Het voorbije joodse dordrecht

Ontdekt: joodse Bram Hekscher leefde
als Jantje op de Wieldrechtse Zeedijk

Bram Hekscher als jong kind

Bram Hekscher als jong kind.
Het is niet bekend wanneer en waar de foto is gemaakt.
Foto Familiebezit

De vondst komt Dirk van de Lagemaat toe.
         Hij was het die in het boek dat gepensioneerd radio- en tv-journaliste Toni Boumans (1944) begin 2021 publiceerde, een intrigerende passage las over ene Jantje. Dit tweejarige joodse jongetje huilde zo luid en vooral aanhoudend, dat het daardoor de onderduikplek van hem en nog vier andere joden in Den Haag dreigde te verraden. Er bevond zich in het betreffende pand namelijk geen enkel ander kind.
         Noodgedwongen namen zijn ouders afscheid van hun zoontje. Jantje werd voor ieders veiligheid naar een ander onderduikadres gebracht – in Willemsdorp, een buurtschap op het zuidwestelijk puntje van het Eiland van Dordrecht. Daar ging “een jonge moeder met kleine kinderen” voor Jantje zorgen. Maar waar was het, die tweede onderduikplek?
         Van de Lagemaat is een gepensioneerd sluiswachter van en nog altijd wonend bij de Ottersluis. Geboren op 21 juli 1948 aan de Zuidendijk, daar waar nu de stadsuitbreidingswijk Sterrenburg ligt, kent hij het omliggende gebied. Hij heeft bovendien een meer dan middelmatige belangstelling voor de (oorlogs)geschiedenis van het eiland.
         Juist daarom verbaasde hem dat ene gegeven: hoezo Willemsdorp? “In Willemsdorp”, wist hij, “wemelde het indertijd van de Duitsers, die de strategisch belangrijke Moerdijkbrug moesten bewaken. Daar breng je toch geen onderduikkind onder?” De wederwaardigheden van Jantje in uitgerekend dat Willemsdorp zetten hem aan tot nieuwsgierigheid. Willemsdorp triggerde Van de Lagemaat.
         Uit het een volgde het ander. Van de Lagemaat stelde de redactie van deze Stolpersteine-website ervan in kennis dat in Boumans’ boek een joods onderduikkind ter sprake komt, dat heeft verbleven op het Eiland van Dordrecht. Dat gegeven wekte meteen de belangstelling op. Locaties van onderduikers zijn in de oorlog begrijpelijkerwijs strikt geheim gehouden, en bleven dat na de oorlog veelal ook. Wie de Holocaust had overleefd, keek liever niet om. Met andere woorden: er is weinig over hen bekend, elke ‘vondst’ is vermeldenswaard op deze website.
         Zo ontstond deze co-productie. Samen met Van de Lagemaat werd geprobeerd te achterhalen wie schuilging achter Jantje en hoe de familie van zijn onderduikgevers, zijn tijdelijke pleegouders, in elkaar stak. En waar Jantje zich verborgen heeft kunnen houden.
         De uitkomst? Jantje blijkt Abraham Nico (‘Bram’) Hekscher te zijn. Tijdens de zoektocht naar hem heeft hij, wonend in Vinkeveen, toevalligerwijs en jammer genoeg net moeten verhuizen naar een verpleeghuis. Zijn zoon Ralph is nu zijn ‘woordvoerder’; vader moet met rust gelaten worden.

Dit is de boerderij, op huidig nummer 24 van de Wieldrechtse Zeedijk

Dit is de boerderij, op huidig nummer 24 van de Wieldrechtse Zeedijk, waar Bram Hekscher als Jantje Spaans,
na vertrek uit Den Haag, veilig kon verblijven, van 1942 tot en met de bevrijding.
Foto Google

