Het voorbije joodse dordrecht

Terwijl bijna zijn hele familie werd uitgeroeid,
overleefde Israel van der Sluijs bij boer Visser

Israel van der Sluijs

Israel van der Sluijs, op een vooroorlogse foto.

Zou hij nog te vinden zijn?
        Landbouwer Adrianus Visser, ereburger van Dordrecht en drager van het Verzetsherdenkingskruis, verborg in de oorlog een jood op zijn boerderij aan de Amstelwijckweg. Op twee volgetikte A4’tjes heeft Visser zelf eens opgesomd op welke manieren hij de Duitsers allemaal heeft weten te dwarsbomen, en daarin staat het: dat hij “vanaf juni 1942 tot de bevrijding een Jood in zijn bedrijf heeft opgenomen, waardoor deze gespaard is gebleven voor de Duitsche maatregelen”.
        Visser heeft meerdere onderduikers geholpen, niet alleen joden, ook mannen die aan de Arbeitseinsatz probeerden te ontkomen. Maar deze ene jood verbijzonderde hij in zijn bescheiden ‘oorlogsmemoires’; misschien wel omdat deze zo lang bij boer Visser heeft kunnen blijven werken.
        De redactie van deze Stolpersteine-website raakte geïntrigeerd door de vermelding in het rapportje van Visser. Wie was deze man? Hoe is het hem na de bevrijding vergaan?
        Visser zelf identificeert de jood niet, sowieso noemt hij in zijn A4’tjes geen enkele naam. Dat was ook niet per se noodzakelijk; het waren er zoveel die hij uit de moordzuchtige klauwen van de Duitsers heeft weten te houden. Maar jammer is het wel, die omissie: een naam zou immers een aanvulling zijn voor beschrijvingen van de Dordtse-joodse gemeenschap in de oorlogsjaren.
        Een zoektocht werd in gang gezet. En die had resultaat: de naam is gevonden. Maar met die naam openbaarde zich tegelijk onpeilbaar familieleed.

luchtfoto van de boerderij van Adrianus Visser aan de Amstelwijckweg

Een luchtfoto van de boerderij van Adrianus Visser aan de Amstelwijckweg, gemaakt begin jaren tachtig.
Foto RAD (nr. 552_3045699)

Boom
In het dunne mapje met oorlogsherinneringen van Adrianus Visser, ooit eerder aangetroffen in het Dordtse archief (zie verhaal 141), zat een vreemd document: een bruinkleurige oorkonde, waarmee ene Van der Sluijs bekendmaakt dat hij in het Westerweelwoud in Palestina een boom heeft laten planten “ten name van A. Visser”. Van der Sluijs had dit gedaan “ter herinnering aan de hulp, verleend in de donkere jaren der Duitse bezetting (1940-1945)”.
        De oorkonde bood niet meteen houvast. Hoe had Visser dan Van der Sluijs geholpen? En wie was Van der Sluijs? En stond er handgeschreven als zijn voornaam nu een ‘I’ of een ‘S’?
        Visser zelf kon niet meer om opheldering worden gevraagd, netzomin als zijn vrouw: beiden zijn eind vorige eeuw overleden. Maar met hulp van een Dordtenaar die het gezin Visser heeft gekend, werd hun dochter achterhaald, mevrouw H. Wirds-Visser (geboren 6.11.1940). Zij bleek nog altijd te wonen aan de Amstelwijckweg, op het erf van de voormalige boerderij van haar vader.
        Hetty Wirds kon niet meteen uitsluitsel geven; een precieze naam schoot haar niet te binnen. Ze raadpleegde haar oudere zus Marianne Schenk-Visser (7.5.1937). Die herinnerde zich dit: “Het was een jonge man van ongeveer 20 jaar, kort stevig postuur met een zwarte bos krullen. Misschien uit Den Haag. Zijn naam is V.d. Sluis of Sluys. Na de oorlog is hij getrouwd en heeft kinderen gekregen. Na de oorlog is er nog contact geweest met mijn ouders.”
        Nu dook de naam Van der Sluijs weer op. Dit móet welhaast de man zijn die zich langdurig bij Visser heeft kunnen schuilhouden. Maar welke Van der Sluijs is het? Uit welke gemeente stamt hij, van welk geboortejaar is deze persoon?

