NIEUWS

Open Joodse Huizen in 2024 ook
in Gorkum: verband met Dordt

Tijdens het jaarlijkse evenement Open Joodse Huizen wordt dit jaar ook aandacht besteed aan het echtpaar Otto en Ella Sachs. Dit vluchtte in de jaren dertig eerst vanuit Duitsland naar Dordrecht en dook tijdens de bezetting onder in Gorinchem.
        Tijdens Open Joodse Huizen, dat duurt van 28 april tot en met 5 mei, gaan verspreid in Nederland zo’n tweehonderd huizen, winkels en scholen de deuren open, om zo stil te staan bij de Joden die ooit op deze locaties woonden en werken. In 2024 zijn in zeventien gemeenten huizen te bezoeken. Welke dat zijn, is te vinden op deze website.

Varkenmarkt 2 Gorinchem

In dit hoekpand aan de Varkenmarkt in Gorinchem,
met aan de zijkant nummer 2,
doken tijdens de oorlog Otto en Ella Sachs onder.
Foto Google Streetview

Verhaal
Aan het echtpaar Sachs is op deze Dordtse Stolpersteinewebsite een achtergrondverhaal gewijd, zie nummer 41. Op de website van Joods Cultureel Kwartier (JCK), waar het programma van Open Joodse Huizen te lezen is, wordt over Otto en Ella geschreven: “In de jaren dertig vluchtten Otto en Ella Sachs vanuit Hagen in het Duitse Westfalen naar Dordrecht, een stad die ze niet kenden.
        “Ze voelden zich er veilig en openden op de Blekersdijk een hoedenwinkel. Toen de nazi’s ook Nederland bereikten, moesten ze weer op de vlucht. Naar Gorinchem, deze keer, waar ze onderdoken. Ze werden verraden en eindigden in mei 1943 in Sobibor. Otto en Ella hadden twee dochters: Marianne (1924) en Hannelore (1922). Na de deportatie van hun ouders hebben ook zij continu moeten vluchten, maar ze hebben het gered.”
        Het adres van het onderduikpand in Gorkum is Varkenmarkt 2. Belangstellenden kunnen er om 11, 12.30 en 14 uur naar binnenlopen.

Opticien
Ook elders in de stad zijn Joodse huizen te bezoeken. In de Gasthuisstraat (12, 13.30 en 15 uur) op nummer 13e bijvoorbeeld bevond zich de brillenwinkel van opticien Meijer Nort. Ook hier is er een verband met Dordrecht. Meijer had, schrijft JCK, “de winkel in 1920 overgenomen van zijn vader. Samen met zijn vrouw Betsie Wijzenbeek, kreeg hij drie zonen: Izak, Philip en Israël Harry. Ze namen actief deel aan het Joodse gemeenteleven.
        “Maar na de inval van de Duitsers ziet het gezin geen uitweg. Op donderdag 16 mei 1940 kiest het voor de dood. Nelly Leviticus, de assistent van de opticien, vond de lichamen, die in de winkel boven de woning lagen. De reden voor deze keuze is niet met zekerheid vast te stellen, maar zij staan hier zeker niet alleen in. Na de capitulatie vond er landelijk een zelfmoordgolf onder Joden plaats.”
        Nelly Meijler-Leviticus is een van de vier kinderen van Felix en Emma Leviticus; de andere drie waren Henri (‘Harry’), Louis en Sophie. Dit gezin woonde in Dordrecht. Over hen is eveeens op de Stolpersteinesite geschreven, zie verhaal 99, verhaal 25 en verhaal 11.

Stiefmoeder
Het derde Open Joodse Huis in Gorinchem is Nonnenveld 2 (11.30, 13 en 14.30 uur). Hier woonde Delia van Dam samen met haar echtgenoot Albert Jacob van Haren, haar vader en stiefmoeder in de naastgelegen woning, op nummer 4. “Toen er op 15 oktober 1942 een Duitser bij hen aanbelde, moesten er snel beslissingen genomen worden die voor de familie verschillende gevolgen hadden.”
        In het pand Molenstraat 33 (11.30, 13 en 14.30 uur) ten slotte begon Lea Meijer-Hartog in 1923 haar loopbaan als gemeenteverloskundige van Gorinchem. “Lea overleefde de oorlog door met haar echtgenoot Benjamin en dochter Sonja onder te duiken in Oosterhout. Voormalig huisarts en medisch historicus Mely van Malenstein deed onderzoek naar Lea’s leven en werk en vertelt het verhaal van het gezin Meijer.”
        Geen van de vier panden is overigens rolstoeltoegankelijk.