Modehuis
Op 9 februari 2021 verscheen het, bij uitgeverij Balans en vervat in 352 pagina’s: het boek Je mag wel bang zijn, maar niet laf. Volgens de achterflap vertelt het “het epische verhaal van de uitzonderlijke Friese familie Bakker en haar succesvolle modehuis”. Popke Sjoerds Bakker en zijn vrouw Dieuwke Althuisius besluiten met hun negen kinderen (het werden er zeventien, van wie er twee na de geboorte overleden) een garen- en bandwinkel te beginnen in Buitenpost. “De zaak P.S. Bakker wordt al gauw een begrip en groeit uit tot een bekend modehuis in het noorden, met filialen in Leeuwarden en Groningen.”
         Nazaten van Popke en Dieuwke lieten zich door Toni Boumans “voor het eerst” interviewen over hun voorouders. Zij kreeg toegang tot persoonlijke documenten en schreef vervolgens een verhaal over een streng gereformeerde familie “met een bewonderenswaardig moreel kompas”: de Bakkers waren bestuurlijk en politiek actief én zaten in het verzet.
         Toni Boumans werkte, volgens diezelfde achterflap, jarenlang bij de Vara als radio- en tv-journaliste, onder meer voor Zembla. Samen met twee andere auteurs schreef ze Herinneringen aan Screbrenica. “Daarnaast maakte ze bekroonde documentaires over kunstenaar en verzetsman Willem Arondéus en over dirigente Frieda Belinfante” – over wie ze ook een biografie schreef die uitgroeide tot een bestseller: Een schitterend vergeten leven.
         Eén van de kinderen Bakker, Dirk, verbleef in Den Haag bij zijn verloofde Trijntje Okma. In “een ruim huis” in de Citroenstraat, op nummer 18, woonde daar moeder Okma, de weduwe van de Leeuwardense kantonrechter mr. Dirk Okma, met vijf volwassen, nog ongetrouwde dochters (Martha Sophia (1907), Trijntje (1914), Petronella Alida (1916), Geertruida Wilhelmina Sophia (1919) en Grietje (1922) en haar zoon Gerrit Willem (1910). Moeder Okma – voluit geheten Geertruida Wilhelmina Sophia van Rijnberk (Rotterdam, 28.3.1884) en ook moeder van Ruurd (1908)en Douwe Auke Okma (1912) – was op 22 februari 1906 in Sneek getrouwd met Dirk Okma (Wonseradeel, 14.5.1875), die op 8 september 1929 in Leeuwarden overleed, op 54-jarige leeftijd.

boek van Toni Boumans

Voor- en achterkant van het boek van Toni Boumans, dat begin 2021 is gepubliceerd. In dit boek over de Friese familie Bakker trof Dirk van de Lagemaat een passage over Willemsdorp aan. De andere (promotie)foto toont Boumans bijna voluit.
Foto’s Uitgeverij Balans

Joden
In de oorlog sprak moeder Okma met haar kinderen over “de dramatische situatie voor de Joden en over hun christelijke plicht om mensen in nood te helpen. Moeder Okma stelde vast dat ze niet alleen moesten bidden, maar ook handelen. De Okma’s wisten dat er grote behoefte was aan onderduikplaatsen”.
         Op het dak van het huis in de Citroenstraat bouwden ze een ‘opslagruimte’: een kamertje van zesenhalf bij een meter en ruim een meter hoog. “Je moest er kruipend in, rechtop staan kon niet”, vertelde Grietje (bijgenaamd Kieks). Er waren geen ramen, alleen kale muren. “Vanaf de straat zag het eruit als een te groot uitgevallen schoorsteenpijp. De geheime toegang tot de ruimte was verborgen achter een grote passpiegel in de kamer van Kieks. Het was haar werkruimte, Kieks was naaister, haar naaimachine stond er en er lag materiaal voor naai- en verstelwerk.”
         Eind september 1942 stond er een jong echtpaar bij de Okma’s voor de deur. Het waren Salomon Hekscher en zijn vrouw Lien, beiden begin dertig, afkomstig uit Coevorden. “Via een kennis hadden ze het adres gekregen.” Salomon (geboren in Coevorden op 24 mei 1912) was op 24 januari 1939 in Oss in Noord-Brabant getrouwd met Carolina (‘Lien’) Hes, geboren in Veghel op 14 juni 1910. Hun eerste kind werd, net voor het begin van de oorlog, op 9 februari 1940 geboren: Abraham Nico, ofwel Bram.
         De piepjonge Bram was in 1942 al ergens veilig ondergebracht, Salomon en Lien zelf hadden nog geen schuilplaats. Willem Okma liet ze de geheime opslagruimte achter de spiegel zien. Daar konden zij zich verbergen als er onraad was. De naam Lien kon worden gehandhaafd, maar Salomon werd om veiligheidsredenen omgedoopt tot Piet. Willem maakte een alarmbel die door het hele huis hoorbaar was.