Rotterdamse gezinskaart van Joseph en Henriëtte van der Sluijs

De Rotterdamse gezinskaart van Joseph en Henriëtte van der Sluijs, de ouders van Israel, voor- en achterzijde.
Foto Gemeentearchief Rotterdam


trouwfoto van Israel en Johanna Frederika (‘Annie’) van der Meulen

De trouwfoto van Israel en Johanna Frederika (‘Annie’) van der Meulen. Het huwelijk had plaats in Rotterdam op 23 augustus 1939. De bruidsmeisjes zijn Betje (‘Beppy’) en Margaretha (‘Greetje’) Stad. Hun moeder Rebekka van der Sluijs is een zus van Israel’s moeder. De meisjes, hun moeder en hun vader Heijman Stad worden in de oorlog allen vermoord, in Auschwitz en Sobibor.
Foto Familiebezit

Facebook?
Nadat Hetty Wirds in een tweede contact was gewezen op de oorkonde, opperde ze behulpzaam, reagerend via haar iPad, om eigentijds een oproep op Facebook te zetten. “Misschien zijn er nazaten die iets herkennen? Of misschien zijn er anderen die dit verhaal kennen.” En wellicht, stelde ze verder voor, bestaat er een administratie van de boomplantingen?
        Stilte trad in, terwijl de zoektocht werd voortgezet.
        Een week later kwam Hetty Wirds met verrassend, verlossend nieuws. Haar zus, meldde ze, had in een doos met allerlei paperassen van Adrianus Visser een overlijdensadvertentie gevonden, over Israel van der Sluys, op 18 oktober 1976 in Eindhoven gestorven, op 62-jarige leeftijd. Het bericht heeft in De Telegraaf van 20 oktober gestaan, en noemde als familieleden zijn vrouw Antonia Schreuder en de kinderen Anneke, Margo en Hetty.
        Dit moest de ‘gezochte’onderduiker wel zijn. Dit was de Israel, de ‘I’, die door Visser is opgevangen geweest, zij het dat diens achternaam met een lange ij in plaats van met i-grec wordt geschreven.
        Nu was het rond. Nu kon op openbare persoonsgegevens verder worden gezocht. Waar kwam deze man vandaan, wie was hij? En vooral: zouden zijn drie dochters veertig jaar na het overlijden van hun vader nog te vinden zijn?










De Dordrechtsche Courant

Nog op de trouwdag trekt het bruidspaar naar Dordrecht, waar het gaat wonen in de Sweelinckstraat, op nummer 14 (nu nog: 14). De Dordrechtsche Courant (DC) meldt hun komst op de 25 augustus. Twee maanden later verhuist het echtpaar, aldus de DC op de 27 oktober, naar het Steegoversloot 40, naar het gebouw van de arrondissementsrechtbank, waar Israel als “schrijver ten parkette” werkt.
Foto’s RAD

