NIEUWS

Identiteit van twee ondergedoken
jodinnen is nog altijd een raadsel

Waarschijnlijk is er definitief niet meer achter te komen: wie waren de twee jodinnen die ondergedoken zaten bij het echtpaar Erkelens in de Crayensteynstraat, op nummer 33? De vrouwen werden in de nacht van 25 op 26 oktober 1943 opgehaald door twee politieagenten en meegenomen naar het hoofdbureau van politie aan de Groenmarkt. Daarna is er niets meer van of over hen gehoord; zoals ook hun identiteit onbekend is gebleven.

Boek
Dat de twee jodinnen zich hadden verborgen bij het echtpaar Erkelens, is ontdekt door Frank van Riet, de Rotterdamse politieman en historicus die eind 2022 De Dordtse affaire heeft gepubliceerd, een boek over jodenjagers, verzet, illegaliteit, vervolging en verraad. Tijdens zijn research vond Van Riet in het Nationaal Archief een getuigenverklaring, die hij heeft gedeeld met de redactie van de Dordtse Stolpersteinewebsite.
        In het document wordt weergegeven wat ‘getuige 18’ heeft verteld. Dit is Catharina Everdina Maria van Aken (Dordrecht, 11 september 1894), de echtgenote van betonwerker Gerardus Martinus Erkelens (Dordrecht, 1 oktober 1887). Dit rooms-katholieke echtpaar was op 11 april 1918 in Dordrecht getrouwd, hij was toentertijd 30, zij 23. Vanaf 6 december 1924 woonde het in de Crayensteynstraat, op nummer 33 (nu ook nog: 33). Daarvoor is het gehuisvest geweest in de Jacob Catsstraat, op nummer 36 rood. Kinderen hebben Catharina en Gerardus niet gekregen.

Crayensteynstraat

De Crayensteynstraat in juni 2022, met naast de rode auto huisnummer 33.
Foto Google Streetview

Getreuzel
Catharina was inmiddels 51 jaar toen zij haar verklaring aflegde, in 1945. Deze getuigenis wordt hier letterlijk weergegeven:
        “In het laatst van de maand okt 43 werd er op een nacht om ongeveer 00.30 uur gebeld. Mijn man die toen bij de brandweer was had nachtdienst en was niet thuis. Nadat ik na enig getreuzel had opengedaan, kwam een onbekende persoon binnen stappen, die onder bedreiging met een revolver mij vroeg waar ik joden verborgen had. Hierop antwoordde ik dat ik geen joden in huis had. Dit was inderdaad ook waar want er waren wel twee jodinnen bij ons ondergedoken, maar die waren toen er gebeld werd door de achterdeur mijn woning uit gegaan. Deze jodinnen waren door bemiddeling bij ons gekomen. Na mijn woning doorzocht te hebben gingen we weer naar beneden en toen zat de politieagent Vink met de twee jodinnen in de keuken.
        “Deze Vink was achterom gekomen en had de jodinnen in de tuin aangetroffen en gearresteerd. Ze hebben ons toen ieder afzonderlijk verhoord en van de jodinnen het geld dat ze bij zich hadden, werd hen afgenomen door die vreemde SD-agent. Dit geld hadden ze verborgen onder hun oksels. Ze hebben aan mij gevraagd van wie ik de bonkaarten ontving en toen ik merkte dat ze het toch wel al wisten, heb ik hun gezegd dat die door den Engelsen gebracht werden en dat ik er verder niets vanaf wist. De volgende dag moest ik nog een koffer met kleren van die jodinnen op het HB [hoofdbureau] brengen, hetgeen ik gedaan heb. Verder heb ik er niets meer van gehoord.”

Dagjournalen
Over die bewuste nacht van 25 op 26 oktober 1943 is in de dagjournalen van de Gemeentepolitie die gaan over gearresteerde joden in de jaren 1942-1944, merkwaardigerwijs niets te vinden. De Dordtse archiefonderzoekster Erica van Dooremalen heeft die dagrapporten aangetroffen in het Dordtse archief, gedigitaliseerd en haar rapport erover in 2012 naar de Dordtse werkgroep Stolpersteine gestuurd, omdat het document laat zien welke joden waar op welke dag zijn opgepakt in Dordrecht. Dat zijn feiten die nuttig waren voor de verhalen op de website.
        Maar van 2 augustus 1943 springen de dagrapporten ineens naar 17 maart 1944, een ‘gat’ van 7,5 maand. Desgevraagd meldt Van Dooremalen dat dit komt doordat het desbetreffende boek met de dagrapporten “ontbreekt in het archief”. Het is simpelweg zoekgeraakt.
        Aan de grootschalige actie in die oktobernacht is op de Stolpersteinesite aandacht besteed. Ook Sytze van der Zee heeft dat gedaan in diens boek Vogelvrij, de jacht op de joodse onderduiker (De Bezige Bij, 2009). Maar van een lijst is hier geen sprake.

Namen
Frank van Riet deelt mee dat hij in het Nationaal Archief wél een lijst heeft gezien van de joden die in die oktobernacht zijn opgehaald. Hij meent op grond daarvan dat de twee jodinnen die zich bij het echtpaar Erkelens verborgen hielden, mogelijk D.J. Remeysen en J. Jacobson waren.
        Maar die namen komen niet voor op de gezaghebbende nationale website ‘Joods Monument’ en evenmin op andere websites die het joodse oorlogsleed beschrijven. Met andere woorden: de twee jodinnen zijn niet traceerbaar (geworden). Hierdoor blijft het vooralsnog een raadsel wie deze twee vrouwen zijn geweest.
        Gerardus Erkelens is op 69-jarige leeftijd overleden, op 20 juni 1957 in Noordwijkerhout. Hij was op 12 september 1956 uit Dordrecht vertrokken. Zijn echtgenote Catharina bleef achter in de Crayensteynstraat. Denkelijk is het echtpaar uit elkaar gegaan. Zelf verhuisde Catharina op 13 april 1966 naar Zwijndrecht, naar het adres Tweelingenstraat 3. Het is niet bekend wanneer zij is overleden. Een zoektocht via openbare websites, zoals die van krantenbanken of begraafplaatsen, heeft niets opgeleverd.

burgerlijke-standskaart van het echtpaar Erkelens

De burgerlijke-standskaart van het echtpaar Erkelens, voor- en achterzijde.
Bij dit echtpaar konden de twee joodse vrouwen onderduiken.
Foto Regionaal Archief Dordrecht