NIEUWS

Onbekende jongeman op
foto is Simon Kleinkramer

Simon Kleinkramer

De voorkant van de foto van Simon Kleinkramer,
die de oma van Angelique haar hele leven heeft bewaard.
Foto Privébezit

Het raadsel is opgelost.
        Begin december 2023 plaatste de redactie van deze website een oproep: wie is toch deze jongeman? Zijn achternaam is Kleinkramer, zoveel was bekend, maar verder ontbrak elk persoonsgegeven. Zoeken op de achternaam was nog niet zo eenvoudig, want de Kleinkramers van Dordrecht vormden een omvangrijke groep familieleden, een dynastie bijna.
        Eind januari 2024, twee maanden later, kreeg de redactie de oplossing aangereikt. De jongeman is Simon Kleinkramer, en rond de foto heeft zich iets aangrijpends afgespeeld.

Precies dezelfde
In een uitgebreide e-mail schreef Angelique van der Heiden uit Meteren dat zij “precies dezelfde foto” bezit, aangetroffen in de nalatenschap van haar oma Pieternella (‘Nellie’) van Amelrooij (1925-2006) uit Dordrecht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde deze Nellie aan de Noordendijk, op nummer 72, en zij was “goed bevriend” met Simon. Zozeer zelfs dat hij op een dag in 1942, toen hij moest onderduiken, Nellie een foto van hemzelf gaf, en vroeg “of hij een foto van haar mocht hebben”.
        Zijn foto heeft Nellie vervolgens haar hele leven bewaard. Angelique heeft de foto digitaal meegestuurd met haar email, ook om te kunnen laten zien dat haar oma achterop de koosnaam van Simon heeft gezet: Siem.
        Hoe ging het met Nellie nadat Simon was verdwenen? “Zij heeft hem nooit meer teruggezien”, meldt Angelique.
        “Toen het gezin Kleinkramer na de oorlog maar niet terugkwam, heeft mijn oma kennis gekregen aan mijn opa Arie Cornelis van Aalst. Hij werkte sinds 1946 bij de Dordtse politie en huurde een kamer bij Nellie’s moeder in huis. Mijn opa Van Aalst heeft op verzoek van oma Nellie onderzoek en navraag gedaan naar de familie Kleinkramer. Hij kreeg te horen dat de familie Kleinkramer was opgepakt, naar Auschwitz is gedeporteerd en daar vergast.”

achterkant van de foto van Simon Kleinkramer

De achterkant van de foto van Simon Kleinkramer, die de oma van Angelique haar hele leven heeft bewaard.
Foto Privébezit

kaart van de Joodsche Raad over Simon

De kaart van de Joodsche Raad over Simon,
met daarop de datum van zijn deportatie en
de naam “V. Aalst”, de opa van Angelique v.d. Heiden.
Foto Arolsen Archives

Verhuisd
In 1949 is haar oma Nellie met haar opa getrouwd. “Maar Simon Kleinkramer is ze nooit vergeten. Ze is in haar leven elf keer verhuisd en heeft zelfs dertien jaar in het buitenland gewoond. Maar zijn foto verhuisde altijd mee.”
        Angelique heeft enkele jaren geleden zelf uitgezocht van wie Simon nu eigenlijk een zoon was. De uitkomst deelt ze met de redactie. Haar onderzoek wees uit dat het gaat om de Simon Kleinkramer (27.3.1923) van de Toulonselaan 34 te Dordrecht.
        Ze voert er twee argumenten voor aan dat hij het is: “We wisten dat hij Joods is, uit Dordrecht komt en omgekomen is in de oorlog. Er zijn maar enkele Simon Kleinkramers die aan deze beschrijving voldoen. Van al die Simons was deze Simon de enige serieuze optie, omdat zijn leeftijd past bij de foto en alleen hij, gezien zijn leeftijd, logischerwijs een vriend van onze oma geweest kan zijn.”
        Het tweede argument luidt: “Alleen op de arrestatiekaarten van alle vier de leden van het gezin Kleinkramer van de Toulonschelaan 34 staat V. Aals[t]. We vermoeden dat dit er later op is gezet, omdat onze opa Arie Cornelis van Aalst deze kaarten aanvroeg om ze in te zien. We hebben geen andere logische verklaring voor het feit dat alleen op hun kaarten V. Aals[t] staat.”