Gezin
Drie serieuze websites verschaften afdoend inzicht in de samenstelling van het gezin Van der Sluijs. Dat waren de digitale bestanden van het Regionale Archief Dordrecht, de website Dordtenazoeker van de lokale archiefonderzoekster Erica van Dooremalen en de website Delpher van de Koninklijke Bibliotheek. Uit het doorzoeken van deze sites rees dit beeld op:
        Israel van der Sluijs is op 27 maart 1914 in Rotterdam geboren als zoon van Joseph van der Sluijs (Rotterdam, 5.10.1891) en Henriëtte van der Sluijs-van der Sluis (Middelburg, 14.3.1892). Hij trouwde op 23 augustus 1939 in Rotterdam met plaatsgenote Johanna Frederika van der Meulen (Rotterdam, 22.7.1912). Hij is joods, zij Nederlands Hervormd.
        Nog op de dag van hun bruiloft vestigde dit echtpaar zich in Dordrecht, in de Sweelinckstraat op nummer 14, in de wijk Krispijn. Ruim twee maanden later, op 26 oktober 1939, verhuisden zij naar de binnenstad, naar het Steegoversloot 40. Op dit adres zetelde het parket van het Openbaar Ministerie, in hetzelfde gebouw bevond zich ook de arrondissementsrechtbank. De verhuizing was een logische: Israel van der Sluijs is hier aangesteld als “schrijver ten parkette”.
        Bijna een jaar later verlaat het echtpaar het gebouw. Het verhuist terug naar de Sweelinckstraat, maar nu naar nummer 44 (nog steeds: 44). Er is inmiddels een kind geboren, op 27 juni 1940, genaamd Henriëtte. Het is in Rotterdam ter wereld gekomen, in plaats van in Dordrecht. Wellicht was het toeval en kondigde de bevalling zich aan tijdens familiebezoek. Maar misschien was er al voor een Rotterdams ziekenhuis gekozen.

Niet-arisch
De oorlog beheerst Nederland inmiddels, de jodenvervolging zet zich onafwendbaar in. Israel van der Sluijs krijgt er al in november 1940 mee te maken. Op de 21ste ontvangt hij van het kabinet van het Departement van Justitie in Den Haag een brief, waarin hij botweg wordt ontslagen. De reden: hij is joods, hij is niet-arisch, en zulk onzuiver overheidspersoneel dient in opdracht van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied uit de dienst verwijderd te worden.
        Het waarnemend hoofd van het departement, J.C. Tenkink, brengt Van der Sluijs ter kennis dat hij met ingang van 23 november “wordt ontheven van de waarneming van Uw functie van schrijver 2e klasse ten parkette van den officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Dordrecht”. Schrale troost: de Rijkscommissaris heeft bepaald dat Van der Sluijs “voorloopig in het genot blijft van wedden, toelagen, enz.”
        Voor Israel van der Sluijs treden onzekere, nare tijden in.

Op 21 november 1940 wordt Israel uit de overheidsdienst ontslagen

Op 21 november 1940 wordt Israel uit de overheidsdienst ontslagen. Reden: hij is niet-arisch.
Foto Familiebezit


Sweelinckstraat

Op 3 augustus 1940 verhuizen Israel en Johanna
terug naar de Sweelinckstraat, naar nummer 40 (nu: 40).
De foto toont dit pand in huidige staat.
Foto Redactie Website

Dochters
Hoe kan hier de ontslagbrief geciteerd worden?
Dat is te danken aan Henriëtte, de eerstgeborene van Israel en Johanna. Zij, zich Hetty noemend, is degene die deze brief, afkomstig uit de nalatenschap van haar vader, jaren terug ter bewaring heeft aangeboden aan kamp Westerbork. Desgevraagd stelt archiefmedewerker Guido Abuys een scan van de brief beschikbaar voor dit artikel.
        Hetty Schaafsma-van der Sluijs is op omslachtige wijze opgespoord. Dat ging zo.
        Het was archiefonderzoekster Van Dooremalen die, zoekend naar nabestaanden van Israel, op “Eindhoven in beeld”, een website over heden en verleden van die stad, bij een bepaalde foto (waarover later meer) een toevoeging zag van ene Anneke van der Sluys, de Anneke van de overlijdensadvertentie. Het e-mailadres verwees naar Anneke Simmons, makelaar in Albany, een stad in de Amerikaanse staat Georgia.
        Volgens haar Facebook-account heeft deze Anneke in Eindhoven op school gezeten, wat overeen komt met de gezinsgegevens: Israel van der Sluijs is na de oorlog, samen met een oom (Mozes) de gruwelen van de nazi’s overleefd hebbend, op 5 december 1947 van Dordrecht naar Eindhoven vertrokken, in eerste instantie naar de Balsemienstraat 11, aldus zijn Dordtse woningkaart.
        Het kon niet missen, dit moet Anneke zijn.
        Ze beaamde het meteen, stomverbaasd zijnd over een onverwachte e-mail uit Dordrecht. “Oh wow, dat is toch wat”, reageerde ze. Ze zei dat Israel inderdaad haar vader was en eveneens bevestigde ze dat hij “bij een boer ondergedoken was”. Maar details weet ze niet, want “hij sprak daar niet over”. Ze verwees ons door naar haar oudere zus Margo; die weet misschien meer.
        Voor de volledigheid: Margo heet voluit Margaretha Josephine. Zij is in Dordrecht geboren, als tweede kind, op 12 september 1944.
        Haar jongere zus Anneke is Israel’s derde dochter, maar zij is van zijn tweede huwelijk. Israel’s eerste vrouw, Johanna Frederika, overleed in Eindhoven, nog pas 44 jaar oud, op 7 juni 1957. Hij hertrouwde daarna met Antonia Schreuder, en zij schonk hem Anneke, officieel Johanna Emilie genaamd, in augustus 1958. Anneke is in 1989 naar Amerika geëmigreerd, waar ze Gary L. Simmons huwde. Ze heeft geen kinderen, vertelt ze. Haar naam wordt ginds volgens United States Public Records beurtelings gespeld als Johanna Vandersluys, en Anneke Simmons.