Haagse Citroenstraat

Het aanzien van de Haagse Citroenstraat in circa 1935. De foto is kennelijk bedoeld voor, of afkomstig van, ene W. de Groot. De vervaardiger van foto is in ieder geval onbekend, aldus het Gemeentearchief van Den Haag. In deze straat, op nummer 18, woonde de weduwe Okma met haar vijf dochters een van haar drie zonen. Hier meldden zich eind september 1942 de ouders van Bram: Salomon en Lien Hekscher. Enkele weken later kwam ook Bram hier.
Foto Gemeentearchief Den Haag (nummer 6.13306)

Radeloos
Toni Boumans vervolgt het relaas: een maand na de Hekschers meldden zich nóg twee onderduikers, het echtpaar Joop en Bep van Gelderen – volgens de genealogische website Geni.com waren dit “zeer waarschijnlijk” Johan van Gelderen en Rebecca Rosa Kolthoff. Ze waren “radeloos en erg zenuwachtig”. De Okma’s namen ook hen in huis. Door de komst van Joop en Bep waren er nu elf personen in de woning: vier onderduikers en zeven gezinsleden. Uit het boek: “Iedereen moest zich opnieuw aanpassen. (…) De onderduikers leefden voornamelijk op de bovenverdieping, de Okma’s beneden.”
         Een paar weken later kwam er nog een vijfde onderduiker bij. Er werd aangebeld, een man en een vrouw “schoven een jongetje naar binnen”: het was Bram. “Het wordt voor ons te gevaarlijk om hem bij ons te houden”, zeiden de man en de vrouw. Ook Bram werd “zonder aarzelen binnengehaald en heette voortaan Jantje”. Boumans: “De onderduikers woonden in een te kleine ruimte dicht op elkaar en konden niet naar buiten. Ze leefden in angst en onzekerheid, er ontstonden onderlinge spanningen.”
         Joop en Bep van Gelderen hadden het adres in de Citroenstraat gekregen van Piet Brakel, een medeverzetsstrijder. Die werd gearresteerd door de SD. De Okma’s begrepen dat zij zich nu moesten voorbereiden op een inval van de SD. Willem riep de familie daartoe bij elkaar. Wat te doen in dat geval? Het boek: ”Ze moesten dan een verhaal hebben dat alle familieleden kenden en foutloos konden vertellen. (…) Ze leerden het van buiten. Ja, het klopte dat Piet Brakel lange tijd geleden een echtpaar naar hun huis had gebracht. Een Joods echtpaar? Nee, geen Joods echtpaar. Absoluut niet! Integendeel. Het waren een man en vrouw die juist op jacht waren naar een Joods echtpaar. Die hadden destijds Piet Brakel om de tuin geleid door voor te wenden dat ze Joods waren.”
         De Okma’s inspecteerden vervolgens alle kamers en alle ruimtes in huis. Elk spoor van de onderduikers moest verdwijnen.

