NIEUWS

Historicus Weltevrede herziet zijn
mening over oorlogsburgemeester

Drs. Kees Weltevrede, historicus en voorzitter van de Dordtse werkgroep Stolpersteine, vindt bij nader inzien dat Dordrechts burgemeester Jacob Bleeker zich tijdens de oorlog jegens de Duitsers kritischer had mogen opstellen en ook wel meelevender tegenover de joodse stadgenoten. Dit heeft Weltevrede laten weten aan Gijs S. Rijsdijk uit Woerden, een kleinkind van het Dordtse-joods echtpaar Blitz, dat in Auschwitz is vermoord. Rijsdijk gaat het college van B&W vragen het ereburgerschap van Bleeker in te trekken.

Jaarboek
De kwestie is al eens eerder aan de orde geweest op deze website, zie het nieuwsartikel op deze website. Eerder heeft Weltevrede aan Rijswijk laten weten het niet met hem eens te zijn. En daar komt hij nu op terug.
        Weltevrede heeft Rijsdijk per telefoon gesproken en het jaarboek waarmee de kwestie begon, nog eens doorgenomen. Begin april 2024 schreef Weltevrede Rijsdijk een uitvoerige brief, die hij ook de redactie van deze Stolpersteine-website toestuurde, om eruit te citeren. Aanleiding is het Jaarboek 2024 over ‘De Dordtse burgemeesters in oorlogstijd’, geschreven door Joop Wammes.
        Weltrevrede komt thans tot de conclusie, meldt hij, dat hij “te weinig oog heeft gehad” voor de activiteiten van Bleeker tegenover de joden. Hij was eerder “te zeer onder de indruk” van diens overige daden.
        Weltevrede somt deze op: “Zijn optreden in de gevechten om Dordrecht in de meidagen, het onderhandelen over de overgave van de stad en daarmee het voorkomen van een bombardement.” Verder noemt Weltevrede: “De houding in de april-meistakingen, waardoor er geen slachtoffers vielen in Dordrecht, de anti-NSB-houding en de weigering om lijsten van ambtenaren te presenteren voor de arbeidsinzet en de samenwerking met het verzet aan het einde van de oorlog, waardoor hij weer werd herbenoemd in zijn ambt.”

Jacob Bleeker wordt na de bevrijding weer burgemeester

Kritischer
Inmiddels laat Weltevrede zich kritischer uit over Bleeker. Hij staaft dat met verschillende voorbeelden.
        “Hij voerde het anti-joodse beleid dat hem opgedragen is op zeer ambtelijke wijze uit. Vooral als hij zijn wethouder [Isidor van Huiden] en een raadslid [Rebekka de Roode] moest ontslaan; dan is er geen toon van empathie of troost. Wel zorgde hij bij het ontslag van [de leraar Emanuel] Hamburger en [de scheikundige van het Keuringsdienst van Waren Juda Joseph] Vleeschhouwer e.a. voor een soort financiële compensatie.”
        Dan verwijst Weltevrede naar het boek De Buffer van Bleeker, dat aantekeningen bevat van persoonlijke belevenissen en voorvallen van 10 tot 14 mei 1940 en uit de tijd van de Duitse bezetting. Op pagina 38 staat: “De Duitschers hebben mij nimmer tot een onvaderlandsche daad kunnen dwingen en er moet nog een Dordtenaar worden gevonden die met mijn ‘medewerking’ onaangenaamheden heeft gehad, waartegenover staat dat ik zeer veel ellende heb kunnen voorkomen.”
        Weltevrede: “Dat slaat dan niet op de Joodse Dordtenaren.”

School
Op pagina 51 is een langere passage te lezen die Weltevrede een paar keer onderbreekt: “Wij richten terstond een Joodsche school op.” (Weltevrede: “Volgens mij heeft de Joodse gemeente dat zelf gedaan”) “en trachtten de scherpste kantjes wat af te slijpen van de maatregelen. (Weltevrede: “Hier is hij weinig concreet.”) ’t Baatte weinig. Ik verbood het bureau ‘Bevolking’ gegevens over Joden te verstrekken. Op order van de Duitschers reeds verzamelde gegevens nam ik onder mij en deelde den bureauchef mede, dat hij zich op mij moest beroepen bij zijn weigering als de Duitschers gegevens kwamen opeisen. Dat is niet geschied.
        “Mijn indruk is dat de Joodsche Raad de meeste gegevens heeft verstrekt. Toen men het den Joden zoo moeilijk ging maken en mijn protesten zonder uitwerking bleven heb ik ernstig overwogen of ik bij wijze van protest heen zou gaan. (Weltevrede: “Hij is weer niet erg concreet: welke protesten?”) Waar men mij persoonlijk nimmer − op welke wijze dan ook – inschakelde – ik tenslotte nog iets kon doen door gegevens achter te houden – een opvolger met wellust aan de vervolging zou hebben meegedaan, en nog ik nog iemand anders de ramp die (grootendeels na mijn ontslag in mei 1943) over de Joden kwam, kon voorkomen, gezien de krankzinnige, door niets te stuiten vervolgingswoede – gaf ik aan mijn aanvankelijk voornemen geen gevolg.”

Ramp
Weltevrede, reagerend: “De ramp heeft zich in november 1942 voltrokken door de razzia’s op Dordtse Joden door de arrestaties van Groep X uit Rotterdam, in opdracht van de SD en met medewerking van de Dordtse gemeentepolitie! De burgemeester moet op de hoogte geweest zijn. Dus zijn suggestie dat het ergste gebeurde na zijn ontslag is op zijn minst een vergissing of een poging om onder een soort medebetrokkenheid uit te komen. Tegen die deportaties van Dordtse burgers werd niets ondernomen.”
        Samenvattend besluit Weltevrede zijn herziene mening aldus: “Bovenstaande argumenten doen mij besluiten om de conclusie van Joop Wammes: Bleeker, burgemeester met een rafelrand, te onderschrijven.”