Dordtse gezinskaart van Israel en Annie

De Dordtse gezinskaart van Israel en Annie, voor- en achterzijde, laat zien dat er inmiddels, op 27 juni 1940 en om onbekende reden in Rotterdam, een baby is geboren, Henriëtte. 
Foto RAD


Deze lijst, samengesteld door de gemeente en verstrekt aan de op joden jagende Duitsers, somt alle Dordtse panden op waarin joden wonen

Deze lijst, samengesteld door de gemeente en verstrekt aan
de op joden jagende Duitsers, somt alle Dordtse panden op waarin joden wonen.
Ook Israel’s huis komt er op voor.
Foto RAD

Exact
Terug naar Margo, haar oudere zus. Zij woont tegenwoordig, en dat vanaf november 2012, in Guatemala. Zij verwijst ook door, naar haar zus Hetty, die “nu weer in Nederland woont”. Zij is 4,5 jaar ouder, zij kan ons misschien beter inlichten, denkt Margo, die zelf nog een baby was in 1944. “Ik heb alles van horen zeggen. Ik weet wel dat mijn vader de onderduikfamilie [Visser, red.] erg dankbaar was en ik weet dat ook ik de familie een keer heb bezocht.”
        En zo leidde een bericht op een Eindhovense site via de VS en Guatemala naar Wezep, de huidige woonplaats van Hetty Schaafsma, de oudste. Ze is volop bereid om vragen te beantwoorden. “Prima, u kunt alles vragen.” Zij waarschuwt alleen dat het voor haar misschien “moeilijk” is om exacte “data” te geven. “En er is verder niemand meer aan wie ik die zou kunnen vragen.”
        De belangrijkste vraag in dit geval is: wat weet zij, hoewel ook een kind zijnd in de oorlog, van de onderduik van haar vader bij Adrianus Visser? Visser zelf schrijft er immers maar één zinsnede over.
        Hoe Israel van der Sluijs, werkloos als schrijver ten parkette, bij Visser terechtkwam, weet Hetty Schaafsma niet. “Ik neem aan via het verzet.” In dit verband meldt ze dat haar vader in het verzet moet hebben gezeten, want “bij zijn begrafenis waren er mensen van het verzet in Dordrecht” aanwezig.
        Op de boerderij zaten “allerlei onderduikers”, vervolgt ze, die dat van elkaar niet wisten. “Je mocht het van elkaar niet weten, maar kennelijk was duidelijk dat mijn vader joods was. Want er zat een communist, die liet vallen: ‘Laat dat die jood maar doen.’” Ze gelooft niet dat de opmerking “kwaadwillig” bedoeld was.
        Wat voor werk verrichtten de zogenaamde ‘knechten’ van Visser? “Ze deden allerlei boerenwerk; er was kennelijk genoeg te doen. Ze zaten niet verborgen, voorzover ik weet. Maar daar heeft mijn vader niets over gezegd. Hij vertelde niet veel en ik kan ook wel van alles vergeten zijn.”