Gerrit Willem, Geertruida Okma, Truida, Grietje en Petronella

Op deze foto, afkomstig uit het beeldarchief van Yad Vashem, staat moeder Geertruida Okma rechts achter. Voor haar zitten drie van haar vijf dochters: v.l.n.r. Truida, Grietje en Petronella. De man naast Geertruida is waarschijnlijk haar zoon Gerrit Willem.
Foto Yad Vashem

Solide
Een paar dagen later stond plotseling midden in de nacht de SD voor de deur. Het waarschuwingssignaal klonk. De onderduikers deden wat ze hadden geoefend: ze grepen hun spullen en kropen in de geheime ruimtes.
         De Duitsers gingen van de ene kamer naar de andere en kwamen in de naaikamer. “In de bergruimte hield Lien de kleine Jantje stevig vast met haar hand over zijn mond gedrukt om elk geluid te smoren. Een Duitser testte de spiegel, om uit te zoeken of er loze ruimte achter zat. Hij gaf er een paar flinke tikken op. De onderduikers achter de spiegel krompen ineen, hielden hun adem in en maakten zich op voor de ontdekking.”
         Maar de man besloot dat de spiegel solide klonk en liep verder. De Duitsers klommen op het dak, waar ze niets bijzonders zagen. Ze gingen weg, en namen Willem mee, naar Villa Winderkind, het beruchte hoofdkwartier van de Haagse Sicherheitsdienst. Pas na zes weken kwam hij weer vrij.
         De inval van de SD had “een dramatisch effect” op Jantje: hij was overstuur van de spanning in huis. “Hij werd ’s nachts huilend wakker. Er woonden geen andere kinderen in de buurt en zijn huilbuien zouden ’s nachts de aandacht kunnen trekken.” Besloten werd voor Jantje een ander onderduikadres te zoeken. De Okma’s, en ook de ouders Lien en Piet Hekscher, namen afscheid van het jongetje.

Petronella en haar broer Gerrit Willem Okma kregen op 2 april 1981 in Israël het certificaat uitgereikt waarmee de familieleden voor hun hulp aan joden worden erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren

Petronella en haar broer Gerrit Willem Okma kregen op 2 april 1981 in Israël het certificaat uitgereikt waarmee de familieleden voor hun hulp aan joden worden erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Op diezelfde dag werd ook een boom geplant in Jeruzalem. De vrouw rechts is vermoedelijk een vergezellend familielid, maar in het bijschrift is Yad Vashem er niet duidelijk over wie zij is.
Foto’s Yad Vashem

Behind the Fireplace. Memoires of a girl working in the Dutch Wartime Resistance

Eretitel
[Een sprong vooruit in de tijd: de resterende vier onderduikers zijn tot het einde van de oorlog bij de Okma’s gebleven. Maar korte tijd verbleven er zo nu en dan vele andere (joodse) onderduikers, zoals verzetsman +Kurt Lewin. De bergruimte achter de spiegel in het naaiatelier, ontworpen door Willem, is nooit ontdekt.
         Het Israëlische Holocaust-instituut Yad Vashem heeft de Okma’s voor hun onvolprezen onderduikhulp op 3 oktober 1978 de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toegekend. Moeder Okma kreeg de onderscheiding postuum. Zij is op 12 maart 1964 in Den Haag gestorven, 79 jaar oud.
         Naaister en koerierster Kieks, een van de onderscheidenen, trouwde met de Schot Archibald B.M. Scott, emigreerde naar Glasgow en werd moeder van Andrew, David, Ella en Christine. Zij is overleden toen zij de 93 jaar oud was, op 4 januari 2016, in het Haylie House Residential Care Home in het Schotse Largs, ten westen van Glasgow. Haar zoon Andrew heeft haar memoires in eigen beheer uitgegeven, als paperback in januari 2016, getiteld Behind the Fireplace. Memoires of a girl working in the Dutch Wartime Resistance.]

