NIEUWS

Burgemeester Kolff kritisch over rol
gemeentelijke overheid in de oorlog

Dordrechts burgemeester Wouter Kolff heeft het handelen gelaakt van overheidsinstanties die tijdens de Tweede Wereldoorlog meewerkten aan anti-joodse maatregelen van de bezetter. In een toespraak tijdens een zogeheten adoptie, en scholierenbijeenkomst begin oktober in het Stadhuis, uitte hij kritiek op het gedrag van het gemeentebestuur, gemeenteambtenaren en de gemeentepolitie.

Oorlogsburgemeester Jacob Bleeker

Oorlogsburgemeester Jacob Bleeker: De Bluffer.
Foto Wikipedia






huidige burgemeester van Dordrecht Wouter Kolff

De huidige burgemeester van Dordrecht, Wouter Kolff: “Agenten van onze gemeentepolitie haalden, zonder zich daar tegen te verzetten, Joden op om aan de bezetter over te dragen.”
Foto Gemeente Dordrecht






Permanent
Elk jaar, en dat al 34 jaar, wordt het joodse herdenkingsmonument in het Stadhuis, de witte zuil, geadopteerd door een groep leerlingen uit de vijfde klas van het Johan de Witt-gymnasium, overgedragen aan vierdeklassers. Dit wordt “de adoptie” genoemd: de scholieren gaan zich een jaar lang bezighouden met de erfenis van de Holocaust en dragen daarna de geschiedenis ervan over aan de volgende generatie. Het monument, ontworpen door de kunstenaar Jurriaan Schrofer, laat permanent de namen zien van 221 vermoorde joden.
        In 2023 was de overdracht op maandag 9 oktober. De redactie van deze Stolpersteinewebsite is daar lang niet altijd bij aanwezig, reden waarom de toespraak van Kolff met vertraging bekend is geworden. Kolff vertelde dat Dordrecht voor de oorlog “een zeer bloeiende “Joodse gemeenschap heeft gekend”, na de oorlog keerden er slechts vijf van de 290 gedeporteerde Joden terug. “Opgeteld bij de gevluchte en ondergedoken personen, hebben uiteindelijk slechts 55 Joodse inwoners de oorlog overleefd”, aldus Kolff.

Dubieus
Daarna sprak hij nadrukkelijk en ongeclausuleerd zijn afkeuring uit over de Dordtse overheidsinstanties in die tijd. “Het toenmalige gemeentebestuur en gemeenteambtenaren hebben toen ook een – op zijn zachtst gezegd – dubieuze rol gespeeld en meegewerkt aan anti-Joodse maatregelen door de besluiten van de Duitse bezetter door te voeren.
        “Zo werden zonder protest persoonlijke gegevens over Joden aan de Duitsers overhandigd. Er stonden bordjes in Dordrecht met daarop de tekst ‘Verboden voor Joden’ bij alle openbare gelegenheden, zoals cafés, parken en zwembaden. Agenten van onze gemeentepolitie haalden, zonder zich daar tegen te verzetten, Joden op om aan de bezetter over te dragen.”
        Desgevraagd lichtte Jeroen Kon, de woordvoerder van de burgemeester toe, dat deze niet de enige is die zich veroordelend uitlaat over ambtsdragers en gemeentepersoneel in de oorlog. “Dit gebeurt door bestuurders van steden en dorpen in heel Nederland.”

Weigeren
Kees Weltevrede, historicus en voorzitter van de Dordtse werkgroep Stolpersteine, wijst op een voorganger van Kolff: Jacob Bleeker (1885-1961), die burgemeester van Dordrecht was van 1937 tot 6 mei 1943. Herinnerend aan diens boek De Buffer − dat aantekeningen bevat van persoonlijke belevenissen en voorvallen van 10 tot 14 mei 1940 en uit de tijd van de Duitse bezetting − meldt Weltevrede: “Bleeker zegt in ‘De Buffer’ dat hij opdracht gaf om niet mee te werken bij het registreren van Joden.”
        “Bleeker werd uiteindelijk ontslagen,” vervolgt hij, “omdat hij weigerde lijsten met gemeenteambtenaren in te dienen voor de arbeidsinzet in Duitsland. Toch kreeg hij kritiek van Dordtenaren op zijn welwillende houding tegenover de bezetter, want hij werkte met de gemeenteambtenaren mee aan de Winterhulpacties en bezocht de Eenpansmaaltijden in Americain en Kunstmin met de vertegenwoordigers van de NSDAP, NSB en de Ortskommandant. Met een verwijzing naar zijn boek werd hij ook wel ‘De Bluffer’ genoemd.”