Israel en zijn echtgenote, met in het midden dochter Hetty

Israel en zijn echtgenote, met in het midden dochter Hetty.
De foto is gemaakt in 1941 of 1942.
Foto Familiebezit

Naar huis
Dan vertelt ze dat Israel van der Sluijs tussendoor wel eens naar huis ging, naar vrouw en kind in de Sweelinckstraat. “Hij bracht eten van de boerderij mee, wat natuurlijk een geluk was in de hongerwinter. Ik kan mij herinneren dat de bieten op de potkachel stonden. ’s Avonds zat de kamer vol met mensen die op hongertocht waren, misschien uit Rotterdam? Maar ook om te schuilen voor de kou.”
        In haar e-mail schrijft ze: “Mijn vader is niet verraden, want er is later gezegd dat ze dat niet over hun hart hebben kunnen krijgen, omdat ik er was.” Met ‘ze’ bedoelt ze ongetwijfeld buren in de Sweelinckstraat, ook al omdat ze er dit op laat volgen: ”Wij hadden heel goede buren, erg christelijk. Ze hadden een kruidenierswinkel en hielpen mijn vader pakketten te sturen naar zijn familie in de kampen.”

        Onduidelijk voor Hetty Schaafsma is de duur van de onderduik bij Visser. Zelf schrijft ze in eerste instantie in een e-mail dat haar vader is “gevlucht op Dolle Dinsdag” en pas daarna is ondergedoken bij Visser. Dolle Dinsdag is de aanduiding voor dinsdag 5 september 1944. Op die dag speelden zich volgens Wikipedia “in heel Nederland emotionele taferelen af”, omdat mensen dachten dat het land nu elk moment bevrijd zou worden van de Duitsers. “De geallieerden hadden namelijk in de voorgaande dagen in hoog tempo terrein gewonnen.”
        Het bleek een misvatting, de hongerwinter moest nog komen. De bevrijding kwam eerst in mei 1945, acht maanden later.

het boerderijcomplex van landbouwer Visser

Deze foto’s geven een indruk van het boerderijcomplex van landbouwer Visser. Israel dook hier onder, en werkte er ook, volgens Visser zelf vanaf juni 1942. De foto’s dateren van later, van de jaren tachtig.
Foto’s RAD (nrs. 552_304695, 552_322479, 552_304693 en 552_304696)


Op 12 september 1944 wordt een tweede dochter geboren, Margaretha Josephine, DC bericht erover in de editie van de 15de september

Op 12 september 1944 wordt een tweede dochter geboren, Margaretha Josephine (‘Margo’). De DC bericht erover in de editie van de 15de september. Israel kon tijdens de onderduik bij Visser af en toe naar huis, en bracht dan voedsel mee.
Foto RAD