Grietje Okma (‘Kieks’) trouwde met de Schot Archibald Scott. Hun zoon Andrew gaf in 2016 de memoires van Kieks uit. En daarin werd gerept van de onderduik van Bram Hekscher in Willemsdorp.
Foto Createspace Independent Publishing Platform


Op de Wieldrechtse Zeedijk pleegvader Jan van Ham in 1982

Bram bleek zich verstopt te hebben op het adres G61, wat tegenwoordig nummer 24 van de Wieldrechtse Zeedijk is. Op deze foto is zijn pleegvader Jan van Ham te zien in 1982, zittend op een bankje.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD; nummer 552_30452

Platteland
Jantje “ging naar het platteland”, meldt Boumans, “naar een jonge moeder met kleine kinderen in Willemsdorp” – een gehucht bij de Moerdijkbrug.
         Nadat hij Boumans’ boek had uitgelezen, vroeg Dirk van de Lagemaat zich vooral dit af: waar was die nieuwe onderduikplek van Jantje dan? Was het wel in Willemsdorp? En wie was die jonge moeder?
         Hij stuurde Boumans eind juli 2021 een e-mail, waarin hij haar lof toezwaaide voor het fascinerende boek en informeerde naar de precieze onderduiklocatie. Toni Boumans liet hem weten dat het toch echt Willemsdorp betrof. Ze vertelde dat zij de informatie daarover had overgenomen uit het boek van Andrew Scott. De desbetreffende pagina’s stuurde ze als bijlagen mee. Daaruit bleek overigens dat er op de Wieldrechtse Zeedijk sprake was van een unmarried mother met kind. Dus waar Boumans het heeft over een jonge moeder met kinderen, heeft Scott het over een ongetrouwd moeder met kind.
         Hoe dan ook: Boumans hoopte Van de Lagemaat “een beetje op weg geholpen te hebben”. Misschien, opperde ze, slaagde hij er nu beter in om de familie die Jantje in huis had genomen, geografisch te lokaliseren.
         Intussen benaderde Van de Lagemaat de redactie van deze Stolpersteinesite. Misschien vindt zij het interessant een artikel te wijden aan de lotgevallen van Jantje? stelde hij voor. Dat is zeker het geval, oordeelde de redactie, waarna zij samen met Van de Lagemaat ging proberen de losse eindjes aan elkaar te knopen. Een speurtocht begon, allereerst door digitaal de archieven van het Regionaal Archief Dordrecht te verkennen.

Bevolkingsregister Familie Van Ham

Twee pagina’s uit het bevolkingsregister van Dubbeldam over de familie Van Ham op G61. Het gezin was Nederlands Hervormd. Vader Jan van Ham junior en moeder Johanna Vermaat kregen drie kinderen: Jan, Teuntje en Jannigje.
Foto RAD

Dijk
Uiteindelijk werd de exacte onderduikplek gevonden: G61, een adres dat op 21 januari 1951 is vernummerd naar Wieldrechtse Zeedijk 24. Tegenwoordig is het een dijkhuis, destijds was het een boerderij met schuur, ter hoogte van de Smitsweg. Dat is allemaal niet bepaald vlakbij Willemsdorp, en in feite behoorde de dijk de gemeente Dubbeldam toe. Maar Dubbeldam bestreek sowieso het grootste deel van het Eiland van Dordrecht, totdat het in 1 juli 1970 verwerd tot een wijk van Dordrecht. De Wieldrechtse Zeedijk hoorde weer wel bij de zogeheten post Willemsdorp, maar dit betekende slechts dat de post via het postkantoortje van Willemsdorp werd afgehandeld.
         Van de Lagemaat heeft de onderduiklocatie zelf, “na lang zoeken”, niet kunnen ontdekken. Hij besloot daarom – gedreven door nieuwsgierigheid, maar met schroom – de inmiddels 81-jarige Bram Hekscher in Vinkeveen op te bellen. Er ontspon zich een uitgebreid telefoongesprek, en daarin onthulde Hekscher waar hij succesvol was verstopt: op de Wieldrechtse Zeedijk, op G61, tot de oorlog voorbij was. Hij noemde ook de namen van zijn pleegouders: Jan van Ham en Johanna Vermaat, “een toen al wat ouder boerenechtpaar”. En daarmee was het raadsel opgelost. Alles klopte, de cirkel was rond.