Beddenzaak
De Simon met wie haar oma bevriend was, zo gaat Angelique verder, was een zoon van Abraham Simon Kleinkramer (’s-Gravendeel, 22.2.1895) en Henriëtte Sophia Roos (Lochem,11.10.1889). “Hij had één broertje: Albert Kleinkramer, geboren op 20.07.1928 te Dordrecht. Toen het tijdens WO2 steeds moeilijker werd voor Joden, besloot het gezin onder te duiken. Vader en moeder zaten bij de familie Jansen op de Voorstraat ondergedoken en de beide jongens zaten elders in Dordrecht ondergedoken. Daar is helaas geen adres van bekend bij mij.”
        Ze verwijst naar de verhaal 49 en verhaal 97 op deze Stolpersteinesite, verhalen waarin uiteen wordt gezet hoe Joop en Bertha Jansen acht joden hebben verborgen in hun beddenzaak, hoewel ze zelf twaalf kinderen hadden.
        De Kleinkramers werden op 28 augustus 1942 gearresteerd en via Rotterdam naar Kamp Westerbork gebracht.
        Angelique: “Een paar dagen later (op 31 augustus) werd het hele gezin gezamenlijk op transport gezet naar Auschwitz. Over dit transport is ons het volgende bekend: het was een vrij groot transport met 560 personen. Ze werden in personenwagons vervoerd (dus niet in veewagons). Tweehonderd mannen tussen de 15 en 55 werden in de avond van 1 september 1942 in Cosel uit de trein gehaald. Dit lag tachtig km ten westen van Auschwitz.

kaart over Simon van het Rode Kruis

Een kaart over Simon van het Rode Kruis, uit 1950.
Foto Privébezit

Schmelt
“Deze tweehonderd mannen werden geselecteerd om dwangarbeid te verrichten in de Schmeltkampen *. Hun doel was Vernichtigung durch Arbeit. Simon Kleinkramer en zijn vader waren hier ook bij. Zij werden eerst naar kamp Niederkirch gebracht, daar kwamen zij aan in de avond van 1 september 1942. In dit Durchgangslager zijn ze vrij kort gebleven. Op 10 september 1942 werden ze getransporteerd naar Schmeltkamp Fürstengrube. Dit was een kolenmijn.
        “Hier moesten ze onder onmenselijke omstandigheden kolen delven. Het stond bekend als een slecht kamp. In november 1942 zijn ze getransporteerd naar het derde kamp dat was Blechhammer. Simon Kleinkramer en zijn vader Abraham Simon Kleinkramer zijn beiden op 30.11.1942 in Blechhammer vermoord/bezweken/overleden of op 30.11.1942 met een ziekentransport meegegaan naar Birkenau, waar ze bij aankomst meteen werden vergast. Zijn moeder en broertje waren in de trein naar Auschwitz gebleven en zijn daar op 2 september 1942 bij aankomst vergast.”
        Dit is wat Angelique van der Heiden heeft gevonden over de jongen-van-de-foto. Die foto was overigens, zoals in de oproep stond, gevonden door de Dordtse archiefonderzoekster Erica van Dooremalen. Ze ontdekte de afbeelding in het Regionaal Archief Dordrecht, tussen honderden gedigitaliseerde glasnegatieven.



* Schmeltkampen zijn, dit ter toelichting, genoemd naar Heinrich Himmler Albrecht Schmelt, die volgens ‘Joods Monument’ eind 1940 werd benoemd tot ‘Sonderbeaufragte für fremdvölkischen Arbeitseinsatz in Oberschlezien’ (gevolmachtigde voor de inzet van niet-Duitse arbeiders in Opper-Silezië).
        Schmelt kreeg uitgebreide bevoegdheden”, licht de website toe. “Hij kon beschikken over meer dan 50.000 Silezische Joden, een groep die al gauw werd aangeduid als ‘Schmeltjuden’. Schmelt voerde een ingrijpende vernieuwing door in de slavenarbeid. De arbeiders werden niet langer in eigen dienst gehouden, maar ze werden tegen een vergoeding van 3 tot 6 Reichsmark per dag uitgeleend aan Duitse bedrijven. Dat bleek winstgevend.
        “Aanvankelijk verhuurde de ‘Organisation Schmelt’ vooral Joden aan bouwbedrijven die werkten aan de bouw van de Reichsautobahn van Breslau naar Gleiwitz. Daar waren in korte tijd ongeveer twintig speciale Reichsautobahnlager gesticht. Vanaf begin 1942 lag het accent op bedrijven in de wapenindustrie. Er ontstonden in Silezië honderden kleine kampen voor Joodse slaven, meestal gebouwd vlak bij, en soms in een fabriek.
        “De zaken liepen voorspoedig. Schmelt had al gauw een tekort aan arbeidskrachten. Hij vroeg en kreeg toestemming van Himmler om treinen die uit West-Europa op weg waren naar Auschwitz, te laten stoppen in Cosel, een stadje aan de spoorlijn ongeveer 80 kilometer westelijk van Auschwitz. Hij mocht uit deze treinen 10.000 mannen selecteren voor werk in zijn organisatie. Tussen 28 augustus en 10 december 1942 werden door de Organisation Schmelt ongeveer 9000 mannen uit 39 treinen naar Auschwitz gehaald. Zij waren afkomstig uit Frankrijk en België, en 3500 van hen kwamen met 18 treinen uit Westerbork. De treinen stopten op het goederenstation van Cosel (heden: Kedzierzyn-Kozle).”