Werkkamp
Geconfronteeerd met Vissers notitie dat hij Van der Sluijs vanaf juni 1942 tot de bevrijding op zijn bedrijf had, zegt Hetty, dat “dit best zou kunnen”. Maar de precieze duur hangt volgens haar af van iets anders, van de periode dat Israel in het werkkamp voor gemengd gehuwden bij Havelte heeft gezeten. Zijzelf weet het niet, alleen dat hij er gezeten. Ze wil nog altijd eens uitzoeken wat zich in en rond deze werkkampen heeft afgespeeld.
        In zijn boek Ondergang, de vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Staatsuitgeverij, 1977) beschrijft dr. J. Presser hoe gemengd gehuwde joodse mannen (zoals Israel er een was), tewerk worden gesteld bij het vliegveld Havelte in Drenthe: eerst de mannen uit de drie grootste steden, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, vanaf 29 februari 1944 de mannen uit de provincies, “en wel die tussen 18 en 60 jaar”. Niet alleen Havelte kende zo’n werkkamp, ook kwamen mannen terecht bij Den Helder, Texel, Delfzijl of in Amsterdam, voor de aanleg van het Amsterdamse Bos.
        Dr. Lou de Jong, schrijver van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Staatsuitgeverij, 12 delen, in 26 banden verschenen tussen 1969 en 1994) noteerde in deel 7 dat de behandeling van de tewerkgestelden in Delfzijl en Havelte “redelijk goed” was. “De vrouwen konden er vaak op bezoek komen.” Hij vervolgt: “Uit beide kampen trokken in september, na de ‘Dolle Dinsdag’-crisis, de meeste mannen op eigen gelegenheid naar huis, maar bij één gelegenheid werden er nadien toch weer tweehonderd naar Havelte overgebracht.”
        Uit deze passage blijkt inderdaad dat mannen na Dolle Dinsdag huiswaarts zijn gegaan, zoals Hetty over haar vader meldt. Maar wanneer hij er arriveerde, en wanneer hij begon bij Visser of terugkeerde, kan ze niet zeggen. Ze weet het eenvoudigweg niet.

Na de oorlog heeft Israel van der Sluijs in Palestina een boom laten planten

Na de oorlog heeft Israel van der Sluijs in Palestina een boom laten planten, als dank voor de hulp die Adrianus Visser hem verleende “in de donkere jaren”. Bijna de hele familie van Israel is uitgeroeid in de oorlog.
Foto Redactie Website

Gemengd-gehuwd
Over gemengd-gehuwden, vult ze nog aan, wordt beweerd dat zij gevrijwaard bleven van anti-joodse maatregelen. Maar dat is een misverstand, benadrukt ze.
        Ze heeft geconstateerd dat ook de gemengd-gehuwden “later niet meer veilig waren”. “Als jood moest je je onzichtbaar maken. Door het hele land zijn gemengd gehuwde mannen doorgestuurd en niet meer teruggekomen”, stelt ze, verwijzend naar de begin 2017 verschenen memoires van de voormalige tv-presentatrice, Sonja Barend, getiteld Je ziet mij nooit meer terug.
        Ook dr. Coen Stuldreher concludeert in zijn dissertatie De legale rest: Gemengd gehuwde Joden onder de Duitse bezetting (2007) dat in Nederland gemengd gehuwde joden allerminst gespaard zijn, en er juist slechter aan toe waren dan die in het Derde Rijk. Als gevolg van “overijverig” vervolgingsbeleid door de Duitse instanties werden ze vervolgd, gesteriliseerd en gedeporteerd, zozeer dat ze door Hitler moesten worden teruggefloten (De Groene Amsterdammer, 4 mei 2007, zie: groene.nl/artikel/teruggefloten-door-hitler).

Naoorlogse pasfoto’s van Israel en Annie van der Sluijs

Naoorlogse pasfoto’s van Israel en Annie van der Sluijs.
Foto’s Familiebezit


Israel met zijn dochters Hetty en Margo

Een foto van Israel met zijn dochters Hetty en Margo, vermoedelijk uit 1946-1947. Op 5 december 1947 verhuisde het gezin van Dordrecht naar Eindhoven.
Foto Familiebezit

