jaar oud, samen met zijn echtgenote Margaretha Hen (Veghel, 29 maart 1909).

Getrouwd
En de zussen Saartje en Stijntje? Zij hebben allebei de Holocaust weten te overleven. Stijntje bleek ondergedoken te zijn geweest bij de familie Burger, die in de Wijnstraat woonde, op nummer 87. Op 2 augustus 1945 keerde zij terug in het ouderlijk huis in de Bankastraat. Daar bevond zich al vanaf 12 juli haar zus Saartje, die midden in de oorlog, in juli 1942, was getrouwd met de Dordtse huisarts Oscar Cahen en met hem was gaan wonen aan de Singel, op nummer 196. Zij verschilden nogal van leeftijd: Oscar is geboren in Leiden op 25 september 1874, Saartje in 1902.
        Het huwelijk is van korte duur geweest: Oscar is op 13 maart 1943, acht maanden na de echtvereniging, omgebracht in Sobibor, als 68-jarige. Zijn vrouw Saartje is uiteindelijk, per 25 oktober 1955, geëmigreerd naar Israël. Haar zus Stijntje, die ongetrouwd is gebleven, was daar zo’n vier jaar eerder al naartoe vertrokken, op 31 december 1951. Stijntje is overleden in Haïfa, op 18 maart 1975, in de leeftijd van 68 jaar (zie ook verhaal 90 op deze site).
        Stijntje en Saartje zullen elkaar zonder twijfel in Israël hebben ontmoet. Wanneer Saartje is overleden, is niet achterhaald kunnen worden.

Flüchtig
En Möller, de Duitse soldaat die zich brutaalweg het huis van de familie Den Hartog toeëigende?
        Het enige dat over de woning is geregistreerd, is dat het desbetreffende pand op 10 oktober 1942 is gevorderd. Dat blijkt uit een lijst van door Duitsers in Dordrecht gevorderde panden in de jaren 1940-1943, een overzicht dat te vinden is op de website ‘Dordtenazoeker’ van Erica van Dooremalen.
        Bij Bankastraat 9 (nu 13 overigens) staat dat het pand verhuurd is geweest tegen ƒ 33,75 per maand namens de Gemeentelijke Woningstichting Dordrecht, die in de Bosboom Toussaintstraat was gevestigd, op nummer 5. En verder valt, nogal afgekort in het Duits, te lezen: “Nebst Inventar lt. Aufstellung, Bewohner: den Hartog (Jude) z.Zt. flüchtig”.
        Hoe lang de militair Möller in de Bankastraat is gebleven en of het hem als nazi nu zoveel plezier heeft gegeven in een joodse woning te moeten leven – het zijn vragen die onbeantwoord moeten blijven, want over zijn verdere leven is via openbare bronnen niets te vinden. En inmiddels zal hij dood zijn.

Honderden
        Möller, van wie door Beerman geen voornaam is genoteerd, was werkelijk niet de enige Duitse soldaat die zich ophield in Dordrecht, bericht Van Dooremalen aanvullend. “Het zijn er honderden geweest.” In haar database zijn meer dan duizend verwijzingen naar fotonummers van Duitse soldaten te vinden, en van circa vijfhonderd van hen is het glasnegatief te vinden in de beeldbank; zoek op de website ‘Dordtenazoeker’ op de trefwoorden beerman d mil of beerman mil.
        Bij slechts een klein aantal Duitse soldaten wordt een adres vermeld. En volgens Van Dooremalen is er maar één geval bekend van een Duitse militair die een woning van een joodse Dordtenaar betrok. “Volgens mij zit er geen ander huis bij waar Joden hebben gewoond,” zegt zij.
        Beerman junior, voluit Hendrik Gerardus Beerman (Amsterdam, 10 juni 1914) geheten, heeft de zaak die hij met zijn vader Hermanus Gerardus Beerman (Amsterdam, 13 december 1879) dreef, later in de Tweede Wereldoorlog alleen voortgezet. Zijn vader stierf op 14 april 1944, 64 jaar oud, na een kortstondige ziekte. Kort erna, op 22 april, meldde de zoon in een advertentie in de Dordrechtsche Courant dat “Foto Atelier Beerman voorloopig op denzelfden voet wordt voortgezet”, zie ook verhaal 262 op deze website.
        In een interview met Willem van der Kooij voor het Dordrechts Nieuwsblad van 27 april 1973, vertelde Beerman junior, terugblikkend op vijftig jaar fotograferen, dat hij in de oorlog “een gewichtige spionagerol heeft gespeeld” in de strijd met de Duitse bezetter. Hij gaf informatie door aan de internationale, ondergrondse beweging Dienst-Wim, die vanuit Frankrijk contacten had tot in Zweden toe. Als lokaal fotograaf had Beerman toegang tot “diepgeheime plaatsen in het hol van de Duitse leeuw”, bijvoorbeeld om de Ortskommandant te fotograferen of diens ondergeschikten.

Tekeningen
Maar soms fotografeerde hij dan ook tekeningen die hij zag liggen. Voor de Dienst-Wim maakte hij daarnaast illegaal foto’s van kazematten en de Moerdijkbruggen. De opdrachten kreeg hij van een Dordtse contactman. Beerman heeft voor dit werk naderhand vier hoge onderscheidingen gekregen.
        Nadat de groep in Frankrijk in de val was gelopen, zo rapporteerde Dordrechts archivaris dr. Th. E. Jensma in 1973 in een brief waarin hij aanbeval Beerman te onderscheiden, “werd in korte tijd iedereen die ermee te maken had, opgepakt, onder wie Beerman. Hij werd voor enkele maanden gevangen gezet in Scheveningen, daarna verplaatst naar het gijzelaarskamp in Haaren en toen op transport gesteld naar Duitsland. Daar bleef hij gevangen tot het eind van de oorlog en nam hij in de loop van 1945 de zaak van zijn vader over.”
        Van der Kooij schrijft ook over de foto’s die Beerman van Duitse militairen heeft gemaakt. “Op een gegeven moment had Beerman alle in Dordt gelegerde militairen op de foto, behalve één van de belangrijkste schakels, de officier Schmidt. “Donnerwetter”, sprak op een dag een soldaat in de winkel van Beerman aan het Vrieseplein. “U kent ook al die namen, hè?”
        “Ja, dat gaat wel”, antwoordde de man achter de toonbank, “alleen die ene [niet] die er pas bij is gekomen.” “Ach so, ja der Herr Schmidt.”
        En zo kon ook de laatste naam aan de geallieerden worden doorgespeeld.

Duitse parade op het Bagijnhof te Dordrecht

Vader en zoon Beerman hebben in de oorlog in hun studio honderden foto’s gemaakt van Duitse militairen, gelegerd in Dordrecht. Beerman junior gaf de opnamen en de gegevens van hen door aan een internationale ondergrondse beweging. In beeldbanken zijn weinig foto’s te vinden van Duitse militairen in Dordrecht. Deze twee komen uit de beeldbank van het Nationaal Archief. Ze zijn gemaakt in de meidagen van 1940 door een onbekende fotograaf en afkomstig uit de Fotocollectie van Spaarnestad. Het onderschrift is bij beide foto’s hetzelfde: “Duitse parade te Dordrecht”. De ene gemaakt op het Bagijnhof, rechts is nog net de (verdwenen) winkel van C&A te zien. De andere foto toont het Bagijnhof en verderop de Visstraat. Foto’s Nationaal Archief (nrs. 7.000SPAond en 26051)