onderduikboerderij van Bram

Nog een foto van de onderduikboerderij van Bram, afkomstig uit de beeldbank van het Dordtse archief. Deze foto is ook van 1980, dus waarschijnlijk op hetzelfde moment gemaakt als de foto met Jan van Ham op het bankje.
Foto RAD (nummer 552_304424)

Zes kinderen
Ter duiding: onderduikgever en landarbeider Jan van Ham (Dubbeldam, 28.4.1890) was een zoon van Jan van Ham (Wieldrecht met Louisapolder, 17.1.1840 – Dubbeldam, 6.12.1918; 78 jaar) en Jannigje Naaktgeboren (Wieldrecht met Louisapolder, 27.8.1843 – Dubbeldam, 28.6.1893; 49 jaar). Zij trouwden op 1 mei 1873 in Dubbeldam, hij was 33 jaar oud, zij 29. Zes kinderen schonk Jannigje haar echtgenoot, van wie Jan de laatste was, zoals blijkt uit dit kindertal: 1. Teunis (21.4.1874), 2. Abraham (11.8.1876), Neeltje (23.2.1879), Adrianus (1.48.1882), Grietjes Marigje (2.7.1887) en Jan (28.4.1890).
         Jonge Jan, de Jan junior van 1890, trad zelf op 10 december 1914, 24 jaar oud, in Dubbeldam in het huwelijk met Johanna Vermaat, die afkomstig was uit ’s-Gravendeel (geboren 1 februari 1891). Dit echtpaar kreeg drie kinderen, achtereenvolgens (nog een) Jan (9.5.1915), Teuntje (17.11.1916) en Jannigje (4.12.1918). Jan en Johanna waren inderdaad al enigszins op leeftijd, toen Jantje in 1943 bij hen introk, vijftigers.
         Bram heette aan de Wieldrechtse Zeedijk nog altijd ‘Jantje’, hij had er zelfs een achternaam: Spaans. Hij meende te weten, vertelde hij Van de Lagemaat, dat hij die achternaam “vermoedelijk al in Den Haag had gekregen”, en dat hij genoemd is naar een echtpaar Spaans dat “kort na de oorlog” naar Canada is geëmigreerd. Van de Lagemaat, veronderstellenderwijs: “Mogelijk was de familie Spaans de schakel tussen de Haagse onderduik en de Dubbeldamse.”

Blond
Bram Hekscher vertelde Van de Lagemaat wat hij zich verder zoal nog herinnerde, wat Van de Lagemaat vervolgens weer rapporteerde aan de redactie.
         Wat hij niet meer wist, was welke verzetsmensen hem naar de Zeedijk hebben gebracht: het was hem gewoon niet bekend.
         Wel wist hij dat er op de boerderij nog een kind was, vertelde Bram. Ene Hans. Dat was een zoon van hun dochter Jannigje (‘Janny’), zij was die ongetrouwde moeder. Kleinkind Hans werd opgevoed door opa en oma Van Ham en Jantje ging in de oorlogstijd door als het broertje van deze Hans. Hans was blond, Jantje had donker jaar en een joods uiterlijk; ze verschilden nogal van elkaar. Maar opa en oma ontfermden zich even liefdevol over beide jongens.
         In de boerderij waren op een bepaald moment Duitse soldaten ingekwartierd en tot schrik van zijn ‘moeder’ zat Jantje soms op schoot bij de Feldwebel. Hadden de Duitsers dan niet door dat deze zogenaamde broertjes wel erg van uiterlijk verschilden? Of wilden ze het niet weten? Bram: “Het is nooit duidelijk geworden.” Moeder Janny zou trouwens indertijd hebben gewoond in een buitendijkse keet, waar Jantje zolang verborgen moest worden als een dokter op ziekenbezoek bij Jantjes ‘broertje’ moest zijn.
         Veel meer kon Bram Hekscher niet vertellen over de onderduiktijd, nogmaals: hij was immers pas 4,5 jaar oud. Maar bij Jan en Johanna van Ham, die hij opa en oma noemde, is hij tot aan de bevrijding gebleven. En tot lang daarna heeft hij innig contact onderhouden met de familie, vertelde hij Van de Lagemaat. “In vakanties kwam ik er vaak terug.” Ook was hij aanwezig bij het zoveel-jarig huwelijksfeest van Jan en Johanna.
En oh ja, hij heeft nog ergens de dagboekjes liggen die zijn vader en moeder hebben bijgehouden in de oorlogsjaren.
         “Ik heb gewoon heel veel geluk gehad”, sloot Bram Hekscher alles overpeinzend af. Van de Lagemaat beëdingt het telefoongesprek in dankbare stemming. “Mijn nieuwsgierigheid is bevredigd”, e-mailt hij de redactie. Hij sluit zijn aandeel af.