Overzicht
Na de bevrijding leek Israel van der Sluijs de enige Van der Sluijs die, samen met zijn vrouw Johanna Frederika en de kinderen Hetty en Margo, levend uit de oorlog is gekomen. Hetty: “De hele familie van mijn vader was vermoord.” Zijn broers, zijn zus, hun echtgenoten, al hun kinderen; allemaal zijn ze moedwillig om het leven gebracht. De familie Van der Sluijs is niet geamputeerd, maar bijna voltallig verpletterd. Er is een overzicht gemaakt van alle betrokken slachtoffers, dat via deze link in te zien is. Hun aantal is onthutsend hoog: 24.
        Nader onderzoek wijst echter uit dat er nog een overlevende is: Mozes van der Sluijs, een oom van Hetty’s vader.
        Het overzicht zal Anneke, de jongste, verbijsteren, valt te veronderstellen. “Ik weet bijna niets van wat er met mijn vader is gebeurd gedurende de oorlog”, had ze al eens gemaild. “Ik was, denk ik, 25 toen ik er achter kwam dat hij twee broers had. Van Margo heb ik onlangs gehoord dat mijn vaders zus Sientje twee kinderen had. Er werd nooit over deze dingen gepraat. Veel te moeilijk. Ik ben omringd door joodse mensen opgegroeid. Niemand sprak over die periode.” [Hier is sprake van een vergissing: Sientje had geen kinderen. Mevrouw Schaafsma over Sientje en haar man Jonas de Leeuwe: “Zij dorsten in die tijd geen kinderen op de wereld te zetten.”
        Hetty herinnert zich nog een pijnlijk voorval, van de bevrijdingsfeesten in Dordrecht. “Iemand heeft toen iets over mijn jood-zijn gezegd, want ik vroeg wat dat betekende. En toen zei mijn vader: ‘Ze hebben er niets van geleerd’. Hij verscheurde mijn deelnamebewijs – waar ik een ijsje op had kunnen krijgen. Antisemitisme was de wereld niet uit, ook niet uit Dordrecht.”

Israel ging in Eindhoven werken bij de oudijzerhandel Benjamin de Jongh BV

Israel ging in Eindhoven werken bij de oudijzerhandel Benjamin de Jongh BV. Deze foto, afkomstig van de website ‘Eindhoven in beeld’, toont de panden Kleine Berg 63-65, waar deze onderneming gevestigd en waar het gezin Van der Sluijs heeft gewoond tot voorjaar 1966.
Foto Eindhoven in Beeld


Israel overlijdt op 18 oktober 1976

Israel overlijdt op 18 oktober 1976. In De Telegraaf van 20 oktober wordt hij herdacht in twee advertenties.
Foto Delpher

Na de oorlog
Hoe verging met de eenzame Israel feitelijk, in de naoorlogse tijd?
        Hetty: “Geloof maar niet dat mijn vader verder lang en gelukkig leefde. Mijn ouders waren overspannen, direct na de oorlog.” Maar “ze pakten het op en er werd niet meer over gepraat”, gaat ze verder.
        Israel van der Sluijs werkte enige tijd bij de Politieke Opsporingsdienst, heeft ze begrepen, al weet ze niet of het een baan was of vrijwilligerswerk. En hij kon weer terugkomen bij de rechtbank.
        In 1947 verlieten de Van der Sluijzen Dordrecht. Ze trokken naar Eindhoven, zoals gemeld op de 5de december.
        Met het gezin van Adrianus Visser, de onderduikgever, is lang contact gebleven. Hetty: “Na de oorlog mochten wij op bezoek komen en op een paard zitten. Het was een heel vriendelijk familie.” Daarna zijn er nog “nieuwjaarswensen over en weer” gegaan. En op enig moment heeft Israel, een jaar is niet bekend, uit dankbaarheid die boom in het Westerweelwoud laten planten. Haar zus Margo: “Ik weet dat ook ik de familie Visser een keer heb bezocht.”
        Johanna Frederika, de moeder, stierf in 1957, “aan de gevolgen van kanker”, deelt Hetty mee. Haar vader overleed 19 jaar later, plotseling als gevolg van een hersenbloeding.
        In De Telegraaf stond toen ook een advertentie van directie en personeel van de Verenigde Utrechtsche IJzerhandel BV: Israel was op het laatst adjunct-directeur van een dochteronderneming van deze firma, Benjamin de Jongh BV in Eindhoven. Wijlen Israel krijgt een huldeblijk van zijn werkgever. “Wij hebben hem leren kennen als een zeer gewaardeerde collega met wie wij gedurende een reeks van jaren op de meest prettige wijze hebben mogen samenwerken.”
        Het was deze Eindhovense vestiging die ons op het spoor bracht van Anneke Simmons-van der Sluijs. Bij een foto van het pand Kleine Berg 63-65 op de site ‘Eindhoven in beeld’ plaatste zij de toelichting: “63 was het eigendom van de familie De Jongh. Er was een oudijzerhandel met grote warenhuizen achter het huis. Na de oorlog werkte mijn vader in het huis voor Benjamin de Jongh, tot het voorjaar 1966. Wij verhuisden omdat het afgebroken zou worden. Er zou een doorgang komen van de Kleine tot de Grote Berg, naar het nieuwe politiebureau. Die doorgang is nooit gemaakt.”
        Margo: “Als ik het goed heb is mijn vader naar Eindhoven verhuisd omdat hij in de oorlog Benjamin de Jongh had leren kennen. En die nodigde hem uit om bij hem te komen werken in de oudijzerhandel.”