Grafsteen Johanna van Ham

Jan van Ham (junior) is overleden op 7 maart 1986, zijn vrouw Johanna op 28 augustus 1978. Ze zijn begraven op de algemene begraafplaats van Dubbeldam. Zij waren de onderduikouders van Bram.
Foto Website ‘Online Begraafplaatsen’

Zoon
Hoe verging het Bram Hekscher na de oorlog?
         Als de redacteur van deze Stolpersteinesite Hekscher zelf om nadere gegevens vraagt, is het niet Bram Hekscher die per e-mail reageert, maar zijn zoon Ralph Salomon. Deze laat weten dat zijn vader na de oorlog is opgegroeid in Coevorden, later in Scheveningen. Tijdens zijn studie hbs-a woonde hij in Amsterdam, en na zijn middelbare schooltijd heeft hij een jaar in Israël gezeten.
         Bram Hekscher heeft vervolgens ruim dertig jaar (“Zijn hele werkzame leven”) bij de Royal Dutch Shell gewerkt, “eerst als laborant, later al analyticus op kantoor”. Hij trouwde in 1973 met Elleke (‘Bella’) Hekscher-Meijer, die is geboren in Amsterdam op 3 juni 1943. Ralph wordt hun enig kind. Gekscherend deelt Ralph zelf mee: “Er zijn helaas nog geen kleinkinderen. Dat is mijn schuld.” Na 1974 woonde het gezin Hekscher in Vinkeveen, aan het Muyeveld 79. Bella Hekscher is op 17 januari 2019 in Amsterdam overleden, 75 jaar oud, en begraven op de joodse begraafplaats te Muiderberg.
         Ralph Hekscher is als kind nog regelmatig op bezoek geweest bij de familie Van Ham. Tot “ongeveer twintig jaar terug” is er contact gebleven. Ondertussen is de omgang “helaas wat verwaterd”.
         De Dubbeldamse pleegouders van zijn vader, Jan en Johanna, zijn er niet meer. Jan is overleden op 7 maart 1986, hij is 95 jaar oud geworden. Johanna stierf eerder, op 28 augustus 1978, op 87-jarige leeftijd. Zij liggen allebei begraven op de algemene begraafplaats van Dubbeldam, aan de Zuidendijk. Hun grafsteen is daar inmiddels verwijderd.

Verpleeghuis
En de ouders van Bram? Zij hebben zich tot aan de bevrijding kunnen verschuilen in de Citroenstraat, daarna zijn ze herenigd met hun zoon. In 1947, op 30 april, werd het gezin uitgebreid met nog een zoon, Donald. Vader Salomon is op 18 juli 1983 in Den Haag overleden, hij is 71 geworden. Zijn vrouw Carolina kwam op 20 augustus 1996 om het leven bij een verkeersongeluk in het Belgische Bouillon. Zij heeft de leeftijd van 86 jaar bereikt.
         Bram Hekscher vertrok op dinsdag 25 oktober 2021, kort na het telefoongesprek met Van de Lagemaat, naar een verpleeghuis. Zijn zoon Ralph, die hem bij de verhuizing begeleidde, meldde dat zijn vader “niet meer in staat is verdere vragen te beantwoorden”. En of de redactie dit svp wilde respecteren. Hij bedankte de redactie bij voorbaat voor het aankomende artikel. “Fijn dat u de nagedachtenis levend houdt.”



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'