Naoorlogse pasfoto’s van Israel en Annie van der Sluijs

Adrianus Visser (derde van links) met leden van de Binnenlandse Strijdkrachten
op een foto die vlak na de bevrijding is gemaakt, op een onbekende locatie in Dordrecht.
Tweede van rechts is zijn echtgenote Willeminiena van der Giessen, met naast haar tweede dochter Hetty.
Foto Familiebezit


Anneke Simmons-van der Sluijs

Dit is een Facebookfoto van Anneke Simmons-van der Sluijs, makelaar te Albany in de VS. Anneke is een dochter uit het tweede huwelijk van Israel. Na het overlijden van Annie van der Meulen hertrouwde hij met Antonia Schreuder.
Foto Facebook

Syndroom
Vragen roepen soms onvermijdelijk nieuwe vragen op. Dat gebeurde ook bij Hetty van der Sluijs, moeder van twee zonen.
        Ze bleef bereid antwoorden te geven, plus foto’s, maar liet ook weten dat onze naspeuringen haar niet onberoerd lieten. “Dit gaat mij niet in de koude kleren zitten.” Al te persoonlijke details, bijvoorbeeld over de naam van haar echtgenoot, gaf ze liever niet, uit begrijpelijke achterdocht. “Moet dit aan de grote klok worden gehangen?”
        Haar zus Margo verstrekte wel de benodigde persoonsgegevens. “Ik ben twee keer gescheiden en heb één zoon, Jason Serier, geboren 20 september 1974.” Maar de verschrikkingen van de oorlog grijpen ook háár nog onverminderd aan, “ook al heb ik een aantal jaren therapie gehad voor het tweede-generatiesyndroom”. “Zo duurt de oorlog voor òns voort”, zegt ze, “én voor alle mensen die oorlog meemaken. Ik hoop dat eens de mensen gaan inzien dat het tijd is om de wonden in zichzelf te helen, in plaats van anderen te beschadigen.”
        Het heeft er alle schijn van: wie de oorlog overleeft, heeft niettemin levenslang.

[Naschrift: Jan van der Elsen, tegenwoordig wonend in het Engelse Gloucester, reageerde in de zomer van 2017 op het verhaal over Israel van der Sluijs. Anneke Simmons-van der Sluijs, de jongste dochter van Israel, had hem op het artikel geattendeerd. Het ontroerde hem, liet hij de redactie weten in een e-mail. “Jaren heb ik tegenover deze familie gewoond”, schreef Van der Elsen. “Anneke en ik waren dikke vrienden die door de pubertijd gingen. Ies, zoals we Israel allemaal noemden, was altijd de gangmaker in de straat, altijd vrolijk en hij stond vooraan als er weer eens een straatbijeenkomst of -feestje was. Ik herinner me hem zeer goed.” Van der Elsen complimenteerde de redactie met het artikel. “Ik heb nooit Ies z’n verleden geweten en dat is misschien maar goed ook: hij wilde er niet over praten. Nu begrijp ik waarom.”]

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'